zaterdag 25 mei 2024

TANTE KINDJE 2007 (spreektaal&poëzie) *2007

 Een toneelstuk in voor 6 spelers: KINDJE (50 jarige nederlandse vrouw), SHIRL (40 jarige nederlandse vrouw), ROCKO (34 jarige nederlandse man), JANNI (60 jarige nederlandse man), TOMMI (30 jarige nederlandse vrouw) en TOOTJE (30 jarige nederlandse vrouw).

De datum is 19 mei 2007. De handeling vindt plaats in de grote tuin bij het huis van TOMMIeen vrijstaand huis in landelijk Hongarije. Er is een ZITGEDEELTE en er is een PODIUM. Verder is er de mogelijkheid het terrein op te lopen en de mogelijkheid het huis binnen te gaan.

Het stuk heeft 6 scenes. Er zijn geen decorwisselingen en geen pauzes tussen de scenes. In alle scenes is de hele cast aanwezig.

In de scenes 1 en 3 en 5 ligt het accent op het PODIUM, waar TOMMI en JANNI en TOOTJE respectievelijk het eerste, het tweede en het derde deel van een muziekstuk (de BANNTIE) uitvoeren. Door alle drie wordt gezegd, zingend gezegd, zeggend gezongen en gezongen. Door JANNI (en eventueel door TOOTJE) wordt gemusiceerd. ROCKO, ook op of bij het podium, maakt van alle drie delen een geluidsregistratie.

In de scenes 2 en 4 en 6 ligt het accent op het ZITGEDEELTE, dat gedurende het hele stuk de habitat van KINDJE en SHIRL is.


Scene 1 Het accent ligt op het PODIUM.

1
TOMMI:
Onbekend met de route
Leef ik ratelend
Bederf voordat de reglementen gedrukt en
 droog zijn

Hoge wreven jeuken
De sokken zijn van een slecht katoenjaar

JANNI:
Maar ze oogden goed

TOMMI:
Wens mij de beste beterschap
Met een minieme verschuiving van de focus op
  het verloop 

JANNI:
Hier een millimeter, resulterend in een 
  kilometer daar
Geen gevaar in afstand

TOMMI:
Ai bandeloze Traagheid
Kijk mij aan zoals ik jou aankeek
Met klapperende kaken, afgeknarste 
  hoektanden, de tong dik en droog

Ja ik slikte de reglementen weg voordat de
  woorden fris en welklinkend waren
Ik slofte door de kamer
begroef mijn stem in vertaalde poëzie


2.
TOOTJE: 
Mekkerbarendse glorie leeft sterk
Tussen de kieren
Beraadslaag

De golfslag kabbelt berichten
Laag bij de grond
Volumineus in verlangen

Braakklaar terrein
Zwanger van zwerfzaden
Prille planten ontspruiten
Het is een ruig oord

Volg mij
Volg het experiment
Betreed de triomftrap

JANNI:
Het mag de marmeren zijn
Het mag de begraasde zijn

TOOTJE:
Lach met de wind

Sterke sterren navigeren door het luchtruim
Beloof mij dat je zult volgen
Vergeet het verdriet

Mekkerbarendse glorie trilt laf
Lillend
Word gewaar

Ja de golfslag breekt en breekt en breekt
Ontroerend levenloos ligt de Ledenpop,
  vol mekkerbarendse geheimen
lijkt het – want jij en ik weten beter


3.
JANNI:
Zuigend de mond, rond gevormd, wijdopen de
  neusgaten
De vingers gespreid; hoe doorschijnend zijn
  de nagels nog
Was dat Mensje week en strijk haar met
  poederparfum

TOOTJE:
Gekleurde vellen golfkarton
De snippers liggen bijeengeveegd
De snippers moeten opgeraapt
Rijg ze aan een ijzerdraad
Dompel ze onder water
Breek het éennachts laagje ijs

Betreed met mij het stromenland, waar
brem groeit naast brem
bibberige stemmen de hoogste noot pakken,
achteroverhellend met gesloten ogen

JANNI:
De mama's van de mama's hebben hun laatste
  lied nog niet ingezet

TOOTJE:
Zie, de onderstroom
Meandert eigenzinnig
Vermengt zich met de bovenstroom die–niets
  gewend–al snel 
in een ronkende roes zijn bedding verlaat

Maak de bezem los
Laat aan de nieuwe oever de rijzen wortelen
Dat moet toch te doen zijn?

Beloof mij
Dat je niet met paniek zult reageren op de
  stilte
De geaccentueerde lijn blijft schijnen in het
  donker
Geloof mij
De gebrokkelde rand straalt warm
Voel het en volg

Concentreer je op de facetten die bepalend 
  zijn voor een verloop
De facetten die het uitzicht benemen
Als altijd passief

Wist mama wat papa wilde?
Wist jij, lieve Letterpop, hoe jij wilde?
Was er een moment waarop jij diegene was
  waarin jouw worden kon wortelen?
Nee hè? Afgebroken in de knop ben je
En met veel zorg heb je je gestekt in
  bijeengesmokkelde aarde


4.
JANNI:
Het schattige scharlaken schroefje wordt
  bijgeleverd 
bij aanschaf van het guitige geitengrijze
  hoefje

TOOTJE:
Ja kom lekker Snoepje
Dan mag je in mijn warme mondje
En ik zal op je sabbelen
Tot er niets meer van je over is

TOMMI:
De vluchtende is ingedamd
Passen op deze plaats passen
Wuiven met de romp
De hand tastend het gezicht
De jukbeenderen laten zich weer voelen

TOOTJE:
De pretogen bevriezen bij de aanblik van de
  vulkaan
Beweeg je mee, lief Feestbeest
Schater met open keel en ontspring de
  lavadans

Waar de liefde regeert, regeert niet de trots
Schelporige kruipslakken polijsten de rots
Blanco? Nee!
Polieppatronen verschijnen bij het
  verschijnen van de maan
en verdwijnen bij het verdwijnen van de maan

Spaar dus je tranen, lieve Melancholica
De zon zal door blijven breken

JANNI:
De zon die de liefde in kleur zet

TOOTJE:
Kus je rustig tijdens het nachtelijke
  wachten
Je voeten warm in een bruisend bad


5.
TOMMI:
Vetvreten aan ongebakken deegrollen, is dat
  wat voor jou, lieve Mol?
Vetmesten met laboratoriumresten verpakt in
  vetvrij sierpapier, ga je hier wel voor?
Lovende woorden bekoren je nog steeds, is
  het niet, lief Graafbeest?
Belijd je medeleven en trek je terug

TOOTJE:
Met een macaroniekoek in de ene hand en in de
  andere een boek loop je, lieve Letterkop, 
  een rondje door je kamer
Daarna nog een rondje en nog drie rondjes en 
  nog acht rondjes
En dan van voor af aan, opnieuw
Dan–omdat je samenwoont met een vetplant–leg
  je de koek op een stoel
Of–omdat je samenwoont met een hond–leg je 
  het boek op de koelkast
Maar–omdat je ook samenwoont met een poes–leg
  je beide op de vloer
in de nabijheid van het snoer dat de
  knuffellamp met het stopcontact verbindt
Zo, voel je je nu een beetje beter?


6.
TOMMI:
Passen op de plaats passen
Wanneer rood rood rood de bomen
Passen op de plaats passen 
Wanneer
Dromen dromen draaien
Fraaie fraaie gazellen stikken in knellende
  knellende strikken

Passen op de plaats passen
Wanneer de romige romige melk
gegoten over verwelkte verwelkte narcissen
de frisse frisse kinderen doet zinderen in
  de friste friste noorderwind

Passen op de plaats passen
Wanneer buitelend buitelend de bijen
Passen op de plaats passen
Wanneer
Keien keien keien zoemen
Doem doem doem de kraaien
Laaiende haaien duiken in fuiken
Buikige kruiken barsten in de zuinigste
  zuinigste ochtendzon


7.
TOOTJE:
Twijfel niet, lieve Letterkop
Wuif de vijf verbazingen vaarwel

JANNI:
Soepel in de pols richting deur
Stijf in de pols richting raam

TOOTJE:
Bestuif het aanbeeld met kaneel
Besprenkel met gezoete melk
Schakel de ventilator aan en laat de mieren
  vrij

Stel je nu voor, dat
Je handen hebt en je de palmen ervan tegen
  elkaar wrijft
Je voeten hebt en je op je tenen balancerend
  zuigende geluiden voortbrengt
Je leeft aan gene zijde van de afspraakgrens 
  en blij bent

Nee twijfel niet, jij Letterpop
Prent de vijftien fragmenten in je
  kortetermijngeheugen en blaas tegen de
  hoge toren
Selecteer de stenen en plaveid het laatste
  stukje ruige heide

Rol nu het aanbeeld naar buiten
Plet de druif
Afdekken met een eikeblad
Leg de tak apart

JANNI:
Zo ver mogelijk van de duivenveer vandaan

TOOTJE:
Blaas tegen het hoge paard

Stel je nu voor, dat
Je ogen hebt en je ze opent
Je wangen hebt en je ze wit met gekoeld
  krijt


8.
TOMMI:
De lieflijkste onderstromen werken zich
  watervallend een weg
Geheugenkiezeltjes dreigen los te laten

Hup hup hup
Geitebok je lokt mij
Ik hoor je hoefjes
De plukjes van je vacht–verstrikt in de
  stugge struik–verraden je

Ja verderop staan de blaadjes er heel wat
  sappiger bij
Maar het zijn er niet genoeg vrees ik, voor
  ons allebei




Scene 2 Het accent ligt op het ZITGEDEELTE.
De aandacht van KINDJE en SHIRL weg van het podium. JANNI voegt zich bij hen en meteen daarna ook TOMMI en TOOTJE. ROCKO heeft nog wat werk op het podium en komt er dan ook bij.

SHIRL: Dus. Dit had ze al geschreven toen ze nog in Nederland was?

KINDJE: Dat dacht ik. Tommi. Wat jullie tot nu toe gedaan hebben. Deze teksten. Had je die niet uit Nederland meegebracht?

TOMMI: Momentje.

SHIRL: Beetje cryptisch wel hè?

KINDJE: Ook heel helder.

SHIRL: Als ik de omstandigheden niet zou kennen, weet ik niet of ze bij me binnen zouden komen.

KINDJE: Iemand die heel diep in de spiegel kijkt. Dat komt toch wel bij je over?

SHIRL: Nee. Nee, zo heb ik het niet gehoord.

KINDJE: Shirl!

SHIRL: Echt niet.

KINDJE: Ik ken het geheel. Dat zal schelen.

SHIRL: Dat zal zeker schelen.

KINDJE: Voor mij is het meer wennen hoe het met de muziek werkt.

SHIRL: Het zit geraffineerd in elkaar.

KINDJE: Daar ga ik van uit. Met Janni erbij verwacht ik niet anders. Maar even naproeven of ik het ook lekker vind. Misschien net een beetje te weinig pathos naar mijn smaak.

SHIRL: Ze laat Tootje zeggen 'droog je tranen, lieve melancholie'. Iets in die trant. En wat ik hoor is ook je puurste tristessa. Puurder lijkt mij bijna niet mogelijk. Maakt ze op jou ook de indruk dat ze nog onwennig is op de plaats die ze zich nu heeft toebedacht?

KINDJE: Als ze dit nu in zichzelf is tegengekomen kan ik me er iets bij voorstellen dat ze zich door haar publiek ook zo wil laten kennen. Voor mij is het ook een verrassing. Niet dat ze dit in zich heeft. Maar dat ze de behoefte heeft om te verwoorden. En dat ze dat ook kan.

SHIRL: Tootje laat zich ook kennen.

KINDJE: Zeker. Ook een fijne verrassing.

SHIRL: Hoe noemt zij zich ook weer?

KINDJE: Ms. Take One.

SHIRL: De stem van Tommi blijft een wonder natuurlijk, ook als ze alleen maar spreekt. En Miss Take is ook heel veelzijdig.

KINDJE: Soepele stem. Maar niet herkenbaar uit honderd.

SHIRL: Wat ze hier doet is voor haar ook een rol. Haar gaat dat spreken goed af.

KINDJE: Heel goed. Als het over de tekst gaat begrijp ik helemaal wat Tommi bedoelt.

SHIRL: Wat bedoel je?

KINDJE: Dat het haar er juist om te doen is, het hier en daar minder persoonlijk te maken.

SHIRL: Dat kan een keuze zijn. Met dit materiaal. Voor haar publiek. Zoals ik me dat voorstel.

KINDJE: Weet je dat ik helemaal niet weet wat ik me bij haar publiek voor zou moeten stellen?

SHIRL: Dat bedoel ik Schat. Dat ik me maar wat voorstel.

JANNI: Genoten tot zover?

SHIRL: Genieten is niet zonder meer het woord.

KINDJE: Ik ben nog aan het proeven.

JANNI: Een glaasje water. Heb jij daar de ijsbox?

SHIRL: Hier is-tie. Hoeveel wil je er?

KINDJE: Jij wil er éen, hè Janni?

JANNI: Ja Kindje, ik wil er éen.

SHIRL: Nou, hier heb je er éen.

JANNI: Lang geleden dat ik voor publiek speelde.

SHIRL: Je hebt het nog helemaal.

KINDJE: Jouw showjasje is nog niet versleten.

JANNI: Maar of het ook nog past?

SHIRL: Ik zie het nergens knellen of slobberen.

JANNI: En de stijl?

KINDJE: Een goed showjasje moet toch wel een paar generaties meegaan.

TOMMI: Ja voor mij ook zo'n glas. Tootje, jij ook?

TOOTJE: Lekker.

TOMMI: Waar riep je net ook al weer voor?

KINDJE: Of je nog in Nederland was toen je dit gedeelte van de teksten schreef.

TOMMI: Ja. De ruwe versie dan hè. Die waren de directe aanleiding dat ik mezelf bij je ingenodigd heb.

JANNI: Om hier je passen op de plaats te maken.

TOMMI: Je zegt het. Ah, jullie willen wat bloed en wat zweet en wat tranen van de artiest?

JANNI: Daarvoor zitten ze hier.

SHIRL: Vriend van me, je mag voor jezelf praten.

TOMMI: Ik vind het wel leuk om daar iets over te vertellen. Als jullie het goed vinden of is het leuker aan het eind?

SHIRL: Als het drie delen zijn vind ik wat context nu wel fijn. Wat de tekst aangaat. En dan doen we aan het eind de muziek?

KINDJE: En de uitvoering?

JANNI: Mij maakt het weinig uit.

TOMMI: Ik kijk even hoe lang Rocko nog nodig heeft.

SHIRL: Wat is dat een mooie armband Tootje.

TOOTJE: Mooi hè. Ik noem hem mijn groeiarmband.

SHIRL: Hij groeit met je mee.

TOOTJE: Zoiets ja. Deze schakeltjes hier is van toen ik drie was. En toen ik zeventien was had ik een borduurbevlieging, dus dit is zo oud. En sindsdien. Is dit. En dit. En dit is erbij gekomen. Als ik iets moois had dan fantaseerde ik dat eraan.

SHIRL: Dit is Afrika.

TOOTJE: Nou. Ooit van een rommelmarkt. Maar afrikaanse schelpjes ja.

KINDJE: Heel mooi.

SHIRL: Wat zit jij te glimmen?

KINDJE: Jij hebt van dit optreden genoten hè Janni?

JANNI: Het had wel iets lekkers.

TOOTJE: En?

ROCKO: Het staat er allemaal goed op.

TOOTJE: Nou. Hartstikke goed.

ROCKO: Zo de andere delen nog. Voor de promo-cd.

KINDJE: O.

ROCKO: Om naar de programmeurs van zalen te sturen.

KINDJE: Ik snap het Lieverd.

SHIRL: Ik dacht dat je het op internet zou zetten.

ROCKO: Wat ik doe, doe ik ook via internet. Maar ik noem het gewoon promo-cd. Ik heb mijn glas daar laten staan.

KINDJE: Dan neem je dat van mij. Ik heb voor eventjes genoeg vocht binnen.

JANNI: Tommi verkoop je ook met éen berichtje op haar site. Eén berichtje en binnen vijf dagen heb je meer boekingen dan zij in twee jaar wil doen.

TOMMI: Een stokpaardje van Janni.

KINDJE: Treed jij in dezelfde zalen op waar zij ook speelde?

TOOTJE: Ja wij doen een beetje hetzelfde circuitje. En dan heeft zij nog een paar grotere zalen.

KINDJE: Een circuit waarin plaats is voor jou en Tommi moet iets fijns hebben.

JANNI: Ik heb geen idee wat mijn circuit zou zijn. De mails die ik krijg zijn van zo'n uiteenlopende mensen die mijn muziek kopen.

KINDJE: De fans van Tommi die vanwege haar jouw éennalaatste aangeschaft hebben, zullen het niet vreemd vinden om bij deze Banntie jouw naam tegen te komen.

TOOTJE: Wij hebben ook al verschillende dingen samen gedaan. Op het podium. Dat zij een concert van mij meedeed. Of ik een concert van haar.

SHIRL: Allemaal al voorbereidend werk Rocko.

ROCKO: Tommi nu.

TOMMI: Oké. Wat context. De ontstaans-omstandigheid. Niet voor promodoeleinden.

ROCKO: Onder ons. Strikt vertrouwelijk.

SHIRL: Kindje noemde net naar mij het beeld van iemand die alles stop legt om even heel diep in haar spiegel te kijken.

KINDJE: Ja.

TOMMI: Voor dit eerste deel was dat een impuls, kun je wel zeggen. Ik wilde zicht krijgen op mijn baan. De baan die ik te gaan heb. Af en aan kon ik zo'n last hebben van een honger. Echt hier in mijn maag. Soms nog wel, maar toen, in die periode, bepaalde die mijn hele bestaan. Razendmakend. Ik wilde opnieuw vertrouwd raken met een rust. Dat mijn zintuigen weer ontvankelijk zouden zijn voor. Nou gewoon het geluid van een vogel. De zon, hoe die in de kamer valt. En zeker ook voor de stilte. Voor zover het dan in de stad stil kan zijn hè. Meer ook mijn eigen stilte. Opnieuw vertrouwd raken met de plaatsen waar de stromen van mijn grilligste gedachten mij ooit naartoe voerden. Altijd maar betrap je je erop dat je plannetjes zit te maken. Plannetjes van er zal eens. Ik was niet in wat ik kon. Zo zag ik het, dat ik niet was in wat ik kon. En ook al vindt Janni dat niet altijd nodig.

JANNI: Hoho. Als dat zo overgekomen is dan is dat een vergissing.

KINDJE: Voor mensen als jij en ik is dat vanzelfsprekender Schat. Ons gaat dat makkelijker af. De impuls van Tommi is meer om mensen te vermaken, ze een lekkere avond te bezorgen. En als je dan zo'n respons krijgt als zij dan valt dat niet altijd mee. Om als je nog wat anders bent ook, om dat in balans te houden met wat je kunt. Samen te laten komen in wat je doet.

JANNI: Dat hoor ik graag Schoonheid, dat als het op eigengereidheid aankomt je mij in éen adem noemt met jou.

TOMMI: Zingen en concerten doen is mijn baan. Dus daar bracht ik mijn honger mee in verband. Dat ik niet deed wat ik was. Zo zag ik het inderdaad, toen ik met deze notities begon. Altijd maar denken, om te worden. En denken om een helderheid te bereiken. Een helderheid waardoor er rust zou zijn in mijn hersens. En daardoor dan ook in mijn lichaam. En dat ik daardoor ook opnieuw opgelicht zou worden uit een staat van comateuze ongerichtheid. Onder de oppervlakte was ik echt niet veel meer dan een hongerige zombie. Ik wilde voor als ik wakker was een soort dagaktiviteit die verschilde van mijn nachtaktiviteit. En dit eerste deel komt voort uit een soort proberen om helderheid te krijgen. Op een andere manier dan alleen maar in mijn hoofd bezig te zijn.

ROCKO: Duidelijk.

TOMMI: Ik vertel de redenen die ik mijzelf gaf hè. Want achteraf is het een stuk minder duidelijk.

TOOTJE: Wiegen en wegen en wiegen en wegen.

TOMMI: Je zegt het. En de schoudergewrichten soepel draaien. En draaien en draaien.

TOOTJE: Uren liggen tot de stuiptrekkingen beginnen.

TOMMI: Gewichten verplaatsen eigenlijk.

TOOTJE: Intern.

TOMMI: Je zegt het.

ROCKO: Uit je stramienen breken.

TOMMI: Je zegt het.

TOOTJE: Sterven eigenlijk.

TOMMI: Ja. Als sterven samenkomen is met alles. Wat ik jullie verleden jaar heb laten lezen. Dat verslagje van waar ik toen vertoefd had. Daar had ik echt contact met alles en alles was echt. Ik was alle gewicht verloren. En alle ongerichtheid. Ik was gericht. Een laser.

SHIRL: In het stadium waarin je schreef wat we tot nu toe gehoord hebben, was je niet duidelijk wat er later zou gebeuren.

TOMMI: Het lijkt er wel op als ik nu sommige dingen terugkrijg die ik toen geschreven heb, maar toen had ik er echt geen vermoeden van.

SHIRL: Heb je ze op papier?

KINDJE: Ze zitten hier in mijn tas.

SHIRL: Geef me dit deel. Mag het?

TOMMI: Tuurlijk.

SHIRL: Dus het jaar hier, verleden jaar. Voordat je moeder dan doodging, toen heb je dat ruwe materiaal uitgewerkt tot wat jullie nu doen?

TOMMI: Nee. Ik had helemaal niet de impuls om het uit te willen werken. Dat ik hier was en niet daar was al zo'n goed gevoel. Ik heb het toen zelfs nooit meer teruggelezen. Maar de stroom hield niet op. Een soort beklemming, echt een klem hè, een fysieke aanwezigheid. Maar ook een soort nieuw stramien waar ik in terecht was gekomen. Veel met Walli alleen geweest dat jaar hoor. Dat valt jullie niet op omdat dat voor jullie allemaal normaal is. Voor mij niet. Maar het bleek wel de perfecte omstandigheid voor mij, voor waar ik in zat. Want als ik maar even alleen was dan was die klem er, of meer: werd ik in een sfeer getrokken. Dus dat was wel vreemd voor mij om behalve drinken en eten ook steeds pen en papier in mijn tas te doen. Een soort paniekerig gevoel was dat in het begin. En later heeft het gewoon zijn plaats gekregen. Al die tijd was ik er helemaal niet mee bezig of ik iets zinnigs noteerde. Het is pas nadat Stiertje dood is gegaan, omdat zij dood is gegaan, dat ik er een bericht in kon voelen. iets van samenhang.

SHIRL: Heb je het nu allemaal over dit deel?

TOMMI: Dit gaat over het tweede deel, wat we zo gaan doen. Het ruwe materiaal daarvan is uit deze periode. Het derde deel is van nadat Stiertje dood was, van meteen daarna. En pas later dan weer heb ik alles pas uitgewerkt. Tot wat je nu hoort.

SHIRL: Was dat makkelijk, of moeilijk?

TOMMI: Was dat makkelijk of moeilijk? Ik wilde dat bericht duidelijker maken voor mezelf. Soms snap ik er nog steeds een hoop niet van. Het is me lang niet altijd duidelijk wie nou ik is of wie jij. Dat verspringt. Met een soort intuïtie heb ik geprobeerd uit het ruwe materiaal een soort lijn aan te houden. Als ik het doe, er doorheenga, grijp ik het even. Als het goed is krijgt het even vaste vorm, en dan vlucht het weer. En als het niet goed is snap ik er helemaal niets van. Spreekt zij tegen mij? spreek ik tegen haar? wie is haar? Spreekt iemand in mij tegen een ander iemand in mij? Of is haar Stiertje? Het was mij echt niet duidelijk dat wat ik noteerde ook maar iets met haar te maken had. Dat zij een jaar nadat ik met die notities begon dood zou zijn. Verwacht je dat van iemand die nog geen vijftig is? en wanneer was zij nou ziek? Fysiek dan hè?

KINDJE: Nooit.

TOMMI: Je zegt het. Toen ik schreef 'wees bereid te sterven'. Of ook 'want sterven zul je'. Ik heb in de verste verte niet aan haar gedacht. Eigenlijk aan niemand in het bijzonder. Als ik al iets in mijn hoofd had dan was het meer iets algemeens. Iets existentieels.

KINDJE: Terwijl je het twee keer over een geitje hebt. En daar was Stiertje dol mee toen ze een kind was.

TOMMI: Nu je het noemt. Ja die foto's herinner ik me. En de verhalen ook.

TOOTJE: Volgens mij is sterven iets anders dan doodgaan.

SHIRL: Vertel Tootje.

TOOTJE: Wat Tommi net zegt, sterven is samenvallen met alles. Terwijl volgens mij doodgaan opgaan is in alles. Sterven kun je vaker en doodgaan maar éen keer.

TOMMI: Ik snap wat je zegt. Anderhalf jaar geleden zou dit helemaal langs me heengegaan zijn. Maar nu sluit het wel aan. Dus dat sterven kan voor mij bestemd zijn? Het is zeker zo dat doordat zij doodgegaan is er in mij iets van sterven heeft plaatsgevonden.

TOOTJE: Ik zou denken dat je snapt wat ik zeg, want je noemt het zelf.

TOMMI: Oh?

SHIRL: Nou doe dat tweede deel. Ik wil horen waar jullie het over hebben.

TOOTJE: Het laatste nummer, het begin. En ook het tweede nummer, deel drie.

TOMMI: Zeven keer gestorven te zijn!

TOOTJE: Je zegt het. Staat alles nog klaar?

ROCKO: Ik hoef maar éen knop in te drukken. Hopen dat we geen windvlagen krijgen.

JANNI: Alle winden en vogels en insekten die de soundscape verstoren, haal ik er vanavond of morgen met een paar toetsbeweginkjes uit. Rigoreus.

KINDJE: Kan je dat ook met spontaan applaus, of moeten wij ons inhouden?

SHIRL: Janni vind het echt heel leuk.

KINDJE: Dit is ergens ook fantastisch. Maar ik kan me er iets bij voorstellen dat hij straks die zalen aan zich voorbij laat gaan.

SHIRL: En dat reizen en restaurants en hotels. Om dat te organiseren hebben ze aan Rocko een goeie.

KINDJE: Dat zijn dichte afspraken, die Tommi met haar manager in Nederland gemaakt heeft? Waar die het overneemt?

SHIRL: Tommi zelf vertrouwd er helemaal op. En Rocko kennelijk ook. Ik heb er niet helemaal zicht op wat het verhaal is naar die vrouw toe. Waarschijnlijk dat het Tommi en Tootje zelf zijn die een hoop voorbereidend werk doen. Verrassend hoe dit voor Rocko uit aan het pakken is. Dat had toch niemand kunnen voorzien. Ik in ieder geval niet.

KINDJE: Het is zeker niet wat hij een paar jaar terug voor zichzelf zag.

SHIRL: Ik zie wel dat het heel enerverend voor hem is.

KINDJE: Weet Tommi?

SHIRL: Alleen jij en ik. Hij heeft op het punt gestaan het Tommi te vertellen, maar dat heb ik hem afgeraden. Niet omdat Tommi niet. Maar omdat hij het bij zichzelf moet houden. Er zijn nu 5 getuigen. Dat is genoeg.

KINDJE: Dat is wat ik dacht.

SHIRL: Ik heb Tommi beloofd dat ik er bij éen concert bij zal zijn.

KINDJE: Oh. Vliegtuig?

SHIRL: Tibor rijdt.

KINDJE: Heel misschien.

SHIRL: Kijk maar Schat.

KINDJE: Tommi is er helemaal niet zeker op dat er een positieve ontvangst zal zijn.

SHIRL: Zo heel anders dan wat ze tot nu toe gedaan heeft is het ook weer niet. En voor wie al van haar muziek houdt.

KINDJE: Zei ik ook. Als het echt van jou is wat je doet, zal wie al van jou houdt ervan houden.

TOMMI: Wij zijn zover.

SHIRL: Wij ook.

KINDJE: Wij ook.




Scene 3 Het accent ligt op het PODIUM.

1. (9)
JANNI:
Laaf je aan de fonteinen die ontspringen aan
  de voet van de vulkaan en je zult
jubelen met de onhoorbare vogels,
bedrogen worden door de berekenbaren,
bouwvallen opvangen en reconstrueren met
  voortijdige fantasie

TOMMI:
Brandkranen druppelen na
Het feest is geblust
Ging jij alleen naar huis, lieve Dierbare?
Wat is het lekker warm thuis
De rode gloed gloeit na
Kleine woordje ontsnappen aan je lippen,
  kruipen direct naar mijn borst

TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie

TOMMI:
Zweef mee met Mama Coma

TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie

TOMMI:
Betreed het onbetreden terrein
O wat ben je mooi, stoer gaand over dit
ongebaande pad
Zo kende ik je nog niet
Deels springend deels glijdend deels zwevend
  ja

TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie

TOMMI:
Voorwaarts in galop
O maar je bent ook ondeugend – je verkiest 
  je eigen teugels!
Nee, wij komen nergens wanneer jij je zo 
  wenst te gedragen
Wij hadden een afspraak of ben je dat
  vergeten?

TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie


2. (10)
JANNI:
Het nest valt uit de boom met de plastic
  kersen
Die plastic kers was een verboden vrucht 
  maar bleef wel lang vers

TOMMI:
Brandkranen te over, opgesteld op de meest
  onmogelijke plaatsten
Heeft hier een torrenbrein achter gezeten?
Met gebroken veugels kruipend in het mulle 
  zand de lokaties aangevend?

Wat een prachtige tekening
Wat een delicate nuanceringen
Wat een dwingend patroon staat er beschreven

Ja blijf het hekwerk volgen tot aan het open
  veld
En wanneer je nu over je rechterschouder
  kijkt kun je nog net je huis zien
zoals je het nooit zag
O wat is het een lekker warm huis
Tot op deze afstand voelen wij het
Nu duiken voor de zwerm torren
Daar waren wij niet op bedacht
Ze zijn prachtig getekend
Wat een delicate nuanceringen
Wat beschrijven ze een prachtig patroon

TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie

TOMMI:
Lieve Dierbare, ben je al gewend aan al deze
  wendingen
die je brengen tot aan de rand van je
  verstand?
Versta je nog wat je verstond?

TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie

TOMMI:
Leg je lever droog ter voorbereiding van een
  volgend feest.


3. (11)
JANNI:
Speel met de kaarten die je vond op de  
  bodem van je bloed en je zult
geuren met de kleurloze planten,
bedrogen worden door de jaartallenden,
etiketten stikken op losgetornde stukken van
  gehuurde feestkledij

TOMMI:
Het ravijn is nu wel erg dichtbij
Terwijl alle pretparken bij opbod verkocht
  zijn en vernietigd daarna
Slechts de bouten en de moeren zijn met zorg
  bewaard en gecatalogiseerd daarna
Je hebt de expositie ervan toch gezien?
Was het geen trieste affaire?

TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie

TOMMI:
Hunker met mij naar met glorie geplaveide
  paden,
waar het schijnsel van de lantaarnpalen
in schoonheid wedijvert met onderwoekerende
  struiken
Prachtig getekende schaduwen werpend
in dwingende patronen
vol delicate nuanceringen

Gesteld dat de vulkaan nu uit zou barsten
Zou je schreeuwen? wegrennen? verstijven?
een pose aannemen? die gefotografeerd in
  polyfone kleuren zijn boodschap zendt naar
  nieuwsagentschappen;
een bericht voor in een natijdige kalender?

Ach wat een verdrukkende drukte
De schijn is exclusief, dat weten we toch?
Schaduwpijnen dienen niet geconserveerd maar
  geconsumeerd te worden
Dus laten wij ons storten in het verderf van
  onze erfenis
Hebben de lantaarns hun wedloop met de
  realiteit niet de een na de ander
  gestaakt?


4. (12)
JANNI:
De roep van het bloed overstemt het plan

TOMMI:
Wees bereid te sterven, lieve Jij
Als cellenconstructie ben je mij dierbaar  
  in je huidige vorm
Maar om mij te onthechten hoef ik mijn wezen
  geen geweld aan te doen
Het is als het ware éen van mijn natuurlijke
  staten
Schrik je daarvan?

TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie

TOMMI:
Berekenbare breekbaarheid is geruststellend
Ware waarheid is geruststellend
Leef je met mij mee?
Ik leef met jou mee, lieve Dierbare, daar 
  kun je van op aan

TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie

TOMMI:
Ik ben je niet vergeten

JANNI:
Op de meest westelijke oever staan de
  Schapen naar de ondergaande zon te staren
De overstroming was eerverleden zomer en ook
  de winter die erop volgde was zwaar
Nu is de binnenbrand geblust,
maar het huidige ritme dient strikt te
  worden aangehouden 
wil de boom niet vervreemden van haar vrucht
O breed was het draagvlak toen de ramp nog
  recent was, 
maar inmiddels zijn de belangen gewijzigd

TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie

TOMMI:
Leg je blaas droog ter voorbereiding van een
  lange nacht


5. (13)
JANNI:
Scheepjes varen over de baren
En wat massief is slaat lek tegen wat
  vloeibaar is

TOMMI:
Komt er ooit een einde aan deze wandeling?
Nee ik zal nu niet beginnen te huilen, lieve
  Dierbare
Ik zal mij concentreren op iedere stap
Vanaf nu geen pauzeperiodes meer, ook al
  straalt de boekenkast nog zo lekker warm
Van vloer tot plafond breekbaarheid die te
  berekenen is
Gemiddeld achtenveertig details per plank
  maakt een totaal van vijfhonderdacht-
  entwintig natuurlijke staten
Dat overdondert je hè?
Ja ik geef het toe, ik heb geleefd als een
  geest

TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie

TOMMI:
De wapens strak trekken of wegwerpen
En oké muziek dan maar. Zingen
De wijs van de wijzen,
het leed van het verleden,
de samenhang van het onsamenhangende

Wat bezielt de stervenden?
Wat zal jou bezielen als je sterft?
Want sterven zul je
Zijn alle stervenden even sterk?
Zijn alle stervenden even zwak?
Aan de meest oostelijke oever ontwijken de
  Karpers de wrakstukken
De lucht is zeldzaam groenig, wat–zo heb ik
  mij laten vertellen–eens iedere twee
  miljoen etmalen het geval is
Op ochtenden als deze is het niet raadzaam
  je af te scheiden van het collectief
dat je door het lot aangewezen is geworden
  als het jouwe
Nee ik begrijp lieve Dierbare, dat het
  raadzaam is deze ochtend te mediteren op
  de overeenkomsten tussen mij en het
  collectief
dat mij door het lot aangewezen is geworden
  als het mijne

En om mee te leven met de stervenden
De volgroeiden zullen doen groeien. Ja
Regenbuien buitelen over elkaar in de
  tijdloze dimensie
Cellenstructuren desintegreren en
  herformeren
Rotte zooi voedt vruchten die zullen voeden 
  en bederven en voeden
Primaire kernen krimpen kermend. Verstoffen
Samen zullen wij deze berg bedwingen
Hadden wij niet altijd al het geluk aan onze
  kant?
Kijk hoe ik mijn voetjes nu stevig neerzet, 
diep ademhaal, 
diep mijn hakken duw in deze rode aarde

Ik ervaar het gevaar en ja ik zing luid
Opgelucht
Ai deze barre tocht maakt nog een bard van
  mij!
Vanaf hier ga ik dansend
Eerder stierf ik niet, ik bedierf gewoon
Maar vanaf dit punt laat ik onbedaarlijke
  zin zien
Dat kan


6. (14)
JANNI:
De geur van de rozen vermengt zich met die
  van de hyacint

TOMMI:
Waar de wanen elkaar raken ontmoet de macht
  zijn onzinnige werkelijkheid
Het berekenbare getal regeert
De stakkers die zich herkennen in het
  verhaal van allemaal bepalen de maat

Maar ik zal jou vertellen dat mijn motieven
  zuiver waren
Was ik dienstbaar dan was het zuivere
  dienstbaarheid
Was ik nieuwsgierig dan was het zuivere
  nieuwsgierigheid

En mag ik jou er voorts aan herinneren dat
  de baan die ik ben gegaan zelden raakte
  aan een collectieve waan?
En als ik dat kan–en ik zie er toch echt
  niet onaardig uit–dan kun jij dat toch
  ook?
Ik ben toch niet als enige daar geweest waar
  verwekkende en afstammende inwisselbaar
  bleken?
Lieve Dierbare, ik vertel je toch geen
  geheim wanneer ik onthul dat jij onder je
  kleren even naakt bent als ik?

Heb jij nooit de dode gezien die in
  foetushouding klaar lag om in verstofte 
  vorm verder te bestaan? 
In jou en door jou en met jou
En in en door en met iedereen die jou
  omringt
Ontroert dit afscheidsbeeld je niet?
Ontroert deze verstofte vorm je niet
  vruchtbarender dan de steriliteit van
  de stralendste fotolach?

Ah laten wij nu even rusten
Dat dit–wat wij hier nu meemaken–even op ons
  in kan werken
Ik heb inmiddels wel begrepen dat aan deze
  tocht nooit een einde zal komen
Ja wij hadden het geluk altijd al aan onze
  kant!
Kom, even plat met onze rug op deze rode
  aarde
Sluit je ogen en laat de informatie die nu
  door je spieren opgenomen is
doorvloeien in de rest van je organisme
O dit is bedwelmend
Loom word ik, vredig, gevuld
Ik maak contact met het externe bestaan
Met daar waar geen waan ooit is gegaan
Wat een feest, wat een feest, lieve Dierbare
  ben jij hier al eerder geweest? hier,
waar geen middelpunten zijn?


7. (15)
JANNI:
Twee Zwerfkeien, bewegend in het
  schemergebied tussen binnen en buiten

TOMMI:
Laten wij kijken of wij een paard kunnen
  vinden dat ons gezelschap wil houden
En ook al kunnen wij er geen vinden,
wij gaan ons niet schuil houden in de flat 
  vol met afgezaagde levens
Dat was deel van de afspraak of was je dat 
  ook vergeten?
O je glimlacht, dat vind ik fijn
Vertel mij
Waarom sluiten ze zich daar vrijwillig op?
Waarom begraven ze zich in het ene en het
  andere ding?
Waar staren ze naar als in hun ogen die
  glans verschijnt?

TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie

TOMMI:
Knoop je vest dicht, het gaat nu een stuk
  kouder worden


8. (16)
JANNI:
Tierelantijnen verfijnen de grove bokaal
Peterselie in overvloed
De Liefste zal smullen

TOMMI:
Stel je voor lieve Dierbare, je bent een kat
  met een vacht van robijnrode bovenharen en
  violette onderharen
Stel je voor, je bent een kat met een vacht
  van appelgroene bovenharen en indigoblauwe
  onderharen
Stel je voor, je bent een hond zonder benen
  die ligt in de armen van een man
voor wie een dagelijks geluksmoment met jou
  levensnodige voeding is

Nu niet de fout begaan direct over-
  enthousiast te worden
Alles wat voorbij komt zijn niet meer dan
  prille aanzetten tot vermoedens
Geef de tijd de tijd
Pas als het gaar is zullen wij weten of het
  waar is
In de tussenliggende periode echter zal
  niemand het je kwalijk nemen
indien je je pretpasjes polijst
Zeker ik zal je bemoedigend aanmoedigen
En–wie zal het zeggen–komt het ooit nog eens
  tot een duet
Is dat geen leuk vooruitzicht?
Ik dacht het wel
O je voelt je onder druk gezet, nee pret en
  druk gaan niet samen

TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie

TOMMI:
Laten wij wat wij nu nog aan voedsel hebben
  in ieder geval delen
Misschien heb ik iets wat jij lekker vindt 
  en heb jij iets wat ik lekker vind
Dat kan

Ach dit gebakkelei vermoeit je?
Zeker, de lucht is blauw dat zie ik, de
  vogels jubelen dat hoor ik
Dus ik zal je nu verder mijn confidenties
  besparen
Wij zullen ook alle energie die ons vandaag
  nog rest nodig hebben
om voordat de zon ondergaat een prettig
  bedje te vinden

Oké spring mee met Mama Coma
Ik heb er alle vertrouwen in dat het ons
  gaat lukken
om na een verkwikkend verblijf in de
  nachtelijke psyche
fris en klaar te zijn voor het feest van
  morgen
O je had dat nog niet gehoord?
Ja lieve Dierbare, morgen een feest
zoals er nog niet eerder een is geweest
En wij zijn ook uitgenodigd, jij en ik
Is dat geen leuk vooruitzicht?
Ik dacht het wel


9. (17)
JANNI:
Woest woest springen,
woest woest glijden,
woest woest zweven ja

TOMMI:
Wat een rommel op de kolderzolder
Het valt niet mee om tussen de hopen
  vuurpijlen te manoeuvreren,
éen onbehouwen beweging en de boel zal
  ontploffen
Ow jha, jouw zuchten verlichten mijn route,
  doen mij het gevaar verstaan
Hoe schattig en onschuldig het is
Aah, laat mij leunen op jouw kreunen,
laat mij trachten te lachen om jouw klachten

Mijn klachten heb ik in bruikleen gegeven
Tegen een goede prijs–dat mag ik wel
  verklappen
Een aan te raden constructie, maar niet
  zomaar voor iedereen toegankelijk:

JANNI:
Kattebelletje verzamelen en catalogiseren
  daarna
Inpakken in met fluweel beklede kistjes en
  tentoonstellen daarna
Negen lokaties met ieder een essentieel
  verschillende natuurlijke staat
Per lokatie met een verborgen camera
  het gezicht van éen van de toeschouwenden
  fotograferen

De negatieven handgroot afdrukken op lappen
  katoen–kussensloopformaat–en de aldus
  verkregen beeltenisvlaggen laten wapperen
  in de nachtwind
Twintig nachten bij een kracht van vijf en
  een richting zuidwest
Uiterste pauzeperiode tussen twee wapper-
  nachten negen etmalen, 
zodat de totale periode nooit de honderd-
  tachtig etmalen overschrijdt

Indien tijdens de operationele periode
kracht en richting langer dan negen etmalen
  niet aan de gestelde condities voldoet
dan dient iedere beeltenisvlag op de
  navolgende wijze behandeld te worden:

Negen opeenvolgende nachten het hoofdkussen
  overtrekken met éen van de negen vlaggen,
beginnend met de vlag die het nummer 1
  draagt en eindigend met vlag nummer 9
De lippen drukken op het voorhoofd van de
  beeltenis,
het voorhoofd drukken op de mond van de
  beeltenis
en in slaap vallen met de gedachte
  'wat ben ik alleen'
's Ochtends na het wakker worden de vlag
  opvouwen, dusdanig dat de beeltenis
  verdwijnt
Het vouwsel besprenkelen met een
  bloemenparfum naar keuze

Nu met ontspannen lippen en gecontroleerd
  middenrif blazen, achtereenvolgens
richting bovenkant van het leven, richting
  onderkant, richting achterkant en als
  laatste richting voorkant
– hand houden op de plaats waar in het
  vouwsel de beeltenis vermoed wordt
Vorm de gedachte
  'bedankt voor uw prachtige gezicht'
Met een energiek gebaar het vouwsel opgooien
  en laten liggen hoe en waar het
  terechtkomt

TOMMI:
Voor diegenen echter die het sterven slechts
  aan anderen overlaten
is er hoe dan ook geen enkele hoop

JANNI:
Ook al brengen ze de tegels tegelijk met de
  bonbons terug
Ook al weren ze vreesaanjagende praatjes
  over jagers en geweren
Ook al kruimelen ze kruimige aardappels en
  poten ze deze in potaarde
Ook al brengen ze bewondering op voor die
  wonderbarende baarmoeder
Ook al pleiten ze voor de pleitbezorgende
  die met zorgeloze inzet pleit
Ook al schrijven ze in spiegelschrift
  berichten op bewegende gezichten


10. (18)
JANNI:
Waterlanders en vuurlanders bereiken elkaar
Meteorieten versieren haar voetafdrukken
Ook in de stad kan het stil zijn

TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie

TOMMI:
Woest woest woest de wind
Zoek beschutting achter de schutting
Mijn bloed zo onstuimig dat de tinteling
  mijn huid verbrandt
Druk je oren plat tegen je hoofd lieve
  Dierbare, want woest woest woest de wind
Vond je jouw bestemming, toen
het door jou verwekte kind ter wereld kwam?
toen het groeide en stierf en voedde en weer
  groeide?
Verwarm met je handen je tanden als je
  lacht, deze kou is niet mis
Nog even en wij zullen de wind in de rug
  hebben
Dan zal het gedonder van het water heel
  anders klinken, neem dat maar van mij aan
Is dit geen ongehoord geluid?
Pas op, de rand wordt steeds smaller
Fijn dat wij samen zijn!
O ja, fijn dat wij samen zijn!
Ervaar jij dit ook zo?
Ja neem jij nu de teugels ja!
Ja ik zal je volgen
Zie je, dat pad had ik niet gezien
O je volgt het hondenspoor, nu zie ik het
Heb jij het water ooit zo hoog zien staan?
Springen nu en glijden
O woest woest woest deze wind
Mijn voeten raken amper nog het zand
Het lijkt wel alsof wij nu echt zweven,
  alsof wij niets wegen!
Kijk hoe het gewicht van mijn gezicht
  vervliegt
O mijn ogen branden
Het zand geselt mijn gezicht, of is het de
  wind die het zand geselt?
of is het het zand dat met de wind speelt? 
  en breken wij dit spel?
Kun je wat harder schreeuwen, ik hoor je
  antwoord niet
Je kent toch alle verhalen die verhalen wat
  zich hier zoal afspeelt?
En had je op basis van alle verhalen die
  verhalen wat zich hier zoal afspeelt
verwacht wat je hier nu meemaakt?
Wat jij meemaakt en wat ik meemaak en wat
  wij meemaken?
Is het niet–in éen woord–wonderlijk?
Of–in éen ander woord–verpletterend?
Ben je nog bij mij?
Stoer gaand tegen deze verwoestende wind?
Deels niets vermoedend deels achterdochtig

Nee je bent nu niet stout meer
Lief lief Troeteltje
Laat je groeten
Laat je voeten kussen
Op de wreef en tussen je tenen
En dan verder langs je enkels
Tot je je lichaam voelt als een warm bruisend bad




Scene 4 Het accent ligt op het ZITGEDEELTE.
De aandacht van KINDJE en SHIRL blijft op het podium tot TOMMI, JANNI en TOOTJE zich ontspannen bij hen voegen. ROCKO heeft nog wat werk op het podium en komt er dan ook bij.

SHIRL: Indrukwekkend. Gefeliciteerd.

TOMMI: Dank je.

SHIRL: Jullie ook gefeliciteerd.

TOOTJE: Dank je.

JANNI: Dank je, fijne Vriendin.

KINDJE: Bij het eerste deel vroeg ik het me nog af. Maar dit was heel sterk.

TOMMI: Wat vroeg je je af?

KINDJE: Of de muziek een goed idee was.

(SHIRL staat op en spoelt de glazen die op tafel staan in de emmers water die hiervoor bestemd zijn.)

TOMMI: Niet te swingend?

SHIRL: Ik had de associatie met fado. Fado Rap.

JANNI: Swingende Fado.

SHIRL: Smachtende Swing.

KINDJE: Heel toepasselijk voor Stiertje.

TOMMI: Nu je het noemt. Het is zo.

JANNI: Dat swingende komt helemaal van Tootje. Dat stond niet per se op de cd's waarmee ze aan het werk zijn gegaan. Ik vind het ook gedurfd.

TOMMI: Ik heb dat zeker niet zo gehoord toen ik me in het materiaal inluisterde. Maar zoals het nu is neemt het me echt helemaal mee.

KINDJE: Is dit wat jij doet Tootje?

TOOTJE: Tot nu toe heb ik eigenlijk veel onuitgesprokener gewerkt. Meer standaard rap zeg maar, beetje hiphop.

KINDJE: Er waren momenten dat ik Stiertje zag rondlopen daar. Nee, niet lopen. Alsof jullie drie samen zij was.

TOOTJE: Was swing haar muziek?

KINDJE: Helemaal niet, van die afschuwelijke funk was haar muziek. En een kleine afdeling Satie, Mompou, Keith Jarett, Chick Corea, van dat werk. Dat ik me die namen nog herinner.

JANNI: Dat zijn allemaal op een bepaalde manier wel swingende piano's.

KINDJE: Voor een specialist als jij kan dat best zo zijn Schat, maar in mijn praktijk met haar zag ik het als de oases van haar platencollectie. Altijd muziek die meid. Om gillend van te worden.

TOOTJE: Met jou ook?

TOMMI: Bij vlagen zonder ophouden. Behalve als zij alleen was, dan nooit. Net als sigaretten. Als ze alleen was rookte ze nooit.

TOOTJE: Dus jij bent goed thuis in de funk?

TOMMI: Schei uit.

SHIRL: En jouw muziek?

TOMMI: Ik heb haar al mijn cd's gegeven, maar we hebben het er nooit over gehad.

SHIRL: Dat is wat!

TOMMI: Ons normaal. Maar als ik er nu je het noemt bij stil sta.

JANNI: Is het om stil van te worden.

TOMMI: Je zegt het.

JANNI: En, staat het er weer goed op?

ROCKO: Yo. Van A tot Z.

KINDJE: Makkelijk met die apparatuur?

ROCKO: Als het mij lukt, is het makkelijk.

KINDJE: Het zou mij nog lukken?

ROCKO: Zelfs jou zou het lukken.

JANNI: Anders verkochten ze die dingen ook niet. Als een kind het niet zou kunnen bedienen.

SHIRL: Wauw Janni.

ROCKO: Een toost. Dat haar fans het kado dat zij voor hun in petto heeft in dank zullen aanvaarden.

SHIRL: Jij speelt gevaarlijk spel.

ROCKO: Ik ken het derde deel ook al.

JANNI: Ik doe mee.

ALLEN: Proost!

TOMMI: En dat de fans van Janni en de fans van Tootje.

ROCKO: Idem.

ALLEN: Proost!

SHIRL: Nou, commentaar Tommi.

TOMMI: Ik vind het echt fijn dat je zegt dat je de aanwezigheid van Stiertje voelt. Want jullie hebben wel gehoord dat ik in dit tweede deel jij echt opgevat heb als dat zij dit is. Een soort dialoog tussen haar en mij. Of tussen haar psyche en mijn psyche. En wat me dan achteraf zo verbaasd heeft is het actuele ervan. Bijvoorbeeld 'stoer gaand tegen deze verwoestende wind, deels niets vermoedend deels achterdochtig'. Dit heb ik drie dagen voor ze dood was genoteerd. Dat was zo'n vreemd woord voor mij toen ik dat schreef, gegeven de situatie. Achterdochtig. Maar het bleef zich opdringen. Dat heeft een hele middag geduurd. Dat ik het tegenhield. En uiteindelijk opschreef. En toen heb ik het doorgekrast. Maar ik kon pas overeind komen nadat ik het toch weer opnieuw neergeschreven had. En tot die tijd kwam er ook echt helemaal niets anders in mijn hoofd.

JANNI: En dat allerlaatste. De afsluiter van dit deel. Dat heb ik je al steeds willen vragen.

TOMMI: 'Nee je bent nu niet stout meer'. Dat bedoel je?

JANNI: Uhu.

TOMMI: Ik vertelde straks toch van die razendmakende honger. Dit is van de laatste dag voordat zij dood was. Ik werd verpletterd. Zo scherp de pijn. Over wat ik miste voordat ik wist wat van mij van belang is. En omdat ik niet opnieuw wilde vertrekken. Naar waar mijn vuisten als verstijfde ballen aan mijn gebogen polsen steken. En de mist in mijn hoofd mijn oogleden dichtplakt. Daarom moest ik haar verrot vloeken. Die honger kon ik gewoon niet gestild krijgen. Want ik ben echt niet zuinig geweest met al het lekkers dat mij aangeboden is. Dus dan ga je zoeken in de hoeken van een andere tijd en een andere plaats. Naar de oorzaak. Maar die dag was het zo helder dat deze andere tijd en deze andere plaats allebei vervlogen waren. En toen heb ik dat genoteerd. Maar ik had nog steeds geen besef dat ik het tegen haar had.

ROCKO: De laatste dag dat ze leefde!

TOMMI: Jullie weten toch dat ik naar Tootje in Nederland gebeld heb? Dat was de dag na die notitie. Vroeg die ochtend was ze dus doodgegaan. Dat drong zich ook heel sterk op, dat ik dat moest doen.

KINDJE: Was jij het naar wie ze die ochtend gebeld heeft?

TOOTJE: Ja dat was toen eventjes heftig, wat daar achteraan kwam.

JANNI: Ik vraag het omdat een onderliggende lijn in alle teksten bij elkaar ook veel weg heeft van een affectieve inhaalmaoeuvre. Terwijl ik op de een of andere manier de indruk had dat jullie uitzondelijk goed met elkaar waren. Ik heb natuurlijk wel gehoord dat je haar in het laatste deel een monster noemt.

KINDJE: In 1976 was Stiertje meer dochter van haar ouders dan moeder van haar kind, kan ik getuigen.

TOMMI: En in 1986?

KINDJE: Ook.

SHIRL: Vertel Janni.

JANNI: De klinische term is paroxysmale ziekte. Er zijn er verschillende. Energie wordt opgehoopt. En die moet dan een ontlading krijgen. De éen houdt dit vast de ander dat. Hysterie is zo'n ziekte. Iemand die hysterisch is verdringt de behoefte aan tederheid. Ja Engel ik vertel je wat er in de boekjes staat.

SHIRL: Niemand hier heeft het idee dat je de kunst van de verleiding op Tommi aan het oefenen bent.

KINDJE: Goeie Shirl.

JANNI: Maar bij mensen die echt hysterisch zijn is dat een steeds terugkerende cyclus van verdringing die leidt tot een kramptoestand die leidt tot een ontlading.

ROCKO: Vulkanische uitbarsting.

JANNI: Vulkanen ja. Terwijl het er hier meer op lijkt dat iets wat ooit opgehoopt is heel lang ingekapseld gelegen heeft voordat het nu doorgebroken is.

TOMMI: Nadat ze dood was. Nou toch wel die hele zomer. Ik heb me een beetje overeind gehouden door met dit huis bezig te zijn. Maar ik was een wrak. Ik verkeerde inderdaad in sferen waar oud zeer wordt verteerd. Ik zat in de naruis.

TOOTJE: Grote turbulentie onder het kalme oppervlak.

TOMMI: Je zegt het. Het is dat ik de ingeving had gehad om even helemaal geen afspraken te maken. En dat ik daar dan ook gehoor aan gegeven heb. Dat ik de boel stil had liggen. Want ik zou echt niet na een dagje uitvaart weer hup gewoon.

JANNI: Nee.

ROCKO: Nee.

SHIRL: In september, toen had je het rond met dit huis.

JANNI: Ja, eind september. Toen ik zestig werd.

TOMMI: Nou, rond. Eind februari heb ik pas de handtekeningen gekregen.

JANNI: Zoals het nu is kun je er in de winter ook niet bij. Behalve met een tractor.

TOMMI: Dat gaat veranderen.

SHIRL: Vertel het ons.

TOMMI: Momentje. Ik wil nog even doorgaan op wat Janni aanzwengelt.

ROCKO: Mooie plannen liggen er.

TOOTJE: Vind ik ook.

JANNI: Zo meteen. Engel, wat wou je nog kwijt?

TOMMI: Na die eerste maanden. Nadat ik de notities van deel drie had gemaakt. Nou dat weten jullie, toen ben ik tot ver in oktober nog bijna dagelijks met Walli weggeweest. Het was zo, dat ik merkte dat mijn antenne altijd op haar afgesteld had gestaan. En die zender zweeg, toen ze dood was. En daardoor begonnen andere signalen, die daarvoor altijd weggedrukt waren, die begonnen door te komen. Onwennig. Nee Stiertje was echt geen vrouw die zich wou laten roepen door 'mama mama'. Maar het kind dat 'mama mama' geroepen zou hebben bleek nog steeds in mij te zitten. En toen het verbod opgeheven was, hoorde ik mijn stem heel hard 'mama mama mama' roepen. Zo heb ik gerouwd. Walli trok zich er weinig van aan. Ook van mijn gehuil niet. Ik was wel verrast, door mijn trouw aan die vrouw die mij baarde maar nooit bemoederde. En zo nam ik afscheid, van het kind dat nooit bemoederd werd. En ik heb toen ook in mijn eigen lichaam haar laatste momenten ervaren. En daarom weet ik dat het haar darmen zijn geweest. Dat die zo opgezwollen waren dat haar hart geen ruimte meer had. Wat ik in die maanden. Wat ik in dat jaar ervaren heb. Dat zie ik eigenlijk als de uiteindelijke opvoeding die ik van haar gekregen heb. Waar ze mij in dat jaar kennis mee heeft laten maken. Het aardse bestaan en de dood. En een zinnigere opvoeding, lijkt mij eigenlijk niet mogelijk.

JANNI: Maar je honger was niet over.

TOMMI: Direct na haar dood was die continu. En als ik probeerde de zender die zij geweest was te zoeken. Om te proberen contact te maken. Dan werd ik acuut bevangen door een extreme uitputting. Nu is die honger nog maar een fractie. Ik heb nog wel eens een aanval. Wat de echte verandering is, is dat de klachten verstild zijn. Mijn gemis is winst gebleken. Op een bepaalde manier dan hè. Ik zat met de obsessie dat ik geen leven had wat ik mijn leven kon noemen. En door dit jaar is dat verdwenen. Die obsessie. Ik sta midden in mijn leven. Dat is gebleken. En dat is mij alles waard. En dit zie ik toch als een gevolg van de band die er dan toch was. Tussen haar en mij.

KINDJE: Weten zij dat je het ook over Pepe hebt?

JANNI: Wie is Pepe?

KINDJE: Haar papa.

JANNI: 'De dode die in foetushouding klaar lag'! Daar heb ik nooit bij stilgestaan dat jij je vader ook kende. En dat die ook dood is.

TOMMI: Nu (?).

KINDJE: Twaalf jaar geleden.

TOMMI: Ja. Ja dan was ik negentien. En hij net geen veertig. Ook nooit ziek geweest. Een dan hou je er, na zo'n ervaring, toch nog geen rekening mee dat iemand van nog geen vijftig ook zomaar ineens kan gaan.

KINDJE: In 1995.

JANNI: Toen woonde ik al hier.

TOMMI: Ja dat weet ik. Niet dat jij hier al woonde, maar dat het 1995 was. Toen ik daarover gebeld werd wist ik het ook voordat ik de hoorn opnam. Maar daar had ik eigenlijk een heel rustig gevoel over. Zeker twee jaar heb ik hem iedere nacht het moment voor ik in slaap viel gezien. En daarna alleen nog soms in een droom. Een paar hele heldere dromen.

ROCKO: 'Stort je in het verderf van je erfenis'. Dat moet jou aanspreken Shirl.

SHIRL: Ja dat moet. Je erin storten en ermee afrekenen. Anders kun je nooit veel meer dan doorrollen in een uitgesleten spoor. Maar het hele deel komt bij me binnen Lieverd. En dan ligt voor mij de clou erin dat verwekker en nakomeling inwisselbaar kunnen zijn. Met verwekker bedoel je hier je moeder? Zo heb ik het verstaan.

TOMMI: Ik weet het niet. Allebei denk ik. Haar en hem.

SHIRL: Als je ermee af aan het rekenen bent, kom je dat tegen ja. Dat verwekker en nakomeling inwisselbaar kunnen zijn. Zo complex is dat. Voor mij was het nooit een obsessie dat ik niet een leven had wat ik mijn leven kon noemen. Hoe ik bezig was had wel iets obsessiefs, daar niet van. Maar ik wilde iets omvangrijkers. In het centrum van mijn leven staan, dat wilde ik helemaal niet. Een leven dat enkel maar mijn leven was. Maar ik ben nu ook veertig en behalve mijn erfenis heb ik nu ook een eigen geschiedenisje. En dat groeit met ieder etmaal dat ik leef.

JANNI: Daar kan ik me iets bij voorstellen.

TOOTJE: Omdat hij dat nou net zegt over die paroxysmale ziektes en jij het over dromen hebt. Daardoor komt bij mij terug wat ik al tegen je zei. Dat rommel op de zolder wijst op gefilterde herinneringen.

TOMMI: En brand op zolder, dat je op het punt staat door te slaan. En als de brand door het dak slaat, was dat niet een teken dat je echt geestelijk gestoord bent?

TOOTJE: Je zegt het. Dus misschien is het echt wel zo dat je door dit te schrijven jezelf echt beter gemaakt hebt van iets dat op de loer lag.

TOMMI: Of zij heeft mij laten weten dat bij haar de brand geblust was. En dat ik mij niet langer de zorgen hoef te maken die ik mij altijd gemaakt heb.

KINDJE: Ik vind dit een fijn gesprek. Ik ben over een aantal dingen te gemakkelijk heengegaan. Van Stiertje. Van jou. En van mezelf ook. Je krijgt een kus van me.

TOMMI: En jij krijgt een kus van mij. Want als ik hier niet had kunnen komen dan wordt het me nu extra duidelijk dat het inderdaad heel goed zo had kunnen zijn dat ik behoorlijk doorgedraaid was. En Shirl krijgt ook een kus. En Janni ook. En Rocko ook. Nog een keer voor hoe jullie verleden jaar met mijn 'verdwijning' omgegaan zijn. Want als jullie mij aan Beer uitgeleverd hadden dan weet ik nu nog beter hoe het had kunnen ontsporen. En Tootje krijgt ook een kus.

JANNI: Waarom krijgt Ms. Take een kus?

TOMMI: Omdat. Omdat zij de schalen gaat halen die op de keukentafel klaar staan.

KINDJE: Ik loop even een stukje.

JANNI: Goed Schoonheid. We zullen wat voor je overlaten.

SHIRL: Tot zo Schat.

KINDJE: Tot zo.

ROCKO: Yo Kindje. Tot zo.

TOMMI: Je bent wel op tijd terug voor het derde deel hè?

ROCKO: Dat komt niet op vijf minuten. Wel?

TOMMI: Niet op vijf.

KINDJE: Tot zo. (Gaat naar buiten.)

TOOTJE: Tot zo. (Gaat naar binnen.)

SHIRL: Ja de 21ste van maart. Toen jullie bij mij waren. Toen was je net begonnen het hier schoon te maken.

TOMMI: Eigenlijk leeg. Het was niet vies.

ROCKO: Als je ziet wat ze in anderhalve maand al voor elkaar heeft.

TOMMI: Het scheelt dat je hier een vuurtje mag stoken. Wat een gras in éen maand. Ik noem het maar gras, maar van alles hè?

ROCKO: Dat kunnen de paarden niet wegwerken.

SHIRL: Hoe hoger het groen, hoe meer muggen.

TOMMI: Dat heb ik al gemerkt dat die nu minder zijn.

ROCKO: Zo, in het derde deel, komt er iets over gras voorbij.

TOMMI: Ik ben er ook wel een beetje ambivalent over om op deze plaats de cultuur in stelling te brengen tegen de natuur. Wat je allemaal aan moois moet uitrukken. Dat gaat me niet bij alles even makkelijk af. Maar ik hou er dan nog wel van als die mannen aan het zeisen zijn.

SHIRL: Ik herken dat dilemma. En wat je met het zeisen hebt ook. Bij mij komt er geen machine op het terrein.

JANNI: Ja. Dan ook nog deze hele Banntie gerepeteerd.

SHIRL: Praat er maar overheen.

JANNI: Waar overheen Twiets?

SHIRL: Waar overheen Janni?

ROCKO: Over die monstermachine van je.

SHIRL: Rocko weet waar ik het over heb.

JANNI: Mijn halve straat weet dat. En die vinden mijn machine fantastisch.

SHIRL: Dat jij met jouw oren dat geluid.

JANNI: Dat is waar je een vraag over had? Had dat eerder gezegd.

SHIRL: Ik heb dat meteen verdrongen toen ik zo'n machine bij je zag staan.

JANNI: Éen keer is ze bij me geweest. Al de jaren dat we hier wonen. En dat is wat ze er van meegenomen heeft. Nee Twiets, dat kan ik me voorstellen dat je je daar wezenloos van geschrokken bent. Maar ik schrik er op mijn beurt van dat je dat voor mij geheim gehouden hebt.

ROCKO: Het is een PR-machine.

JANNI: Zie je, hij begrijpt waar ik in mijn realiteit mee te maken krijg.

ROCKO: Maar zeker. Ook nog de hele Banntie gerepeteerd.

TOMMI: Ja dit huis en deze plaats hebben me een enorme stoot energie gegeven. Geven me iedere dag een stoot energie.

JANNI: Té afgelegen voor mij.

TOMMI: Een stokpaardje van Janni.

JANNI: Maar met Shirl heb ik daar nooit over gehad.

TOMMI: Ken jij een idealere plaats. Dichtgemetselde studiootjes. Kunstlicht.

JANNI: Om te repeteren bedoel je.

TOMMI: Ja. Ik moet er niet meer aan denken.

JANNI: Daarvoor is het hier ongeëvenaard.

TOMMI: Dacht ik ook. En ik weet gewoon dat dit een plek is die mensen trekt. Dat ik er eerder moeite voor zal moeten doen om nog een beetje alleen te kunnen zijn hier.

JANNI: Ik heb het toch goed begrepen. Dat Tootje nu een jaar minstens zou blijven?

TOMMI: Met Tootje heb ik nog nooit éen aanvaring gehad.

SHIRL: Waar blijft ze?

TOMMI: Die zal wel wat extra's aan het maken zijn. Een of ander spectaculair bloemen-gerecht of zo.

JANNI: Lekker.

SHIRL: Lekker?

TOMMI: Ze zou er een volle baan aan hebben gehad als ze op alle verzoeken ingegaan was. Dat is wat ze hier wil gaan doen dit jaar. Een groot bloemengebeuren in gang zetten.

SHIRL: Klinkt goed.

JANNI: Verleden maand heeft ze een paar keer paardenbloemsalade gemaakt.

SHIRL: Daar heeft ze niet ver voor hoeven lopen om die te plukken. Lekker?

JANNI: Was goed. Een beetje bitter.

ROCKO: Als in plaats van de koffieboon de paardenbloemwortel geëxploiteerd was, zag jouw erfenis er anders uit.

SHIRL: Niet de koffieboon maar de nootmuskaat is mijn schande Lieverd.

ROCKO: In ieder geval schijn je van die wortels een koffieachtige drank te kunnen maken. In september gaat ze het doen.

JANNI: En jij houdt helemaal niet van koffie.

ROCKO: Maar misschien net wel van paardenbloemwortelextract.

SHIRL: Wat wij paardenbloem noemen noemen ze hier hondenmelk.

TOMMI: Dat zal Tootje leuk vinden.

ROCKO: Ik kijk of ik wat kan doen. Nee?

TOMMI: Zelf wil ik een boomgebeuren in gang zetten. Er staan er hier in de driehoek echt hele mooie. Daar zaden van planten. Hier direct om het huis.

JANNI: Kersen noten perziken pruimen appels. Groeit hier allemaal. Peren. Ontzagwekkend goed.

TOMMI: Geen fruitbomen.

JANNI: Wel mooie bloesems.

TOMMI: Die er staan laat ik ook staan. Meer een beetje parkachtig. Een rij esdoorns langs het pad, mooie herfstkleuren, en veel schaduw. En aan de achterkant een bosje berken, voor het geluid, een stuk of twintig. En dan een paar eenlingen die wat trager groeien.

SHIRL: Je wil ze kunnen vertroetelen.

TOMMI: Je zegt het. En als mijn contract dan afloopt, zijn zij volwassen.

JANNI: En jij tachtig.

TOMMI: Als ik dat haal. En als er een jaartje bijkomt en ik ben nog steeds hier dan zullen ze me er niet uitschoppen denk ik.

SHIRL: Hoeveel mag je hier in cultuur brengen? Heb je daar afspraken over?

TOMMI: Niet echt nee. Er is wel genoemd dat het niet de bedoeling is dat ik meer dan éen hectare omhein. Misschien is een paar geitjes wel een idee voor het gras.

ROCKO: Een klein weitje kunnen die wel weg werken.

SHIRL: En het elektra en de warmte ga je met zonnenenergie doen hè. Alles?

TOMMI: In de parketkamers laat ik de tegelkachels staan, dus ik zorg ook dat ik hout heb. En een flinke voorraad kaarsen. Die ga ik misschien wel zelf maken. En als de computer een keer uitvalt of de telefoon omdat ik de batterijen niet op heb kunnen laden, nou dan is dat maar zo.

JANNI: Heb je dat al uitgezocht?

TOMMI: Ja daar is al iemand voor. De broer van Tünde. Hij komt overmorgen ook naar onze hongaarse presentatie.

JANNI: Laci? Je hebt het over Laci?

TOMMI: László ja.

ROCKO: Jouw masseur?

JANNI: Ja dat is de broer van Tünde. Ik heb hem ook uitgenodigd voor onze hongaarse middag.

TOMMI: Daar heeft hij mij niets van verteld. Maar die gaat het dus doen. De paar paneeltjes die er nu staan heeft hij ook gedaan. Gewoon iets meer van hetzelfde, dat ik net iets meer heb dan nu. Augustus september is de afspraak.

JANNI: Hartstikke goed. Hoe ben je bij hem gekomen?

TOMMI: Omdat hij het is die hier in de omtrek alle tv-schotels doet. Daarom vroeg ik of hij ook voor internet een schotel aan kon sluiten. En zo kwamen we op electriciteit. En zo dus.

SHIRL: Ja Vriend van me, het heeft ook voordelen als je de taal spreekt. Goeie masseur?

JANNI: De beste. Er bestaat voor mij geen betere. Maar masseren en converseren is nooit mijn favoriete combinatie geweest.

SHIRL: Hoe vaak?

ROCKO: Zes keer in de maand. Was het toch?

JANNI: O dat ben je niet vergeten. Dat heeft indruk op je gemaakt. Het is nog steeds zes keer. Maar toevallig Twiets, ben ik afgelopen jaar heel serieus met de taal bezig geweest.

SHIRL: O jij hebt ook geheimen voor mij hoor ik.

JANNI: Kutyatej, dat wist ik bijvoorbeeld.

TOMMI: Tuurlijk Kutyatej. Hai tante Kindje.

KINDJE: (Loopt door naar binnen.) De tafel nog steeds leeg of al weer?

ROCKO: Nog steeds.

TOMMI: Deze hele omgeving was trouwens allemaal bos ooit. Dit huis is gebouwd met hout van bomen die hier groot zijn  gegroeid . Het was het houtvesterhuis van dit gebied.

ROCKO: En ze hebben niet op een boom meer of minder gekeken. Onder het stucwerk zijn alle plafonds massief eiken, handgesneden balken van vijtien bij vijftien, aansluitend. En ze overkappen vijf meter. Hoe lang is die vleugel op het noorden?

TOMMI: Vierentwintig meter.

ROCKO: Vijftien bij vijftien. Dat zijn er tien in anderhalve meter, honderd in vijftien, hondervijftig in tweeëntwintig en een half. Honderzestig dus. Keer vijf en een half, want ze liggen aan allebei de kanten zeker zo'n stuk op de muur. Dus dan zit je op honderzestig keer vijf is achthonderd. En dan nog tachtig. Dus zeg maar negenhonderd meter balk. Eiken. Van vijftien bij vijftien. Reken jij nu even uit hoeveel bomen dat zijn Janni. En hoeveel hectare daarvoor gekapt is.

SHIRL: Éen hectare zou al erg veel zijn. Vijftien bij vijftien zei je. Eiken. Dus dat hoeven geen hele oude bomen geweest te zijn. Drie balken uit éen boom zou ik denken. Hooguit veertig bomen dus. Zeg voor het gemak negenenveertig. Zeven bij zeven. Vijf meter afstand. Dat is dan een perceeltje van vijfendertig bij vijfendertig meter.

ROCKO: Maar dan hebben we het pas over éen vleugel. En de westvleugel is even lang.

(TOOTJE en KINDJE terug van binnen, ieder met een grote schaal; éen met gebak, éen met thee.)

JANNI: Hier heb je zo lang over moeten doen?

ROCKO: Ja praat er maar overheen.

JANNI: Waar overheen Rocko?

SHIRL: Over de bloemen.

ROCKO: Shirl weet waar ik het over heb.

JANNI: O de bloemen. Tootje, staat het bloemengerecht nog binnen?

TOOTJE: Welk bloemengerecht?

TOMMI: Ik heb over je opgeschept. Waarom je zo lang wegbleef.

TOOTJE: Was ik zo lang weg dan?

JANNI: Behoorlijk.

TOOTJE: Ik heb wat smsjes beantwoord. Dat kwam er maar niet van. En dat kan een beetje uitgelopen zijn. Maar jouw thee wordt daar alleen maar lekkerder van.

JANNI: Nou kom op met die sütemény. Ze zien er weer te lekker uit Shirl.

KINDJE: Janni!

SHIRL: Hij is hongaars aan het leren.

TOMMI: Shirl vertelt net dat wat wij paardenbloem noemen dat dat hier hondenmelk heet.

TOOTJE: Leuk.

TOMMI: Kutyatej. Kutya is hond en tej is melk.

TOOTJE: Nou voor wie wat tej in de thee wil heb ik hier een kannetje warm. En suiker heb ik ook nog nergens ingedaan. Ik vind ze er ook verrukkelijk uitzien. Ik moest me in de keuken echt inhouden.

SHIRL: Oké smullen. Is dit van water uit de fles of uit de put?

TOOTJE: De put.

TOMMI: Ik heb het laten testen.

SHIRL: En goed?

TOMMI: Echt goed. Ik vermoedde het ook wel want nergens in de hele driehoek is industriele landbouw hè. Maar wat zo'n rivier allemaal meevoert? En wat dat met het grondwater hier doet?

SHIRL: Lekker ook.

KINDJE: Heel lekker Poes.

JANNI: Ja lekker hè?

ROCKO: Lekkerder dan wat ik uit de kraan krijg. Ik laat die bij mij nu ook testen. Kortzichtig dat ik dit nu pas doe. De regenwaterreservoirs staan evenveel droog als dat er wat in zit. Dus ik hoop ook op een positieve uitslag. En dan kijken of de paarden het lusten.

SHIRL: Prima idee. Als mijn tuinen droog staan gebruik ik het ook.

(TOMMI loopt naar het podium.)

JANNI: Eet je je gebak niet?

TOMMI: Ik moet nu geen zoet in mijn mond.

JANNI: Daar heb ik geen last van. Jij Tootje?

TOOTJE: Nee.

TOMMI: Je mag het gerust hebben.

ROCKO: Waar we nu zitten wordt het zwembad. Ook met water uit de put.

JANNI: En een paar monsterpompen.

ROCKO: Een paar kleintjes zeker. Het wordt onderdeel van een irrigatiesysteem. Meest natuurlijk verval.

SHIRL: Klinkt goed. Overdekt?

ROCKO: Overdekt en dan die wand helemaal glas. Een schuifpui, maar dan anders. Dat hij ook naar buiten geschoven kan worden zodat er daar een wintertuin is.

SHIRL: En dat gaat Ferenc doen?

ROCKO: Ja. En ik ga hem helpen.

KINDJE: Oh?

ROCKO: Ja.

TOOTJE: Zullen we?

JANNI: Ik kom er aan.

SHIRL: Gaan we genieten van dit derde deel?

JANNI: Ik weet niet of genieten het woord is.

SHIRL: Stout.

KINDJE: Geef ons alles wat je hebt.

JANNI: Voor minder doe ik het nooit.

KINDJE: Geef ons alles wat je bent.

JANNI: Dat te mogen, is mijn voorrecht.

SHIRL: Go Janni go!




Scene 5 Het accent ligt op het PODIUM.

1. (19)
TOMMI:
Mijn mama is dood 
Een vuurpijl als een staaf dynamiet is
  afgegaan
Een explosie van onberekenbare grootte
Het hele landschap éen ravage
De wrakstukken verzamelen en reconstrueren?
Niet mogelijk! Dit is het nieuwe landschap!
Het oude landschap is voorgoed verdwenen

Dag lieve mama, dag lief monster
Ik haak af
Ik zweef niet verder mee
Ik leg mij op deze rode aarde
en laat de informatie die mijn zenuwen
  opgenomen hebben
doorvloeien in de rest van mijn organisme 

Dag lieve mama, dag lief monster 
Hier scheiden zich onze routes
Ik glij niet verder mee
Ons duet was kort en verheven
Het afscheid is verpletterend
De opstand zal zacht zijn
Ja nu al ervaar ik het
Achtergebleven op deze rode aarde
voel ik mij niet verlaten,
voel ik mij geborgen,
weet ik mij gevoed door mijn dode dode mama

Ik zal naar haar kijken
Ik zal kijken naar het gezicht zonder
  gewicht, zodat mijn herinneringen
mee tot as zullen vergaan

TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie

TOMMI:
In het gruis zal mijn thuis zijn
In mijn huis zal vrede zijn


2. (20)
JANNI:
Zullen de mooie meisjes dansen? Zullen ze
  huppelen over het zand?
Hoe liggen achter en voor de kansen? Hebben
  we ijs of hebben we brand?
Was de heuvel stug en steil? Hakte hij met
  botte bijl?
Was de hof vol zon en zang? Waren de druiven
  zoet of wrang?

TOMMI:
Perenbomen krommen knoestig in de tuin der
  zeven lusten
waar mama papa kuste
onnozel en oprecht

JANNI:
Het blussen van de brand in haar buik was
  een klus die buiten elk scenario om moest

TOMMI:
Het is toen dat de paarden zijn verdwenen
  uit het laagland,
om nooit meer terug te keren

JANNI:
Vertrokken zijn ze naar de besneeuwde toppen
  van het rotsgebergte,
waar ze zich vermengd hebben met de stenen

TOMMI:
Een nog ongecatagoriseerd ras ontstond,
dat past bij deze onherbergzame streek

JANNI:
Waar de lucht naar peper en mint smaakt
en de ijskristallen melodieën doorgeven
  die helderder klinken
naarmate in het oor van de toehorende
  kennis en liefde éen stem zijn

TOMMI:
Het zijn de prachtigste wezens die hier
  wonen – zo doen getuigenissen vermoeden
van die enkeling die deze streek bereisd
  heeft en terugkeerde

JANNI:
Het zijn deze teruggekeerden
die de Banntie vermorzelen met éen enkele
  blik

TOMMI:
Gelukkig dat ik het geluk altijd al aan
  mijn kant had
want het is uiterst zeldzaam dat iemand
  terugkeert

JANNI:
En nog zeldzamer is het dat een
  teruggekeerde–die overigens nooit langer
  dan zeven etmalen blijft–deze glimlach
  toont

TOMMI:
Getuige te mogen zijn van deze glimlach
is sereniteit voorproeven
die in het verschiet ligt

JANNI:
Slechts bereikbaar in de nabijheid van een
  dood
die volgt op zeven keer gestorven te zijn


3. (21)
TOMMI:
Passen op de plaats passen
Wanneer de zwarte zwarte aarde as baarde
Passen op de plaats passen
Wanneer verdriet over een griet die
  verscheen en verdween en verdween en
  verdween een lied zoekt

Op de prairie woont een meisje
Assy Stiertje is haar naam
Ik ben gegaan om haar te kussen
Maar haar mond werd een banaan
En haar vingers werden peulen
En haar buik een grote slang
Ik ben gegaan om haar te kussen
Nee zij maakt mij echt niet bang

In de bossen doolt een meisje
Assy Stiertje is haar naam
Ik ben gegaan om haar te kussen
Maar haar neus werd een liaan
En haar tanden werden besjes
En haar rug een grote blaf
Ik ben gegaan om haar te kussen
Nee zij stoot mij echt niet af

In een bedje droomt een meisje
Assy Stiertje is haar naam
Ik ben gegaan om haar te kussen
Maar haar scalp werd een vulkaan
En haar tenen werden vissen
En haar bips een grote mug
Ik ben gegaan om haar te kussen
Nee zij jaagt mij echt niet terug


4. (22)
TOMMI:
De maan als een wiegje ligt te wachten om 
  de ster te ontvangen
Rammelende rammelaars worden schaarser en
  schaarser
Op de wreef en tussen mijn tenen ben ik
  gekust
Nu ben ik moe dat kun jij je voorstellen,
  jij die met mij bent geweest, waar
De kleuren zich onttrekken aan de
  prismawetten
Het verloop van het verhaal zich onttrekt
  aan de reglementen
Liefde geen geheugen heeft

Dierbaarste Dierbare, ja jij hebt mij enorm
  geholpen
Let maar niet op de tranen in mijn ogen als 
  ik je dit beken
Zonder jou had ik deze tocht gezocht noch
  overleefd
Maar wat een positieve ervaring!
O ik had op basis van alle verhalen die
  verhalen wat zich hier zoal afspeelt
in de diepste diepte niet verwacht wat ik nu
  meegemaakt heb

JANNI:
Zij heeft de maan verstaan,
ja zij heeft de maan verstaan
De maan heeft haar verstaan,
ja de maan heeft haar verstaan

Ja het graan heeft haar verstaan,
het graan heeft haar verstaan
Ja zij heeft het graan verstaan,
zij heeft het graan verstaan


5. (23)
TOMMI:
Panki Poko Sollo Maalo

TOOTJE:
Dus je leeft nog, lieve Letterpop
Weet je nog hoe het was en nooit meer zal
  zijn?
Waren wij gelukkig?
Ik dacht het wel!

JANNI:
Frendi Frendi Frollie Faata

TOMMI:
Pannelappen achter de hand houden
Ja mijn tanden doen pijn, maar dat had je al
  geraden

TOOTJE:
Aan het raam sluit zich de rij
Op de ruit een plakkertje 
waarop met grote onregelmatige letters
  zeg denk voel JA staat geschreven
Begrijp jij nou zoiets, lieve Letterpop?
Ben je helemaal heen en terug geweest?
Is het bevallen?
Ik bedoel was het mooi?
Ik bedoel intens?
Ik bedoel ver ver ver ver uit?

JANNI:
Pieka Pieka Hoge pieken

TOMMI:
Paardje wil je mijn maatje zijn

TOOTJE:
Pieka Pieka Hoge pieken

TOMMI:
Eeuwig ruist het zoete refrein

TOOTJE:
Ruige banen Blanke toppen

TOMMI:
Paardje leg je vleugels af
Trippeltrap hier op de plaats pas en ik zal 
  je borstelen tot je kirt 'genoeg genoeg'

JANNI:
Snappel Snappel Snappel

TOOTJE:
Trek recht die rug
Omhoog die kin
Lach ja, luid en jubelend
Schater ja

TOMMI:
Bello Bello Bello

TOOTJE:
Stevig nu en overtuigd
Vol vertrouwen ook
Blanco tot op het bot
Gek hè? die beroerde uitputting
loerend om toe te slaan

JANNI:
Gabbe Gabbe Gabbe

TOMMI:
Trap mij hoog, trap mij laag
In een vlaag van waansverduistering, zullen
de mieren vieren dat ze geen vliegen zijn
de schapen zich vergapen aan de zijderupsen

JANNI:
Teppo Teppo Teppo

TOOTJE:
Leg de roos tussen het kroos
En fotografeer
Breng het tralievenster aan
Versier met sierpapier
En fotografeer
Trek het laken over het dode hoopje
Knoop twee aan twee de punten strak
Maak een holte voor vier lepeltje –
  dessertformaat
Fotografeer

JANNI:
Prakke Prakke Prakke

TOMMI:
Bega een geluk
Ja jij met je tong die kan likken
en je tranen die sporen achterlaten op droge
  doeken
En ook jij met je handen die kunnen bewegen
en je voeten die sporen achterlaten op natte
  stranden

JANNI:
Fessie Fessie Fessie

TOOTJE:
Vreet je door de berg
Staal de wil
Het gegil is tijdgebonden en zonder
  betekenis
Jij Likkepot van de gestremde melk, breek
  door de schil van deze waan
De dingen spreken niet uit zichzelf
Dit lijkt mij redelijkerwijs het geval
Concentreer je op alles wat zich niet laat
  fotograferen

TOMMI:
Affel Affel Affel

TOOTJE:
Streel het teefje tot zij glanst

TOMMI:
Tronk Tronk Tronk

TOOTJE:
– Over en sluiten –

TOMMI:
O wat staan die irissen er prachtig bij!
Wat blijven die vissen dapper onder water
  doorzwemmen!
Ze kennen geen aarzeling of wel?
– Over en sluiten –

JANNI:
Nee, zij is iris noch vis

TOOTJE:
Schep schelpen, scheidt de gehavenden van de
  ongehavenden
Vul het voordek van het schip en zet de
  koers
Schilder–in volle vaart–het achterdek met
  gemolten chocolade,
afwerken met geglazuurd zeeschuim
Zo, nu kun je gasten nodigen. Aan wie denk
  je?
En kun je die bereiken? Nee hè?

TOMMI:
Wijs mij mijn plaats, dierbaarste Dierbare,
en ik zal mij erop nestelen, denkend aan jou
Ik zal je bekennen dat ik het nu wel erg
  koud heb
Het is een zuiging die sterk op mij werkt
Indien je bloed koud vermengt is met iemand
  die net is terugvertrokken,
nou dan voel je dat wel
En dat is dus de zuiging die ik bedoel

JANNI:
Paronni Paranni Parunni

TOOTJE:
Ja teven dreven in trossen rond
Geronnen bloed begon spontaan te vloeien
Het leed is geleden

JANNI:
Want dat teventrossen verlossen dat weet een
   kind

TOMMI:
Verkeren in sferen die verkeren en verkeren

TOOTJE:
Apsie Apsie Apsie

TOMMI:
O hoe grillig het pad
Trippeltrappel passen op de plaats pas
– Ook als deze niet past –

TOOTJE:
De merrie draaft teugelloos door de nacht
Hoor haar, hoor haar


6. (24)
JANNI:
Zullen de mooie meisjes dansen? Zullen ze
  huppelen over het zand?
Hoe liggen achter en voor de kansen? Hebben
  we ijs of hebben we brand?
Was de heuvel stug en steil? Hakte hij met
  botte bijl?
Was de hof vol zon en zang? Waren de druiven
  zoet of wrang?

TOOTJE:
Kooronne Kooronne Kooronne

TOMMI:
Zit ik aan je sponde
Hoor ik je snikken
Nadat je kreunde
Zie ik de kleur van je konen
Ja je houdt van dit spel dat bij je leeftijd
  past

TOOTJE:
Kooronne Kooronne Kooronn

TOMMI:
Ga je ondergronds met mij?
Haksnijdend door het wortelwoud
De vochtigste aarde is nooit koud
Kom wij doen even een dutje

TOOTJE:
Kooronne Kooronne Kooronne

TOMMI:
Bloot de armen, bloot de benen
Rennen door het genaakbare gras
Zo groen, zo doorschijnend, zo in continue
  beweging
Zo levend een eigen leven
Zo bijna éen met alle elementen


7. (25)
TOMMI:
Foto's uit de oude doos worden brozer en
  brozer

TOOTJE:
Pronko Pronko Pronko

TOMMI:
Breed de wagen, hobbelig het pad

TOOTJE:
Stampoola Stampoola

TOMMI:
Reik mij je hand

JANNI:
Niets dwarrelt

TOOTJE:
Prosso Prosso Prosso

TOMMI:
De klanken verklinken

JANNI:
Niets schakelt met niets

TOMMI:
Trillingen
omringen de stilte
omringen mij
Als blaadje de bloem


8. (26)
TOOTJE:
Het paard–de warme vervoershulp–heeft zich
  te ruste gelegd

JANNI:
Zij heeft zich bij laten staan door de
  schijn van de zon
Heeft zich bij laten staan door de schijn
  van de maan
Is gegaan met de rivier tot aan de oceaan

Zij heeft gegroet met haar voet
Heeft gestampt met haar hand
Is gegaan met de sneeuw tot aan de rand

Zij is gegaan met de maan tot aan de oceaan
Is gegaan met de zon tot aan de bron




Scene 6 Het accent ligt op het ZITGEDEELTE.
De aandacht van KINDJE en SHIRL blijft op het podium tot JANNI terug is aan de tafel. TOMMI, TOOTJE en ROCKO blijven nog tamelijk lang op het podium bezig voordat ze zich bij de anderen voegen.

SHIRL: Genoten. Gefeliciteerd.

KINDJE: Phoe Schat, het is fantastisch. Maar met jou zijn ze niet zachtzinnig omgegaan.

JANNI: Zo'n stootje mogen ze mij ieder jaar éen bezorgen.

SHIRL: Je bent dus wel een beetje tevreden?

JANNI: Helemaal gelukkig.

KINDJE: Het is onbetaalbaar.

SHIRL: Die is goed Schat. Onbetaalbaar.

JANNI: Ja Vriendin van me, het heeft ook voordelen als je je huis eens uitkomt.

SHIRL: Stout.

KINDJE: Fantastisch. Deze hele middag.

SHIRL: Als het over de muziek gaat ben ik het met Kindje eens. Het is helemaal een andere geluidswereld geworden dan jij puur.

KINDJE: En toch is Janni Perro overeind gebleven.

JANNI: Is het niet hartstikke verrassend wat zij met die restjes gedaan hebben? Een collectie mooie outfits voor die teksten hebben ze ervan weten te maken. Naakt in de wereld moet je wel erg gezond zijn wil je geen kou vatten.

SHIRL: Je zegt het. Om een uitdrukking van Tommi en Tootje te lenen.

KINDJE: Niet zo bescheiden Schat. Sommige van die restjes zijn wel schitterende juweeltjes. De meeste.

JANNI: Dank je Schoonheid. Ik heb het ook altijd jammer gevonden dat ik ze niet in kon passen in mijn eigen cd's. Dat ze net te lang waren of net te kort of het ritme of de sfeer klopte niet met de rest. En nu zijn ze eindelijk goed terecht, want zij hebben ze meer dan eer gedaan.

SHIRL: Ik ben benieuwd wat de reacties uit Nederland zullen zijn. Ik hoor het volgende maand wel.

JANNI: Ik heb het misschien verkeerd begrepen maar uit iets wat Tommi zei maakte ik op dat jij naar éen van de concerten wil komen?

SHIRL: En dit heb ik niet eens in een opwelling beloofd. Bijna twee en een half jaar, tegen die tijd ruim drie jaar, dat ik niet meer daar geweest ben, dus dit leek me een goede aanleiding. Als al het andere me nog steeds tegenstaat, heb ik dat in ieder geval.

JANNI: En?

SHIRL: En wat?

JANNI: Ik bespeur hier echt een geheim.

KINDJE: Ja Poes, ik ook.

SHIRL: Het is de bedoeling dat ik een oude geliefde ga ontmoeten.

JANNI: Hmm vertel.

SHIRL: Dat doe ik niet. Als het niet tegenvalt, krijg je een verslag.

JANNI: Waarom ga je die oude geliefde niet hier ontmoeten?

KINDJE: Ja waarom ga je daar zo lang mee wachten?

JANNI: Dat ook.

SHIRL: Ik ga er toch niet op in.

KINDJE: Gelijk heb je.

JANNI: Van mij krijg je ook gelijk.

SHIRL: Nu ik het van begin tot eind gehoord heb, begrijp ik nog beter dat je je uiteindelijk in deze Banntie op de achtergrond gehouden hebt.

KINDJE: Ik ook Schat. Maar jouw aandeel maakt toch het verschil.

JANNI: Tussen?

KINDJE: Zin en onzin.

JANNI: Hier doe je me een enorm plezier mee Schoonheid.

SHIRL: Een heel mooi compliment, waar ik me helemaal bij aan kan sluiten.

JANNI: Is er iets niet goed gegaan daar?

ROCKO: Nee. Alles goed. We komen er aan.

KINDJE: Toen ik de teksten voor het eerst las was het voor mij een heel helder verhaal. Maar erg rationeel verantwoord zijn ze niet.

SHIRL: Geef me de andere delen ook, voor ik het vergeet.

KINDJE: De muziek brengt de tekst naar de grond. Iets omgekeerds van wat meestal de bedoeling van muziek is.

SHIRL: Dat is wel de bedoeling van funk.

JANNI: Dat is funk ja.

KINDJE: Ik begrijp wat je bedoelt.

JANNI: Je zus was waarschijnlijk ook een vlieger die een anker nodig had.

KINDJE: Ja dat begrijp ik nu. Maar doordat ze met dit materiaal van jou hebben kunnen werken krijgen zij dat wel subtieler voor elkaar dan die bonkende bassen en die schetterende trompetjes.

JANNI: Aan mij is het ook nooit besteed geweest.

SHIRL: Je hoeft ze niet terug?

KINDJE: Ze zijn voor jou Poes. Dus toen ik ze las waren ze voor mij helemaal te volgen. Maar dan stel ik mij mijn broer Beer voor. Want daar heb ik wel wat ervaring mee. Hoe die tegen de dingen aankijkt. En dan krijg je kortsluiting. Dan wordt het pure onzin.

SHIRL: Ik ook. Ik heb ook een heel klein beetje ervaring met hoe jouw broer Beer met de dingen omgaat.

JANNI: En ik ook een mini mini klein beetje.

KINDJE: Door jouw materiaal en door hoe jij je opgesteld hebt, heeft de muziek een kwaliteit kunnen krijgen waardoor deze teksten de censuur van de ratio passeren. Zelfs bij Beer zullen ze als een speer naar binnen glijden.

JANNI: Vlak de talenten van die twee niet uit.

KINDJE: Zeker. Die ook.

SHIRL: In het eerste deel bleef voor mij raar genoeg de tekst ook ergens daar hangen. Even geblokkeerd of zo. Maar in het tweede. En zeker ook in het derde. Ik hoor hoe jouw werk de boel bij elkaar houdt. Maar door hun aanpak wordt het gewicht heel anders. Het is voller en toch lichter. Trouwens dat lege podium. Alleen die laptopjes en die toetsen en die microfoons. Gaan ze daar nog wat mee doen?

JANNI: Niet koud, de muziek hè?

SHIRL: Helemaal niet. En het podium ook niet. Ik vergeet jullie drie. Ook heel mooi.

JANNI: Ze laten dat ook zo. Tootje blijkt tamelijk beroemd te zijn met videotoestanden bij haar optredens, maar ze hebben besloten hier alle showelementen te elimineren. Daar ben ik allemaal niet bijgeweest, maar daar hebben ze met z'n drieën eindeloze gesprekken over gehad.

SHIRL: Wat ik ook hoor is dat jouw materiaal bij elkaar gehouden wordt omdat het allemaal naar hetzelfde verwijst.

KINDJE: Janni-janni heeft je het een en ander ingefluisterd. En misschien je moeder ook?

JANNI: Het is inderdaad allemaal restmateriaal van nummers die met die ervaringen te maken hebben. Ik zou niet gedacht hebben dat dat direct te horen was. En zeker niet na deze behandeling.

SHIRL: Heel duidelijk.

JANNI: Zo zie je maar.

KINDJE: Vind ik ook. Heel duidelijk.

JANNI: Het begin. Van dit derde deel dus. Het eerste nummer, wat de directe reactie op de dood is. Echt voor mij gesproken is dat het nummer waar het muzikaal om draait. Daar ligt voor mij de connectie met het materiaal wat ik ze aangeboden heb. Mijn verhaal met Janni-janni is anders. Op een bepaalde manier heeft Tommi het over een afscheid. Hoewel ze ook zegt dat ze zich niet verlaten voelt, dat ze zich geborgen voelt, dat ze zich gevoed weet door haar dode mama. Maar voor mijn idee bedoelt ze toch niet hetzelfde als wat ik met Janni-janni heb, die altijd bij mij gebleven is. Ik had wel meer en meer en meer gewild. Had ik hem tien jaar moeten dragen omdat hij niet meer had kunnen lopen, dan was me dat geen moment te veel geweest. Ik heb vaak tegen hem gezegd, jij gaat de oudste cocker worden ooit. Alle records gaan eraan. Maar het mocht niet zo zijn. En toen de eerste maanden, bijna een half jaar, van diep verdriet. Behalve in een stoel zitten staren wilde ik helemaal niets. Maar ik merkte dat ik hem niet miste. Omdat ik merkte dat hij er altijd was. Dat ervaarde ik. En dat hij ging toen hij ging was uiteindelijk ook helemaal hij.

KINDJE: Er gaat wel eens iemand op zijn plaats zitten, of liggen, maar niemand kan zijn plaats innemen.

JANNI: Zo is het.

SHIRL: Met deze muziek draag je hem. Wat Tommi en Tootje er ook van gemaakt hebben.

JANNI: Dat is ook heel fijn. Ja wat ik wel eens mis is dat ik hem jullie niet kan laten zien. Niet meer met hem kan pronken.

SHIRL: En door deze muziek kan ik hem ook zien.

JANNI: Het is de Banntie van Tommi. En het is hun muziek.

KINDJE: Straks zei ik al dat er momenten waren dat ik Stiertje kon zien. Maar ik kan me ook helemaal bij Shirl aansluiten. Dat als ik me focus op jouw aandeel dat je Janni-janni laat zien.

JANNI: Ik heb er wel eens een dag tussen dat ik bang ben. Dat ik hem alsnog ga verliezen. Nee, dat ik bang ben is niet wat het is. Dat er een angst in mij is.

SHIRL: Je geloof wankelt even.

JANNI: Jij bent ondeugend. Een honger neemt het even over en mijn reële kijk op de actualiteit is even helemaal foetsie. Dat je iets gemist hebt voordat je wist wat voor jou van belang is, is mij niet vreemd. Om het zacht uit te drukken.

SHIRL: Daarom weet jij ook te vertellen van die paryxhuppeldepup ziektes.

KINDJE: Je zegt de éen houdt dit vast en de ander dat.

JANNI: Het ene uiterste zijn de braafjes. De vrome barmhartige medemensen. Die alle woede en haat verdringen en die in de ontlading grof en agressief worden. En allerlei destructieve fantasieën hebben. Van moord tot apocalyptische rampen. Veel vuur en knalwerk. En het andere uiterste is dus de wrede heerszuchtige. Die alle behoefte aan tederheid en medeleven verdringt. En die in de ontlading stuurloos afhankelijk wordt en allerlei infantiele fantasieën heeft. Altijd lief, eeuwige trouw, alles helemaal begrijpen.

SHIRL: Wat jij met Janni-janni uitgeleefd hebt.

JANNI: Jij bent wreed.

KINDJE: Wat wij met elkaar uitleven.

JANNI: En jij bent gemeen. Maar jullie horen er allebei overheen dat ik zei infantiel en dat is per definitie conventioneel. En dit gaat niet op dacht ik, voor de relatie tussen Janni-janni en mij. Of voor de relaties die wij met elkaar hebben. En als je de indruk hebt dat Janni-janni een braafje is dan heb je hem niet goed bekeken.

KINDJE: De éen kan ook een generatie zijn.

JANNI: Dat zie je ja. Dat jongeren ontladen wat de ouderen verdringen.

SHIRL: En dan heb je het niet over funk maar over punk.

JANNI: Ook nooit aan mij besteed geweest.

KINDJE: Als ik me in jullie nabijheid op wat voor manier dan ook in moest houden dan ging ik niet met jullie om.

JANNI: Zo is het ook voor mij.

SHIRL: Ik ben nog wat jonger, maar ik doe mijn best.

JANNI: Dan is het goed. Toch nog wat over de muziek. Dat het me interesseerde. Tekst op muziek te zetten. Dat is helemaal verdwenen. Ontmaskerd. Zo eigengereid ben ik dus niet Schoonheid. Het was een 14de-symfonie-fantasie. Sjosh zoiets, ik ook zoiets. Zoiets was het. Waar het hem gebracht heeft weet ik niet maar voor mij, heb ik dit jaar ontdekt, zou het kunst om de kunst zijn geweest. Nu is het van hun, dat is veel beter zo. Mijn bijdrage, als ik het dan toch in een cijfer moet uitdrukken, hooguit 20%. Ik heb ze geholpen met de techniek. Ik snap hun enthousiasme, maar ik word er ook moe van. Laat mij maar doen wat ik de laatste jaren doe. Of is dit een Glenn-Gould-fantasie van mij? Die is ook van mijn verjaardag.

KINDJE: Die houd je dan al sinds 1986 in de greep.

JANNI: Je hebt gelijk. Secuurder is: in mijn hoofd had ik nog wat andere ambities en die zijn er nu uit. Wat ik de laatste jaren doe past me. En Tootje heeft het in zich, die kan zich ontwikkelen. Via dit recyclen van dit materiaal kan zij tot haar eigen materiaal komen. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat dat ook produkten op gaat leveren. Misschien is haar geluk wel om à l'improvise voor de bloemen te zingen. En hoe zij piano speelt, daar kan ik alleen maar van dromen. Oké. We hebben het hier nog niet over gehad, maar ik ga mijzelf als componist schrappen. Met dank aan Janni Perro is meer dan genoeg.

KINDJE: Een lief kado van je Schat.

JANNI: Met die eigendomsbedoening moet je nu eenmaal lijnen trekken die er niet zijn.

SHIRL: Als jullie van elkaar maar weten hoe het in elkaar zit.

JANNI: En dan kijken zij maar hoe ze het willen verdelen. Voor mij was het een kado om met die twee te mogen werken. Ik heb die stukken helemaal nieuw ervaren.

SHIRL: Dat is fijn.

KINDJE: Zeker. Dat is fijn.

JANNI: Zo is het. Ik dacht dat jullie kwamen?

TOMMI: Jullie zijn zo in gesprek.

JANNI: Kom erbij. Jullie willen toch wel iets drinken? Er valt volgens mij wat te vieren.

TOOTJE: Ja hè. Ook al zijn jullie twee het maar. Het is toch de première voor publiek. Ik bedoel: al is het maar een publiek van twee. En dan merk je al, dat je opgetild wordt.

KINDJE: En Rocko dan?

TOOTJE: Die hoort bij de band.

JANNI: Ja jullie hebben een fabelachtige concentratie.

KINDJE: Dat zal met de mensen van hier overmorgen ook niet tegenvallen.

SHIRL: Hoeveel komen er?

ROCKO: Twaalf. Plus wat er verder nog meekomt.

TOMMI: Vier karren. Twee paarden per kar plus éen met een bijpaardje.

SHIRL: Heb je verteld waar het over gaat?

TOMMI: Ik heb heel ruw een vertaling gemaakt. Een soort samenvatting van ieder deel. Dat vertel ik vantevoren. En dan doen we alles in éen keer achterelkaar.

TOOTJE: Wel leuk om die reacties te krijgen.

TOMMI: Ook van de paarden wil ik voelen hoe ze reageren.

JANNI: Wil je die ook in de schuur?

TOMMI: Gewoon daar. Lekker gras en toch erbij. Die van Rocko komen ook.

ROCKO: Die van Rocko? Daar word ik toch altijd weer. Noem ze gewoon bij hun naam.

TOMMI: Sorry Rocko. De gewoonte van de taal was even sterker. Maar je brengt ze toch mee?

ROCKO: Alleen Walli.

KINDJE: Volgens mij is Walli ook een beetje de auteur van die teksten.

TOMMI: Dat je dat noemt. Dat is zo. Alles wat hier geschreven is, heb ik geschreven met hem direct aanraakbaar. Walli heeft hier overgenomen wat Bulle in Nederland voor mij deed.

SHIRL: Wie is Bulle?

TOMMI: Mijn poes.

SHIRL: Jouw poes? Oh ook stout. En waar is Bulle nu?

KINDJE: Die zwerft ergens bij mij rond.

TOMMI: Zwerven. Iedere nacht ligt ze op je bed.

KINDJE: In mijn bed.

TOMMI: Als het hier een beetje verder is, gaat ze mee.

KINDJE: En als het haar niet bevalt, dan komt ze terug.

TOMMI: Zo doen we het. Nou jullie hebben het nu helemaal meegemaakt.

SHIRL: Hartstikke genoten. Gefeliciteerd. En dank je. Jullie alle drie.

KINDJE: Van Tootje weet ik het niet. Maar van jou vind ik het de kroon op je werk tot nu toe.

TOOTJE: Dat vind ik ook voor mij. Voor wat ik tot nu toe gedaan heb.

SHIRL: Toch nog even een detail Tommi. Ik hoorde jou zeggen 'ik zal naar haar kijken'. En ik kijk net in de tekst of ik het goed gehoord heb. Maar jij bent toen toch helemaal niet naar Nederland teruggeweest toen zij. Wat is er eigenlijk met haar gebeurd? Is zij begraven? gecremeerd?

KINDJE: Verbrand.

SHIRL: En de as?

KINDJE: Bij Beer?

TOMMI: Die staat bij Beer.

KINDJE: Jij weet vast dat Beer haar broer is. Ook mijn broer. Dat Stiertje en ik zussen zijn.

TOOTJE: Ja.

JANNI: Mocht jij haar?

TOOTJE: Ik heb haar nooit ontmoet. Behalve toen zij in de kist lag.

KINDJE: O. Daar heeft Beer niets over gezegd.

TOOTJE: Ik heb Beer toen wel de hand geschud.

TOMMI: Dat heeft ze voor mij gedaan. Niet dat schudden, maar naar Stiertje kijken.

TOOTJE: Vrijwillig voor jou. Zij is de enige dode die ik ooit gezien heb. En ik weet niet of iedere dode zo mooi is, maar ik vond het echt een heftige aanwezigheid. Omdat zij niet bewoog en niet terugkeek heb ik haar heel intens kunnen bekijken. Maar zij was zij misschien niet meer.

TOMMI: Hoe ik het gevoeld heb was zij bij haar dood een ander. Ja. Dan hoe ik haar het laatst in levende lijve gezien heb.

JANNI: En dat was wanneer?

TOMMI: Nou ik was hier, bijna een jaar hè? En daarvoor een maand of drie vier. Eigenlijk de periode dat ik die eerste notities maakte. Dat was verder geen beslissing. Ik kon mezelf er niet toe brengen haar op te zoeken. Dat ik hier naar toe ging heb ik haar geschreven. En daar heb ik niets op gehoord. Ja rond mijn verjaardag een kaart met proficiat erop.

KINDJE: Ik heb tot aan het eind met haar getelefoneerd. En het is zeker dat ze in haar laatste jaar met de maand zoeter werd.

TOMMI: Ja zoeter. Niet meer zo bitter.

TOOTJE: Ik vond het schoonheid wat ik daar in die kist zag. Zij raakte mijn hart. Dat dode lichaam. Echt expressief met een hele individuele expressie. Weet je nog toen je mij die avond belde, toen zei ik toch dat hoe zij daar lag. Dat het een lijk was dat zo helemaal van haarzelf en van niemand anders was?

TOMMI: Je zegt het. Via Tootje heb ik echt naar haar kunnen kijken. Het heeft echt veel voor mij betekend dat zij dit heeft willen doen.

SHIRL: Zeker.

JANNI: Ik krijg er een beetje de rillingen van.

ROCKO: Dat je huid huilt of dat je hersenen griezelen?

KINDJE: Het eerste hè Schat?

JANNI: Ja Schoonheid, het eerste.

KINDJE: Een schoonheid was Stiertje zeker.

TOMMI: Als vrouw vond ik haar ook fascinerend. Dat kon ik best zien. Maar als mijn moeder is het een ander verhaal.

SHIRL: Met deze Banntie ga jij voor een groot deel met die erfenis afrekenen. Heb jij al voor een groot deel met die erfenis afgerekend.

JANNI: Als je op de laatste dag dat zij leeft noteert 'je bent niet stout meer'. Dat wil veel zeggen.

TOMMI: Tootje is ook naar de crematie geweest.

TOOTJE: Ja dat was een soort voegen in de collectieve verkeersader en vervoerd worden van punt a naar punt b. Symbolen en signalen die mij vreemd waren eigenlijk vervloeiden tot een soep van kleuren. Hier en daar zag ik bij de aanwezigen wel trekken van Tommi terug, dat was nog wel leuk.

TOMMI: Dus nu snappen jullie dat Tootje van mij altijd wel een kus tegoed heeft.

ROCKO: Ik word er stil van.

TOOTJE: Wat ik al zei, het was heftig. Maar het heeft mij ook wat gegeven. Misschien heb ik toen wel de boodschap gekregen dat dit iets van swing moest hebben.

KINDJE: Het is sensueel. En daar heeft zij naar gehunkerd. Dat begrijp ik nu.

SHIRL: Sensuele Smachtende Swing. Helemaal mee eens. En jullie alle drie ook, een sensuele uitstraling. Zwoel is de muziek. Nee zeker niet koud.

ROCKO: Is dat een goeie voor de promotie: Sensuele Smachtende Swing?

SHIRL: Je mag hem van me hebben.

JANNI: Funky Fado.

ROCKO: Heb je die liever?

JANNI: Het maakt mij weinig uit.

TOMMI: Ik ben harstikke blij met de muziek. Overtreft alles. Hoe die gecomponeerd is. Hoe die gesampled is. Hoe die gemixt is. En hoe die uitgevoerd wordt.

SHIRL
: Dat is ook te zien. In het eerste deel kwam het op mij over dat je nog een beetje onwennig was met dat spreken. Maar nu ik het van voren naar achteren meegemaakt heb ontroert het me hoe fragiel je daar durft te gaan staan.

KINDJE: En daardoor wordt het juist heel stevig.

SHIRL: Ik heb het niet over je stem. Die is er vanaf het eerste geluid helemaal. Ik bedoel je motoriek. En Tootje. Ik weet niet of het is omdat ik je nu met bloemen associeer, maar ik zag in het eerste deel een bloem in de knop. In het tweede deel ging die bloem langzaam open. En in het derde deel in volle glorieuze bloei.

KINDJE: Een rode pioenroos.

TOOTJE: Hou ik van.

SHIRL: Heel goed, een rode pioenroos.

KINDJE: En Janni, dat zeiden we al.

SHIRL: Die heeft het nog helemaal.

KINDJE: Een superroutinier. In alle beste betekenissen van het woord.

SHIRL: Van begin tot eind. Heb jij je al deze jaren niet iets ontzegd?

ROCKO: Hoe lang Janni?

JANNI: Dat ik opgetreden heb, of dat ik niet meer optreed?

ROCKO: Vul me even in. Van allebei.

JANNI: Niet voor promodoeleinden.

ROCKO: Onder ons, strikt vertrouwelijk.

JANNI: Nu twintig en bijna éen jaar niet meer. 2 juli 1986 is de dag. En daarvoor vijftien jaar. Körülbelül. Continu, altijd solo. Maar ik heb het geen moment gemist Twiets. Ik kan thuis ook heel goed voor de muren optreden.

ROCKO: Zei je de buren of de muren?

JANNI: Je hoorde het goed. De muren. Dan kan ik echt helemaal volle bak gaan. En ik hoef me er juist helemaal niet druk over te maken dat er buren zijn die me kunnen horen. En trouwens, voor verschillende van mijn buren ga ik ook wel eens volle bak. Als dat toevallig zo uitkomt.

TOMMI: Als je zo die notities aan het maken bent en daarna zo met die teksten bezig. Weet je niet dat je daar iets bij hoort. Ik wist niet dat ik daar iets bij hoorde. Dus dat zei ik ook tegen Janni. Ik heb er geen voorstelling van. En dan komt hij met iets en dan lijkt het alsof dat er altijd bij geklonken heeft. En zo was het met alles waar hij mee kwam. En toen Tootje erbij. En wat Janni al zei. Dat swingerige, dat stond niet echt op de cd's. Maar dat niet alleen. Wat Janni al had leek al helemaal vol te zijn. En Tootje vindt daar dan toch nog ruimtes. Waardoor het bouwwerk groter wordt, zonder dat het aan intimiteit verliest.

SHIRL: Volgens mij is Tootje ook een beetje de componiste van deze muziek.

JANNI: Jij bent gevaarlijk.

TOMMI: Niet zoals Bulle en Walli met de teksten.

JANNI: Dat waren jouw muzen. Of een paar extra antennes. De bijdrage van Tootje is concreet.

TOOTJE: Ik heb gewoon met heel veel plezier gewerkt. Er was veel ruimte voor mij om te kunnen doen wat er in me opkwam. Behalve dat het materiaal van Janni zo fantastisch was, heeft hij mij ook oude dingen laten horen die een relevatie voor mij waren. Sounds waarvan ik geen idee had dat ze in pop konden. Daardoor kwam er een heleboel bij me vrij.

JANNI: Dingen die jij gedaan hebt zouden niet in mij opgekomen zijn. Beslissingen die jij genomen hebt. Dit is jullie werk geworden. Ik zie het eigenlijk zo dat jullie mijn materiaal als instrument gebruikt hebben. En met dit instrument hebben jullie de muziek van deze Banntie gemaakt. Zo zie ik het. Dus ik vertel net aan Kindje en Shirl dat jullie dan ook de rechten moeten hebben. En natuurlijk je naam als de componisten.

TOOTJE: Nou dat is nogal wat.

JANNI: Als het niet verdiend was, zou ik het niet geven.

KINDJE: Je doet net of je een gierige vrek bent Schat.

SHIRL: Omdat het met de eer van eerlijkheid te maken heeft.

JANNI: Zo is dat. Fijne Vriendin.

(TOOTJE veegt wat tranen weg – TOOTJE en JANNI omhelzen elkaar – TOOTJE en TOMMI omhelzen elkaar – JANNI en TOMMI omhelzen elkaar.)

KINDJE: Gefeliciteerd Tootje.

TOOTJE: Dank je.

TOMMI: Hartstikke leuk voor je. En hartstikke goed.

ROCKO: En dan lijkt mij dit een goed moment om te zeggen wat ik over de Banntie te zeggen heb. Ik heb het nu pakweg twintig keer gehoord. En iedere keer hoor ik het anders. En dat vind ik subliem. Ik kan het nog twintig keer horen. En dan nog twintig keer.

KINDJE: Dat het zoveel optredens mogen worden.

ROCKO: Zullen we daar dan ook op toosten? En op het succes van Tootje?

SHIRL: Schenk ze nog een keer vol. Het scheelt voor het publiek ook als je ze wat context geeft.

JANNI: We doen met zijn drieën een gesprek en dat zetten we op de site.

ROCKO: Goed idee.

TOMMI: Zo doen we het. Tootje?

TOOTJE: Dat moet te doen zijn.

ROCKO: Er is nog thee voor jou, maar die is lauw. Of wil je water?

JANNI: De thee is lekker.

SHIRL: Fijne glazen zijn dit.

TOMMI: Van Stiertje. Dat zijn de echte weesjes. Haar spulletjes.

SHIRL: Helder!

ROCKO: Op de Banntie!

ALLEN: Proost!

KINDJE: Ik wil ook toosten. Op deze fantastische middag. Hebben wij het hier helemaal prima Tootje?

TOOTJE: Jullie zijn niet slecht en jullie hebben het niet slecht.

ALLEN: Proost!

SHIRL: Janni?

JANNI: Egészégére!

ALLEN: Egészégére!

TOMMI: Je moet het leven toch leven. En voor hoe ik jullie ken is voor ieder van jullie hier nog niet de gekste manier.

ROCKO: Dat dacht ik ook.

JANNI: Zo is het.

TOMMI: En zullen we dan ter afsluiting van deze fantastische middag een lievelieveronde doen? Mag het Shirl?

TOOTJE: Een lievelieveronde?

TOMMI: Dat pik je zo op. De 21ste van iedere maand kookt Shirl toch altijd verrukkelijk voor iedereen. En voor bij het uit elkaar gaan heeft ze een lievelieveronde ingesteld. Nu komen we wel hoor, volgende week. O dat is overmorgen al. Red je dat, zo vlak na deze middag?

SHIRL: Dat moet een keer te doen zijn. En kijk maar of jullie komen.

ROCKO: Niet er zal eens, maar er waren eens. En niet dierbaarste Dierbare, maar lieve Lieve.

KINDJE: Mysterieus.

TOMMI: Was jou dat opgevallen?

SHIRL: Van dat dierbaarste Dierbare wel.

TOMMI: Mij helemaal niet. Maar het is zo. Nou, mag het?

SHIRL: Een groot dilemma.

JANNI: Voor deze éne speciale keer?

SHIRL: Vriend, begin.

JANNI: Er waren eens. Bronstige geluiden. Weerklinkend in het stille dal. De lucht vulde zich met echo's. Die het geblaf van de honden overstemden. Jij, lieve Lieve, zou er eng van geworden zijn. Als je erbij was geweest.

KINDJE: Er waren eens. Vrolijke makkers. Die maakten dat ik bij kwam. Waar bij zul jij, lieve Lieve, je misschien afvragen. Of hoezo bij. Ik weet het niet. Het was een hele eigenaardige gewaarwording. Die onmogelijk te communiceren is.

TOMMI: Er waren eens. Poncho's die het lopen hinderden. De kinderen jouwden naar de vrouwen die, hoewel in de kern gezond, strompelden alsof ze zeven keer hun gewicht te dragen hadden. Toen het plein weer leeg was, verging het lachen ze echter wel. Dat begrijp jij, lieve Lieve.

SHIRL: Er waren eens. Muisachtige mieren met een blauwroodgestreepte vacht, die samen met mierachtige muizen met een roodblauwgestreepte vacht, een feest bouwden. Ik ben erheen gegaan. En ik vond het knudde. Ja ik ben ervan overtuigd, lieve Lieve, dat ik eveneens voor jou spreek. Wanneer ik zeg dat er helemaal, maar dan ook helemaal, niets aan was.

TOOTJE: Er waren eens. Kuikens piepend ja alsjeblieft. In kruiken wegkruipend, toen de zware voetstappen naderden. Ze konden hun piep gewoon niet voor zich houden. Nou dan begrijp jij, lieve Lieve, wat het lot van deze kuikens was.

ROCKO: Er waren eens. Gebronsde huiden. Getatoeëerd met behulp van roestige spijkers. De huiden hadden een lange geschiedenis. Waarover veel mensen konden vertellen. En dat werd ook gedaan. Als jongeling heb ik veel van deze verhalen gehoord. Maar als jij, lieve Lieve, mij nu vraagt te herhalen wát ik hoorde. Dan zal het lange tijd stil blijven.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten