1. (9)
JANNI:
Laaf je aan de fonteinen die ontspringen
aan
de voet van de vulkaan en je zult
jubelen met de onhoorbare vogels,
bedrogen worden door de berekenbaren,
bouwvallen opvangen en reconstrueren met
voortijdige fantasie
TOMMI:
Brandkranen druppelen na
Het feest is geblust
Ging jij alleen naar huis, lieve Dierbare?
Wat is het lekker warm thuis
De rode gloed gloeit na
Kleine woordje ontsnappen aan je lippen,
kruipen direct naar mijn
borst
TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie
TOMMI:
Zweef mee met Mama Coma
TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie
TOMMI:
Betreed het onbetreden terrein
O wat ben
je mooi, stoer gaand over dit
ongebaande pad
Zo kende ik je nog niet
Deels springend deels glijdend deels zwevend
ja
TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie
TOMMI:
Voorwaarts in galop
O maar je
bent ook ondeugend – je verkiest
je eigen teugels!
Nee, wij komen nergens wanneer jij je zo
wenst te gedragen
Wij hadden een afspraak of ben je dat
vergeten?
TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie
2. (10)
JANNI:
Het nest valt uit de boom met de plastic
kersen
Die plastic kers was een verboden vrucht
maar bleef wel lang vers
TOMMI:
Brandkranen te over, opgesteld op de meest
onmogelijke plaatsten
Heeft hier een torrenbrein achter gezeten?
Met gebroken veugels kruipend in het mulle
zand de lokaties aangevend?
Wat een prachtige tekening
Wat een delicate nuanceringen
Wat een dwingend patroon staat er beschreven
Ja blijf het hekwerk volgen tot aan het open
veld
En wanneer je nu over je rechterschouder
kijkt kun je nog net je huis zien
zoals je het nooit zag
O wat is het een lekker warm huis
Tot op deze afstand voelen wij het
Nu duiken voor de zwerm torren
Daar waren wij niet op bedacht
Ze zijn prachtig getekend
Wat een delicate nuanceringen
Wat beschrijven ze een prachtig patroon
TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie
TOMMI:
Lieve Dierbare, ben je al gewend aan al deze
wendingen
die je brengen tot aan de rand van je
verstand?
Versta je nog wat je verstond?
TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie
TOMMI:
Leg je lever droog ter voorbereiding van een
volgend feest.
3. (11)
JANNI:
Speel met de kaarten die je vond op de
bodem van je bloed en je zult
geuren met de kleurloze planten,
bedrogen worden door de jaartallenden,
etiketten stikken op losgetornde stukken
van
gehuurde feestkledij
TOMMI:
Het ravijn is nu wel erg dichtbij
Terwijl alle pretparken bij opbod verkocht
zijn en vernietigd daarna
Slechts de bouten en de moeren zijn met zorg
bewaard en gecatalogiseerd
daarna
Je hebt de expositie ervan toch gezien?
Was het geen trieste affaire?
TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie
TOMMI:
Hunker met mij naar met glorie geplaveide
paden,
waar het schijnsel van de lantaarnpalen
in schoonheid wedijvert met onderwoekerende
struiken
Prachtig getekende schaduwen werpend
in dwingende patronen
vol delicate nuanceringen
Gesteld dat de vulkaan nu uit zou barsten
Zou je schreeuwen? wegrennen? verstijven?
een pose aannemen? die gefotografeerd in
polyfone kleuren zijn boodschap
zendt naar
nieuwsagentschappen;
een bericht voor in een natijdige kalender?
Ach wat een verdrukkende drukte
De schijn is exclusief, dat weten we toch?
Schaduwpijnen dienen niet geconserveerd maar
geconsumeerd te worden
Dus laten wij ons storten in het verderf van
onze erfenis
Hebben de lantaarns hun wedloop met de
realiteit niet de een na de ander
gestaakt?
4. (12)
JANNI:
De roep van het bloed overstemt het plan
TOMMI:
Wees bereid te sterven, lieve Jij
Als cellenconstructie ben je mij dierbaar
in je huidige vorm
Maar om mij te onthechten hoef ik mijn wezen
geen geweld aan te doen
Het is als het ware éen van mijn natuurlijke
staten
Schrik je daarvan?
TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie
TOMMI:
Berekenbare breekbaarheid is geruststellend
Ware waarheid is geruststellend
Leef je met mij mee?
Ik leef met jou mee, lieve Dierbare, daar
kun je van op aan
TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie
TOMMI:
Ik ben je niet vergeten
JANNI:
Op de meest westelijke oever staan de
Schapen naar de ondergaande zon te staren
De overstroming was eerverleden zomer
en ook
de winter die erop volgde was zwaar
Nu is de binnenbrand geblust,
maar het huidige ritme dient strikt te
worden aangehouden
wil de boom niet vervreemden van haar vrucht
O breed was het draagvlak toen de ramp
nog
recent was,
maar inmiddels zijn de belangen gewijzigd
TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie
TOMMI:
Leg je blaas droog ter voorbereiding van een
lange nacht
5. (13)
JANNI:
Scheepjes varen over de baren
En wat massief is slaat lek tegen wat
vloeibaar is
TOMMI:
Komt er ooit een einde aan deze wandeling?
Nee ik zal nu niet beginnen te huilen, lieve
Dierbare
Ik zal mij concentreren op iedere stap
Vanaf nu geen pauzeperiodes meer, ook al
straalt de boekenkast nog zo lekker
warm
Van vloer tot plafond breekbaarheid die te
berekenen is
Gemiddeld achtenveertig details per plank
maakt een totaal van vijfhonderdacht-
entwintig natuurlijke staten
Dat overdondert je hè?
Ja ik geef het toe, ik heb geleefd als een
geest
TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie
TOMMI:
De wapens strak trekken of wegwerpen
En oké muziek dan maar. Zingen
De wijs van de wijzen,
het leed van het verleden,
de samenhang van het onsamenhangende
Wat bezielt de stervenden?
Wat zal jou bezielen als je sterft?
Want sterven zul je
Zijn alle stervenden even sterk?
Zijn alle stervenden even zwak?
Aan de meest oostelijke oever ontwijken de
Karpers de wrakstukken
De lucht is zeldzaam groenig, wat–zo heb ik
mij laten vertellen–eens iedere
twee
miljoen etmalen het geval is
Op ochtenden als deze is het niet raadzaam
je af te scheiden van het
collectief
dat je door het lot aangewezen is geworden
als het jouwe
Nee ik begrijp lieve Dierbare, dat het
raadzaam is deze ochtend te mediteren op
de overeenkomsten tussen mij en het
collectief
dat mij door het lot aangewezen is geworden
als het mijne
En om mee te leven met de stervenden
De volgroeiden zullen doen groeien. Ja
Regenbuien buitelen over elkaar in de
tijdloze dimensie
Cellenstructuren desintegreren en
herformeren
Rotte zooi voedt vruchten die zullen voeden
en bederven en voeden
Primaire kernen krimpen kermend. Verstoffen
Samen zullen wij deze berg bedwingen
Hadden wij niet altijd al het geluk aan onze
kant?
Kijk hoe ik mijn voetjes nu stevig neerzet,
diep ademhaal,
diep mijn hakken
duw in deze rode aarde
Ik ervaar het gevaar en ja ik zing luid
Opgelucht
Ai deze barre tocht maakt nog een bard van
mij!
Vanaf hier ga ik dansend
Eerder stierf ik niet, ik bedierf gewoon
Maar vanaf dit punt laat ik onbedaarlijke
zin zien
Dat kan
6. (14)
JANNI:
De geur van de rozen vermengt zich met die
van de hyacint
TOMMI:
Waar de wanen elkaar raken ontmoet de macht
zijn onzinnige werkelijkheid
Het berekenbare getal regeert
De stakkers die zich herkennen in het
verhaal van allemaal bepalen de maat
Maar ik zal jou vertellen dat mijn motieven
zuiver waren
Was ik dienstbaar dan was het zuivere
dienstbaarheid
Was ik nieuwsgierig dan was het zuivere
nieuwsgierigheid
En mag ik jou er voorts aan herinneren dat
de baan die ik ben gegaan
zelden raakte
aan een collectieve waan?
En als ik dat kan–en ik zie er toch echt
niet onaardig uit–dan kun jij dat toch
ook?
Ik ben toch niet als enige daar geweest waar
verwekkende en afstammende
inwisselbaar
bleken?
Lieve Dierbare, ik vertel je toch geen
geheim wanneer ik onthul dat jij
onder je
kleren even naakt bent als ik?
Heb jij nooit de dode gezien die in
foetushouding klaar lag om in verstofte
vorm verder te bestaan?
In jou en door jou en met jou
En in en door en met iedereen die jou
omringt
Ontroert dit afscheidsbeeld je niet?
Ontroert deze verstofte vorm je niet
vruchtbarender dan de steriliteit van
de stralendste fotolach?
Ah laten wij nu even rusten
Dat dit–wat wij hier nu meemaken–even op ons
in kan werken
Ik heb inmiddels wel begrepen dat aan deze
tocht nooit een einde zal komen
Ja wij hadden het geluk altijd al aan onze
kant!
Kom, even plat met onze rug op deze rode
aarde
Sluit je ogen en laat de informatie die nu
door je spieren opgenomen is
doorvloeien in de rest van je organisme
O dit is bedwelmend
Loom word ik, vredig, gevuld
Ik maak contact met het externe bestaan
Met daar waar geen waan ooit is gegaan
Wat een feest, wat een feest, lieve Dierbare
ben jij hier al eerder geweest?
hier,
waar geen middelpunten zijn?
7. (15)
JANNI:
Twee Zwerfkeien, bewegend in het
schemergebied tussen binnen en buiten
TOMMI:
Laten wij kijken of wij een paard kunnen
vinden dat ons gezelschap wil houden
En ook al kunnen wij er geen vinden,
wij gaan ons niet schuil houden in de flat
vol met afgezaagde levens
Dat was deel van de afspraak of was je dat
ook vergeten?
O je glimlacht, dat vind ik fijn
Vertel mij
Waarom sluiten ze zich daar vrijwillig op?
Waarom begraven ze zich in het ene en het
andere ding?
Waar staren ze naar als in hun ogen die
glans verschijnt?
TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie
TOMMI:
Knoop je vest dicht, het gaat nu een stuk
kouder worden
8. (16)
JANNI:
Tierelantijnen verfijnen de grove bokaal
Peterselie in overvloed
De Liefste zal smullen
TOMMI:
Stel je voor lieve Dierbare, je bent een kat
met een vacht van robijnrode
bovenharen en
violette onderharen
Stel je voor, je bent een kat met een vacht
van appelgroene bovenharen
en indigoblauwe
onderharen
Stel je voor, je bent een hond zonder benen
die ligt in de armen van
een man
voor wie een dagelijks geluksmoment met jou
levensnodige voeding is
Nu niet de fout begaan direct over-
enthousiast te worden
Alles wat voorbij komt zijn niet meer dan
prille aanzetten tot vermoedens
Geef de tijd de tijd
Pas als het gaar is zullen wij weten of het
waar is
In de tussenliggende periode echter zal
niemand het je kwalijk nemen
indien je je pretpasjes polijst
Zeker ik zal je bemoedigend aanmoedigen
En–wie zal het zeggen–komt het ooit nog eens
tot een duet
Is dat geen leuk vooruitzicht?
Ik dacht het wel
O je voelt je onder druk gezet, nee pret en
druk gaan niet samen
TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie
TOMMI:
Laten wij wat wij nu nog aan voedsel hebben
in ieder geval delen
Misschien heb ik iets wat jij lekker vindt
en heb jij iets wat ik lekker
vind
Dat kan
Ach dit gebakkelei vermoeit je?
Zeker, de lucht is blauw dat zie ik, de
vogels jubelen dat hoor ik
Dus ik zal je nu verder mijn confidenties
besparen
Wij zullen ook alle energie die ons vandaag
nog rest nodig hebben
om voordat de zon ondergaat een prettig
bedje te vinden
Oké spring mee met Mama Coma
Ik heb er alle vertrouwen in dat het ons
gaat lukken
om na een verkwikkend verblijf in de
nachtelijke psyche
fris en klaar te zijn voor het feest van
morgen
O je had dat nog niet gehoord?
Ja lieve Dierbare, morgen een feest
zoals er nog niet eerder een is geweest
En wij zijn ook uitgenodigd, jij en ik
Is dat geen leuk vooruitzicht?
Ik dacht het wel
9. (17)
JANNI:
Woest woest springen,
woest woest glijden,
woest woest zweven ja
TOMMI:
Wat een rommel op de kolderzolder
Het valt niet mee om tussen de hopen
vuurpijlen te manoeuvreren,
éen onbehouwen beweging en de boel zal
ontploffen
Ow jha, jouw zuchten verlichten mijn route,
doen mij het gevaar verstaan
Hoe schattig en onschuldig het is
Aah, laat mij leunen op jouw kreunen,
laat mij trachten te lachen om jouw klachten
Mijn klachten heb ik in bruikleen gegeven
Tegen een goede prijs–dat mag ik wel
verklappen
Een aan te raden constructie, maar niet
zomaar voor iedereen toegankelijk:
JANNI:
Kattebelletje verzamelen en catalogiseren
daarna
Inpakken in met fluweel beklede kistjes en
tentoonstellen daarna
Negen lokaties met ieder een essentieel
verschillende natuurlijke
staat
Per lokatie met een verborgen camera
het gezicht van éen van de toeschouwenden
fotograferen
De negatieven handgroot afdrukken op lappen
katoen–kussensloopformaat–en
de aldus
verkregen beeltenisvlaggen laten wapperen
in de nachtwind
Twintig nachten bij een kracht van vijf en
een richting zuidwest
Uiterste pauzeperiode tussen twee wapper-
nachten negen etmalen,
zodat de totale periode nooit de honderd-
tachtig etmalen overschrijdt
Indien tijdens de operationele periode
kracht en richting langer dan negen etmalen
niet aan de gestelde condities
voldoet
dan dient iedere beeltenisvlag op de
navolgende wijze behandeld te worden:
Negen opeenvolgende nachten het hoofdkussen
overtrekken met éen van de
negen vlaggen,
beginnend met de vlag die het nummer 1
draagt en eindigend met vlag nummer
9
De lippen drukken op het voorhoofd van de
beeltenis,
het voorhoofd drukken op de mond van de
beeltenis
en in slaap vallen met de gedachte
'wat ben ik alleen'
's Ochtends na het wakker worden de vlag
opvouwen, dusdanig dat de
beeltenis
verdwijnt
Het vouwsel besprenkelen met een
bloemenparfum naar keuze
Nu met ontspannen lippen en gecontroleerd
middenrif blazen, achtereenvolgens
richting bovenkant van het leven, richting
onderkant, richting achterkant
en als
laatste richting voorkant
– hand houden op de plaats waar in het
vouwsel de beeltenis vermoed wordt
Vorm de gedachte
'bedankt voor uw prachtige
gezicht'
Met een energiek gebaar het vouwsel opgooien
en laten liggen hoe en waar
het
terechtkomt
TOMMI:
Voor diegenen echter die het sterven slechts
aan anderen overlaten
is er hoe dan ook geen enkele hoop
JANNI:
Ook al brengen ze de tegels tegelijk met
de
bonbons terug
Ook al weren ze vreesaanjagende praatjes
over jagers en geweren
Ook al kruimelen ze kruimige aardappels
en
poten ze deze in potaarde
Ook al brengen ze bewondering op voor die
wonderbarende baarmoeder
Ook al pleiten ze voor de pleitbezorgende
die met zorgeloze
inzet pleit
Ook al schrijven ze in spiegelschrift
berichten op bewegende gezichten
10. (18)
JANNI:
Waterlanders en vuurlanders bereiken elkaar
Meteorieten versieren haar voetafdrukken
Ook in de stad kan het stil zijn
TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie
TOMMI:
Woest woest woest de wind
Zoek beschutting achter de schutting
Mijn bloed zo onstuimig dat de tinteling
mijn huid verbrandt
Druk je oren plat tegen je hoofd lieve
Dierbare, want woest woest woest de
wind
Vond je jouw bestemming, toen
het door jou verwekte kind ter wereld kwam?
toen het groeide en stierf en voedde en weer
groeide?
Verwarm met je handen je tanden als je
lacht, deze kou is niet mis
Nog even en wij zullen de wind in de rug
hebben
Dan zal het gedonder van het water heel
anders klinken, neem dat maar van
mij aan
Is dit geen ongehoord geluid?
Pas op, de rand wordt steeds smaller
Fijn dat wij samen zijn!
O ja, fijn dat wij samen zijn!
Ervaar jij dit ook zo?
Ja neem jij nu de teugels ja!
Ja ik zal je volgen
Zie je, dat pad had ik niet gezien
O je volgt het hondenspoor, nu zie ik het
Heb jij het water ooit zo hoog zien staan?
Springen nu en glijden
O woest woest woest deze wind
Mijn voeten raken amper nog het zand
Het lijkt wel alsof wij nu echt zweven,
alsof wij niets wegen!
Kijk hoe het gewicht van mijn gezicht
vervliegt
O mijn ogen branden
Het zand geselt mijn gezicht, of is het de
wind die het zand geselt?
of is het het zand dat met de wind speelt?
en breken wij dit spel?
Kun je wat harder schreeuwen, ik hoor je
antwoord niet
Je kent toch alle verhalen die verhalen wat
zich hier zoal afspeelt?
En had je op basis van alle verhalen die
verhalen wat zich hier zoal afspeelt
verwacht wat je hier nu meemaakt?
Wat jij meemaakt en wat ik meemaak en wat
wij meemaken?
Is het niet–in éen woord–wonderlijk?
Of–in éen ander woord–verpletterend?
Ben je nog bij mij?
Stoer gaand tegen deze verwoestende wind?
Deels niets vermoedend deels achterdochtig
Nee je bent nu niet stout meer
Lief lief Troeteltje
Laat je groeten
Laat je voeten kussen
Op de wreef en tussen je tenen
En dan verder langs je enkels
Tot je je lichaam voelt als een warm bruisend bad
Scene 4 Het accent ligt op het ZITGEDEELTE.
De
aandacht van KINDJE en SHIRL blijft op het podium
tot TOMMI, JANNI
en TOOTJE zich ontspannen bij hen voegen. ROCKO heeft nog wat werk op het podium en komt er dan
ook bij.
SHIRL: Indrukwekkend. Gefeliciteerd.
TOMMI: Dank je.
SHIRL: Jullie ook gefeliciteerd.
TOOTJE: Dank je.
JANNI: Dank je, fijne Vriendin.
KINDJE: Bij het eerste deel vroeg ik het me nog af. Maar dit was heel sterk.
TOMMI: Wat vroeg je je af?
KINDJE: Of de muziek een goed idee was.
(SHIRL staat op en spoelt de glazen die
op tafel staan in de emmers water die hiervoor bestemd zijn.)
TOMMI: Niet te swingend?
SHIRL: Ik had de associatie met fado. Fado Rap.
JANNI: Swingende Fado.
SHIRL: Smachtende Swing.
KINDJE: Heel toepasselijk voor Stiertje.
TOMMI: Nu je het noemt. Het is zo.
JANNI: Dat swingende komt helemaal van Tootje. Dat stond niet per se op
de cd's waarmee ze aan het werk zijn gegaan. Ik vind het ook gedurfd.
TOMMI: Ik heb dat zeker niet zo gehoord toen ik me in het materiaal
inluisterde. Maar zoals het nu is neemt het me echt helemaal mee.
KINDJE: Is dit wat jij doet Tootje?
TOOTJE: Tot nu toe heb ik eigenlijk veel onuitgesprokener gewerkt.
Meer standaard rap zeg maar, beetje hiphop.
KINDJE: Er waren momenten dat ik Stiertje zag rondlopen daar. Nee, niet
lopen. Alsof jullie drie samen zij was.
TOOTJE: Was swing haar muziek?
KINDJE: Helemaal niet, van die afschuwelijke funk was haar muziek. En een
kleine afdeling Satie, Mompou, Keith Jarett, Chick Corea, van dat werk. Dat ik me
die namen nog herinner.
JANNI: Dat zijn allemaal op een bepaalde manier wel swingende piano's.
KINDJE: Voor een specialist als jij kan dat best zo zijn Schat, maar in
mijn praktijk met haar zag ik het als de oases van haar platencollectie. Altijd
muziek die meid. Om gillend van te worden.
TOOTJE: Met jou ook?
TOMMI: Bij vlagen zonder ophouden. Behalve als zij alleen was, dan
nooit. Net als sigaretten. Als ze alleen was rookte ze nooit.
TOOTJE: Dus jij bent goed thuis in de funk?
TOMMI: Schei uit.
SHIRL: En jouw muziek?
TOMMI: Ik heb haar al
mijn cd's gegeven, maar we hebben het er nooit over gehad.
SHIRL: Dat is wat!
TOMMI: Ons normaal. Maar
als ik er nu je het noemt bij stil sta.
JANNI: Is het om stil
van te worden.
TOMMI: Je zegt het.
JANNI: En, staat het er weer goed op?
ROCKO: Yo. Van A tot Z.
KINDJE: Makkelijk met die apparatuur?
ROCKO: Als het mij lukt, is het makkelijk.
KINDJE: Het zou mij nog lukken?
ROCKO: Zelfs jou zou het lukken.
JANNI: Anders verkochten ze die dingen ook niet. Als een kind het niet
zou kunnen bedienen.
SHIRL: Wauw Janni.
ROCKO: Een toost. Dat haar fans het kado dat zij voor hun in petto heeft
in dank zullen aanvaarden.
SHIRL: Jij speelt gevaarlijk spel.
ROCKO: Ik ken het derde deel ook al.
JANNI: Ik doe mee.
ALLEN: Proost!
TOMMI: En dat de fans van Janni en de fans van Tootje.
ROCKO: Idem.
ALLEN: Proost!
SHIRL: Nou, commentaar Tommi.
TOMMI: Ik vind het echt fijn dat je zegt dat je de aanwezigheid
van Stiertje voelt. Want jullie hebben wel gehoord dat ik in dit tweede deel jij
echt opgevat heb als dat zij dit is. Een soort dialoog tussen haar en mij. Of tussen
haar psyche en mijn psyche. En wat me dan achteraf zo verbaasd heeft is het actuele
ervan. Bijvoorbeeld 'stoer gaand tegen deze verwoestende wind, deels niets vermoedend
deels achterdochtig'. Dit heb ik drie dagen voor ze dood was genoteerd. Dat was
zo'n vreemd woord voor mij toen ik dat schreef, gegeven de situatie. Achterdochtig.
Maar het bleef zich opdringen. Dat heeft een hele middag geduurd. Dat ik het tegenhield.
En uiteindelijk opschreef. En toen heb ik het doorgekrast. Maar ik kon pas overeind
komen nadat ik het toch weer opnieuw neergeschreven had. En tot die tijd kwam er
ook echt helemaal niets anders in mijn hoofd.
JANNI: En dat allerlaatste. De afsluiter van dit deel. Dat heb ik je al
steeds willen vragen.
TOMMI: 'Nee je bent nu niet stout meer'. Dat bedoel je?
JANNI: Uhu.
TOMMI: Ik vertelde straks toch van die razendmakende honger. Dit
is van de laatste dag voordat zij dood was. Ik werd verpletterd. Zo scherp de pijn.
Over wat ik miste voordat ik wist wat van mij van belang is. En omdat ik niet opnieuw
wilde vertrekken. Naar waar mijn vuisten als verstijfde ballen aan mijn gebogen
polsen steken. En de mist in mijn hoofd mijn oogleden dichtplakt. Daarom moest ik
haar verrot vloeken. Die honger kon ik gewoon niet gestild krijgen. Want ik ben
echt niet zuinig geweest met al het lekkers dat mij aangeboden is. Dus dan ga je
zoeken in de hoeken van een andere tijd en een andere plaats. Naar de oorzaak. Maar
die dag was het zo helder dat deze andere tijd en deze andere plaats allebei vervlogen
waren. En toen heb ik dat genoteerd. Maar ik had nog steeds geen besef dat ik het
tegen haar had.
ROCKO: De laatste dag dat ze leefde!
TOMMI: Jullie weten toch dat ik naar Tootje in Nederland gebeld
heb? Dat was de dag na die notitie. Vroeg die ochtend was ze dus doodgegaan. Dat
drong zich ook heel sterk op, dat ik dat moest doen.
KINDJE: Was jij het naar wie ze die ochtend gebeld heeft?
TOOTJE: Ja dat was toen eventjes heftig, wat daar achteraan
kwam.
JANNI: Ik vraag het omdat een onderliggende lijn in alle teksten bij elkaar
ook veel weg heeft van een affectieve inhaalmaoeuvre. Terwijl ik op de een of andere
manier de indruk had dat jullie uitzondelijk goed met elkaar waren. Ik heb natuurlijk
wel gehoord dat je haar in het laatste deel een monster noemt.
KINDJE: In 1976 was Stiertje meer dochter van haar ouders dan moeder van
haar kind, kan ik getuigen.
TOMMI: En in 1986?
KINDJE: Ook.
SHIRL: Vertel Janni.
JANNI: De klinische term is paroxysmale ziekte. Er zijn er verschillende.
Energie wordt opgehoopt. En die moet dan een ontlading krijgen. De éen houdt dit
vast de ander dat. Hysterie is zo'n ziekte. Iemand die hysterisch is verdringt de
behoefte aan tederheid. Ja Engel ik vertel je wat er in de boekjes staat.
SHIRL: Niemand hier heeft het idee dat je de kunst van de verleiding op
Tommi aan het oefenen bent.
KINDJE: Goeie Shirl.
JANNI: Maar bij mensen die echt hysterisch zijn is dat een steeds terugkerende cyclus van verdringing die leidt tot een kramptoestand die leidt tot een
ontlading.
ROCKO: Vulkanische uitbarsting.
JANNI: Vulkanen ja. Terwijl het er hier meer op lijkt dat iets wat ooit
opgehoopt is heel lang ingekapseld gelegen heeft voordat het nu doorgebroken is.
TOMMI: Nadat ze dood
was. Nou toch wel die hele zomer. Ik heb me een beetje overeind gehouden door met
dit huis bezig te zijn. Maar ik was een wrak. Ik verkeerde inderdaad in sferen waar
oud zeer wordt verteerd. Ik zat in de naruis.
TOOTJE: Grote turbulentie onder het kalme oppervlak.
TOMMI: Je zegt het. Het is dat ik de ingeving had gehad om even
helemaal geen afspraken te maken. En dat ik daar dan ook gehoor aan gegeven heb.
Dat ik de boel stil had liggen. Want ik zou echt niet na een dagje uitvaart weer
hup gewoon.
JANNI: Nee.
ROCKO: Nee.
SHIRL: In september, toen had je het rond met dit huis.
JANNI: Ja, eind september. Toen ik zestig werd.
TOMMI: Nou, rond. Eind februari heb ik pas de handtekeningen gekregen.
JANNI: Zoals het nu is kun je er in de winter ook niet bij. Behalve met
een tractor.
TOMMI: Dat gaat veranderen.
SHIRL: Vertel het ons.
TOMMI: Momentje. Ik wil nog even doorgaan op wat Janni aanzwengelt.
ROCKO: Mooie plannen liggen er.
TOOTJE: Vind ik ook.
JANNI: Zo meteen. Engel, wat wou je nog kwijt?
TOMMI: Na die eerste maanden. Nadat ik de notities van deel drie
had gemaakt. Nou dat weten jullie, toen ben ik tot ver in oktober nog bijna dagelijks
met Walli weggeweest. Het was zo, dat ik merkte dat mijn antenne altijd op haar
afgesteld had gestaan. En die zender zweeg, toen ze dood was. En daardoor begonnen
andere signalen, die daarvoor altijd weggedrukt waren, die begonnen door te komen.
Onwennig. Nee Stiertje was echt geen vrouw die zich wou laten roepen door 'mama
mama'. Maar het kind dat 'mama mama' geroepen zou hebben bleek nog steeds in mij
te zitten. En toen het verbod opgeheven was, hoorde ik mijn stem heel hard 'mama
mama mama' roepen. Zo heb ik gerouwd. Walli trok zich er weinig van aan. Ook van
mijn gehuil niet. Ik was wel verrast, door mijn trouw aan die vrouw die mij baarde
maar nooit bemoederde. En zo nam ik afscheid, van het kind dat nooit bemoederd werd.
En ik heb toen ook in mijn eigen lichaam haar laatste momenten ervaren. En daarom
weet ik dat het haar darmen zijn geweest. Dat die zo opgezwollen waren dat haar
hart geen ruimte meer had. Wat ik in die maanden. Wat ik in dat jaar ervaren heb.
Dat zie ik eigenlijk als de uiteindelijke opvoeding die ik van haar gekregen heb.
Waar ze mij in dat jaar kennis mee heeft laten maken. Het aardse bestaan en de dood.
En een zinnigere opvoeding, lijkt mij eigenlijk niet mogelijk.
JANNI: Maar je honger was niet over.
TOMMI: Direct na haar dood was die continu. En als ik probeerde
de zender die zij geweest was te zoeken. Om te proberen contact te maken. Dan werd
ik acuut bevangen door een extreme uitputting. Nu is die honger nog maar een fractie.
Ik heb nog wel eens een aanval. Wat de echte verandering is, is dat de klachten
verstild zijn. Mijn gemis is winst gebleken. Op een bepaalde manier dan hè. Ik zat
met de obsessie dat ik geen leven had wat ik mijn leven kon noemen. En door dit
jaar is dat verdwenen. Die obsessie. Ik sta midden in mijn leven. Dat is gebleken.
En dat is mij alles waard. En dit zie ik toch als een gevolg van de band die er
dan toch was. Tussen haar en mij.
KINDJE: Weten zij dat je het ook over Pepe hebt?
JANNI: Wie is Pepe?
KINDJE: Haar papa.
JANNI: 'De dode die in foetushouding klaar lag'! Daar heb ik nooit bij
stilgestaan dat jij je vader ook kende. En dat die ook dood is.
TOMMI: Nu (?).
KINDJE: Twaalf jaar geleden.
TOMMI: Ja. Ja dan was ik negentien. En hij net geen veertig. Ook
nooit ziek geweest. Een dan hou je er, na zo'n ervaring, toch nog geen rekening
mee dat iemand van nog geen vijftig ook zomaar ineens kan gaan.
KINDJE: In 1995.
JANNI: Toen woonde ik al hier.
TOMMI: Ja dat weet ik. Niet dat jij hier al woonde, maar dat het
1995 was. Toen ik daarover gebeld werd wist ik het ook voordat ik de hoorn opnam.
Maar daar had ik eigenlijk een heel rustig gevoel over. Zeker twee jaar heb ik hem iedere nacht het moment voor ik
in slaap viel gezien. En daarna alleen nog soms in een droom. Een paar hele heldere
dromen.
ROCKO: 'Stort je in het verderf van je erfenis'. Dat moet jou aanspreken
Shirl.
SHIRL: Ja dat moet. Je erin storten en ermee afrekenen. Anders kun je nooit
veel meer dan doorrollen in een uitgesleten spoor. Maar het hele deel komt bij me
binnen Lieverd. En dan ligt voor mij de clou erin dat verwekker en nakomeling inwisselbaar
kunnen zijn. Met verwekker bedoel je hier je moeder? Zo heb ik het verstaan.
TOMMI: Ik weet het niet. Allebei denk ik. Haar en hem.
SHIRL: Als je ermee af aan het rekenen bent, kom je dat tegen ja. Dat verwekker
en nakomeling inwisselbaar kunnen zijn. Zo complex is dat. Voor mij was het nooit
een obsessie dat ik niet een leven had wat ik mijn leven kon noemen. Hoe ik bezig
was had wel iets obsessiefs, daar niet van. Maar ik wilde iets omvangrijkers. In
het centrum van mijn leven staan, dat wilde ik helemaal niet. Een leven dat enkel
maar mijn leven was. Maar ik ben nu ook veertig en behalve mijn erfenis heb ik nu
ook een eigen geschiedenisje. En dat groeit met ieder etmaal dat ik leef.
JANNI: Daar kan ik me iets bij voorstellen.
TOOTJE: Omdat hij dat nou net zegt over die paroxysmale ziektes
en jij het over dromen hebt. Daardoor komt bij mij terug wat ik al tegen je zei.
Dat rommel op de zolder wijst op gefilterde herinneringen.
TOMMI: En brand op zolder, dat je op het punt staat door te slaan.
En als de brand door het dak slaat, was dat niet een teken dat je echt geestelijk
gestoord bent?
TOOTJE: Je zegt het. Dus misschien is het echt wel zo dat je
door dit te schrijven jezelf echt beter gemaakt hebt van iets dat op de loer lag.
TOMMI: Of zij heeft mij laten weten dat bij haar de brand geblust
was. En dat ik mij niet langer de zorgen hoef te maken die ik mij altijd gemaakt
heb.
KINDJE: Ik vind dit een fijn gesprek. Ik ben over een aantal dingen te gemakkelijk
heengegaan. Van Stiertje. Van jou. En van mezelf ook. Je krijgt een kus van me.
TOMMI: En jij krijgt een kus van mij. Want als ik hier niet had
kunnen komen dan wordt het me nu extra duidelijk dat het inderdaad heel goed zo
had kunnen zijn dat ik behoorlijk doorgedraaid was. En Shirl krijgt ook een kus.
En Janni ook. En Rocko ook. Nog een keer voor hoe jullie verleden jaar met mijn
'verdwijning' omgegaan zijn. Want als jullie mij aan Beer uitgeleverd hadden dan
weet ik nu nog beter hoe het had kunnen ontsporen. En Tootje krijgt ook een kus.
JANNI: Waarom krijgt Ms. Take een kus?
TOMMI: Omdat. Omdat zij de schalen gaat halen die op de keukentafel
klaar staan.
KINDJE: Ik loop even een stukje.
JANNI: Goed Schoonheid. We zullen wat voor je overlaten.
SHIRL: Tot zo Schat.
KINDJE: Tot zo.
ROCKO: Yo Kindje. Tot zo.
TOMMI: Je bent wel op tijd terug voor het derde deel hè?
ROCKO: Dat komt niet op vijf minuten. Wel?
TOMMI: Niet op vijf.
KINDJE: Tot zo.
(Gaat naar buiten.)
TOOTJE: Tot zo. (Gaat naar binnen.)
SHIRL: Ja de 21ste van maart. Toen jullie bij mij waren. Toen was je net
begonnen het hier schoon te maken.
TOMMI: Eigenlijk leeg. Het was niet vies.
ROCKO: Als je ziet wat ze in anderhalve maand al voor elkaar heeft.
TOMMI: Het scheelt dat je hier een vuurtje mag stoken. Wat een gras
in éen maand. Ik noem het maar gras, maar van alles hè?
ROCKO: Dat kunnen de paarden niet wegwerken.
SHIRL: Hoe hoger het groen, hoe meer muggen.
TOMMI: Dat heb ik al gemerkt dat die nu minder zijn.
ROCKO: Zo, in het derde deel, komt er iets over gras voorbij.
TOMMI: Ik ben er ook wel een beetje ambivalent over om op deze plaats
de cultuur in stelling te brengen tegen de natuur. Wat je allemaal aan moois moet
uitrukken. Dat gaat me niet bij alles even makkelijk af. Maar ik hou er dan nog
wel van als die mannen aan het zeisen zijn.
SHIRL: Ik herken dat dilemma. En wat je met het zeisen hebt ook. Bij mij
komt er geen machine op het terrein.
JANNI: Ja. Dan ook nog deze hele Banntie gerepeteerd.
SHIRL: Praat er maar overheen.
JANNI: Waar overheen Twiets?
SHIRL: Waar overheen Janni?
ROCKO: Over die monstermachine van je.
SHIRL: Rocko weet waar ik het over heb.
JANNI: Mijn halve straat weet dat. En die vinden mijn machine fantastisch.
SHIRL: Dat jij met jouw oren dat geluid.
JANNI: Dat is waar je een vraag over had? Had dat eerder gezegd.
SHIRL: Ik heb dat meteen verdrongen toen ik zo'n machine bij je zag staan.
JANNI: Éen keer is ze bij me geweest. Al de jaren dat we hier wonen. En
dat is wat ze er van meegenomen heeft. Nee Twiets, dat kan ik me voorstellen dat
je je daar wezenloos van geschrokken bent. Maar ik schrik
er op mijn beurt van dat je dat voor mij geheim gehouden hebt.
ROCKO: Het is een PR-machine.
JANNI: Zie je, hij begrijpt waar ik in mijn realiteit mee te maken krijg.
ROCKO: Maar zeker. Ook nog de hele Banntie gerepeteerd.
TOMMI: Ja dit huis en deze plaats hebben me een enorme stoot energie
gegeven. Geven me iedere dag een stoot energie.
JANNI: Té afgelegen voor mij.
TOMMI: Een stokpaardje van Janni.
JANNI: Maar met Shirl heb ik daar nooit over gehad.
TOMMI: Ken jij een idealere plaats. Dichtgemetselde studiootjes.
Kunstlicht.
JANNI: Om te repeteren bedoel je.
TOMMI: Ja. Ik moet er niet meer aan denken.
JANNI: Daarvoor is het hier ongeëvenaard.
TOMMI: Dacht ik ook.
En ik weet gewoon dat dit een plek is die mensen trekt. Dat ik er eerder moeite
voor zal moeten doen om nog een beetje alleen te kunnen zijn hier.
JANNI: Ik heb het toch goed begrepen. Dat Tootje nu een jaar minstens zou
blijven?
TOMMI: Met Tootje heb ik nog nooit éen aanvaring gehad.
SHIRL: Waar blijft ze?
TOMMI: Die zal wel wat extra's aan het maken zijn. Een of ander
spectaculair bloemen-gerecht of zo.
JANNI: Lekker.
SHIRL: Lekker?
TOMMI: Ze zou er een volle baan aan hebben gehad als ze op alle
verzoeken ingegaan was. Dat is wat ze hier wil gaan doen dit jaar. Een groot bloemengebeuren
in gang zetten.
SHIRL: Klinkt goed.
JANNI: Verleden maand heeft ze een paar keer paardenbloemsalade gemaakt.
SHIRL: Daar heeft ze niet ver voor hoeven lopen om die te plukken. Lekker?
JANNI: Was goed. Een beetje bitter.
ROCKO: Als in plaats van de koffieboon de paardenbloemwortel geëxploiteerd
was, zag jouw erfenis er anders uit.
SHIRL: Niet de koffieboon maar de nootmuskaat is mijn schande Lieverd.
ROCKO: In ieder geval schijn je van die wortels een koffieachtige drank
te kunnen maken. In september gaat ze het doen.
JANNI: En jij houdt helemaal niet van koffie.
ROCKO: Maar misschien net wel van paardenbloemwortelextract.
SHIRL: Wat wij paardenbloem noemen noemen ze hier hondenmelk.
TOMMI: Dat zal Tootje leuk vinden.
ROCKO: Ik kijk of ik wat kan doen. Nee?
TOMMI: Zelf wil ik een boomgebeuren in gang zetten. Er staan er
hier in de driehoek echt hele mooie. Daar zaden van planten. Hier direct om het
huis.
JANNI: Kersen noten perziken pruimen appels. Groeit hier allemaal. Peren.
Ontzagwekkend goed.
TOMMI: Geen fruitbomen.
JANNI: Wel mooie bloesems.
TOMMI: Die er staan laat ik ook staan. Meer een beetje parkachtig.
Een rij esdoorns langs het pad, mooie herfstkleuren, en veel schaduw. En aan de
achterkant een bosje berken, voor het geluid, een stuk of twintig. En dan een paar
eenlingen die wat trager groeien.
SHIRL: Je wil ze kunnen vertroetelen.
TOMMI: Je zegt het. En als mijn contract dan afloopt, zijn zij volwassen.
JANNI: En jij tachtig.
TOMMI: Als ik dat haal. En als er een jaartje bijkomt en ik ben
nog steeds hier dan zullen ze me er niet uitschoppen denk ik.
SHIRL: Hoeveel mag je hier in cultuur brengen? Heb je daar afspraken over?
TOMMI: Niet echt nee. Er is wel genoemd dat het niet de bedoeling
is dat ik meer dan éen hectare omhein. Misschien is een paar geitjes wel een idee
voor het gras.
ROCKO: Een klein weitje kunnen die wel weg werken.
SHIRL: En het elektra en de warmte ga je met zonnenenergie doen hè. Alles?
TOMMI: In de parketkamers laat ik de tegelkachels staan, dus ik
zorg ook dat ik hout heb. En een flinke voorraad kaarsen. Die ga ik misschien wel
zelf maken. En als de computer een keer uitvalt of de telefoon omdat ik de batterijen
niet op heb kunnen laden, nou dan is dat maar zo.
JANNI: Heb je dat al uitgezocht?
TOMMI: Ja daar is al iemand voor. De broer van Tünde. Hij komt overmorgen
ook naar onze hongaarse presentatie.
JANNI: Laci? Je hebt het over Laci?
TOMMI: László ja.
ROCKO: Jouw masseur?
JANNI: Ja dat is de broer van Tünde. Ik heb hem ook uitgenodigd voor onze
hongaarse middag.
TOMMI: Daar heeft hij mij niets van verteld. Maar die gaat het dus doen. De paar paneeltjes
die er nu staan heeft hij ook gedaan. Gewoon iets meer van hetzelfde, dat ik net iets meer heb dan nu. Augustus september is de afspraak.
JANNI: Hartstikke goed. Hoe ben je bij hem gekomen?
TOMMI: Omdat hij het is die hier in de omtrek alle tv-schotels doet.
Daarom vroeg ik of hij ook voor internet een schotel aan kon sluiten. En zo kwamen
we op electriciteit. En zo dus.
SHIRL: Ja Vriend van me, het heeft ook voordelen als je de taal spreekt.
Goeie masseur?
JANNI: De beste. Er bestaat voor mij geen betere. Maar masseren en converseren
is nooit mijn favoriete combinatie geweest.
SHIRL: Hoe vaak?
ROCKO: Zes keer in de maand. Was het toch?
JANNI: O dat ben je niet vergeten. Dat heeft indruk op je gemaakt. Het
is nog steeds zes keer. Maar toevallig Twiets, ben ik afgelopen jaar heel serieus
met de taal bezig geweest.
SHIRL: O jij hebt ook geheimen voor mij hoor ik.
JANNI: Kutyatej, dat wist ik bijvoorbeeld.
TOMMI: Tuurlijk Kutyatej. Hai tante Kindje.
KINDJE:
(Loopt door naar binnen.) De tafel nog steeds
leeg of al weer?
ROCKO: Nog steeds.
TOMMI: Deze hele omgeving was trouwens allemaal bos ooit. Dit huis
is gebouwd met hout van bomen die hier groot zijn gegroeid . Het was het houtvesterhuis
van dit gebied.
ROCKO: En ze hebben niet op een boom meer of minder gekeken. Onder het
stucwerk zijn alle plafonds massief eiken, handgesneden balken van vijtien bij vijftien,
aansluitend. En ze overkappen vijf meter. Hoe lang is die vleugel op het noorden?
TOMMI: Vierentwintig meter.
ROCKO: Vijftien bij vijftien. Dat zijn er tien in anderhalve meter, honderd
in vijftien, hondervijftig in tweeëntwintig en een half. Honderzestig dus. Keer
vijf en een half, want ze liggen aan allebei de kanten zeker zo'n stuk op de muur.
Dus dan zit je op honderzestig keer vijf is achthonderd. En dan nog tachtig. Dus
zeg maar negenhonderd meter balk. Eiken. Van vijftien bij vijftien. Reken jij nu
even uit hoeveel bomen dat zijn Janni. En hoeveel hectare daarvoor gekapt is.
SHIRL: Éen hectare zou al erg veel zijn. Vijftien bij vijftien zei je.
Eiken. Dus dat hoeven geen hele oude bomen geweest te zijn. Drie balken uit éen
boom zou ik denken. Hooguit veertig bomen dus. Zeg voor het gemak negenenveertig.
Zeven bij zeven. Vijf meter afstand. Dat is dan een perceeltje van vijfendertig
bij vijfendertig meter.
ROCKO: Maar dan hebben we het pas over éen vleugel. En de westvleugel is
even lang.
(TOOTJE en KINDJE terug van binnen, ieder
met een grote schaal; éen met gebak, éen met thee.)
JANNI: Hier heb je zo lang over moeten doen?
ROCKO: Ja praat er maar overheen.
JANNI: Waar overheen Rocko?
SHIRL: Over de bloemen.
ROCKO: Shirl weet waar ik het over heb.
JANNI: O de bloemen. Tootje, staat het bloemengerecht nog binnen?
TOOTJE: Welk bloemengerecht?
TOMMI: Ik heb over je opgeschept. Waarom je zo lang wegbleef.
TOOTJE: Was ik zo lang weg dan?
JANNI: Behoorlijk.
TOOTJE: Ik heb wat smsjes beantwoord. Dat kwam er maar niet
van. En dat kan een beetje uitgelopen zijn. Maar jouw thee wordt daar alleen maar
lekkerder van.
JANNI: Nou kom op met die sütemény. Ze zien er weer te lekker uit Shirl.
KINDJE: Janni!
SHIRL: Hij is hongaars aan het leren.
TOMMI: Shirl vertelt net dat wat wij paardenbloem noemen dat dat
hier hondenmelk heet.
TOOTJE: Leuk.
TOMMI: Kutyatej. Kutya is hond en tej is melk.
TOOTJE: Nou voor wie wat tej in de thee wil heb ik hier een
kannetje warm. En suiker heb ik ook nog nergens ingedaan. Ik vind ze er ook verrukkelijk
uitzien. Ik moest me in de keuken echt inhouden.
SHIRL: Oké smullen. Is dit van water uit de fles of uit de put?
TOOTJE: De put.
TOMMI: Ik heb het laten testen.
SHIRL: En goed?
TOMMI: Echt goed. Ik vermoedde het ook wel want nergens in de hele
driehoek is industriele landbouw hè. Maar wat zo'n rivier allemaal meevoert? En wat
dat met het grondwater hier doet?
SHIRL: Lekker ook.
KINDJE: Heel lekker Poes.
JANNI: Ja lekker hè?
ROCKO: Lekkerder dan wat ik uit de kraan krijg. Ik laat die bij mij nu
ook testen. Kortzichtig dat ik dit nu pas doe. De regenwaterreservoirs staan evenveel
droog als dat er wat in zit. Dus ik hoop ook op een positieve uitslag. En dan kijken
of de paarden het lusten.
SHIRL: Prima idee. Als mijn tuinen droog staan gebruik ik het ook.
(TOMMI loopt naar het podium.)
JANNI: Eet je je gebak niet?
TOMMI: Ik moet nu geen zoet in mijn mond.
JANNI: Daar heb ik geen last van. Jij Tootje?
TOOTJE: Nee.
TOMMI: Je mag het gerust hebben.
ROCKO: Waar we nu zitten wordt het zwembad. Ook met water uit de put.
JANNI: En een paar monsterpompen.
ROCKO: Een paar kleintjes zeker. Het wordt onderdeel van een irrigatiesysteem.
Meest natuurlijk verval.
SHIRL: Klinkt goed. Overdekt?
ROCKO: Overdekt en dan die wand helemaal glas. Een schuifpui, maar dan
anders. Dat hij ook naar buiten geschoven kan worden zodat er daar een wintertuin
is.
SHIRL: En dat gaat Ferenc doen?
ROCKO: Ja. En ik ga hem helpen.
KINDJE: Oh?
ROCKO: Ja.
TOOTJE: Zullen we?
JANNI: Ik kom er aan.
SHIRL: Gaan we genieten van dit derde deel?
JANNI: Ik weet niet of genieten het woord is.
SHIRL: Stout.
KINDJE: Geef ons alles wat je hebt.
JANNI: Voor minder doe ik het nooit.
KINDJE:
Geef ons alles wat je bent.
JANNI: Dat te mogen, is mijn voorrecht.
SHIRL: Go Janni go!
Scene 5 Het accent ligt op het PODIUM.
1. (19)
TOMMI:
Mijn mama is dood
Een vuurpijl als een staaf dynamiet is
afgegaan
Een explosie van onberekenbare grootte
Het hele landschap éen ravage
De wrakstukken verzamelen en reconstrueren?
Niet mogelijk! Dit is het nieuwe landschap!
Het oude landschap is voorgoed verdwenen
Dag lieve mama, dag lief monster
Ik haak af
Ik zweef niet verder mee
Ik leg mij op deze rode aarde
en laat de informatie die mijn zenuwen
opgenomen hebben
doorvloeien in de rest van mijn organisme
Dag lieve mama, dag lief monster
Hier scheiden zich onze routes
Ik glij niet verder mee
Ons duet was kort en verheven
Het afscheid is verpletterend
De opstand zal zacht zijn
Ja nu al ervaar ik het
Achtergebleven op deze rode aarde
voel ik mij niet verlaten,
voel ik mij geborgen,
weet ik mij gevoed door mijn dode dode mama
Ik zal naar haar kijken
Ik zal kijken naar het gezicht zonder
gewicht, zodat mijn herinneringen
mee tot as zullen vergaan
TOOTJE:
Banntie Banntie Banntie
TOMMI:
In het gruis zal mijn thuis zijn
In mijn huis zal vrede zijn
2. (20)
JANNI:
Zullen de mooie meisjes dansen? Zullen
ze
huppelen over het zand?
Hoe liggen achter en voor de kansen? Hebben
we ijs of hebben we brand?
Was de heuvel stug en steil? Hakte hij
met
botte bijl?
Was de hof vol zon en zang? Waren de druiven
zoet of wrang?
TOMMI:
Perenbomen krommen knoestig in de tuin der
zeven lusten
waar mama papa kuste
onnozel en oprecht
JANNI:
Het blussen van de brand in haar buik was
een klus die buiten elk
scenario om moest
TOMMI:
Het is toen dat de paarden zijn verdwenen
uit het laagland,
om nooit meer terug te keren
JANNI:
Vertrokken zijn ze naar de besneeuwde toppen
van het rotsgebergte,
waar ze zich vermengd hebben met de stenen
TOMMI:
Een nog ongecatagoriseerd ras ontstond,
dat past bij deze onherbergzame streek
JANNI:
Waar de lucht naar peper en mint smaakt
en de ijskristallen melodieën doorgeven
die helderder klinken
naarmate in het oor van de toehorende
kennis en liefde éen stem zijn
TOMMI:
Het zijn de prachtigste wezens die hier
wonen – zo doen getuigenissen vermoeden
van die enkeling die deze streek bereisd
heeft en terugkeerde
JANNI:
Het zijn deze teruggekeerden
die de Banntie vermorzelen met éen enkele
blik
TOMMI:
Gelukkig dat ik het geluk altijd al aan
mijn kant had
want het is uiterst zeldzaam dat iemand
terugkeert
JANNI:
En nog zeldzamer is het dat een
teruggekeerde–die overigens nooit langer
dan zeven etmalen blijft–deze glimlach
toont
TOMMI:
Getuige te mogen zijn van deze glimlach
is sereniteit voorproeven
die in het verschiet ligt
JANNI:
Slechts bereikbaar in de nabijheid van een
dood
die volgt op zeven keer gestorven te zijn
3. (21)
TOMMI:
Passen op de plaats passen
Wanneer de zwarte zwarte aarde as baarde
Passen op de plaats passen
Wanneer verdriet over een griet die
verscheen en verdween en verdween en
verdween een lied zoekt
Op de prairie woont een meisje
Assy Stiertje is haar naam
Ik ben gegaan om haar te kussen
Maar haar mond werd een banaan
En haar vingers werden peulen
En haar buik een grote slang
Ik ben gegaan om haar te kussen
Nee zij maakt mij echt niet bang
In de bossen doolt een meisje
Assy Stiertje is haar naam
Ik ben gegaan om haar te kussen
Maar haar neus werd een liaan
En haar tanden werden besjes
En haar rug een grote blaf
Ik ben gegaan om haar te kussen
Nee zij stoot mij echt niet af
In een bedje droomt een meisje
Assy Stiertje is haar naam
Ik ben gegaan om haar te kussen
Maar haar scalp werd een vulkaan
En haar tenen werden vissen
En haar bips een grote mug
Ik ben gegaan om haar te kussen
Nee zij jaagt mij echt niet terug
4. (22)
TOMMI:
De maan als een wiegje ligt te wachten om
de ster te ontvangen
Rammelende rammelaars worden schaarser en
schaarser
Op de wreef en tussen mijn tenen ben ik
gekust
Nu ben ik moe dat kun jij je voorstellen,
jij die met mij bent geweest,
waar
De kleuren zich onttrekken aan de
prismawetten
Het verloop van het verhaal zich onttrekt
aan de reglementen
Liefde geen geheugen heeft
Dierbaarste Dierbare, ja jij hebt mij enorm
geholpen
Let maar niet op de tranen in mijn ogen als
ik je dit beken
Zonder jou had ik deze tocht gezocht noch
overleefd
Maar wat een positieve ervaring!
O ik had op basis van alle verhalen die
verhalen wat zich hier zoal afspeelt
in de diepste diepte niet verwacht wat ik nu
meegemaakt heb
JANNI:
Zij heeft de maan verstaan,
ja zij heeft de maan verstaan
De maan heeft haar verstaan,
ja de maan heeft haar verstaan
Ja het graan heeft haar verstaan,
het graan heeft haar verstaan
Ja zij heeft het graan verstaan,
zij heeft het graan verstaan
5. (23)
TOMMI:
Panki Poko Sollo Maalo
TOOTJE:
Dus je leeft nog, lieve Letterpop
Weet je nog hoe het was en nooit meer zal
zijn?
Waren wij gelukkig?
Ik dacht het wel!
JANNI:
Frendi Frendi Frollie Faata
TOMMI:
Pannelappen achter de hand houden
Ja mijn tanden doen pijn, maar dat had je al
geraden
TOOTJE:
Aan het raam sluit zich de rij
Op de ruit een plakkertje
waarop met grote onregelmatige letters
zeg denk voel JA staat geschreven
Begrijp jij nou zoiets, lieve Letterpop?
Ben je helemaal heen en terug geweest?
Is het bevallen?
Ik bedoel was het mooi?
Ik bedoel intens?
Ik bedoel ver ver ver ver uit?
JANNI:
Pieka Pieka Hoge pieken
TOMMI:
Paardje wil je mijn maatje zijn
TOOTJE:
Pieka Pieka Hoge pieken
TOMMI:
Eeuwig ruist het zoete refrein
TOOTJE:
Ruige banen Blanke toppen
TOMMI:
Paardje leg je vleugels af
Trippeltrap hier op de plaats pas en ik zal
je borstelen tot je kirt 'genoeg
genoeg'
JANNI:
Snappel Snappel Snappel
TOOTJE:
Trek recht die rug
Omhoog die kin
Lach ja, luid en jubelend
Schater ja
TOMMI:
Bello Bello Bello
TOOTJE:
Stevig nu en overtuigd
Vol vertrouwen ook
Blanco tot op het bot
Gek hè? die beroerde uitputting
loerend om toe te slaan
JANNI:
Gabbe Gabbe Gabbe
TOMMI:
Trap mij hoog, trap mij laag
In een vlaag van waansverduistering, zullen
de mieren vieren dat ze geen vliegen zijn
de schapen zich vergapen aan de zijderupsen
JANNI:
Teppo Teppo Teppo
TOOTJE:
Leg de roos tussen het kroos
En fotografeer
Breng het tralievenster aan
Versier met sierpapier
En fotografeer
Trek het laken over het dode hoopje
Knoop twee aan twee de punten strak
Maak een holte voor vier lepeltje –
dessertformaat
Fotografeer
JANNI:
Prakke Prakke Prakke
TOMMI:
Bega een geluk
Ja jij met je tong die kan likken
en je tranen die sporen achterlaten op droge
doeken
En ook jij met je handen die kunnen bewegen
en je voeten die sporen achterlaten op natte
stranden
JANNI:
Fessie Fessie Fessie
TOOTJE:
Vreet je door de berg
Staal de wil
Het gegil is tijdgebonden en zonder
betekenis
Jij Likkepot van de gestremde melk, breek
door de schil van deze waan
De dingen spreken niet uit zichzelf
Dit lijkt mij redelijkerwijs het geval
Concentreer je op alles wat zich niet laat
fotograferen
TOMMI:
Affel Affel Affel
TOOTJE:
Streel het teefje tot zij glanst
TOMMI:
Tronk Tronk Tronk
TOOTJE:
– Over en sluiten –
TOMMI:
O
wat staan die irissen er prachtig bij!
Wat blijven die vissen dapper onder water
doorzwemmen!
Ze kennen geen aarzeling of wel?
– Over en sluiten –
JANNI:
Nee, zij is iris noch vis
TOOTJE:
Schep schelpen, scheidt de gehavenden van de
ongehavenden
Vul het voordek van het schip en zet de
koers
Schilder–in volle vaart–het achterdek met
gemolten chocolade,
afwerken met geglazuurd zeeschuim
Zo, nu kun je gasten nodigen. Aan wie denk
je?
En kun je die bereiken? Nee hè?
TOMMI:
Wijs mij mijn plaats, dierbaarste Dierbare,
en ik zal mij erop nestelen, denkend aan jou
Ik zal je bekennen dat ik het nu wel erg
koud heb
Het is een zuiging die sterk op mij werkt
Indien je bloed koud vermengt is met iemand
die net is terugvertrokken,
nou dan voel je dat wel
En dat is dus de zuiging die ik bedoel
JANNI:
Paronni Paranni Parunni
TOOTJE:
Ja teven dreven in trossen rond
Geronnen bloed begon spontaan te vloeien
Het leed is geleden
JANNI:
Want dat teventrossen verlossen dat weet een
kind
TOMMI:
Verkeren in sferen die verkeren en verkeren
TOOTJE:
Apsie Apsie Apsie
TOMMI:
O hoe grillig het pad
Trippeltrappel passen op de plaats pas
– Ook als deze niet past –
TOOTJE:
De merrie draaft teugelloos door de nacht
Hoor haar, hoor haar
6. (24)
JANNI:
Zullen de mooie meisjes dansen? Zullen
ze
huppelen over het zand?
Hoe liggen achter en voor de kansen? Hebben
we ijs of hebben we brand?
Was de heuvel stug en steil? Hakte hij
met
botte bijl?
Was de hof vol zon en zang? Waren de druiven
zoet of wrang?
TOOTJE:
Kooronne Kooronne Kooronne
TOMMI:
Zit ik aan je sponde
Hoor ik je snikken
Nadat je kreunde
Zie ik de kleur van je konen
Ja je houdt van dit spel dat bij je leeftijd
past
TOOTJE:
Kooronne Kooronne Kooronn
TOMMI:
Ga je ondergronds met mij?
Haksnijdend door het wortelwoud
De vochtigste aarde is nooit koud
Kom wij doen even een dutje
TOOTJE:
Kooronne Kooronne Kooronne
TOMMI:
Bloot de armen, bloot de benen
Rennen door het genaakbare gras
Zo groen, zo doorschijnend, zo in continue
beweging
Zo levend een eigen leven
Zo bijna éen met alle elementen
7. (25)
TOMMI:
Foto's uit de oude doos worden brozer en
brozer
TOOTJE:
Pronko Pronko Pronko
TOMMI:
Breed de wagen, hobbelig het pad
TOOTJE:
Stampoola Stampoola
TOMMI:
Reik mij je hand
JANNI:
Niets dwarrelt
TOOTJE:
Prosso Prosso Prosso
TOMMI:
De klanken verklinken
JANNI:
Niets schakelt met niets
TOMMI:
Trillingen
omringen de stilte
omringen mij
Als blaadje de bloem
8. (26)
TOOTJE:
Het paard–de warme vervoershulp–heeft zich
te ruste gelegd
JANNI:
Zij heeft zich bij laten staan door de
schijn van de zon
Heeft zich bij laten staan door de schijn
van de maan
Is gegaan met de rivier tot aan de oceaan
Zij heeft gegroet met haar voet
Heeft gestampt met haar hand
Is gegaan met de sneeuw tot aan de rand
Zij is gegaan met de maan tot aan de oceaan
Is gegaan met de zon tot aan de bron
Scene 6 Het accent ligt op het ZITGEDEELTE.
De
aandacht van KINDJE en SHIRL blijft op het podium tot JANNI terug is aan de tafel. TOMMI, TOOTJE en
ROCKO blijven nog tamelijk lang op het podium
bezig voordat ze zich bij de anderen voegen.
SHIRL: Genoten. Gefeliciteerd.
KINDJE: Phoe Schat, het is fantastisch. Maar met jou zijn ze niet zachtzinnig
omgegaan.
JANNI: Zo'n stootje mogen ze mij ieder jaar éen bezorgen.
SHIRL: Je bent dus wel een beetje tevreden?
JANNI: Helemaal gelukkig.
KINDJE: Het is onbetaalbaar.
SHIRL: Die is goed Schat. Onbetaalbaar.
JANNI: Ja Vriendin van me, het heeft ook voordelen als je je huis eens
uitkomt.
SHIRL: Stout.
KINDJE: Fantastisch. Deze hele middag.
SHIRL: Als het over de muziek gaat ben ik het met Kindje eens. Het is helemaal
een andere geluidswereld geworden dan jij puur.
KINDJE: En toch is Janni Perro overeind gebleven.
JANNI: Is het niet hartstikke verrassend wat zij met die restjes gedaan
hebben? Een collectie mooie outfits voor die teksten hebben ze ervan weten te maken.
Naakt in de wereld moet je wel erg gezond zijn wil je geen kou vatten.
SHIRL: Je zegt het. Om een uitdrukking van Tommi en Tootje te lenen.
KINDJE: Niet zo bescheiden Schat. Sommige van die restjes zijn wel schitterende
juweeltjes. De meeste.
JANNI: Dank je Schoonheid. Ik heb het ook altijd jammer gevonden dat ik
ze niet in kon passen in mijn eigen cd's. Dat ze net te lang waren of net te kort
of het ritme of de sfeer klopte niet met de rest. En nu zijn ze eindelijk goed terecht,
want zij hebben ze meer dan eer gedaan.
SHIRL: Ik ben benieuwd wat de reacties uit Nederland zullen zijn. Ik hoor
het volgende maand wel.
JANNI: Ik heb het misschien verkeerd begrepen maar uit iets wat Tommi zei
maakte ik op dat jij naar éen van de concerten wil komen?
SHIRL: En dit heb ik niet eens in een opwelling beloofd. Bijna twee en
een half jaar, tegen die tijd ruim drie jaar, dat ik niet meer daar geweest ben,
dus dit leek me een goede aanleiding. Als al het andere me nog steeds tegenstaat,
heb ik dat in ieder geval.
JANNI: En?
SHIRL: En wat?
JANNI: Ik bespeur hier echt een geheim.
KINDJE: Ja Poes, ik ook.
SHIRL: Het is de bedoeling dat ik een oude geliefde ga ontmoeten.
JANNI: Hmm vertel.
SHIRL: Dat doe ik niet. Als het niet tegenvalt, krijg je een verslag.
JANNI: Waarom ga je die oude geliefde niet hier ontmoeten?
KINDJE: Ja waarom ga je daar zo lang mee wachten?
JANNI: Dat ook.
SHIRL: Ik ga er toch niet op in.
KINDJE: Gelijk heb je.
JANNI: Van mij krijg je ook gelijk.
SHIRL: Nu ik het van begin tot eind gehoord heb, begrijp ik nog beter dat
je je uiteindelijk in deze Banntie op de achtergrond gehouden hebt.
KINDJE: Ik ook Schat. Maar jouw aandeel maakt toch het verschil.
JANNI: Tussen?
KINDJE: Zin en onzin.
JANNI: Hier doe je me een enorm plezier mee Schoonheid.
SHIRL: Een heel mooi compliment, waar ik me helemaal bij aan kan sluiten.
JANNI: Is er iets niet goed gegaan daar?
ROCKO: Nee. Alles goed. We komen er aan.
KINDJE: Toen ik de teksten voor het eerst las was het voor mij een heel
helder verhaal. Maar erg rationeel verantwoord zijn ze niet.
SHIRL: Geef me de andere delen ook, voor ik het vergeet.
KINDJE: De muziek brengt de tekst naar de grond. Iets omgekeerds van wat
meestal de bedoeling van muziek is.
SHIRL: Dat is wel de bedoeling van funk.
JANNI: Dat is funk ja.
KINDJE: Ik begrijp wat je bedoelt.
JANNI: Je zus was waarschijnlijk ook een vlieger die een anker nodig had.
KINDJE: Ja dat begrijp ik nu. Maar doordat ze met dit materiaal van jou
hebben kunnen werken krijgen zij dat wel subtieler voor elkaar dan die bonkende
bassen en die schetterende trompetjes.
JANNI: Aan mij is het ook nooit besteed geweest.
SHIRL: Je hoeft ze niet terug?
KINDJE: Ze zijn voor jou Poes. Dus toen ik ze las waren ze voor mij helemaal
te volgen. Maar dan stel ik mij mijn broer Beer voor. Want daar heb ik wel wat ervaring
mee. Hoe die tegen de dingen aankijkt. En dan krijg je kortsluiting. Dan wordt het
pure onzin.
SHIRL: Ik ook. Ik heb ook een heel klein beetje ervaring met hoe jouw broer
Beer met de dingen omgaat.
JANNI: En ik ook een mini mini klein beetje.
KINDJE: Door jouw materiaal en door hoe jij je opgesteld hebt, heeft de
muziek een kwaliteit kunnen krijgen waardoor deze teksten de censuur van de ratio
passeren. Zelfs bij Beer zullen ze als een speer naar binnen glijden.
JANNI: Vlak de talenten van die twee niet uit.
KINDJE: Zeker. Die ook.
SHIRL: In het eerste deel bleef voor mij raar genoeg de tekst ook ergens
daar hangen. Even geblokkeerd of zo. Maar in het tweede. En zeker ook in het derde. Ik hoor hoe
jouw werk de boel bij elkaar houdt. Maar door hun aanpak wordt het gewicht heel
anders. Het is voller en toch lichter. Trouwens dat lege podium. Alleen die laptopjes
en die toetsen en die microfoons. Gaan ze daar nog wat mee doen?
JANNI: Niet koud, de muziek hè?
SHIRL: Helemaal niet. En het podium ook niet. Ik vergeet jullie drie. Ook
heel mooi.
JANNI: Ze laten dat ook zo. Tootje blijkt tamelijk beroemd te zijn met
videotoestanden bij haar optredens, maar ze hebben besloten hier alle showelementen
te elimineren. Daar ben ik allemaal niet bijgeweest, maar daar hebben ze met z'n
drieën eindeloze gesprekken over gehad.
SHIRL: Wat ik ook hoor is dat jouw materiaal bij elkaar gehouden wordt
omdat het allemaal naar hetzelfde verwijst.
KINDJE: Janni-janni heeft je het een en ander ingefluisterd. En misschien
je moeder ook?
JANNI: Het is inderdaad allemaal restmateriaal van nummers die met die
ervaringen te maken hebben. Ik zou niet gedacht hebben dat dat direct te horen was.
En zeker niet na deze behandeling.
SHIRL: Heel duidelijk.
JANNI: Zo zie je maar.
KINDJE: Vind ik ook. Heel duidelijk.
JANNI: Het begin. Van
dit derde deel dus. Het eerste nummer, wat de directe reactie op de dood is. Echt
voor mij gesproken is dat het nummer waar het muzikaal om draait. Daar ligt voor
mij de connectie met het materiaal wat ik ze aangeboden heb. Mijn verhaal met Janni-janni
is anders. Op een bepaalde manier heeft Tommi het over een afscheid. Hoewel ze ook
zegt dat ze zich niet verlaten voelt, dat ze zich geborgen voelt, dat ze zich gevoed
weet door haar dode mama. Maar voor mijn idee bedoelt ze toch niet hetzelfde als
wat ik met Janni-janni heb, die altijd bij mij gebleven is. Ik had wel meer en meer
en meer gewild. Had ik hem tien jaar moeten dragen omdat hij niet meer had kunnen
lopen, dan was me dat geen moment te veel geweest. Ik heb vaak tegen hem gezegd,
jij gaat de oudste cocker worden ooit. Alle records gaan eraan. Maar het mocht niet
zo zijn. En toen de eerste maanden, bijna een half jaar, van diep verdriet. Behalve
in een stoel zitten staren wilde ik helemaal niets. Maar ik merkte dat ik hem niet
miste. Omdat ik merkte dat hij er altijd was. Dat ervaarde ik. En dat hij ging toen
hij ging was uiteindelijk ook helemaal hij.
KINDJE: Er gaat wel eens iemand op zijn plaats zitten, of liggen, maar niemand
kan zijn plaats innemen.
JANNI: Zo is het.
SHIRL: Met deze muziek draag je hem. Wat Tommi en Tootje er ook van gemaakt
hebben.
JANNI: Dat is ook heel fijn. Ja wat ik wel eens mis is dat ik hem jullie
niet kan laten zien. Niet meer met hem kan pronken.
SHIRL: En door deze muziek kan ik hem ook zien.
JANNI: Het is de Banntie van Tommi. En het is hun muziek.
KINDJE: Straks zei ik al dat er momenten waren dat ik Stiertje kon zien.
Maar ik kan me ook helemaal bij Shirl aansluiten. Dat als ik me focus op jouw aandeel
dat je Janni-janni laat zien.
JANNI: Ik heb er wel eens een dag tussen dat ik bang ben. Dat ik hem alsnog
ga verliezen. Nee, dat ik bang ben is niet wat het is. Dat er een angst in mij is.
SHIRL: Je geloof wankelt even.
JANNI: Jij bent ondeugend. Een honger neemt het even over en mijn reële
kijk op de actualiteit is even helemaal foetsie. Dat je iets gemist hebt voordat
je wist wat voor jou van belang is, is mij niet vreemd. Om het zacht uit te drukken.
SHIRL: Daarom weet jij ook te vertellen
van die paryxhuppeldepup ziektes.
KINDJE: Je zegt de éen houdt dit vast en de ander dat.
JANNI: Het ene uiterste zijn de braafjes. De vrome barmhartige medemensen.
Die alle woede en haat verdringen en die in de ontlading grof en agressief worden.
En allerlei destructieve fantasieën hebben. Van moord tot apocalyptische rampen.
Veel vuur en knalwerk. En het andere uiterste is dus de wrede heerszuchtige. Die
alle behoefte aan tederheid en medeleven verdringt. En die in de ontlading stuurloos
afhankelijk wordt en allerlei infantiele fantasieën heeft. Altijd lief, eeuwige
trouw, alles helemaal begrijpen.
SHIRL: Wat jij met Janni-janni uitgeleefd hebt.
JANNI: Jij bent wreed.
KINDJE: Wat wij met elkaar uitleven.
JANNI: En jij bent gemeen. Maar jullie horen er allebei overheen dat ik
zei infantiel en dat is per definitie conventioneel. En dit gaat niet op dacht ik,
voor de relatie tussen Janni-janni en mij. Of voor de relaties die wij met elkaar
hebben. En als je de indruk hebt dat Janni-janni een braafje is dan heb je hem niet
goed bekeken.
KINDJE: De éen kan ook een generatie zijn.
JANNI: Dat zie je ja. Dat jongeren ontladen wat de ouderen verdringen.
SHIRL: En dan heb je het niet over funk maar over punk.
JANNI: Ook nooit aan mij besteed geweest.
KINDJE: Als ik me in jullie nabijheid op wat voor manier dan ook in moest
houden dan ging ik niet met jullie om.
JANNI: Zo is het ook voor mij.
SHIRL: Ik ben nog wat jonger, maar ik doe mijn best.
JANNI: Dan is het goed. Toch nog wat over de muziek. Dat het me interesseerde.
Tekst op muziek te zetten. Dat is helemaal verdwenen. Ontmaskerd. Zo eigengereid
ben ik dus niet Schoonheid. Het was een 14de-symfonie-fantasie. Sjosh zoiets, ik
ook zoiets. Zoiets was het. Waar het hem gebracht heeft weet ik niet maar voor mij,
heb ik dit jaar
ontdekt, zou het kunst om de kunst zijn geweest. Nu
is het van hun, dat is veel beter zo. Mijn bijdrage, als ik het dan toch in een
cijfer moet uitdrukken, hooguit 20%. Ik heb ze geholpen met de techniek. Ik snap
hun enthousiasme, maar ik word er ook moe van. Laat mij maar doen wat ik de laatste
jaren doe. Of is dit een Glenn-Gould-fantasie van mij? Die is ook van mijn verjaardag.
KINDJE: Die houd je dan al sinds 1986 in de greep.
JANNI: Je hebt gelijk. Secuurder is: in mijn hoofd had ik nog wat andere
ambities en die zijn er nu uit. Wat ik de laatste jaren doe past me. En Tootje heeft
het in zich, die kan zich ontwikkelen. Via dit recyclen van dit materiaal kan zij
tot haar eigen materiaal komen. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat dat ook produkten
op gaat leveren. Misschien is haar geluk wel om à l'improvise voor de bloemen te
zingen. En hoe zij piano speelt, daar kan ik alleen maar van dromen. Oké. We hebben
het hier nog niet over gehad, maar ik ga mijzelf als componist schrappen. Met dank
aan Janni Perro is meer dan genoeg.
KINDJE: Een lief kado van je Schat.
JANNI: Met die eigendomsbedoening moet je nu eenmaal lijnen trekken die
er niet zijn.
SHIRL: Als jullie van elkaar maar weten hoe het in elkaar zit.
JANNI: En dan kijken zij maar hoe ze het willen verdelen. Voor mij was
het een kado om met die twee te mogen werken. Ik heb die stukken helemaal nieuw
ervaren.
SHIRL: Dat is fijn.
KINDJE: Zeker. Dat is fijn.
JANNI: Zo is het. Ik dacht dat jullie kwamen?
TOMMI: Jullie zijn zo in gesprek.
JANNI: Kom erbij. Jullie willen toch wel iets drinken? Er valt volgens
mij wat te vieren.
TOOTJE: Ja hè. Ook al zijn jullie twee het maar. Het is toch
de première voor publiek. Ik bedoel: al is het maar een publiek van twee. En dan
merk je al, dat je opgetild wordt.
KINDJE: En Rocko dan?
TOOTJE: Die hoort bij de band.
JANNI: Ja jullie hebben een fabelachtige concentratie.
KINDJE: Dat zal met de mensen van hier overmorgen ook niet tegenvallen.
SHIRL: Hoeveel komen er?
ROCKO: Twaalf. Plus wat er verder nog meekomt.
TOMMI: Vier karren. Twee paarden per kar plus éen met een bijpaardje.
SHIRL: Heb je verteld waar het over gaat?
TOMMI: Ik heb heel ruw een vertaling gemaakt. Een soort samenvatting van
ieder deel. Dat vertel ik vantevoren. En dan doen we alles in éen keer achterelkaar.
TOOTJE: Wel leuk om die reacties te krijgen.
TOMMI: Ook van de paarden wil ik voelen hoe ze reageren.
JANNI: Wil je die ook in de schuur?
TOMMI: Gewoon daar. Lekker gras en toch erbij. Die van Rocko komen ook.
ROCKO: Die van Rocko? Daar word ik toch altijd weer. Noem ze gewoon bij
hun naam.
TOMMI: Sorry Rocko. De gewoonte van de taal was even sterker. Maar je brengt
ze toch mee?
ROCKO: Alleen Walli.
KINDJE: Volgens mij is Walli ook een beetje de auteur van die teksten.
TOMMI: Dat je dat noemt. Dat is zo. Alles wat hier geschreven is, heb ik
geschreven met hem direct aanraakbaar. Walli heeft hier overgenomen wat Bulle in
Nederland voor mij deed.
SHIRL: Wie is Bulle?
TOMMI: Mijn poes.
SHIRL: Jouw poes? Oh ook stout. En waar is Bulle nu?
KINDJE: Die zwerft ergens bij mij rond.
TOMMI: Zwerven. Iedere
nacht ligt ze op je bed.
KINDJE: In mijn bed.
TOMMI: Als het hier een beetje verder is, gaat ze mee.
KINDJE: En als het haar niet bevalt, dan komt ze terug.
TOMMI: Zo doen we het. Nou jullie hebben het nu helemaal meegemaakt.
SHIRL: Hartstikke genoten. Gefeliciteerd. En dank je. Jullie alle drie.
KINDJE: Van Tootje weet ik het niet. Maar van jou vind ik het de kroon op
je werk tot nu toe.
TOOTJE: Dat vind ik ook voor mij. Voor wat ik tot nu toe gedaan
heb.
SHIRL: Toch nog even een detail Tommi. Ik hoorde jou zeggen 'ik zal naar
haar kijken'. En ik kijk net in de tekst of ik het goed gehoord heb. Maar jij bent
toen toch helemaal niet naar Nederland teruggeweest toen zij. Wat is er eigenlijk
met haar gebeurd? Is zij begraven? gecremeerd?
KINDJE: Verbrand.
SHIRL: En de as?
KINDJE: Bij Beer?
TOMMI: Die staat bij Beer.
KINDJE: Jij weet vast dat Beer haar broer is. Ook mijn broer. Dat Stiertje
en ik zussen zijn.
TOOTJE: Ja.
JANNI: Mocht jij haar?
TOOTJE: Ik heb haar nooit ontmoet. Behalve toen zij in de kist
lag.
KINDJE: O. Daar heeft Beer niets over gezegd.
TOOTJE: Ik heb Beer toen wel de hand geschud.
TOMMI: Dat heeft ze voor mij gedaan. Niet dat schudden, maar naar Stiertje
kijken.
TOOTJE: Vrijwillig voor jou. Zij is de enige dode die ik ooit
gezien heb. En ik weet niet of iedere dode zo mooi is, maar ik vond het echt een
heftige aanwezigheid. Omdat zij niet bewoog en niet terugkeek heb ik haar heel intens
kunnen bekijken. Maar zij was zij misschien niet meer.
TOMMI: Hoe ik het gevoeld heb was zij bij haar dood een ander. Ja. Dan
hoe ik haar het laatst in levende lijve gezien heb.
JANNI: En dat was wanneer?
TOMMI: Nou ik was hier, bijna een jaar hè? En daarvoor een maand of drie
vier. Eigenlijk de periode dat ik die eerste notities maakte. Dat was verder geen
beslissing. Ik kon mezelf er niet toe brengen haar op te zoeken. Dat ik hier naar
toe ging heb ik haar geschreven. En daar heb ik niets op gehoord. Ja rond mijn verjaardag
een kaart met proficiat erop.
KINDJE: Ik heb tot aan het eind met haar getelefoneerd. En het is zeker
dat ze in haar laatste jaar met de maand zoeter werd.
TOMMI: Ja zoeter. Niet meer zo bitter.
TOOTJE: Ik vond het schoonheid wat ik daar in die kist zag.
Zij raakte mijn hart. Dat dode lichaam. Echt expressief met een hele individuele
expressie. Weet je nog toen je mij die avond belde, toen zei ik toch dat hoe zij
daar lag. Dat het een lijk was dat zo helemaal van haarzelf en van niemand anders
was?
TOMMI: Je zegt het. Via Tootje heb ik echt naar haar kunnen kijken. Het
heeft echt veel voor mij betekend dat zij dit heeft willen doen.
SHIRL: Zeker.
JANNI: Ik krijg er een beetje de rillingen van.
ROCKO: Dat je huid huilt of dat je hersenen griezelen?
KINDJE: Het eerste hè Schat?
JANNI: Ja Schoonheid, het eerste.
KINDJE: Een schoonheid was Stiertje zeker.
TOMMI: Als vrouw vond ik haar ook fascinerend. Dat kon ik best zien. Maar
als mijn moeder is het een ander verhaal.
SHIRL: Met deze Banntie ga jij voor een groot deel met die erfenis afrekenen.
Heb jij al voor een groot deel met die erfenis afgerekend.
JANNI: Als je op de laatste dag dat zij leeft noteert 'je bent niet stout
meer'. Dat wil veel zeggen.
TOMMI: Tootje is ook naar de crematie geweest.
TOOTJE: Ja dat was een soort voegen in de collectieve verkeersader
en vervoerd worden van punt a naar punt b. Symbolen en signalen die mij vreemd waren
eigenlijk vervloeiden tot een soep van kleuren. Hier en daar zag ik bij de aanwezigen
wel trekken van Tommi terug, dat was nog wel leuk.
TOMMI: Dus nu snappen jullie dat Tootje van mij altijd wel een kus tegoed
heeft.
ROCKO: Ik word er stil van.
TOOTJE: Wat ik al zei, het was heftig. Maar het heeft mij ook
wat gegeven. Misschien heb ik toen wel de boodschap gekregen dat dit iets van swing
moest hebben.
KINDJE: Het is sensueel. En daar heeft zij naar gehunkerd. Dat begrijp ik
nu.
SHIRL: Sensuele Smachtende Swing. Helemaal mee eens. En jullie alle drie
ook, een sensuele uitstraling. Zwoel is de muziek. Nee zeker niet koud.
ROCKO: Is dat een goeie voor de promotie: Sensuele Smachtende Swing?
SHIRL: Je mag hem van me hebben.
JANNI: Funky Fado.
ROCKO: Heb je die liever?
JANNI: Het maakt mij weinig uit.
TOMMI: Ik ben harstikke blij met de muziek. Overtreft alles. Hoe die gecomponeerd
is. Hoe die gesampled is. Hoe die gemixt is. En hoe die uitgevoerd wordt.
SHIRL: Dat is ook te zien. In het eerste
deel kwam het op mij over dat je nog een beetje onwennig was met dat spreken. Maar
nu ik het van voren naar achteren meegemaakt heb ontroert het me hoe fragiel je
daar durft te gaan staan.
KINDJE: En daardoor wordt het juist heel
stevig.
SHIRL: Ik heb het niet over je stem.
Die is er vanaf het eerste geluid helemaal. Ik bedoel je motoriek. En Tootje. Ik
weet niet of het is omdat ik je nu met bloemen associeer, maar ik zag in het eerste
deel een bloem in de knop. In het tweede deel ging die bloem langzaam open. En in
het derde deel in volle glorieuze bloei.
KINDJE: Een rode pioenroos.
TOOTJE: Hou ik van.
SHIRL: Heel goed, een rode pioenroos.
KINDJE: En Janni, dat zeiden we al.
SHIRL: Die heeft het nog helemaal.
KINDJE: Een superroutinier. In alle beste
betekenissen van het woord.
SHIRL: Van begin tot eind. Heb jij je
al deze jaren niet iets ontzegd?
ROCKO: Hoe lang Janni?
JANNI: Dat ik opgetreden heb, of dat ik niet meer optreed?
ROCKO: Vul me even in. Van allebei.
JANNI: Niet voor promodoeleinden.
ROCKO: Onder ons, strikt vertrouwelijk.
JANNI: Nu twintig en bijna éen jaar niet meer. 2 juli 1986 is de dag. En daarvoor
vijftien jaar. Körülbelül. Continu, altijd solo. Maar ik heb het geen moment gemist
Twiets. Ik kan thuis ook heel goed voor de muren optreden.
ROCKO: Zei je de buren of de muren?
JANNI: Je hoorde het goed. De muren. Dan kan ik echt helemaal volle bak gaan. En
ik hoef me er juist helemaal niet druk over te maken dat er buren zijn die me kunnen
horen. En trouwens, voor verschillende van mijn buren ga ik ook wel eens volle bak.
Als dat toevallig zo uitkomt.
TOMMI: Als je zo die notities aan het maken bent en daarna zo met die teksten bezig.
Weet je niet dat je daar iets bij hoort. Ik wist niet dat ik daar iets bij hoorde.
Dus dat zei ik ook tegen Janni. Ik heb er geen voorstelling van. En dan komt hij
met iets en dan lijkt het alsof dat er altijd bij geklonken heeft. En zo was het
met alles waar hij mee kwam. En toen Tootje erbij. En wat Janni al zei. Dat swingerige,
dat stond niet echt op de cd's. Maar dat niet alleen. Wat Janni al had leek al helemaal
vol te zijn. En Tootje vindt daar dan toch nog ruimtes. Waardoor het bouwwerk groter
wordt, zonder dat het aan intimiteit verliest.
SHIRL: Volgens mij is Tootje ook een
beetje de componiste van deze muziek.
JANNI: Jij bent gevaarlijk.
TOMMI: Niet zoals Bulle en Walli met de teksten.
JANNI: Dat waren jouw muzen. Of een paar extra antennes. De bijdrage van Tootje
is concreet.
TOOTJE: Ik heb gewoon met heel veel plezier gewerkt. Er was veel ruimte voor mij
om te kunnen doen wat er in me opkwam. Behalve dat het materiaal van Janni zo fantastisch
was, heeft hij mij ook oude dingen laten horen die een relevatie voor mij waren.
Sounds waarvan ik geen idee had dat ze in pop konden. Daardoor kwam er een heleboel
bij me vrij.
JANNI: Dingen die jij gedaan hebt zouden niet in mij opgekomen zijn. Beslissingen
die jij genomen hebt. Dit is jullie werk geworden. Ik zie het eigenlijk zo dat jullie
mijn materiaal als instrument gebruikt hebben. En met dit instrument hebben jullie
de muziek van deze Banntie gemaakt. Zo zie ik het. Dus ik vertel net aan Kindje
en Shirl dat jullie dan ook de rechten moeten hebben. En natuurlijk je naam als
de componisten.
TOOTJE: Nou dat is nogal wat.
JANNI: Als het niet verdiend was, zou ik het niet geven.
KINDJE: Je doet net of je een gierige
vrek bent Schat.
SHIRL: Omdat het met de eer van eerlijkheid
te maken heeft.
JANNI: Zo is dat. Fijne Vriendin.
(TOOTJE veegt wat tranen weg – TOOTJE en JANNI
omhelzen elkaar – TOOTJE en TOMMI omhelzen elkaar – JANNI
en TOMMI omhelzen elkaar.)
KINDJE: Gefeliciteerd Tootje.
TOOTJE: Dank je.
TOMMI: Hartstikke leuk voor je. En hartstikke goed.
ROCKO: En dan lijkt mij dit een goed
moment om te zeggen wat ik over de Banntie te zeggen heb. Ik heb het nu pakweg twintig
keer gehoord. En iedere keer hoor ik het anders. En dat vind ik subliem. Ik kan
het nog twintig keer horen. En dan nog twintig keer.
KINDJE: Dat het zoveel optredens mogen
worden.
ROCKO: Zullen we daar dan ook op toosten?
En op het succes van Tootje?
SHIRL: Schenk ze nog een keer vol. Het
scheelt voor het publiek ook als je ze wat context geeft.
JANNI: We doen met zijn drieën een gesprek en dat zetten we op de site.
ROCKO: Goed idee.
TOMMI: Zo doen we het. Tootje?
TOOTJE: Dat moet te doen zijn.
ROCKO: Er is nog thee voor jou, maar
die is lauw. Of wil je water?
JANNI: De thee is lekker.
SHIRL: Fijne glazen zijn dit.
TOMMI: Van Stiertje. Dat zijn de echte weesjes. Haar spulletjes.
SHIRL: Helder!
ROCKO: Op de Banntie!
ALLEN: Proost!
KINDJE: Ik wil ook toosten. Op deze fantastische
middag. Hebben wij het hier helemaal prima Tootje?
TOOTJE: Jullie zijn niet slecht en jullie hebben het niet slecht.
ALLEN: Proost!
SHIRL: Janni?
JANNI: Egészégére!
ALLEN: Egészégére!
TOMMI: Je moet het leven toch leven. En voor hoe ik jullie ken is voor ieder van
jullie hier nog niet de gekste manier.
ROCKO: Dat dacht ik ook.
JANNI: Zo is het.
TOMMI: En zullen we dan ter afsluiting van deze fantastische middag een lievelieveronde
doen? Mag het Shirl?
TOOTJE: Een lievelieveronde?
TOMMI: Dat pik je zo op. De 21ste van iedere maand kookt Shirl toch altijd verrukkelijk
voor iedereen. En voor bij het uit elkaar gaan heeft ze een lievelieveronde ingesteld. Nu komen we wel hoor, volgende
week. O dat is overmorgen al. Red je dat, zo vlak na deze middag?
SHIRL: Dat moet een keer te doen zijn.
En kijk maar of jullie komen.
ROCKO: Niet er zal eens, maar er waren
eens. En niet dierbaarste Dierbare, maar lieve Lieve.
KINDJE: Mysterieus.
TOMMI: Was jou dat opgevallen?
SHIRL: Van dat dierbaarste Dierbare wel.
TOMMI: Mij helemaal niet. Maar het is zo. Nou, mag het?
SHIRL: Een groot dilemma.
JANNI: Voor deze éne speciale keer?
SHIRL: Vriend, begin.
JANNI: Er waren eens. Bronstige geluiden. Weerklinkend in het stille dal. De lucht
vulde zich met echo's. Die het geblaf van de honden overstemden. Jij, lieve Lieve,
zou er eng van geworden zijn. Als je erbij was geweest.
KINDJE: Er waren eens. Vrolijke makkers.
Die maakten dat ik bij kwam. Waar bij zul jij, lieve Lieve, je misschien afvragen.
Of hoezo bij. Ik weet het niet. Het was een hele eigenaardige gewaarwording. Die
onmogelijk te communiceren is.
TOMMI: Er waren eens. Poncho's die het lopen hinderden. De kinderen jouwden naar
de vrouwen die, hoewel in de kern gezond, strompelden alsof ze zeven keer hun gewicht
te dragen hadden. Toen het plein weer leeg was, verging het lachen ze echter wel.
Dat begrijp jij, lieve Lieve.
SHIRL: Er waren eens. Muisachtige mieren
met een blauwroodgestreepte vacht, die samen met mierachtige muizen met een roodblauwgestreepte
vacht, een feest bouwden. Ik ben erheen gegaan. En ik vond het knudde. Ja ik ben
ervan overtuigd, lieve Lieve, dat ik eveneens voor jou spreek. Wanneer ik zeg dat
er helemaal, maar dan ook helemaal, niets aan was.
TOOTJE: Er waren eens. Kuikens piepend ja alsjeblieft. In kruiken wegkruipend, toen
de zware voetstappen naderden. Ze konden hun piep gewoon niet voor zich houden.
Nou dan begrijp jij, lieve Lieve, wat het lot van deze kuikens was.
ROCKO: Er waren eens. Gebronsde huiden.
Getatoeëerd met behulp van roestige spijkers. De huiden hadden een lange geschiedenis.
Waarover veel mensen konden vertellen. En dat werd ook gedaan. Als jongeling heb
ik veel van deze verhalen gehoord. Maar als jij, lieve Lieve, mij nu vraagt te herhalen
wát ik hoorde. Dan zal het lange tijd stil blijven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten