Een tekst voor meerdere stemmen. Er is een horizontale versie: BALLADE-20, bestaande uit 20 ballades van ieder 13 strofes en een vertikale versie: BALLADE-13, bestaande uit 13 ballades van ieder 20 strofes. De versie hier gepost is de horizontale versie.
1
___________________________ BALLADE-20
De
wereld zal inwaarts wentelen. Beschermen zal merel het ei. In het restaurant
volle buffetten. Ochtendkranten vergeeld achter het glas. Brave raaf heeft kuif
gekamd. De omgewoelde graven gapende gaten. Vertrouwd lelijk en vertrouwd nat.
Werkelijkheden bereikt zonder veel hulpmiddelen. O ja het is tragisch. Hoe
weerloos een geheugen is. Vergroeid met de vliegende vis. Hoe groen staat
de boom. Secuur stippelt hert haar route. Langs de veiling naar zee. Mee
zwaaiend de maat mee. Zonder lawaai moet ik vertrekken.
2.1
De wereld wentelt inwaarts, beschermend, beteugelend de trots. Opengebroken eieren lopen genietend leeg in volle stillevens. Ik zie mooie poldermensen zwerven in de steppe. Omgewoelde evolutionaire lelijkheid doet mijn gespannen hoofd tintelen. En pal tussen mijn wenkbrauwen verschijnt het teken. Nu versta ik de taal van groene honden. Waarin trots groen is als zwaaien in steppen. Ik beaam waar hun zwaaiende lied over zingt. Was niet ieders intentie ooit verwelkt door trots? O wat is het bestaan buitenissig, wentelend uitzinnig!
De wereld wentelt inwaarts, beschermend, beteugelend de trots. Opengebroken eieren lopen genietend leeg in volle stillevens. Ik zie mooie poldermensen zwerven in de steppe. Omgewoelde evolutionaire lelijkheid doet mijn gespannen hoofd tintelen. En pal tussen mijn wenkbrauwen verschijnt het teken. Nu versta ik de taal van groene honden. Waarin trots groen is als zwaaien in steppen. Ik beaam waar hun zwaaiende lied over zingt. Was niet ieders intentie ooit verwelkt door trots? O wat is het bestaan buitenissig, wentelend uitzinnig!
3.1
Ik
spreek hier uitsluitend over die stillevens die het resultaat zijn van de
verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten. Ik
weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit groene massa in
een vijandig energieveld te zijn. Waar wat in de taal van de
groene hond geldt als onuitvoerbaar bevel, gesteld in schrijftaal geboekstaafd
staat als waarheid. Daarom heb ik voor de veiling zomerdekenblauw
gebruikt, wat dan weer verklaart waarom in de linker
benedenhoek een aardbei opduikt.
4.1
Onuitvoerbare
bevelen mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek de
veiling, doe het strompelend, blijf beteugelen. Laat alles wat gespannen is
ontsnappen, geniet expressief. Beaam de lelijkheid en
streel de spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking
celebreren. Waarom niet de beperking in een zomerdeken opgerold? Klinkt
deze welgemeende raad als een onuitvoerbaar bevel? Vergelijk dit onuitvoerbare
bevel met een blauwe aardbei. Mijn geheugen speelt een druk spel met mij. Ik
vergelijk mij graag met een groene iep.
5.1
De
wereld blijft wentelen. En beschermen en beteugelen. De trots van MS. MS is een
poldermens. Hoe ruiken mooie poldermensen? Waarom doen ze het? Waarom zwerven
ze toch? Drentelend in de steppe. Waarom zoeken ze toch? Het tintelende
gespannen hoofd. De nattigheid die ontkleurt. Omdat hun verwelkte intenties. Hen
vertrouwd hebben gemaakt. Met natte groene werkelijkheden. En natte groene
werkelijkheden. De uitzinnige eigenschap hebben. Alsmaar verder te
wentelen. O mooie brave raaf. Kammend achter het glas. Waarom ben je mooi?
6.1
De
glazen waren gapend, lang voordat wij deze tijdens dat eerste bezoek onze
gespannen aandacht gaven. Op mijn hondachtige vragen hoorden wij een
brandnetelachtig antwoord, verwoord met een schoonheid die MS schokte. Maar
waarom zou het mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het dierenrijk
of het plantenrijk? De zelfgenoegzame nattigheid kan gerelativeerd worden
door kennis te nemen van de volheid van de ander. Dusdanig dat een
naamsaanpassing nodig is om opnieuw de potenties van de eigen
werkelijkheid te waarderen.
7.1
Glazen
roepen een beeld op van graven die omgewoeld zijn. De dramatiek is de
vertrouwde dramatiek van druk drentelende herten. Gezien door een
evolutionaire bril is trots gespeend van trots. Bekeken vanuit de positie van
vertrekkenden is trots ongedoseerd lawaai. Het teken te volgen en niet de
maat te zoeken. Dat is de schijn wekken ieders buitenissige bestaan te beamen.
Het bereiken van restaurantbuffetten 50% te stimuleren 50% te saboteren. Dat
is de schijn wekken een 100% poldermens te zijn.
8.1
Maar
zo zonder aanleiding een 'hup!' te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door een onvertrouwd eigen geluid. Druk drentelend het
druk drentelende hert volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds actueel
te beademen heeft een heilzame werking. Steeds opnieuw zien of de raaf
wel zo braaf is. Ja ik kan het mooie sluislied van de poldermensen meezingen.
'Wij in de polders zoeken drentelend naar mooie inzinnige eigenschappen'. Maar
o, zonder aanleiding!, een 'hup!' te kunnen laten ontsnappen.
9.1
Terwijl
ik slaap–de honderdste minuut van de eerste periode–waakt de hond over de
iep. Terwijl ik slaap–de negenennegentigste minuut van de tweede periode–waakt de iep over de wijsheid. Terwijl ik slaap–de achtennegentigste minuut
van de derde periode–waakt de wijsheid over de zwervenden. Terwijl ik slaap–de zevenennegentigste minuut van de vierde periode–waken de zwervenden over
de vertrekkenden. Terwijl ik slaap–de zesennegentigste minuut van de vijfde
periode–waakt de poldermens MS over mij.
10.1
Te
verzoeken. Te vertalen. Te verlopen. Te vervliegen. Te verlaten. Te verwelken.
Te vergelen. Te verwerkelijken. Te vervagen. Te verbreken. Te vergeten. Te
verbeelden. 13% secuur. Te verblijven. Te verdoen. Te vergapen. Te
vergelden. 18% fysiek. Te verglazen. Te verkeren. Te vertrouwen.
22% actueel. Te verraden. Te verspelen. Te verspreken. Te
verdienen. Te verweren. Te verrassen. Te verschijnen. Te verzamelen. Te
verzilveren. Te vervolgen. Te verwekken. Te verworden. Te verenigen. 36% welgemeend.
Te verschrijven. Te verhuizen. 39% heilzaam. Te verklaren.
11.1
Het
vergeelde plan bracht mij via evolutionaire gaten naar het einde van de
wereld en via het dier weer thuis. Het uur waarin ik leeg zou lopen
zou het opgerolde uur zijn waarin ik expressief tintelend de trots zou
beteugelen. Vervolgens zou ik strak blazend uitademen, waarna ik zou overgaan
tot het innen van de duizend wetten die ik verdiende. Ik zou mijn buitenissige
nis binnengaan en vullen met die stillevens die ik tijdens onze geplande
verkenningstochten van MS kreeg.
12.1
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwde buffetten. Dramatiek van vertrouwde eindes.
Ontkleurende nattigheid het resultaat. In mijn natste hoek. Ruik ik naar
waarheid. Vergroeid zijn met data. Vergroeid zijn met posities. Beelden
van vertrouwde graven. Beelden van lugubere wenkbrauwen. Lelijke wetten het
resultaat. In mijn tintelendste hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid zijn met
tekens. Vergroeid zijn met steppemensen. Vervagende beelden van
poldersluizen. Verzilverde herinneringen het resultaat. In mijn
actueelste hoek. Ben ik een steppemens. Ik mag werkelijkheden oprollen.
13.1
De
wereld wentelt en wentelt. De merel beschermt en beschermt. In het restaurant
volle buffetten. Ochtendkranten vergeeld achter het glas. De raven kammen en
kammen. De gapende gaten alsmaar gapender. Steeds lelijker en steeds natter.
Zonder hulpmiddelen werden brandnetels bereikt. O ja het is tragisch. Hoe
weerloos het geheugen was. Verzilverd in de spiegelende plas. Hoe groen
stond de boom. Zingend gaat hert haar route. Langs de veiling naar zee.
De maat zwaai ik mee. Zonder lawaai zal ik vertrekken.
2 ___________________________ BALLADE-20
1.2
De
wenteling zal verandering suggereren. Openbreken zal ei nog vandaag. Op het
buffet gebroken schalen. Glazen gestapeld in de spoelbak. Gave kuif heeft nacht
gebraakt. De gapende gaten stormige ontsluitingen. Vertrouwd gretig en
vertrouwd wringend. Hulpmiddelen opgegeven zonder veel spijt. O ja het is
tragisch. Hoe weerloos een geheugen is. Vergroeid met de vliegende vis. Hoe
sidderend staat de boom. Secuur stippelt hert haar route. Langs de
containers naar zee. Mee vleiend de maat mee. Voor vertrek moet ik observeren.
2.2
De
wenteling suggereert verandering, openbrekend, eliminerend de woede. Bloeiende
dagen spatten genietend uiteen in gebroken momenten. Ik hoor onverschillige
grootstadmensen joelen in de woestijn. Gapende statistische gretigheid doet de
verlaten zoutopslag glinsteren. En laag bij de grond verschijnt het teken. Nu
versta ik de taal van sidderende varkens. Waarin woede sidderend is als vleien
in woestijnen. Ik beaam waar hun vleiende lied over zingt. Was niet ieders
idealisme ooit ontspoord door woede? O wat is het bestaan buitenissig,
suggestief uitzinnig!
3.2
Ik
spreek hier uitsluitend over die momenten die het resultaat zijn van de
verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten. Ik
weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit sidderende
massa in een vijandig energieveld te zijn. Waar wat in
de taal van het sidderende varken geldt als paranoïde bezwering, gesteld
in schrijftaal geboekstaafd staat als waarheid. Daarom heb ik voor de
containers paraplublauw gebruikt, wat dan weer verklaart waarom in
de linker benedenhoek een trein opduikt.
4.2
Paranoïde
bezweringen mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek de
containers, doe het strompelend, blijf elimineren. Laat alles wat verlaten is
ontsnappen, geniet expressief. Beaam de gretigheid en
streel de spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking
celebreren. Waarom niet de beperking met een paraplu doorgeprikt? Klinkt
deze welgemeende raad als een paranoïde bezwering? Vergelijk deze paranoïde
bezwering met een blauwe trein. Mijn geheugen speelt een gierig spel met mij.
Ik vergelijk mij graag met een sidderende esdoorn.
5.2
Ja
wentelingen blijven suggereren. En openbreken en elimineren. De woede van OS.
OS is een grootstadmens. Hoe ruiken onverschillige grootstadmensen? Waarom doen
ze het? Waarom joelen ze toch? Glunderend in de woestijn. Waarom zoeken ze
toch? De glinsterende verlaten zoutopslag. De verwrongenheid die
ontreddert. Omdat hun ontspoorde idealisme. Hen vertrouwd heeft gemaakt.
Met wringende sidderende hulpmiddelen. En wringende sidderende hulpmiddelen. De
uitzinnige eigenschap hebben. Alsmaar verder te suggereren. O
onverschillige gave kuif. Brakend in de spoelbak. Waarom ben je onverschillig?
6.2
De
spoelbakken waren stormig, lang voordat wij deze tijdens dat tweede bezoek onze
joelende aandacht gaven. Op mijn varkensachtige vragen kregen wij een
gladioolachtig antwoord, verwoord met een onverschilligheid die OS schokte. Maar
waarom zou het mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het dierenrijk
of het plantenrijk? De zelfgenoegzame verwrongenheid kan gerelativeerd
worden door kennis te nemen van de gebrokenheid van de ander. Dusdanig dat
een naamsaanpassing nodig is om opnieuw de potenties van de eigen
hulpmiddelen te waarderen.
7.2
Spoelbakken
roepen een beeld op van gaten die gapend zijn. De dramatiek is de vertrouwde
dramatiek van gierig glunderende herten. Gezien door een statistische
bril is woede gespeend van woede. Bekeken vanuit de positie van observerenden
is woede ongedoseerd lawaai. Het teken te volgen en niet de maat te zoeken.
Dat is de schijn wekken ieders buitenissige bestaan te beamen. Het opgeven
van buffetschalen 50% te stimuleren 50% te saboteren. Dat is de schijn
wekken een 100% grootstadmens te zijn.
8.2
Maar
zo zonder aanleiding een schreeuw te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door een onvertrouwd eigen geluid. Gierig glunderend het
gierig glunderende hert volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds actueel
te beademen heeft een heilzame werking. Steeds opnieuw zien of de kuif
wel zo gaaf is. Ja ik kan het onverschillige straatlied van de grootstadmensen
meezingen. 'Wij in de grootstad zoeken glunderend naar onverschillige inzinnige
eigenschappen'. Maar o, zonder aanleiding!, een schreeuw te kunnen laten
ontsnappen.
9.2
Terwijl
ik slaap–de vijfennegentigste minuut van de zesde periode–waakt het varken
over de esdoorn. Terwijl ik slaap–de vierennegentigste minuut van de zevende
periode–waakt de esdoorn over de wijsheid. Terwijl ik slaap–de
drieënnegentigste minuut van de achste periode–waakt de wijsheid over de
joelenden. Terwijl ik slaap–de tweeënnegentigste minuut van de negende periode–waken de joelenden over de observerenden. Terwijl ik slaap–de
eenennegentigste minuut van de tiende periode–waakt de grootstadmens OS over
mij.
10.2
Te
vergelijken. 2% vijandig. Te vertrouwen. 4% actueel. Te
verstellen. Te verwerken. Te vervolgen. Te verkennen. Te veranderen. 10% welgemeend.
Te verbruiken. Te veroveren. Te verlagen. Te verbeelden. 15% secuur.
Te verblijven. Te verdagen. Te vergapen. Te verbreken. Te verwekken. Te
vergelden. 22% fysiek. Te verkeren. Te verlaten. Te verdenken. Te
verzamelen. Te verraden. Te verschijnen. Te verspreken. Te verstaan. Te
vertalen. Te vertekenen. Te verhuizen. 34% heilzaam. Te verdienen.
Te vergeten. Te vergroeien. Te verklaren. Te verrassen. Te verzilveren.
11.2
Het
gestapelde plan bracht mij via statistische ontsluitingen naar het einde van de
wenteling en via het dier weer thuis. Het uur waarin ik uiteen zou
spatten zou het doorgeprikte uur zijn waarin ik expressief glinsterend de woede
zou elimineren. Vervolgens zou ik strak blazend uitademen, waarna ik zou
overgaan tot het innen van de duizend kenteringen die ik verdiende. Ik zou mijn
buitenissige nis binnengaan en vullen met die momenten die ik tijdens onze
geplande verkenningstochten van OS kreeg.
12.2
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwde schalen. Dramatiek van vertrouwde eindes.
Ontredderende verwrongenheid het resultaat. In mijn wringendste hoek. Ruik ik
naar waarheid. Vergroeid zijn met data. Vergroeid zijn met posities.
Beelden van vertrouwde gaten. Beelden van lugubere grond. Gretige kenteringen
het resultaat. In mijn glinsterendste hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid zijn
met tekens. Vergroeid zijn met woestijnmensen. Vervagende beelden van
grootstadstraten. Verzilverde herinneringen het resultaat. In mijn
actueelste hoek. Ben ik een woestijnmens. Ik mag hulpmiddelen doorprikken.
13.2
De
wenteling suggereert en suggereert. Eieren breken open en open. Op het buffet
gebroken schalen. Glazen gestapeld in de spoelbak. De kuiven braken en braken.
De stormige ontsluitingen alsmaar stormiger. Steeds gretiger en steeds
wringender. Zonder spijt werden gladiolen opgegeven. O ja het is tragisch.
Hoe weerloos het geheugen was. Verzilverd in de spiegelende plas. Hoe
sidderend stond de boom. Zingend gaat hert haar route. Langs de containers
naar zee. De maat vlei ik mee. Voor vertrek zal ik observeren.
3 ___________________________ BALLADE-20
1.3
De
suggestie zal algemeen overtuigen. Bloeien zal vandaag als feit. Naast de
schaal verlepte anemonen. Spoelbakken verroest op de binnenplaats. Trage nacht
heeft droom verbleekt. De stormige ontsluitingen parabolische argumenten.
Vertrouwd pittig en vertrouwd knellend. Spijt opgeruimd zonder veel passie.
O ja het is tragisch. Hoe weerloos een geheugen is. Vergroeid met de vliegende
vis. Hoe ritselend staat de boom. Secuur stippelt hert haar route.
Langs de parkeergarage naar zee. Mee kleiend de maat mee. Voor observatie moet
ik vechten.
2.3
De
suggestie overtuigt algemeen, bloeiend, uitschakelend de schaamte. Verwerpende
feiten keren genietend terug in verlepte droomtheorieën. Ik zie sombere
steppemensen boetseren aan het meer. Stormige economische pittigheid doet het
korrelige gruis opdwarrelen. En fragieler dan een muizenskelet verschijnt het
teken. Nu versta ik de taal van ritselende spinnen. Waarin schaamte ritselend
is als kleien aan meren. Ik beaam waar hun kleiende lied over zingt. Was niet
ieders hand ooit klam van schaamte? O wat is het bestaan buitenissig,
overtuigend uitzinnig!
3.3
Ik
spreek hier uitsluitend over die droomtheorieën die het resultaat zijn van
de verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten. Ik
weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit ritselende massa in
een vijandig energieveld te zijn. Waar wat in de taal van de
ritselende spin geldt als melige grap, gesteld in schrijftaal geboekstaafd
staat als waarheid. Daarom heb ik voor de parkeergarage fietstasblauw
gebruikt, wat dan weer verklaart waarom in de linker
benedenhoek een wegenkaart opduikt.
4.3
Melige
grappen mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek de
parkeergarage, doe het strompelend, blijf uitschakelen. Laat alles wat korzelig
is ontsnappen, geniet expressief. Beaam de pittigheid en
streel de spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking
celebreren. Waarom niet de beperking in een fietstas weggesmeten? Klinkt
deze welgemeende raad als een melige grap? Vergelijk deze melige grap met een
blauwe wegenkaart. Mijn geheugen speelt een schamel spel met mij. Ik vergelijk
mij graag met een ritselende eik.
5.3
Ja
suggesties blijven overtuigen. En bloeien en uitschakelen. De schaamte van SK.
SK is een steppemens. Hoe ruiken sombere steppemensen? Waarom doen ze het?
Waarom boetseren ze toch? Scharrelend aan het meer. Waarom zoeken ze toch?
Het opdwarrelende korrelige gruis. De knelling die ontneemt. Omdat hun klamme
handen. Hen vertrouwd hebben gemaakt. Met knellend ritselend spijt. En
knellend ritselend spijt. De uitzinnige eigenschap heeft. Alsmaar verder
te overtuigen. O sombere trage nacht. Verblekend op de binnenplaats. Waarom ben
je somber?
6.3
De
binnenplaatsen warenk onze schaamteloze aandacht gaven. Op mijn spinachtige vragen kregen wij
een bougainvilleaächtig antwoord, verwoord met een somberheid die SK schokte. Maar
waarom zou het mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het dierenrijk
of het plantenrijk? De zelfgenoegzame knelling kan gerelativeerd worden
door kennis te nemen van de verleptheid van een ander. Dusdanig dat een
naamsaanpassing nodig is om opnieuw de potenties van de eigen spijt te
waarderen.
7.3
Binnenplaatsen
roepen een beeld op van ontsluitingen die stormig zijn. De dramatiek is de vertrouwde
dramatiek van schamel scharrelende herten. Gezien door een economische
bril is schaamte gespeend van schaamte. Bekeken vanuit de positie van
vechtenden is schaamte ongedoseerd lawaai. Het teken te volgen en niet de
maat te zoeken. Dat is de schijn wekken ieders buitenissige bestaan te beamen.
Het opruimen van schaalanemonen 50% te stimuleren 50% te saboteren. Dat is
de schijn wekken een 100% steppemens te zijn.
8.3
Maar
zo zonder aanleiding een 'genoeg!' te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door een onvertrouwd eigen geluid. Schamel scharrelend
het schamel scharrelende hert volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds
actueel te beademen heeft een heilzame werking. Steeds opnieuw zien of
de nacht wel zo traag is. Ja ik kan het sombere kruidlied van de steppemensen meezingen.
'Wij in de steppe zoeken scharrelend naar sombere inzinnige eigenschappen'. Maar
o, zonder aanleiding!, een 'genoeg!' te kunnen laten ontsnappen.
9.3
Terwijl
ik slaap–de negentigste minuut van de elfde periode–waakt de spin over de
eik. Terwijl ik slaap–de negenentachtigste minuut van de twaalfde periode–waakt de eik over de wijsheid. Terwijl ik slaap–de achtentachtigste minuut
van de dertiende periode–waakt de wijsheid over de boetserenden. Terwijl ik
slaap–de zevenentachtigste minuut van de veertiende periode–waken de
boetserenden over de vechtenden. Terwijl ik slaap–de zesentachtigste minuut
van de vijftiende periode–waakt de steppemens SK over mij.
10.3
Te
verdromen. Te verleppen. Te veralgemeniseren. Te vertragen. Te versomberen. Te vertalen.
Te verkennen. Te verstellen. Te vergelijken. 10% vijandig. Te
verlaten. Te verzilveren. Te verbleken. Te verweren. Te verkeren. Te
verspinnen. Te verhuizen. 18% heilzaam. Te vergeten. Te verrassen.
Te verbeelden. 22% secuur. Te vergelden. 24% fysiek. Te
vervolgen. Te verroesten. Te verwerpen. 28% welgemeend. Te
vergroeien. Te verbrengen. Te verstaan. Te verspelen. Te verworden. Te
verblijven. Te verdramaticeren. Te verspreken. Te verdienen. Te vertekenen. Te
vervagen. Te verzoeken.
11.3
Het
verroeste plan bracht mij via economische argumenten naar het einde van de
suggestie en via het dier weer thuis. Het uur waarin ik terug zou
keren zou het weggesmeten uur zijn waarin ik expressief opdwarrelend de
schaamte zou uitschakelen. Vervolgens zou ik strak blazend uitademen, waarna ik
zou overgaan tot het innen van de duizend bevestigingen die ik verdiende. Ik
zou mijn buitenissige nis binnengaan en vullen met die droomtheorieën die ik
tijdens onze geplande verkenningstochten van SK kreeg.
12.3
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwde anemonen. Dramatiek van vertrouwde eindes.
Ontnemende knellingen het resultaat. In mijn knellendste hoek. Ruik ik naar
waarheid. Vergroeid zijn met data. Vergroeid zijn met posities. Beelden
van vertrouwde ontsluitingen. Beelden van lugubere muizenskeletten. Pittige
bevestigingen het resultaat. In mijn opdwarrelendste hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid
zijn met tekens. Vergroeid zijn met meermensen. Vervagende beelden van
steppekruiden. Verzilverde herinneringen het resultaat. In mijn
actueelste hoek. Ben ik een meermens. Ik mag spijt wegsmijten.
13.3
De
suggestie overtuigt en overtuigt. De dagen bloeien en bloeien. Naast de schaal
verlepte anemonen. Spoelbakken verroest op de binnenplaats. De nachten
verbleken en verbleken. De parabolische argumenten alsmaar parabolischer.
Steeds pittiger en steeds knellender. Zonder passie werden bougainvilleas
opgeruimd. O ja het is tragisch. Hoe weerloos het geheugen was. Verzilverd
in de spiegelende plas. Hoe ritselend stond de boom. Zingend gaat hert
haar route. Langs de parkeergarage naar zee. De maat klei ik mee. Voor
observatie zal ik vechten.
4 ___________________________ BALLADE-20
1.4
De
overtuiging zal intens weerkaatsen. Verwerpen zal feit de conclusie. Om de
anemoon zeurende geuren. Binnenplaatsen gefotografeerd rond het middeluur.
Bleke droom heeft hart verward. De parabolische argumenten gekalkte valkuilen.
Vertrouwd diep en vertrouwd huilend. Passie afgeschaft zonder veel weerstand.
O ja het is tragisch. Hoe weerloos een geheugen is. Vergroeid met de vliegende
vis. Hoe bloesemend staat de boom. Secuur stippelt hert haar route.
Langs de scheepswerf naar zee. Mee snoeiend de maat mee. Voor gevecht moet ik
mediteren.
2.4
De
overtuiging weerkaatst intens, verwerpend, verzwelgend het verlangen. Tartende
conclusies schateren genietend balorig met zeurende calamiteiten. Ik zie holle
kustmensen tuinieren in de prairie. Parabolische filosofische diepte doet mijn
zwarte steen fonkelen. En omringd door een spiraal verschijnt het teken. Nu
versta ik de taal van bloesemende slangen. Waarin verlangen bloesemend is als
snoeien in prairies. Ik beaam waar hun snoeiende lied over zingt. Werd niet
ieders geduld ooit beproefd door verlangen? O wat is het bestaan buitenissig,
weerkaatsend uitzinnig!
3.4
Ik
spreek hier uitsluitend over die calamiteiten die het resultaat zijn
van de verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten.
Ik weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit bloesemende
massa in een vijandig energieveld te zijn. Waar wat in
de taal van de bloesemende slang geldt als archaïsch zoenoffer, gesteld in
schrijftaal geboekstaafd staat als waarheid. Daarom heb ik voor de scheepswerf
badmatblauw gebruikt, wat dan weer verklaart waarom in de linker
benedenhoek een schuimdot opduikt.
4.4
Archaïsche
zoenoffers mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek de
scheepswerf, doe het strompelend, blijf verzwelgen. Laat alles wat zwart is
ontsnappen, geniet expressief. Beaam de diepte en streel de
spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking celebreren.
Waarom niet de beperking op een badmat gedroogd? Klinkt deze welgemeende raad
als een archaïsch zoenoffer? Vergelijk dit archaïsche zoenoffer met een blauwe
schuimdot. Mijn geheugen speelt een spaarzaam spel met mij. Ik vergelijk mij
graag met een bloesemende perelaar.
5.4
Ja
overtuigingen blijven weerkaatsen. En verwerpen en verzwelgen. Het verlangen van
HW. HW is een kustmens. Hoe ruiken holle kustmensen? Waarom doen ze het? Waarom
tuinieren ze toch? Sprokkelend in de prairie. Waarom zoeken ze toch? De
fonkelende zwarte steen. Het gehuil dat ontremt. Omdat hun beproefde geduld. Hen
vertrouwd heeft gemaakt. Met huilende bloesemende passie. En huilende
bloesemende passie. De uitzinnige eigenschap heeft. Alsmaar verder te
weerkaatsen. O holle bleke droom. Verwarrend rond het middeluur. Waarom ben je
hol?
6.4
De
middeluren waren gekalkt, lang voordat wij deze tijdens dat vierde bezoek onze
balorige aandacht gaven. Op mijn slangachtige vragen kregen wij een lelieachtig
antwoord, verwoord met een holheid die HW schokte. Maar waarom zou het
mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het dierenrijk of het
plantenrijk? Het zelfgenoegzame gehuil kan gerelativeerd worden door kennis
te nemen van het gezeur van een ander. Dusdanig dat een naamsaanpassing
nodig is om opnieuw de potenties van de eigen passie te waarderen.
7.4
Middeluren
roepen een beeld op van argumenten die parabolisch zijn. De dramatiek is de vertrouwde
dramatiek van spaarzaam sprokkelende herten. Gezien door een
filosofische bril is verlangen gespeend van verlangen. Bekeken vanuit de
positie van mediterenden is verlangen ongedoseerd lawaai. Het teken te
volgen en niet de maat te zoeken. Dat is de schijn wekken ieders buitenissige
bestaan te beamen. Het afschaffen van anemoongeuren 50% te stimuleren 50%
te saboteren. Dat is de schijn wekken een 100% kustmens te zijn.
8.4
Maar
zo zonder aanleiding een snik te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door een onvertrouwd eigen geluid. Spaarzaam sprokkelend
het spaarzaam sprokkelende hert volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds
actueel te beademen heeft een heilzame werking. Steeds opnieuw zien of
de droom wel zo bleek is. Ja ik kan het holle windlied van de kustmensen
meezingen. 'Wij aan de kusten zoeken sprokkelend naar holle inzinnige
eigenschappen'. Maar o, zonder aanleiding!, een snik te kunnen laten
ontsnappen.
9.4
Terwijl
ik slaap–de vijfentachtigste minuut van de zestiende periode–waakt de slang
over de perelaar. Terwijl ik slaap–de vierentachtigste minuut van de
zeventiende periode–waakt de perelaar over de wijsheid. Terwijl ik slaap–de
drieëntachtigste minuut van de achttiende periode–waakt de wijsheid over de
tuinierenden. Terwijl ik slaap–de tweeëntachtigste minuut van de negentiende
periode–waken de tuinierenden over de mediterenden. Terwijl ik slaap–de
eenentachtigste minuut van de twintigste periode–waakt de kustmens HW over
mij.
10.4
Te
vervagen. Te verdramaticeren. Te verlangen. Te verspreken. Te verzwelgen. Te
verklaren. Te verstaan. Te vergelden. 9% fysiek. Te verdromen. Te
verwerpen. Te vervliegen. Te vertalen. Te verlaten. Te vervullen. Te verwerken.
Te verzilveren. Te verrassen. Te verraden. Te verbeelden. 21% secuur.
Te verblijven. Te verhangen. Te vernietigen. Te vertrouwen. 26% actueel.
Te versnoeien. Te verstenen. Te verschaffen. Te vergelijken. 31% vijandig.
Te verkennen. Te verwarren. Te verzamelen. Te vervolgen. 36% welgemeend.
Te verweren. Te verwijzen. Te verzwarten. Te verdoen.
11.4
Het
gefotografeerde plan bracht mij via filosofische valkuilen naar het einde van
de overtuiging en via het dier weer thuis. Het uur waarin ik
balorig zou schateren zou het gedroogde uur zijn waarin ik expressief fonkelend
het verlangen zou verzwelgen. Vervolgens zou ik strak blazend uitademen, waarna
ik zou overgaan tot het innen van de duizend kruiken die ik verdiende. Ik zou
mijn buitenissige nis binnengaan en vullen met die calamiteiten die ik tijdens
onze geplande verkenningstochten van HW kreeg.
12.4
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwde geuren. Dramatiek van vertrouwde eindes.
Ontremmend gehuil het resultaat. In mijn huilendste hoek. Ruik ik naar
waarheid. Vergroeid zijn met data. Vergroeid zijn met posities. Geluiden
van vertrouwde argumenten. Beelden van lugubere spiralen. Diepe kruiken het
resultaat. In mijn fonkelendste hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid zijn met
tekens. Vergroeid zijn met prairiemensen. Vervagende beelden van
kustwinden. Verzilverde herinneringen het resultaat. In mijn actueelste
hoek. Ben ik een prairiemens. Ik mag passie drogen.
13.4
De
overtuiging weerkaatst en weerkaatst. De feiten verwerpen en verwerpen. Om de
anemoon zeurende geuren. Binnenplaatsen gefotografeerd rond het middeluur. De
dromen verwarren en verwarren. De gekalkte valkuilen alsmaar gekalkter. Steeds
dieper en steeds huilender. Zonder weerstand werden lelies afgeschaft. O ja
het is tragisch. Hoe weerloos het geheugen was. Verzilverd in de spiegelende
plas. Hoe bloesemend stond de boom. Zingend gaat hert haar route.
Langs de scheepswerf naar zee. De maat snoei ik mee. Voor gevecht zal ik
mediteren .
5 ___________________________ BALLADE-20
1.5
De weerkaatsing zal donker rommelen. Tarten zal conclusie de val. Door de geur
grillige associaties. Middeluren verknipt met de alarmklok. Hard hart heeft
rook gemeten. De gekalkte valkuilen gecodeerde noodseinen. Vertrouwd diffuus en
vertrouwd verfijnd. Weerstand afgeschoven zonder veel twijfels. O ja het is
tragisch. Hoe weerloos een geheugen is. Vergroeid met de vliegende vis. Hoe
solide staat de boom. Secuur stippelt hert haar route. Langs de
vuurtoren naar zee. Mee rooiend de maat mee. Voor meditatie moet ik analyseren.
2.5
De
weerkaatsing rommelt donker, tartend, bedarend de afgunst. Anticiperende
valpartijen klampen genietend vast aan grillige fantasieën. Ik zie directe
hellingmensen landen op het strand. Gekalkte theologische diffusie doet mijn
afgesleten penseel zuchten. En in de onmetelijke verte verschijnt het teken. Nu
versta ik de taal van solide eenden. Waarin afgunst solide is als rooien op
stranden. Ik beaam waar hun rooiende lied over zingt. Was niet ieders
temperatuur ooit onstabiel van afgunst? O wat is het bestaan buitenissig,
rommelend uitzinnig!
3.5
Ik
spreek hier uitsluitend over die fantasieën die het resultaat zijn van
de verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten. Ik
weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit solide massa in
een vijandig energieveld te zijn. Waar wat in de taal van de
solide eend geldt als defecte brulboei, gesteld in schrijftaal
geboekstaafd staat als waarheid. Daarom heb ik voor de vuurtoren melkanblauw
gebruikt, wat dan weer verklaart waarom in de linker
benedenhoek een grasmat opduikt.
4.5
Defecte
brulboeien mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek de
vuurtoren, doe het strompelend, blijf bedaren. Laat alles wat afgesleten is
ontsnappen, geniet expressief. Beaam de diffusie en streel
de spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking celebreren.
Waarom niet de beperking in een melkkan ondergedompeld? Klinkt deze welgemeende
raad als een defecte brulboei? Vergelijk deze defecte brulboei met een blauwe
grasmat. Mijn geheugen speelt een vaardig spel met mij. Ik vergelijk mij graag
met een solide berk.
5.5
Ja
weerkaatsingen blijven rommelen. En tarten en bedaren. De afgunst van DB. DB is
een hellingmens. Hoe ruiken directe hellingmensen? Waarom doen ze het? Waarom
landen ze toch? Vluchtend op het strand. Waarom zoeken ze toch? Het
zuchtende afgesleten penseel. De verfijning die onttrekt. Omdat hun onstabiele
temperaturen. Hen vertrouwd hebben gemaakt. Met verfijnde solide
weerstand. En verfijnde solide weerstand. De uitzinnige eigenschap heeft.
Alsmaar verder te rommelen. O direct hard hart. Metend met de alarmklok. Waarom
ben je direct?
6.5
De
alarmklokken waren gecodeerd, lang voordat wij deze tijdens dat vijfde bezoek
onze solide aandacht gaven. Op mijn eendachtige vragen kregen wij een
mimosaächtig antwoord, verwoord met een directheid die DB schokte. Maar
waarom zou het mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het dierenrijk
of het plantenrijk? De zelfgenoegzame verfijning kan gerelativeerd worden
door kennis te nemen van de grilligheid van een ander. Dusdanig dat een
naamsaanpassing nodig is om opnieuw de potenties van de eigen
weerstand te waarderen.
7.5
Alarmklokken
roepen een beeld op van valkuilen die gekalkt zijn. De dramatiek is de
vertrouwde dramatiek van vaardig vluchtende herten. Gezien door een
theologische bril is afgunst gespeend van afgunst. Bekeken vanuit de positie
van analyserenden is afgunst ongedoseerd lawaai. Het teken te volgen en niet
de maat te zoeken. Dat is de schijn wekken ieders buitenissige bestaan te
beamen. Het afschuiven van geurassociaties 50% te stimuleren 50% te
saboteren. Dat is de schijn wekken een 100% hellingmens te zijn.
8.5
Maar
zo zonder aanleiding een 'kom!' te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door een onvertrouwd eigen geluid. Vaardig vluchtend het
vaardig vluchtende hert volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds actueel
te beademen heeft een heilzame werking. Steeds opnieuw zien of het
hart wel zo hard is. Ja ik kan het directe beeklied van de hellingmensen
meezingen. 'Wij op de hellingen zoeken vluchtend naar directe inzinnige
eigenschappen'. Maar o, zonder aanleiding!, een 'kom!' te kunnen laten
ontsnappen.
9.5
Terwijl
ik slaap–de tachtigste minuut van de eenentwintigste periode–waakt de eend
over de berk. Terwijl ik slaap–de negenenzeventigste minuut van de
tweeëntwintigste periode–waakt de berk over de wijsheid. Terwijl ik slaap–de achtenzeventigste minuut van de drieëntwintigste periode–waakt de wijsheid
over de landenden. Terwijl ik slaap–de zevenenzeventigste minuut van de
vierentwintigste periode–waken de landenden over de analyserenden. Terwijl ik
slaap–de zesenzeventigste minuut van de vijfentwintigste periode–waakt de
hellingmens DB over mij.
10.5
Te
verslijten. Te verschuiven. Te verbeelden. 4% secuur. Te verkijken.
Te verstaan. Te verzorgen. Te verblijven. Te verdoen. Te verdonkeren. Te
verenigen. 12% strak. Te verheugen. Te verkalken. Te vervullen. Te
verknippen. Te vergelden. 18% fysiek. Te vermaken. Te vernietigen.
Te verstellen. Te verharden. Te verlaten. Te verraden. Te verschijnen. Te
verspelen. Te verspreken. Te verklaren. Te vertekenen. Te verhuizen. 31% heilzaam.
Te vertwijfelen. Te vervaardigen. Te vervallen. Te verdienen. Te verfijnen. Te
vergelijken. 38% vijandig. Te vergeten. Te vergroeien.
11.5
Het
verknipte plan bracht mij via theologische noodseinen naar het einde van de
weerkaatsing en via het dier weer thuis. Het uur waarin ik vast
zou klampen zou het ondergedompelde uur zijn waarin ik expressief zuchtend de
afgunst zou bedaren. Vervolgens zou ik strak blazend uitademen, waarna ik zou
overgaan tot het innen van de duizend massages die ik verdiende. Ik zou mijn
buitenissige nis binnengaan en vullen met die fantasieën die ik tijdens onze
geplande verkenningstochten van DB kreeg.
12.5
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwde associaties. Dramatiek van vertrouwde eindes.
Onttrekkende verfijning het resultaat. In mijn verfijndste hoek. Ruik ik naar
waarheid. Vergroeid zijn met data. Vergroeid zijn met posities. Beelden
van vertrouwde valkuilen. Beelden van lugubere vertes. Diffuze massages het
resultaat. In mijn zuchtendste hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid zijn met
tekens. Vergroeid zijn met strandmensen. Vervagende beelden van
hellingbeken. Verzilverde herinneringen het resultaat. In mijn
actueelste hoek. Ben ik een strandmens. Ik mag weerstand onderdompelen.
13.5
De
weerkaatsing rommelt en rommelt. De conclusies tarten en tarten. Door de geur
grillige associaties. Middeluren verknipt met de alarmklok. De harten meten en
meten. De gecodeerde noodseinen alsmaar gecodeerder. Steeds diffuser en steeds
verfijnder. Zonder twijfels werden mimosas afgeschoven. O ja het is
tragisch. Hoe weerloos het geheugen was. Verzilverd in de spiegelende plas.
Hoe solide stond de boom. Zingend gaat hert haar route. Langs de
vuurtoren naar zee. De maat rooi ik mee. Voor meditatie zal ik analyseren.
6 ___________________________ BALLADE-20
1.6
Het
gerommel zal meerduidig communiceren. Anticiperen zal val het effect. Naast de
associaties stagnerende gedachtes. Alarmklokken geborgen in de kelder. Scherpe
rook heeft wond gebeten. De gecodeerde noodseinen latente scherven. Vertrouwd
vlak en vertrouwd gekerfd. Twijfels verheimelijkt zonder veel moed. O ja het
is tragisch. Hoe weerloos een geheugen is. Vergroeid met de vliegende vis.
Hoe elegant staat de boom. Secuur stippelt hert haar route. Over het
duinpad naar zee. Mee draaiend de maat mee. Voor analyse moet ik oriënteren.
2.6
Het
gerommel communiceert meerduidig, anticiperend, verschrompelend de arrogantie. Rondstrooiende
effecten paren genietend balancerend met stagnerende verwondering. Ik zie
geprofileerde toendramensen slachten op het terras. Gecodeerde wiskundige
vlakheid doet mijn koortsige blos glanzen. En eerder rood dan roze verschijnt
het teken. Nu versta ik de taal van elegante koeien. Waarin arrogantie elegant
is als draaien op terrassen. Ik beaam waar hun draaiende lied over zingt. Stond
niet ieders branie ooit bol van arrogantie? O wat is het bestaan buitenissig,
communicerend uitzinnig!
3.6
Ik
spreek hier uitsluitend over die verwondering die het resultaat zijn
van de verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten.
Ik weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit elegante
massa in een vijandig energieveld te zijn. Waar wat in
de taal van de elegante koe geldt als gemakzuchtige smoes, gesteld in
schrijftaal geboekstaafd staat als waarheid. Daarom heb ik voor het duinpad
lampekapblauw gebruikt, wat dan weer verklaart waarom in de linker
benedenhoek een kandelaar opduikt.
4.6
Gemakzuchtige
smoezen mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek het
duinpad, doe het strompelend, blijf verschrompelen. Laat alles wat koortsig is
ontsnappen, geniet expressief. Beaam de vlakheid en streel
de spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking celebreren.
Waarom niet de beperking met een lampekap verwisseld? Klinkt deze welgemeende
raad als een gemakzuchtige smoes? Vergelijk deze gemakzuchtige smoes met een
blauwe kandelaar. Mijn geheugen speelt een lallend spel met mij. Ik vergelijk
mij graag met een elegante cipres.
5.6
Ja
gerommel blijft communiceren. En anticiperen en verschrompelen. De arrogantie
van GS. GS is een toendramens. Hoe ruiken geprofileerde toendramensen? Waarom
doen ze het? Waarom slachten ze toch? Lachend op het terras. Waarom zoeken
ze toch? De glanzende koortsige blos. De kerf die ontreinigt. Omdat hun
bolle branie. Hen vertrouwd heeft gemaakt. Met gekerfde elegante
twijfels. En gekerfde elegante twijfels. De uitzinnige eigenschap hebben.
Alsmaar verder te communiceren. O geprofileerde scherpe rook. Bijtend in de
kelder. Waarom ben je geprofileerd?
6.6
De
kelders waren latent, lang voordat wij deze tijdens dat zesde bezoek onze
gebalanceerde aandacht gaven. Op mijn koeachtige vragen kregen wij een
krokusachtig antwoord, verwoord met een geprofileerdheid die GS schokte. Maar
waarom zou het mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het dierenrijk
of het plantenrijk? De zelfgenoegzame gekerfdheid kan gerelativeerd worden
door kennis te nemen van de stagnatie van een ander. Dusdanig dat een
naamsaanpassing nodig is om opnieuw de potenties van de eigen twijfel
te waarderen.
7.6
Kelders
roepen een beeld op van noodseinen die gecodeerd zijn. De dramatiek is de vertrouwde
dramatiek van lallend lachende herten. Gezien door een wiskundige bril
is arrogantie gespeend van arrogantie. Bekeken vanuit de positie van
oriënterenden is arrogantie ongedoseerd lawaai. Het teken te volgen en niet
de maat te zoeken. Dat is de schijn wekken ieders buitenissige bestaan te
beamen. Het verheimelijken van associatiegedachtes 50% te stimuleren 50% te
saboteren. Dat is de schijn wekken een 100% toendramens te zijn.
8.6
Maar
zo zonder aanleiding een kreet te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door een onvertrouwd eigen geluid. Lallend lachend het
lallend lachende hert volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds actueel
te beademen heeft een heilzame werking. Steeds opnieuw zien of de rook
wel zo scherp is. Ja ik kan het geprofileerde sneeuwlied van de toendramensen
meezingen. 'Wij in de toendra's zoeken lachend naar geprofileerde inzinnige
eigenschappen'. Maar o, zonder aanleiding!, een kreet te kunnen laten
ontsnappen.
9.6
Terwijl
ik slaap–de vijfenzeventigste minuut van de zesentwintigste periode–waakt
de koe over de cipres. Terwijl ik slaap–de vierenzeventigste minuut van de
zevenentwintigste periode–waakt de cipres over de wijsheid. Terwijl ik slaap–de drieënzeventigste minuut van de achtentwintigste periode–waakt de
wijsheid over de slachtenden. Terwijl ik slaap–de tweeënzeventigste minuut
van de negenentwintigste periode–waken de slachtenden over de oriënterenden.
Terwijl ik slaap–de eenenzeventigste minuut van de dertigste periode–waakt
de toendramens GS over mij.
10.6
Te
vervullen. Te verbijten. Te verraden. Te vertwijfelen. Te vernietigen. Te
verrassen. Te vertrouwen. 8% actueel. Te verscherpen. Te
verbeelden. 11% secuur. Te vergelden. 13% fysiek. Te
verwijzen. Te verwisselen. Te verkeren. Te verheugen. Te vermoeden. Te
vergezellen. Te verweren. Te verwonderen. Te vervliegen. Te verdraaien. Te
verschrompelen. Te verbergen. Te verzamelen. Te verstellen. Te verdoen. Te
verheimelijken. Te verontreinigen. Te vervlakken. Te verduidelijken. Te
verspreken. Te verklaren. Te vervolgen. Te verkennen. Te vergelijken. 38% vijandig.
Te verhuizen. 40% heilzaam.
11.6
Het
geborgen plan bracht mij via wiskundige scherven naar het einde van het
gerommel en via het dier weer thuis. Het uur waarin ik balancerend
zou paren zou het verwisselde uur zijn waarin ik expressief glanzend de
arrogantie zou verschrompelen. Vervolgens zou ik strak blazend uitademen,
waarna ik zou overgaan tot het innen van de duizend aroma's die ik verdiende.
Ik zou mijn buitenissige nis binnengaan en vullen met die verwondering die ik
tijdens onze geplande verkenningstochten van GS kreeg.
12.6
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwde gedachtes. Dramatiek van vertrouwde eindes.
Ontreinigende kerven het resultaat. In mijn gekerfdste hoek. Ruik ik naar
waarheid. Vergroeid zijn met data. Vergroeid zijn met posities. Geluiden
van vertrouwde noodseinen. Beelden van luguber rood. Vlakke aroma's het
resultaat. In mijn glanzendste hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid zijn met
tekens. Vergroeid zijn met terrasmensen. Vervagende beelden van toendrasneeuw.
Verzilverde herinneringen het resultaat. In mijn actueelste hoek. Ben ik
een terrasmens. Ik mag twijfels verwisselen.
13.6
Het
gerommel communiceert en communiceert. De val anticipeert en anticipeert. Naast
de associaties stagnerende gedachtes. Alarmklokken geborgen in de kelder. De
rook bijt en bijt. De latente scherven alsmaar latenter. Steeds vlakker en
steeds gekerfder. Zonder moed werden krokussen verheimelijkt. O ja het is
tragisch. Hoe weerloos het geheugen was. Verzilverd in de spiegelende plas.
Hoe elegant stond de boom. Zingend gaat hert haar route. Over het
duinpad naar zee. De maat draai ik mee. Voor analyse zal ik oriënteren.
7 ___________________________ BALLADE-20
1.7
De
communicatie zal indirect verbijsteren. Rondstrooien zal effect de schittering.
In de gedachte erotiserende hiaten. Kelders gereserveerd voor de druiventros.
Schone wond heeft zon bedankt. De latente scherven verleidelijke einders.
Vertrouwd bros en vertrouwd verglijdend. Moed gebagatelliseerd zonder veel
ceremonie. O ja het is tragisch. Hoe weerloos een geheugen is. Vergroeid met
de vliegende vis. Hoe oranje staat de boom. Secuur stippelt hert haar
route. Langs het prikkeldraad naar zee. Mee knoeien de maat mee. Voor
oriëntatie moet ik identificeren.
2.7
De
communicatie verbijstert indirect, rondstrooiend, dempend het drijfzand.
Aardende schitteringen schokken genietend na in erotiserende trillingen. Ik zie
forse meermensen morsen in het bos. Latente metafysische brosheid doet mijn
verzengende energieën splijten. En op de naadloze scheidslijn verschijnt het
teken. Nu versta ik de taal van oranje paarden. Waarin drijfzand oranje is als
knoeien in bossen. Ik beaam waar hun knoeiende lied over zingt. Werd niet
ieders geluk ooit opgeslokt door drijfzand? O wat is het bestaan buitenissig,
verbijsterend uitzinnig!
3.7
Ik
spreek hier uitsluitend over die trillingen die het resultaat zijn van de
verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten. Ik
weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit oranje massa in
een vijandig energieveld te zijn. Waar wat in de taal van het
oranje paard geldt als sentimenteel exhibitionisme, gesteld in schrijftaal
geboekstaafd staat als waarheid. Daarom heb ik voor het prikkeldraad
vensterbankblauw gebruikt, wat dan weer verklaart waarom in de
linker benedenhoek een verrekijker opduikt.
4.7
Sentimentele
exhibitionismes mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek
het prikkeldraad, doe het strompelend, blijf dempen. Laat alles wat verzengend
is ontsnappen, geniet expressief. Beaam de brosheid en streel de
spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking celebreren.
Waarom niet de beperking op een vensterbank uitgestald? Klinkt deze welgemeende
raad als een sentimenteel exhibitionisme? Vergelijk dit sentimentele
exhibitionisme met een blauwe verrekijker. Mijn geheugen speelt een teder spel
met mij. Ik vergelijk mij graag met een oranje hazelaar.
5.7
Ja
communicaties blijven verbijsteren. En rondstrooien en dempen. Het drijfzand
van FR. FR is een meermens. Hoe ruiken forse meermensen? Waarom doen ze het?
Waarom morsen ze toch? Treiterend in het bos. Waarom zoeken ze toch? De
splijtende verzengende energieën. De verglijding die ontsiert. Omdat hun opgeslokte
geluk. Hen vertrouwd heeft gemaakt. Met verglijdende oranje moed. En
verglijdende oranje moed. De uitzinnige eigenschap heeft. Alsmaar verder
te verbijsteren. O forse schone wond. Dankend voor de druiventros. Waarom ben
je fors?
6.7
De
druiventrossen waren verleidelijk, lang voordat wij deze tijdens dat zevende
bezoek onze verzengende aandacht gaven. Op mijn paardachtige vragen kregen wij
een aronskelkachtig antwoord, verwoord met een forsheid die FR schokte. Maar
waarom zou het mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het dierenrijk
of het plantenrijk? De zelfgenoegzame verglijding kan gerelativeerd worden
door kennis te nemen van de erotiek van een ander. Dusdanig dat een
naamsaanpassing nodig is om opnieuw de potenties van de eigen moed te
waarderen.
7.7
Druiventrossen
roepen een beeld op van scherven die latent zijn. De dramatiek is de
vertrouwde dramatiek van teder treiterende herten. Gezien door een
metafysische bril is drijfzand gespeend van drijfzand. Bekeken vanuit de
positie van identificerenden is drijfzand ongedoseerd lawaai. Het teken te
volgen en niet de maat te zoeken. Dat is de schijn wekken ieders buitenissige
bestaan te beamen. Het bagatelliseren van gedachtehiaten 50% te stimuleren
50% te saboteren. Dat is de schijn wekken een 100% meermens te
zijn.
8.7
Maar
zo zonder aanleiding een 'weg!' te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door een onvertrouwd eigen geluid. Teder treiterend het
teder treiterende hert volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds actueel
te beademen heeft een heilzame werking. Steeds opnieuw zien of de wond wel
zo schoon is. Ja ik kan het forse rietlied van de meermensen meezingen. 'Wij
aan de meren zoeken treiterend naar forse inzinnige eigenschappen'. Maar o,
zonder aanleiding!, een 'weg!' te kunnen laten ontsnappen.
9.7
Terwijl
ik slaap–de zeventigste minuut van de eenendertigste periode–waakt het
paard over de hazelaar. Terwijl ik slaap–de negenenzestigste minuut van de
tweeëndertigste periode–waakt de hazelaar over de wijsheid. Terwijl ik slaap–de achtenzestigste minuut van de drieëndertigste periode–waakt de wijsheid
over de morsenden. Terwijl ik slaap–de zevenenzestigste minuut van de
vierendertigste periode–waken de morsenden over de identificerenden. Terwijl
ik slaap–de zesenzestigste minuut van de vijfendertigste periode–waakt de
meermens FR over mij.
10.7
Te
verwerken. Te verbijsteren. Te vervagen. Te verschonen. Te verknoeien. Te
verblijven. Te vertrouwen. 8% actueel. Te verschijnen. Te verbeelden.
11% secuur. Te vergelden. 13% fysiek. Te vermoeden. Te
vererven. Te verzilveren. Te verspreken. Te verstaan. Te vermaken. Te
verglijden. Te verwonden. 22% welgemeend. Te verbruiken. Te
verdramaticeren. Te verdoen. Te vertederen. Te verbrengen. Te verdenken. Te
verdanken. Te verdienen. Te vervliegen. Te verleiden. Te vergelijken. 34% vijandig.
Te vererotiseren. Te verstrooien. Te verstellen. Te verkennen. Te verhuizen.
40% heilzaam.
11.7
Het
gereserveerde plan bracht mij via metafysische einders naar het einde van de
communicatie en via het dier weer thuis. Het uur waarin ik na zou
schokken zou het uitgestalde uur zijn waarin ik expressief splijtend het
drijfzand zou dempen. Vervolgens zou ik strak blazend uitademen, waarna ik zou
overgaan tot het innen van de duizend immuniteiten die ik verdiende. Ik zou
mijn buitenissige nis binnengaan en vullen met die trillingen die ik tijdens
onze geplande verkenningstochten van FR kreeg.
12.7
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwde hiaten. Dramatiek van vertrouwde eindes.
Ontsierende verglijding het resultaat. In mijn verglijdendste hoek. Ruik ik
naar waarheid. Vergroeid zijn met data. Vergroeid zijn met posities.
Beelden van vertrouwde scherven. Beelden van lugubere scheidslijnen. Brosse
immuniteiten het resultaat. In mijn splijtendste hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid
zijn met tekens. Vergroeid zijn met bosmensen. Vervagende beelden van
meerriet. Verzilverde herinneringen het resultaat. In mijn actueelste
hoek. Ben ik een bosmens. Ik mag moed uitstallen.
13.7
De
communicatie verbijstert en verbijstert. Effecten strooien rond en rond. In de
gedachte erotiserende hiaten. Kelders gereserveerd voor de druiventros. De
wonden danken en danken. De verleidelijke einders alsmaar verleidelijker. Steeds
brosser en steeds verglijdender. Zonder ceremonie werden aronskelken
gebagatelliseerd. O ja het is tragisch. Hoe weerloos het geheugen was.
Verzilverd in de spiegelende plas. Hoe oranje stond de boom. Zingend
gaat hert haar route. Langs het prikkeldraad naar zee. De maat knoei ik
mee. Voor oriëntatie zal ik identificeren.
8 ___________________________ BALLADE-20
1.8
De
verbijstering zal stil stemmen. Aarden zal schittering de vonk. Tijdens het
hiaat borrelend maagzuur. Druiventrossen overdadig op de kaarttafel. Pure zon
heeft meeuw verblind. De verleidelijke einders bewolkte kolken. Vertrouwd
zuigend en vertrouwd verdoemend. Ceremonies genegeerd zonder veel normen. O
ja het is tragisch. Hoe weerloos een geheugen is. Vergroeid met de vliegende
vis. Hoe wasemend staat de boom. Secuur stippelt hert haar route.
Langs de camping naar zee. Mee bemoeiend de maat mee. Voor identificatie moet
ik feesten.
2.8
De
verbijstering stemt stil, aardend, bedwingend de wreedheid. Verschroeiende
vonken galmen genietend na in borrelende melancholie. Ik hoor inerte grotmensen
eisen op het eiland. Verleidelijke astronomische zuiging doet mijn piepende
longen krimpen. En scherend over het water verschijnt het teken. Nu versta ik
de taal van wasemende salamanders. Waarin wreedheid wasemend is als bemoeien op
eilanden. Ik beaam waar hun bemoeiende lied over zingt. Werd niet ieders
zwijgen ooit gerekt door wreedheid? O wat is het bestaan buitenissig,
stemmig uitzinnig!
3.8
Ik
spreek hier uitsluitend over die melancholieën die het resultaat zijn
van de verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten.
Ik weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit wasemende
massa in een vijandig energieveld te zijn. Waar wat in
de taal van de wasemende salamander geldt als regelrechte
bedriegerij, gesteld in schrijftaal geboekstaafd staat als waarheid.
Daarom heb ik voor de camping radioblauw gebruikt, wat dan weer
verklaart waarom in de linker benedenhoek een potlood opduikt.
4.8
Regelrechte
bedriegerijen mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek de
camping, doe het strompelend, blijf bedwingen. Laat alles wat piepend is
ontsnappen, geniet expressief. Beaam de zuiging en streel
de spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking celebreren.
Waarom niet de beperking via een radio verspreid? Klinkt deze welgemeende raad
als een regelrechte bedriegerij? Vergelijk deze regelrechte bedriegerij met een
blauw potlood. Mijn geheugen speelt een dwars spel met mij. Ik vergelijk mij
graag met een wasemende olijf.
5.8
Ja
verbijsteringen blijven stemmen. En aarden en bedwingen. De wreedheid van IR.
IR is een grotmens. Hoe ruiken inerte grotmensen? Waarom doen ze het? Waarom
eisen ze toch? Dwingend op het eiland. Waarom zoeken ze toch? De
krimpende piepende longen. De verdoeming die onteert. Omdat hun gerekte
zwijgen. Hen vertrouwd heeft gemaakt. Met verdoemende wasemende
ceremonies. En verdoemende wasemende ceremonies. De uitzinnige eigenschap
hebben. Alsmaar verder te stemmen. O inerte pure zon. Verblindend op de
kaarttafel. Waarom ben je inert?
6.8
De
kaarttafels waren bewolkt, lang voordat wij deze tijdens dat achtste bezoek
onze verbijsterde aandacht gaven. Op mijn salamanderachtige vragen kregen wij
een oleanderachtig antwoord, verwoord met een inertie die IR schokte. Maar
waarom zou het mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het dierenrijk
of het plantenrijk? De zelfgenoegzame verdoeming kan gerelativeerd worden
door kennis te nemen van het geborrel van een ander. Dusdanig dat een
naamsaanpassing nodig is om opnieuw de potenties van de eigen
ceremonies te waarderen.
7.8
Kaarttafels
roepen een beeld op van einders die verleidelijk zijn. De dramatiek is de
vertrouwde dramatiek van dwars dwingende herten. Gezien door een
astronomische bril is wreedheid gespeend van wreedheid. Bekeken vanuit de
positie van feestenden is wreedheid ongedoseerd lawaai. Het teken te volgen
en niet de maat te zoeken. Dat is de schijn wekken ieders buitenissige bestaan
te beamen. Het negeren van hiaatmaagzuur 50% te stimuleren 50% te
saboteren. Dat is de schijn wekken een 100% grotmens te zijn.
8.8
Maar
zo zonder aanleiding een jammer te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door een onvertrouwd eigen geluid. Dwars dwingend het
dwars dwingende hert volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds actueel te
beademen heeft een heilzame werking. Steeds opnieuw zien of de zon wel zo
puur is. Ja ik kan het inerte rotslied van de grotmensen meezingen. 'Wij in de
grotten zoeken dwingend naar inerte inzinnige eigenschappen'. Maar o,
zonder aanleiding!, een jammer te kunnen laten ontsnappen.
9.8
Terwijl
ik slaap–de vijfenzestigste minuut van de zesendertigste periode–waakt de
salamander over de olijf. Terwijl ik slaap–de vierenzestigste minuut van de
zevenendertigste periode–waakt de olijf over de wijsheid. Terwijl ik slaap–de drieënzestigste minuut van de achtendertigste periode–waakt de wijsheid
over de eisenden. Terwijl ik slaap–de tweeënzestigste minuut van de
negenendertigste periode–waken de eisenden over de feestenden. Terwijl ik
slaap–de eenenzestigste minuut van de veertigste periode–waakt de grotmens
IR over mij.
10.8
Te
verblinden. Te vergelijken. 3% vijandig. Te verdoemen. Te
verwerken. Te verhuizen. 7% heilzaam. Te verrassen. Te
verschijnen. Te verklaren. Te vergroeien. Te verzwijgen. Te verstaan. Te
verlaten. Te vertrouwen. 16% actueel. Te verbeelden. 18% secuur.
Te verwijzen. Te vergeten. Te vergelden. 22% fysiek. Te verschroeien.
Te verstillen. Te verzoeken. Te verstellen. Te vermaken. Te verspreiden. Te
verwateren. Te verspreken. Te verzamelen. Te verworden. 33% strak.
Te verkeren. Te verkennen. Te vertekenen. Te verzilveren. Te verbijsteren. Te
verblijven. Te vermoeien.
11.8
Het
overdadige plan bracht mij via astronomische kolken naar het einde van de
verbijstering en via het dier weer thuis. Het uur waarin ik na zou
galmen zou het gespreide uur zijn waarin ik expressief krimpend de wreedheid
zou bedwingen. Vervolgens zou ik strak blazend uitademen, waarna ik zou
overgaan tot het innen van de duizend ijskristallen die ik verdiende. Ik zou
mijn buitenissige nis binnengaan en vullen met die melancholieën die ik tijdens
onze geplande verkenningstochten van IR kreeg.
12.8
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwd maagzuur. Dramatiek van vertrouwde eindes.
Onterende verdoeming het resultaat. In mijn verdoemendste hoek. Ruik ik naar
waarheid. Vergroeid zijn met data. Vergroeid zijn met posities. Beelden
van vertrouwde einders. Beelden van lugubere wateren. Zuigende ijskristallen
het resultaat. In mijn krimpendste hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid zijn
met tekens. Vergroeid zijn met eilandmensen. Vervagende beelden van
grotrotsen. Verzilverde herinneringen het resultaat. In mijn actueelste
hoek. Ben ik een eilandmens. Ik mag ceremonies verspreiden.
13.8
De
verbijstering stemt en stemt. De schitteringen aarden en aarden. Tijdens het
hiaat borrelend maagzuur. Druiventrossen overdadig op de kaarttafel. De zon verblindt
en verblindt. De bewolkte kolken alsmaar bewolkter. Steeds zuigender en steeds
verdoemender. Zonder normen werden oleanders genegeerd. O ja het is
tragisch. Hoe weerloos het geheugen was. Verzilverd in de spiegelende plas.
Hoe wasemend stond de boom. Zingend gaat hert haar route. Langs de
camping naar zee. De maat bemoei ik mee. Voor identificatie zal ik feesten.
9 ___________________________ BALLADE-20
1.9
De
stemming zal fluisterend misleiden. Verschroeien zal vonk de egel. Door het
maagzuur smakkende lippen. Kaarttafels glimmend van het zweet. Wilde meeuw
heeft kracht verdronken. De bewolkte kolken kloppende boren. Vertrouwd dof en
vertrouwd storend. Normen toegeëigend zonder veel autoriteit. O ja het is
tragisch. Hoe weerloos een geheugen is. Vergroeid met de vliegende vis. Hoe
zwiepend staat de boom. Secuur stippelt hert haar route. Langs de
broedkolonie naar zee. Mee verfoeiend de maat mee. Voor feest moet ik
verhongeren.
2.9
De
stemming misleidt fluisterend, verschroeiend, neutraliserend de gal. Bewarende
egels vinden genietend aansluiting bij smakkende pijnen. Ik hoor sprankelende
savannemensen vloeken in het moeras. Bewolkte chemische dofheid doet mijn
jeukende bulten kermen. En bedoeld voor een ander verschijnt het teken. Nu
versta ik de taal van zwiepende katten. Waarin gal zwiepend is als verfoeien in
moerassen. Ik beaam waar hun verfoeiende lied over zingt. Was niet ieders tong
ooit bitter door gal? O wat is het bestaan buitenissig, misleidend
uitzinnig!
3.9
Ik
spreek hier uitsluitend over die pijnen die het resultaat zijn van de
verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten. Ik
weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit zwiepende
massa in een vijandig energieveld te zijn. Waar wat in
de taal van de zwiepende kat geldt als anachronistische
vergissing, gesteld in schrijftaal geboekstaafd staat als waarheid. Daarom
heb ik voor de broedkolonie plantengieterblauw gebruikt, wat dan weer
verklaart waarom in de linker benedenhoek een geranium opduikt.
4.9
Anachronistische
vergissingen mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek de broedkolonie,
doe het strompelend, blijf neutraliseren. Laat alles wat jeukend is
ontsnappen, geniet expressief. Beaam de dofheid en streel
de spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking celebreren.
Waarom niet de beperking op een plantengieter geschilderd? Klinkt deze
welgemeende raad als een anachronistische vergissing? Vergelijk deze
anachronistische vergissing met een blauwe geranium. Mijn geheugen speelt een
schel spel met mij. Ik vergelijk mij graag met een zwiepende conifeer.
5.9
Ja
stemmingen blijven misleiden. En verschroeien en neutraliseren. De gal van SS.
SS is een savannemens. Hoe ruiken sprankelende savannemensen? Waarom doen ze
het? Waarom vloeken ze toch? Scheldend in het moeras. Waarom zoeken ze toch?
De kermende jeukende bulten. De storing die ontkoppelt. Omdat hun bittere
tongen. Hen vertrouwd hebben gemaakt. Met storende zwiepende normen. En
storende zwiepende normen. De uitzinnige eigenschap hebben. Alsmaar
verder te misleiden. O sprankelende wilde meeuw. Verdronken in het zweet.
Waarom ben je sprankelend?
6.9
Het
zweet was kloppend, lang voordat wij deze tijdens dat negende bezoek onze
neutrale aandacht gaven. Op mijn katachtige vragen kregen wij een azaleaächtig
antwoord, verwoord met een sprankel die SS schokte. Maar waarom zou het
mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het dierenrijk of het
plantenrijk? De zelfgenoegzame gestoordheid kan gerelativeerd worden door
kennis te nemen van het gesmak van een ander. Dusdanig dat een
naamsaanpassing nodig is om opnieuw de potenties van de eigen normen
te waarderen.
7.9
Zweet
roept een beeld op van kolken die bewolkt zijn. De dramatiek is de
vertrouwde dramatiek van schel scheldende herten. Gezien door een
chemische bril is gal gespeend van gal. Bekeken vanuit de positie van
verhongerenden is gal ongedoseerd lawaai. Het teken te volgen en niet de
maat te zoeken. Dat is de schijn wekken ieders buitenissige bestaan te beamen.
Het toeëigenen van maagzuurlippen 50% te stimuleren 50% te saboteren. Dat is
de schijn wekken een 100% savannemens te zijn.
8.9
Maar
zo zonder aanleiding een 'hoera!' te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door een onvertrouwd eigen geluid. Schel scheldend het
schel scheldende hert volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds actueel
te beademen heeft een heilzame werking. Steeds opnieuw zien of de meeuw wel
zo wild is. Ja ik kan het sprankelende stoflied van de savannemensen meezingen.
'Wij op de savannen zoeken scheldend naar sprankelende inzinnige
eigenschappen'. Maar o, zonder aanleiding!, een 'hoera!' te kunnen laten
ontsnappen.
9.9
Terwijl
ik slaap–de zestigste minuut van de eenenveertigste periode–waakt de kat
over de conifeer. Terwijl ik slaap–de negenenvijftigste minuut van de
tweeënveertigste periode–waakt de conifeer over de wijsheid. Terwijl ik slaap–de achtenvijftigste minuut van de drieënveertigste periode–waakt de
wijsheid over de vloekenden. Terwijl ik slaap–de zevenenvijftigste minuut van
de vierenveertigste periode–waken de vloekenden over de verhongerenden.
Terwijl ik slaap–de zesenvijftigste minuut van de vijfenveertigste periode–waakt de savannemens SS over mij.
10.9
Te
verklaren. Te vervliegen. 3% strak. Te vervagen. Te vergissen. Te
verschroeien. Te verschijnen. Te verbeelden. 9% secuur. Te
verwilderen. Te verzilveren. Te vervloeken. Te verspreken. Te verstellen. Te
verstoren. Te verraden. Te vergelijken. 18% vijandig. Te verkeren.
Te vervolgen. Te verlaten. Te verbitteren. Te verzamelen. Te vergroeien. Te
verzorgen. Te vertekenen. Te vergelden. 28% fysiek. Te vergallen.
Te verweren. Te verschrijven. Te verdoen. Te verfoeien. Te vertrouwen.
35% actueel. Te verkrachten. Te verwijzen. Te verhongeren. Te
vergeten. Te vervullen.
11.9
Het
glimmende plan bracht mij via chemische boren naar het einde van de
stemming en via het dier weer thuis. Het uur waarin ik aansluiting
zou vinden zou het geschilderde uur zijn waarin ik expressief kermend de gal
zou neutraliseren. Vervolgens zou ik strak blazend uitademen, waarna ik zou
overgaan tot het innen van de duizend cremes die ik verdiende. Ik zou mijn
buitenissige nis binnengaan en vullen met die pijnen die ik tijdens onze
geplande verkenningstochten van SS kreeg.
12.9
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwde lippen. Dramatiek van vertrouwde eindes.
Ontkoppelende storing het resultaat. In mijn storendste hoek. Ruik ik naar
waarheid. Vergroeid zijn met data. Vergroeid zijn met posities. Beelden
van vertrouwde kolken. Beelden van lugubere anderen. Doffe cremes het
resultaat. In mijn kermendste hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid zijn met
tekens. Vergroeid zijn met moerasmensen. Vervagende beelden van
savannestof. Verzilverde herinneringen het resultaat. In mijn actueelste
hoek. Ben ik een moerasmens. Ik mag normen schilderen.
13.9
De
stemming misleidt en misleidt. De vonken verschroeien en verschroeien. Door het
maagzuur smakkende lippen. Kaarttafels glimmend van het zweet. De meeuwen
verdrinken en verdrinken. De kloppende boren alsmaar kloppender. Steeds doffer
en steeds storender. Zonder autoriteit werden azaleas toegeëigend. O ja het
is tragisch. Hoe weerloos het geheugen was. Verzilverd in de spiegelende plas.
Hoe zwiepend stond de boom. Zingend gaat hert haar route. Langs de
broedkolonie naar zee. De maat verfoei ik mee. Voor feest zal ik verhongeren.
10 ___________________________ BALLADE-20
1.10
De
misleiding zal kortstondig verdwazen. Bewaren zal egel de stekels. Om de lip
vermoeide spieren. Zweet zilt in de winter. Zwakke kracht heeft hoop gekietelt.
De kloppende boren geoefende koren. Vertrouwd spontaan en vertrouwd bevroren.
Autoriteit ontmythologiseerd zonder veel gedrevenheid. O ja het is tragisch.
Hoe weerloos een geheugen is. Vergroeid met de vliegende vis. Hoe bruin
staat de boom. Secuur stippelt hert haar route. Langs de waterput naar
zee. Mee zwaaiend de maat mee. Voor honger moet ik doezelen.
2.10
De
misleiding verdwaasd kortstondig, bewarend, temmend de gulzigheid. Prikkende
stekels ketsen genietend af op vermoeide bravoure. Ik zie stugge
rivieroevermensen ploegen in de toendra. Kloppende neurologische spontaniteit
doet de vermolmde pijler wankelen. En als een schrale mirage verschijnt het
teken. Nu versta ik de taal van bruine schapen. Waarin gulzigheid bruin is als
zaaien in toendras. Ik beaam waar hun zaaiende lied over zingt. Was niet ieders
weegschaal ooit bedolven onder gulzigheid? O wat is het bestaan buitenissig,
verdwazend uitzinnig!
3.10
Ik
spreek hier uitsluitend over die bravoures die het resultaat zijn van
de verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten. Ik
weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit bruine massa in
een vijandig energieveld te zijn. Waar wat in de taal van het
bruine schaap geldt als platte gemeenplaats, gesteld in schrijftaal
geboekstaafd staat als waarheid. Daarom heb ik voor de waterput traploperblauw
gebruikt, wat dan weer verklaart waarom in de linker
benedenhoek een sleutelhanger opduikt.
4.10
Platte
gemeenplaatsen mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek de
waterput, doe het strompelend, blijf temmen. Laat alles wat vermolmd is
ontsnappen, geniet expressief. Beaam de spontaniteit en
streel de spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking
celebreren. Waarom niet de beperking onder een traploper verstopt? Klinkt
deze welgemeende raad als een platte gemeenplaats? Vergelijk deze platte
gemeenplaats met een blauwe sleutelhanger. Mijn geheugen speelt een verkrampt
spel met mij. Ik vergelijk mij graag met een bruine kastanje.
5.10
Ja
misleidingen blijven verdwazen. En bewaren en temmen. De gulzigheid van SM. SM
is een rivieroevermens. Hoe ruiken stugge rivieroevermensen? Waarom doen ze
het? Waarom ploegen ze toch? Kantelend in de toendra. Waarom zoeken ze toch?
De wankelende vermolmde pijler. De bevriezing die ontwricht. Omdat hun bedolven
weegschalen. Hen vertrouwd hebben gemaakt. Met bevroren bruine
autoriteit. En bevroren bruine autoriteit. De uitzinnige eigenschap heeft.
Alsmaar verder te verdwazen. O stugge zwakke kracht. Kietelend in de winter.
Waarom ben je stug?
6.10
De
winters waren geoefend, lang voordat wij deze tijdens dat tiende bezoek onze
vermoeide aandacht gaven. Op mijn schaapachtige vragen kregen wij een
aloëachtig antwoord, verwoord met een stugheid die SM schokte. Maar waarom
zou het mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het dierenrijk of het
plantenrijk? De zelfgenoegzame bevriezing kan gerelativeerd worden door
kennis te nemen van de vermoeidheid van een ander. Dusdanig dat een
naamsaanpassing nodig is om opnieuw de potenties van de eigen
autoriteit te waarderen.
7.10
Winters
roepen een beeld op van boren die kloppend zijn. De dramatiek is de
vertrouwde dramatiek van verkrampt kantelende herten. Gezien door een
neurologische bril is gulzigheid gespeend van gulzigheid. Bekeken vanuit de
positie van doezelenden is gulzigheid ongedoseerd lawaai. Het teken te
volgen en niet de maat te zoeken. Dat is de schijn wekken ieders buitenissige
bestaan te beamen. Het ontmythologiseren van lipspieren 50% te stimuleren 50%
te saboteren. Dat is de schijn wekken een 100% rivieroevermens te
zijn.
8.10
Maar
zo zonder aanleiding een geeuw te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door een onvertrouwd eigen geluid. Verkrampt kantelend
het verkrampt kantelende hert volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds
actueel te beademen heeft een heilzame werking. Steeds opnieuw zien of
de kracht wel zo zwak is. Ja ik kan het stugge modderlied van de
rivieroevermensen meezingen. 'Wij aan de rivieroever zoeken kantelend naar
stugge inzinnige eigenschappen'. Maar o, zonder aanleiding!, een geeuw
te kunnen laten ontsnappen.
9.10
Terwijl
ik slaap–de vijfenvijftigste minuut van de zesenveertigste periode–waakt het
schaap over de kastanje. Terwijl ik slaap–de vierenvijftigste minuut van de
zevenenveertigste periode–waakt de kastanje over de wijsheid. Terwijl ik slaap–de
drieënvijftigste minuut van de achtenveertigste periode–waakt de wijsheid over
de ploegenden. Terwijl ik slaap–de tweeënvijftigste minuut van de negenenveertigste
periode–waken de ploegenden over de doezelenden. Terwijl ik slaap–de
eenenvijftigste minuut van de vijftigste periode–waakt de rivieroevermens SM
over mij.
10.10
Te
verwekken. Te verkrampen. 3% strak. Te verkennen. Te verlaten. Te
vervliegen. Te vervolgen. Te verrassen. Te verbeelden. 10% secuur.
Te verzwakken. Te verstellen. Te vergelden. 14% fysiek. Te
vervullen. Te vernietigen. Te verspelen. Te vermaken. Te vertrouwen. 20% actueel.
Te vernieuwen. Te vermoeien. Te verklaren. Te vergeten. Te verzilten. Te
verzoeken. Te verdoen. Te verschralen. Te verbruiken. Te vermolmen. Te
verleiden. Te verbruinen. Te verdrijven. Te verzamelen. Te verkrachten. Te
verdienen. Te vertalen. Te verdwazen. Te vergelijken. 40% vijandig.
11.10
Het
zilte plan bracht mij via neurologische koren naar het einde van de
misleiding en via het dier weer thuis. Het uur waarin ik af zou
ketsen zou het verstopte uur zijn waarin ik expressief wankelend de gulzigheid
zou temmen. Vervolgens zou ik strak blazend uitademen, waarna ik zou overgaan
tot het innen van de duizend bevrijdingen die ik verdiende. Ik zou mijn
buitenissige nis binnengaan en vullen met die bravoure die ik tijdens onze
geplande verkenningstochten van SM kreeg.
12.10
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwde spieren. Dramatiek van vertrouwde eindes.
Ontwrichtende bevriezing het resultaat. In mijn bevrorenste hoek. Ruik ik naar
waarheid. Vergroeid zijn met data. Vergroeid zijn met posities. Geluiden
van vertrouwde boren. Beelden van lugubere mirages. Spontane bevrijdingen het
resultaat. In mijn wankelendste hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid zijn met
tekens. Vergroeid zijn met toendramensen. Vervagende beelden van
rivieroevermodder. Verzilverde herinneringen het resultaat. In mijn
actueelste hoek. Ben ik een toendramens. Ik mag autoriteit verstoppen.
13.10
De
misleiding verdwaast en verdwaast. De egel bewaart en bewaart. Om de lip
vermoeide spieren. Zweet zilt in de winter. De krachten kietelen en kietelen.
De geoefende koren alsmaar geoefender. Steeds spontaner en steeds bevrorener.
Zonder gedrevenheid werden aloë's ontmythologiseerd. O ja het is tragisch.
Hoe weerloos het geheugen was. Verzilverd in de spiegelende plas. Hoe bruin
stond de boom. Zingend gaat hert haar route. Langs de waterput naar zee.
De maat zwaai ik mee. Voor honger zal ik doezelen.
11 ___________________________ BALLADE-20
1.11
De
verdwazing zal individueel inspireren. Prikken zal stekel het eelt. Door de
spier ijle rimpels. Winters cirkelend om de moedeloosheid. Tere hoop heeft roos
betreurd. De geoefende koren verloren orkanen. Vertrouwd razend en vertrouwd
kranig. Gedrevenheid gladgestreken zonder veel inspanningen. O ja het is
tragisch. Hoe weerloos een geheugen is. Vergroeid met de vliegende vis. Hoe
robuust staat de boom. Secuur stippelt hert haar route. Langs de
konijnepijp naar zee. Mee betijend de maat mee. Na vertrek moeten wij praten.
2.11
De
verdwazing inspireert individueel, prikkend, bettend de tranen. Afscheidend
eelt voegt genietend toe aan ijle ruwheid. Ik zie kalme heidemensen slempen in
de delta. Geoefende sociologische razernij doet mijn slingerende oor suizen. En
glijdend langs de mast verschijnt het teken. Nu versta ik de taal van robuuste
apen. Waarin tranen robuust zijn als betijen in deltas. Ik beaam waar hun
betijende lied over zingt. Was niet ieders blik ooit overspoeld door tranen? O
wat is het bestaan buitenissig, inspirerend uitzinnig!
3.11
Ik
spreek hier uitsluitend over die ruwheden die het resultaat zijn van de
verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten. Ik
weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit robuuste
massa in een vijandig energieveld te zijn. Waar wat in
de taal van de robuuste aap geldt als utopisch verzinsel, gesteld in
schrijftaal geboekstaafd staat als waarheid. Daarom heb ik voor de konijnepijp
haarborstelblauw gebruikt, wat dan weer verklaart waarom in de
linker benedenhoek een krulspeld opduikt.
4.11
Utopische
verzinsels mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek de
konijnepijp, doe het strompelend, blijf betten. Laat alles wat slingerend is
ontsnappen, geniet expressief. Beaam de razernij en streel
de spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking celebreren.
Waarom niet de beperking met een haarborstel uitgeplozen? Klinkt deze
welgemeende raad als een utopisch verzinsel? Vergelijk dit utopische verzinsel
met een blauwe krulspeld. Mijn geheugen speelt een gebarsten spel met mij. Ik
vergelijk mij graag met een robuuste palm.
5.11
Ja
verdwazingen blijven inspireren. En prikken en betten. De tranen van KP. KP is
een heidemens.Hoe ruiken kalme heidemensen? Waarom doen ze het? Waarom slempen
ze toch? Bruisend in de delta. Waarom zoeken ze toch? Het suizende
slingerend oor. De kranigheid die ontbloot. Omdat hun overspoelde blikken. Hen
vertrouwd hebben gemaakt. Met kranige robuuste gedrevenheid. En kranige
robuuste gedrevenheid. De uitzinnige eigenschap heeft. Alsmaar verder te
inspireren. O kalme tere hoop. Treurend om de moedeloosheid. Waarom ben je
kalm?
6.11
De
moedeloosheid was verloren, lang voordat wij deze tijdens dat elfde bezoek onze
geïnspireerde aandacht gaven. Op mijn aapachtige vragen kregen wij een
hyacintachtig antwoord, verwoord met een kalmte die KP schokte. Maar waarom
zou het mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het dierenrijk of het
plantenrijk? De zelfgenoegzame kranigheid kan gerelativeerd worden door
kennis te nemen van de ijdelheid van een ander. Dusdanig dat een
naamsaanpassing nodig is om opnieuw de potenties van de eigen
gedrevenheid te waarderen.
7.11
Moedeloosheid
roept een beeld op van koren die geoefend zijn. De dramatiek is de
vertrouwde dramatiek van gebarsten bruisende herten. Gezien door een
sociologische bril zijn tranen gespeend van tranen. Bekeken vanuit de positie
van pratenden zijn tranen ongedoseerd lawaai. Het teken te volgen en niet de
maat te zoeken. Dat is de schijn wekken ieders buitenissige bestaan te beamen.
Het gladstrijken van spierrimpels 50% te stimuleren 50% te saboteren. Dat is
de schijn wekken een 100% heidemens te zijn.
8.11
Maar
zo zonder aanleiding een 'stop!' te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door een onvertrouwd eigen geluid. Gebarsten bruisend het
gebarsten bruisende hert volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds
actueel te beademen heeft een heilzame werking. Steeds opnieuw zien of
de hoop wel zo teer is. Ja ik kan het kalme plaggelied van de heidemensen
meezingen. 'Wij op de heides zoeken bruisend naar kalme inzinnige
eigenschappen'. Maar o, zonder aanleiding!, een 'stop!' te kunnen laten
ontsnappen.
9.11
Terwijl
ik slaap–de vijftigste minuut van de eenenvijftigste periode–waakt de aap over
de palm. Terwijl ik slaap–de negenenveertigste minuut van de tweeënvijftigste
periode–waakt de palm over de wijsheid. Terwijl ik slaap–de achtenveertigste
minuut van de drieënvijftigste periode–waakt de wijsheid over de slempenden.
Terwijl ik slaap–de zevenenveertigste minuut van de vierenvijftigste periode–waken
de slempenden over de pratenden. Terwijl ik slaap–de zesenveertigste minuut van
de vijfenvijftigste periode–waakt de heidemens KP over mij.
10.11
Te
verschijnen. Te verweren. Te vermaken. Te vergelden. 5% fysiek. Te
verkennen. Te vernietigen. Te vertrekken. Te vervoegen. Te verglijden. Te verspreken.
Te verkijken. Te verzoeken. Te verwekken. Te vergroeien. Te verstellen. Te
vereelten. Te verslingeren. Te vervagen. Te verzinnen. Te verzamelen. Te
vergelijken. 23% vijandig. Te vergeten. Te verheugen. Te
verzilveren. Te verdrijven. Te verdienen. Te verliezen. Te verdrinken. Te
verklaren. Te verdwazen. Te vertrouwen. 34% actueel. Te verbeelden.
36% secuur. Te verwijzen. Te verbruiken. Te verzorgen. 40% strak.
11.11
Het
cirkelende plan bracht mij via sociologische orkanen naar het einde van de verdwazing en
via het dier weer thuis. Het uur waarin ik toe zou voegen zou het
uitgeplozen uur zijn waarin ik expressief suizend de tranen zou betten.
Vervolgens zou ik strak blazend uitademen, waarna ik zou overgaan tot het innen
van de duizend mazen die ik verdiende. Ik zou mijn buitenissige nis binnengaan
en vullen met die ruwheden die ik tijdens onze geplande verkenningstochten van
KP kreeg.
12.11
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwde rimpels. Dramatiek van vertrouwde eindes. Ontblotende
kranigheid het resultaat. In mijn kranigste hoek. Ruik ik naar waarheid. Vergroeid
zijn met data. Vergroeid zijn met posities. Geluiden van vertrouwde koren.
Beelden van lugubere masten. Razende mazen het resultaat. In mijn suizendste
hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid zijn met tekens. Vergroeid zijn met
deltamensen. Vervagende beelden van heideplaggen. Verzilverde herinneringen
het resultaat. In mijn actueelste hoek. Ben ik een deltamens. Ik mag
gedrevenheid uitpluizen.
13.11
De
verdwazing inspireert en inspireert. De stekels prikken en prikken. Door de
spier ijle rimpels. Winters cirkelend om de moedeloosheid. De hoop bertreurt en
betreurt. De verloren orkanen alsmaar verlorener. Steeds razender en steeds
kraniger. Zonder inspanningen werden hyacinten gladgestreken. O ja het is
tragisch. Hoe weerloos het geheugen was. Verzilverd in de spiegelende plas.
Hoe robuust stond de boom. Zingend gaat hert haar route. Langs de
konijnepijp naar zee. De maat betij ik mee. Na vertrek zullen wij praten.
12 ___________________________ BALLADE-20
1.12
De
inspiratie zal onevenredig bedelen. Afscheiden zal eelt de schilfers. Naast de
rimpel stroeve huid. Moedeloosheid gepolijst tijdens de jeugd. Schuwe roos
heeft huig verzacht. De verloren orkanen hallucinogene canons. Vertrouwd modern
en vertrouwd geronnen. Inspanning geweigerd zonder veel alternatieven. O ja
het is tragisch. Hoe weerloos een geheugen is. Vergroeid met de vliegende vis.
Hoe knoestig staat de boom. Secuur stippelt hert haar route. Langs de
bunkerruïne naar zee. Mee roeiend de maat mee. Na gesprek moeten wij dineren.
2.12
De
inspiratie bedeelt onevenredig, afscheidend, verbrijzelend de wrok. Verwaaide
schilfers wiegen genietend mee op stroeve melodieën. Ik zie aloude
woestijnmensen wortelen in de polder. Verloren diëtistische moderniteit doet
mijn ploeterende motor sputteren. En tussen kade en schip verschijnt het teken.
Nu versta ik de taal van knoestige kevers. Waarin wrok knoestig is als roeien
in polders. Ik beaam waar hun roeiende lied over zingt. Was niet ieders oordeel
ooit vooringenomen door wrok? O wat is het bestaan buitenissig, bedelend
uitzinnig!
3.12
Ik
spreek hier uitsluitend over die melodieën die het resultaat zijn van
de verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten. Ik
weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit knoestige
massa in een vijandig energieveld te zijn. Waar wat in
de taal van de knoestige kever geldt als vreugdeloze optelsom, gesteld in
schrijftaal geboekstaafd staat als waarheid. Daarom heb ik voor de bunkerruïne
keukenrekjesblauw gebruikt, wat dan weer verklaart waarom in
de linker benedenhoek een theedoek opduikt.
4.12
Vreugdeloze
optelsommen mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek de bunkerruïne,
doe het strompelend, blijf verbrijzelen. Laat alles wat ploeterend is
ontsnappen, geniet expressief. Beaam de moderniteit en
streel de spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking
celebreren. Waarom niet de beperking achter een keukenrekje verhuld? Klinkt
deze welgemeende raad als een vreugdeloze optelsom? Vergelijk deze vreugdeloze
optelsom met een blauwe theedoek. Mijn geheugen speelt een schunnig spel met
mij. Ik vergelijk mij graag met een knoestige wilg.
5.12
Ja
inspiraties blijven bedelen. En afscheiden en verbrijzelen. De wrok van AM. AM
is een woestijnmens. Hoe ruiken aloude woestijnmensen? Waarom doen ze het?
Waarom wortelen ze toch? Schutterend in de polder. Waarom zoeken ze toch?
De sputterende ploeterende motor. De geronnenheid die ontsteekt. Omdat hun
vooringenomen oordelen. Hen vertrouwd hebben gemaakt. Met geronnen
knoestige inspanningen. En geronnen knoestige inspanningen. De uitzinnige
eigenschap hebben. Alsmaar verder te bedelen. O oude schuwe roos. Verzachtend
sinds de jeugd. Waarom ben je oud?
6.12
De
jeugdigen waren hallucinogeen, lang voordat wij deze tijdens dat twaalfde
bezoek onze vooringenomen aandacht gaven. Op mijn keverachtige vragen kregen
wij een madeliefachtig antwoord, verwoord met een oudbakkenheid die AM schokte.
Maar waarom zou het mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het
dierenrijk of het plantenrijk? De zelfgenoegzame geronnenheid kan
gerelativeerd worden door kennis te nemen van de stroefheid van een ander. Dusdanig
dat een naamsaanpassing nodig is om opnieuw de potenties van de eigen
inspanning te waarderen.
7.12
Jeugden
roepen een beeld op van orkanen die verloren zijn. De dramatiek is de
vertrouwde dramatiek van schunnig schutterende herten. Gezien door een
diëtistische bril is wrok gespeend van wrok. Bekeken vanuit de positie van
dinerenden is wrok ongedoseerd lawaai. Het teken te volgen en niet de maat
te zoeken. Dat is de schijn wekken ieders buitenissige bestaan te beamen.
Het weigeren van rimpelhuid 50% te stimuleren 50% te saboteren. Dat is de
schijn wekken een 100% woestijnmens te zijn.
8.12
Maar
zo zonder aanleiding een jubel te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door een onvertrouwd eigen geluid. Schunnig schutterend
het schunnig schutterende hert volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds
actueel te beademen heeft een heilzame werking. Steeds opnieuw zien of
de roos wel zo schuw is. Ja ik kan het aloude maanlied van de woestijnmensen
meezingen. 'Wij in de woestijnen zoeken schutterend naar aloude inzinnige
eigenschappen'. Maar o, zonder aanleiding!, een jubel te kunnen laten
ontsnappen.
9.12
Terwijl
ik slaap–de vijfenveertigste minuut van de zesenvijftigste periode–waakt de
kever over de wilg. Terwijl ik slaap–de vierenveertigste minuut van de
zevenenvijftigste periode–waakt de wilg over de wijsheid. Terwijl ik slaap–de
drieënveertigste minuut van de achtenvijftigste periode–waakt de wijsheid over
de wortelenden. Terwijl ik slaap–de tweeënveertigste minuut van de
negenenvijftigste periode–waken de wortelenden over de dinerenden. Terwijl ik
slaap–de eenenveertigste minuut van de zestigste periode–waakt de woestijnmens
AM over mij.
10.12
Te
verwaaien. Te verschijnen. Te verstaan. Te verbeelden. 5% secuur.
Te verouderen. Te vertrouwen. 8% actueel. Te verafschuwen. Te
verklaren. Te verbrijzelen. Te verliezen. Te verzoeken. Te vergelijken.
15% vijandig. Te verdoen. Te verheugen. Te verhuizen. 19% heilzaam.
Te verweren. Te vereelten. Te vernemen. Te verdelen. Te verkennen. Te
veroordelen. Te verschepen. Te verspelen. Te verblijven. Te verzilveren. Te
verweigeren. Te vergroeien. Te vervagen. Te verraden. Te verworden. Te
vergelden. 36% fysiek. Te verhullen. Te verzachten. Te verwerken.
Te verdienen.
11.12
Het
gepolijste plan bracht mij via diëtistische canons naar het einde van de
inspiratie en via het dier weer thuis. Het uur waarin ik mee zou
wiegen zou het verhulde uur zijn waarin ik expressief sputterend de wrok zou
verbrijzelen. Vervolgens zou ik strak blazend uitademen, waarna ik zou overgaan
tot het innen van de duizend pirouettes die ik verdiende. Ik zou mijn
buitenissige nis binnengaan en vullen met die melodieën die ik tijdens onze
geplande verkenningstochten van AM kreeg.
12.12
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwde huid. Dramatiek van vertrouwde eindes.
Ontstekende geronnenheid het resultaat. In mijn geronnenste hoek. Ruik ik naar
waarheid. Vergroeid zijn met data. Vergroeid zijn met posities. Beelden
van vertrouwde orkanen. Beelden van lugubere schepen. Moderne pirouettes het
resultaat. In mijn sputterendste hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid zijn met
tekens. Vergroeid zijn met poldermensen. Vervagende beelden van
woestijnmanen. Verzilverde herinneringen het resultaat. In mijn
actueelste hoek. Ben ik een poldermens. Ik mag inspanning verhullen.
13.12
De
inspiratie bedeelt en bedeelt. Eelt scheidt af en af. Naast de rimpel stroeve
huid. Moedeloosheid gepolijst tijdens de jeugd. De rozen verzachten en
verzachten. De hallucinogene canons alsmaar hallucinogener. Steeds moderner en
steeds geronnener. Zonder alternatieven werden madelieven geweigerd. O ja
het is tragisch. Hoe weerloos het geheugen was. Verzilverd in de spiegelende
plas. Hoe knoestig stond de boom. Zingend gaat hert haar route.
Langs de bunkerruïne naar zee. De maat roei ik mee. Na gesprek zullen wij
dineren.
13 ___________________________ BALLADE-20
1.13
Het
deel zal evenredig bekoren. Verwaaien zal schilfer als stuifmeel. In de huid
ongemerkte pigmenten. Jeugden voltooid in het dorp. Zachte huig heeft kraai
gelokt. De hallucinogene canons broze boodschappen. Vertrouwd innig en
vertrouwd gevat. Alternatieven geformuleerd zonder veel doelstellingen. O ja
het is tragisch. Hoe weerloos een geheugen is. Vergroeid met de vliegende vis.
Hoe koesterend staat de boom. Secuur stippelt hert haar route. Langs het
braambos naar zee. Mee kruiend de maat mee. Na diner moeten wij rusten.
2.13
Het
deel bekoort evenredig, verwaaiend, belemmerend de activiteit. Betoverend stuifmeel
bereidt genietend voor op ongemerkte bestemmingen. Ik zie behoedzame veldmensen
branden in de savanne. Hallucinogene astrologische innigheid doet mijn verrekte
hartspier vibreren. En bij het wakker worden verschijnt het teken. Nu versta ik
de taal van koesterende olifanten. Waarin activiteit koesterend is als kruien
in savannen. Ik beaam waar hun kruiende lied over zingt. Was niet ieders bodem
ooit vergiftigd door activiteit? O wat is het bestaan buitenissig,
bekoorlijk uitzinnig!
3.13
Ik
spreek hier uitsluitend over die bestemmingen die het resultaat zijn
van de verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten.
Ik weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit koesterende
massa in een vijandig energieveld te zijn. Waar wat in
de taal van de koesterende olifant geldt als discriminerende
naïviteit, gesteld in schrijftaal geboekstaafd staat als waarheid. Daarom
heb ik voor het braambos deurklinkblauw gebruikt, wat dan weer
verklaart waarom in de linker benedenhoek een bellekoord opduikt.
4.13
Discriminerende
naïviteiten mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek het
braambos, doe het strompelend, blijf belemmeren. Laat alles wat verrekt is
ontsnappen, geniet expressief. Beaam de innigheid en streel
de spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking celebreren.
Waarom niet de beperking met een deurklink verminkt? Klinkt deze welgemeende
raad als een discriminerende naïviteit? Vergelijk deze discriminerende
naïviteit met een blauw bellekoord. Mijn geheugen speelt een virtuoos spel met
mij. Ik vergelijk mij graag met een koesterende plataan.
5.13
Ja
delen blijven bekoren. En verwaaien en belemmeren. De activiteit van BG. BG is
een veldmens. Hoe ruiken behoedzame veldmensen? Waarom doen ze het? Waarom branden
ze toch? Verterend in de savanne. Waarom zoeken ze toch? De vibrerende
verrekte hartspier. De gevatheid die ontvlamt. Omdat hun vergiftigde bodem. Hen
vertrouwd heeft gemaakt. Met gevatte koesterende alternatieven. En gevatte
koesterende alternatieven. De uitzinnige eigenschap hebben. Alsmaar
verder te bekoren. O behoedzame zachte huig. Lokkend in het dorp. Waarom ben je
behoedzaam?
6.13
De
dorpen waren broos, lang voordat wij deze tijdens dat dertiende bezoek onze
wakkere aandacht gaven. Op mijn olifantachtige vragen kregen wij een tulpachtig
antwoord, verwoord met een behoedzaamheid die BG schokte. Maar waarom zou
het mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het dierenrijk of het
plantenrijk? De zelfgenoegzame gevatheid kan gerelativeerd worden door
kennis te nemen van de ongemerktheid van een ander. Dusdanig dat een
naamsaanpassing nodig is om opnieuw de potenties van de eigen
alternatieven te waarderen.
7.13
Dorpen
roepen een beeld op van canons die hullucinogeen zijn. De dramatiek is de vertrouwde
dramatiek van virtuoos verterende herten. Gezien door een
astrologische bril is activiteit gespeend van activiteit. Bekeken vanuit de
positie van rustenden is activiteit ongedoseerd lawaai. Het teken te volgen
en niet de maat te zoeken. Dat is de schijn wekken ieders buitenissige bestaan
te beamen. Het formuleren van huidpigmenten 50% te stimuleren 50% te
saboteren. Dat is de schijn wekken een 100% veldmens te zijn.
8.13
Maar
zo zonder aanleiding een 'nu!' te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door
een onvertrouwd eigen geluid. Virtuoos verterend het virtuoos verterende hert
volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds actueel te beademen heeft een
heilzame werking. Steeds opnieuw zien of de huig wel zo zacht is. Ja
ik kan het behoedzame graaslied van de veldmensen meezingen. 'Wij in de velden
zoeken verterend naar behoedzame inzinnige eigenschappen'. Maar o,
zonder aanleiding!, een 'nu!' te kunnen laten ontsnappen.
9.13
Terwijl
ik slaap–de veertigste minuut van de eenenzestigste periode–waakt de olifant
over de plataan. Terwijl ik slaap–de negenendertigste minuut van de
tweeënzestigste periode–waakt de plataan over de wijsheid. Terwijl ik slaap–de
achtendertigste minuut van de drieënzestigste periode–waakt de wijsheid over de
brandenden. Terwijl ik slaap–de zevenendertigste minuut van de vierenzestigste
periode–waken de brandenden over de rustenden. Terwijl ik slaap–de
zesendertigste minuut van de vijfenzestigste periode–waakt de veldmens BG over
mij.
10.13
Te
verzekeren. Te verminken. Te vergeten. Te vervatten. Te verzoeken. Te verteren.
Te verwaaien. Te verbranden. 9% strak. Te vertalen. Te verstaan. Te
verbruiken. Te verlokken. Te verschijnen. Te vergiftigen. Te verrekken. Te
verheugen. Te verwekken. Te verschilferen. Te verwijzen. Te verspelen. Te
vergelden. 23% fysiek. Te verlaten. Te vernietigen. Te vertrouwen.
27% actueel. Te verspreken. Te verkennen. Te verdelen. Te
verrassen. Te vergroeien. Te verzachten. Te vervolgen. Te verbeelden. 36% secuur.
Te verkruien. Te verkeren. 39% welgemeend. Te verzamelen.
11.13
Het
voltooide plan bracht mij via astrologische boodschappen naar het einde van het
deel en via het dier weer thuis. Het uur waarin ik voor zou
bereiden zou het verminkte uur zijn waarin ik expressief vibrerend de
activiteit zou belemmeren. Vervolgens zou ik strak blazend uitademen, waarna ik
zou overgaan tot het innen van de duizend zekerheden die ik verdiende. Ik zou
mijn buitenissige nis binnengaan en vullen met die bestemmingen die ik tijdens
onze geplande verkenningstochten van BG kreeg.
12.13
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwde pigmenten. Dramatiek van vertrouwde eindes.
Ontvlammende gevatheid het resultaat. In mijn gevatste hoek. Ruik ik naar
waarheid. Vergroeid zijn met data. Vergroeid zijn met posities. Geluiden
van vertrouwde canons. Beelden van luguber ontwaken. Innige zekerheden het
resultaat. In mijn vibrerendste hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid zijn met
tekens. Vergroeid zijn met savannemensen. Vervagende beelden van veldgrazen.
Verzilverde herinneringen het resultaat. In mijn actueelste hoek. Ben ik
een savannemens. Ik mag alternatieven verminken.
13.13
Het
deel bekoort en bekoort. De schilfers verwaaien en verwaaien. In de huid
ongemerkte pigmenten. Jeugden voltooid in het dorp. De huigen lokken en lokken.
De broze boodschappen alsmaar brozer. Steeds inniger en steeds gevatter. Zonder
doelstellingen werden tulpen geformuleerd. O ja het is tragisch. Hoe
weerloos het geheugen was. Verzilverd in de spiegelende plas. Hoe koesterend
stond de boom. Zingend gaat hert haar route. Langs het braambos naar
zee. De maat krui ik mee. Na diner zullen wij rusten.
14 ___________________________ BALLADE-20
1.14
De
bekoring zal verticaal bedwelmen. Betoveren zal stuifmeel de stamper. In het
pigment magische ingrediënten. Dorpen verscholen achter de dijk. Vroege kraai
heeft kind verbaasd. De broze boodschappen rijpe kersen. Vertrouwd ritmisch en
vertrouwd verfrissend. Doelstellingen geschetst zonder veel overzicht. O ja
het is tragisch. Hoe weerloos een geheugen is. Vergroeid met de vliegende vis.
Hoe solitair staat de boom. Secuur stippelt hert haar route. Langs de
fontein naar zee. Mee loeiend de maat mee. Na rust moeten wij vergaderen.
2.14
De
bekoring bedwelmt verticaal, betoverend, temperend de haat. Verwelkomende
stampers torenen genietend uit boven magische concentraties. Ik zie stijve
oasemensen snakken in het dal. Broze therapeutische ritmes doen de nerfloze
bladeren schrikken. En binnen naast de deurpost verschijnt het teken. Nu versta
ik de taal van solitaire vossen. Waarin haat solitair is als loeien in dalen.
Ik beaam waar hun loeiende lied over zingt. Was niet ieders keel ooit
dichtgesnoerd door haat? O wat is het bestaan buitenissig, bedwelmend
uitzinnig!
3.14
Ik
spreek hier uitsluitend over die concentraties die het resultaat zijn
van de verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten.
Ik weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit solitaire massa in
een vijandig energieveld te zijn. Waar wat in de taal van de
solitaire vos geldt als diplomatiek compromis, gesteld in schrijftaal
geboekstaafd staat als waarheid. Daarom heb ik voor de fontein divanblauw
gebruikt, wat dan weer verklaart waarom in de linker
benedenhoek een bonbon opduikt.
4.14
Diplomatieke
compromissen mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek de
fontein, doe het strompelend, blijf temperen. Laat alles wat nerfloos is
ontsnappen, geniet expressief. Beaam de ritmes en streel de
spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking celebreren.
Waarom niet de beperking op een divan doorgesproken? Klinkt deze welgemeende
raad als een diplomatiek compromis? Vergelijk dit diplomatieke compromis met
een blauwe bonbon. Mijn geheugen speelt een hees spel met mij. Ik vergelijk mij
graag met een solitaire beuk.
5.14
Ja
bekoringen blijven bedwelmen. En betoveren en temperen. De haat van SD. SD is
een oasemens. Hoe ruiken stijve oasemensen? Waarom doen ze het? Waarom snakken
ze toch? Hikkend in het dal. Waarom zoeken ze toch? De schrikkende
nerfloze bladeren. De verfrissing die ontloopt. Omdat hun dichtgenoerde kelen. Hen
vertrouwd hebben gemaakt. Met verfrissende solitaire doestellingen. En
verfrissende solitaire doestellingen. De uitzinnige eigenschap hebben.
Alsmaar verder te bedwelmen. O stijve vroege kraai. Verbazend achter de dijk.
Waarom ben je stijf?
6.14
De
dijken waren rijp, lang voordat wij deze tijdens dat veertiende bezoek onze
geconcentreerde aandacht gaven. Op mijn vosachtige vragen kregen wij een
orchideeachtig antwoord, verwoord met een stijfheid die SD schokte. Maar
waarom zou het mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het dierenrijk
of het plantenrijk? De zelfgenoegzame frisheid kan gerelativeerd worden door
kennis te nemen van de magie van een ander. Dusdanig dat een naamsaanpassing
nodig is om opnieuw de potenties van de eigen doelstellingen te
waarderen.
7.14
Dijken
roepen een beeld op van boodschappen die broos zijn. De dramatiek is de
vertrouwde dramatiek van hees hikkende herten. Gezien door een
therapeutische bril is haat gespeend van haat. Bekeken vanuit de positie van
vergaderenden is haat ongedoseerd lawaai. Het teken te volgen en niet de
maat te zoeken. Dat is de schijn wekken ieders buitenissige bestaan te beamen.
Het schetsen van pigmentingrediënten 50% te stimuleren 50% te saboteren. Dat
is de schijn wekken een 100% oasemens te zijn.
8.14
Maar
zo zonder aanleiding een fluitje te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door een onvertrouwd eigen geluid. Hees hikkend het hees
hikkende hert volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds actueel te
beademen heeft een heilzame werking. Steeds opnieuw zien of de kraai
wel zo vroeg is. Ja ik kan het stijve dadellied van de oasemensen meezingen.
'Wij in de oases zoeken hikkend naar stijve inzinnige eigenschappen'. Maar o,
zonder aanleiding!, een fluitje te kunnen laten ontsnappen.
9.14
Terwijl
ik slaap–de vijfendertigste minuut van de zesenzestigste periode–waakt de vos
over de beuk. Terwijl ik slaap–de vierendertigste minuut van de
zevenenzestigste periode–waakt de beuk over de wijsheid. Terwijl ik slaap–de
drieëndertigste minuut van de achtenzestigste periode–waakt de wijsheid over de
snakkenden. Terwijl ik slaap–de tweeëndertigste minuut van de negenenzestigste
periode–waken de snakkenden over de vergaderenden. Terwijl ik slaap–de
eenendertigste minuut van de zeventigste periode–waakt de oasemens SD over mij.
10.14
Te
verschijnen. Te verdramaticeren. Te verschrikken. Te vergelden. 5% fysiek.
Te verlopen. 7% strak. Te verschuilen. Te verstellen. Te verklaren.
Te verfrissen. Te verwelkomen. Te vertalen. Te vergroeien. Te verstaan. Te
vermaken. Te vervullen. Te vervagen. Te verlaten. 20% welgemeend.
Te verdienen. Te verbazen. Te vervroegen. Te verstijven. Te vergaderen. Te
verkennen. Te verwekken. Te verworden. Te verwerken. Te verbeelden. 31% secuur.
Te verzoeken. Te verraden. Te verrassen. Te vertrouwen. 36% actueel.
Te verzamelen. Te verzilveren. Te vergeten. Te verweren.
11.14
Het
verscholen plan bracht mij via therapeutische kersen naar het einde van de
bekoring en via het dier weer thuis. Het uur waarin ik uit zou
torenen zou het doorgesproken uur zijn waarin ik expressief schrikkend de haat
zou temperen. Vervolgens zou ik strak blazend uitademen, waarna ik zou overgaan
tot het innen van de duizend minnekozingen die ik verdiende. Ik zou mijn
buitenissige nis binnengaan en vullen met die concentraties die ik tijdens onze
geplande verkenningstochten van SD kreeg.
12.14
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwde ingrediënten. Dramatiek van vertrouwde eindes.
Ontlopende verfrissing het resultaat. In mijn verfrissendste hoek. Ruik ik naar
waarheid. Vergroeid zijn met data. Vergroeid zijn met posities. Geluiden
van vertrouwde boodschappen. Beelden van lugubere deurposten. Ritmische
minnekozingen het resultaat. In mijn schrikkendste hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid
zijn met tekens. Vergroeid zijn met dalmensen. Vervagende beelden van
oasedadels. Verzilverde herinneringen het resultaat. In mijn actueelste
hoek. Ben ik een dalmens. Ik mag doelstellingen doorspreken.
13.14
De
bekoring bedwelmt en bedwelmt. Het stuifmeel betovert en betovert. In het
pigment magische ingrediënten. Dorpen verscholen achter de dijk. De kraaien
verbazen en verbazen. De rijpe kersen alsmaar rijper. Steeds ritmischer en
steeds verfrissender. Zonder overzicht werden orchideeën geschetst. O ja het
is tragisch. Hoe weerloos het geheugen was. Verzilverd in de spiegelende plas.
Hoe solitair stond de boom. Zingend gaat hert haar route. Langs de
fontein naar zee. De maat loei ik mee. Na rust zullen wij vergaderen.
15 ___________________________ BALLADE-20
1.15
De
bedwelming zal zoet smaken. Verwelkomen zal stamper de last. Om de ingrediënten
onverwoestbare capsules. Dijken gestut door de volharding. Blij kind heeft
vrouw verlost. De rijpe kersen renderende rijkdommen. Vertrouwd beklijvend en
vertrouwd verstommend. Overzicht overgenomen zonder veel originaliteit. O ja
het is tragisch. Hoe weerloos een geheugen is. Vergroeid met de vliegende vis.
Hoe kaal staat de boom. Secuur stippelt hert haar route. Langs het
volleybalnet naar zee. Mee vloeiend de maat mee. Na vergadering moeten wij
beslissen.
2.15
De
bedwelming smaakt zoet, verwelkomend, vermorzelend de angst. Berichtende lasten
houden genietend tred met onverwoestbare gewichten. Ik hoor haastige
moerasmensen stotteren in de grot. Rijpe politieke beklijving doet de kleine
ster stralen. En volmaakter dan werd verwacht verschijnt het teken. Nu versta
ik de taal van kale kippen. Waarin angst kaal is als vloeien in grotten. Ik
beaam waar hun vloeiende lied over zingt. Was niet ieders speeksel ooit
plakkerig door angst? O wat is het bestaan buitenissig, smakelijk uitzinnig!
3.15
Ik
spreek hier uitsluitend over die gewichten die het resultaat zijn van
de verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten. Ik
weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit kale massa in
een vijandig energieveld te zijn. Waar wat in de taal van de
kale kip geldt als primitieve poging, gesteld in schrijftaal geboekstaafd
staat als waarheid. Daarom heb ik voor het volleybalnet pantoffelblauw
gebruikt, wat dan weer verklaart waarom in de linker
benedenhoek een zegelring opduikt.
4.15
Primitieve
pogingen mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek het
volleybalnet, doe het strompelend, blijf vermorzelen. Laat alles wat klein is
ontsnappen, geniet expressief. Beaam de beklijving en
streel de spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking
celebreren. Waarom niet de beperking in een pantoffel weggemoffeld? Klinkt
deze welgemeende raad als een primitieve poging? Vergelijk deze primitieve
poging met een blauwe zegelring. Mijn geheugen speelt een droef spel met mij.
Ik vergelijk mij graag met een kale eucalyptus.
5.15
Ja
bedwelmingen blijven smaken. En verwelkomen en vermorzelen. De angst van HM. HM
is een moerasmens. Hoe ruiken haastige moerasmensen? Waarom doen ze het? Waarom
stotteren ze toch? Dralend in de grot. Waarom zoeken ze toch? De
stralende kleine ster. De verstomming die ontkent. Omdat hun plakkerig
speeksel. Hen vertrouwd heeft gemaakt. Met verstommend kaal overzicht.
En verstommend kaal overzicht. De uitzinnige eigenschap heeft. Alsmaar
verder te smaken. O haastig blij kind. Verlossend door de volharding. Waarom
ben je haastig?
6.15
De
volharding was renderend, lang voordat wij deze tijdens dat vijftiende bezoek
onze stralende aandacht gaven. Op mijn kipachtige vragen kregen wij een jasmijnachtig
antwoord, verwoord met een haast die HM schokte. Maar waarom zou het
mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het dierenrijk of het
plantenrijk? De zelfgenoegzame verstomming kan gerelativeerd worden door
kennis te nemen van de onverwoestbaarheid van een ander. Dusdanig dat een
naamsaanpassing nodig is om opnieuw de potenties van het eigen
overzicht te waarderen.
7.15
Volharding
roept een beeld op van kersen die rijp zijn. De dramatiek is de vertrouwde
dramatiek van droef dralende herten. Gezien door een politieke bril is
angst gespeend van angst. Bekeken vanuit de positie van beslissenden is angst
ongedoseerd lawaai. Het teken te volgen en niet de maat te zoeken. Dat is de
schijn wekken ieders buitenissige bestaan te beamen. Het overnemen van
ingrediëntcapsules 50% te stimuleren 50% te saboteren. Dat is de schijn
wekken een 100% moerasmens te zijn.
8.15
Maar
zo zonder aanleiding een 'bah!' te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door een onvertrouwd eigen geluid. Droef dralend het
droef dralende hert volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds actueel te
beademen heeft een heilzame werking. Steeds opnieuw zien of het kind
wel zo blij is. Ja ik kan het haastige muglied van de moerasmensen meezingen.
'Wij in de moerassen zoeken dralend naar haastige inzinnige eigenschappen'. Maar
o, zonder aanleiding!, een 'bah!' te kunnen laten ontsnappen.
9.15
Terwijl
ik slaap–de dertigste minuut van de eenenzeventigste periode–waakt de kip over
de eucalyptus. Terwijl ik slaap–de negenentwintigste minuut van de
tweeënzeventigste periode–waakt de eucalyptus over de wijsheid. Terwijl ik
slaap–de achtentwintigste minuut van de drieënzeventigste periode–waakt de
wijsheid over de stotterenden. Terwijl ik slaap–de zevenentwintigste minuut van
de vierenzeventigste periode–waken de stotterenden over de beslissenden.
Terwijl ik slaap–de zesentwintigste minuut van de vijfenzeventigste periode–waakt
de moerasmens HM over mij.
10.15
Te
verwoesten. 2% welgemeend. Te verklaren. Te vervolmaken. Te
vernietigen. Te verkijken. Te vernieuwen. 8% strak. Te verwelkomen.
Te verkleinen. Te vergeten. Te verspreken. Te verstommen. Te verzegelen. Te
verwachten. Te verheugen. Te verhouden. Te vervloeien. Te verraden. Te
vergelden. 21% fysiek. Te vervolgen. Te verkeren. Te verzoeken. Te
verblijden. Te verwekken. Te vergaderen. Te vergroeien. Te vertrouwen.
30% actueel. Te verzamelen. Te verlossen. Te vermaken. Te
verblijven. Te verdienen. Te verlaten. Te vermorzelen. Te verstaan. Te
verbeelden. 40% secuur.
11.15
Het
gestutte plan bracht mij via politieke rijkdommen naar het einde van de
bedwelming en via het dier weer thuis. Het uur waarin ik tred zou
houden zou het weggemoffelde uur zijn waarin ik expressief stralend de angst
zou vermorzelen. Vervolgens zou ik strak blazend uitademen, waarna ik zou
overgaan tot het innen van de duizend schelpen die ik verdiende. Ik zou mijn
buitenissige nis binnengaan en vullen met die gewichten die ik tijdens onze
geplande verkenningstochten van HM kreeg.
12.15
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwde capsules. Dramatiek van vertrouwde eindes.
Ontkennende verstomming het resultaat. In mijn verstommendste hoek. Ruik ik
naar waarheid. Vergroeid zijn met data. Vergroeid zijn met posities.
Smaak van vertrouwde kersen. Beelden van lugubere verwachting. Beklijvende
schelpen het resultaat. In mijn stralendste hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid
zijn met tekens. Vergroeid zijn met grotmensen. Vervagende beelden van
moerasmuggen. Verzilverde herinneringen het resultaat. In mijn
actueelste hoek. Ben ik een grotmens. Ik mag overzicht wegmoffelen.
13.15
De
bedwelming smaakt en smaakt. De stampers verwelkomen en verwelkomen. Om de ingrediënten
onverwoestbare capsules. Dijken gestut door de volharding. De kinderen
verlossen en verlossen. De renderende rijkdommen alsmaar renderender. Steeds
beklijvender en steeds verstommender. Zonder originaliteit werd jasmijn
overgenomen. O ja het is tragisch. Hoe weerloos het geheugen was. Verzilverd
in de spiegelende plas. Hoe kaal stond de boom. Zingend gaat hert haar
route. Langs het volleybalnet naar zee. De maat vloei ik mee. Na
vergadering zullen wij beslissen.
16 ___________________________ BALLADE-20
1.16
De
smaak zal breed harmoniëren. Berichten zal last van verlichting. Op de capsule
onleesbare getallen. Volharding efficiënt vanuit het middelpunt. Losse vrouw
heeft rijst gekozen. De renderende rijkdommen vruchtbare luchten. Vertrouwd
hoog en vertrouwd vluchtig. Orginaliteit verbannen zonder veel bezinning. O
ja het is tragisch. Hoe weerloos een geheugen is. Vergroeid met de vliegende
vis. Hoe krakend staat de boom. Secuur stippelt hert haar route.
Langs de reddingsbrigade naar zee. Mee graaiend de maat mee. Na beslissing
moeten wij bekendmaken.
2.16
De
smaak harmonieert breed, berichtend, richtend de toekomst. Verbrokkelende
verlichting sijpelt genietend door in onleesbare dokumenten. Ik zie bescheiden
veenmensen vergroten in de grootstad. Renderende paranormale hoogte doet mijn
beringde wijsvinger beven. En voor de zestiende keer verschijnt het teken. Nu
versta ik de taal van krakende bijen. Waarin toekomst krakend is als graaien in
grootsteden. Ik beaam waar hun graaiende lied over zingt. Was niet ieders
verleden ooit misvormd door toekomst? O wat is het bestaan buitenissig,
harmoniërend uitzinnig!
3.16
Ik
spreek hier uitsluitend over die dokumenten die het resultaat zijn van
de verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten. Ik
weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit krakende
massa in een vijandig energieveld te zijn. Waar wat in
de taal van de krakende bij geldt als fascistisch dictaat, gesteld in
schrijftaal geboekstaafd staat als waarheid. Daarom heb ik voor de
reddingsbrigade cacoabusjeblauw gebruikt, wat dan weer verklaart waarom
in de linker benedenhoek een roomklopper opduikt.
4.16
Fascistische
dictaten mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek de
reddingsbrigade, doe het strompelend, blijf richten. Laat alles wat beringd is
ontsnappen, geniet expressief. Beaam de hoogte en streel de
spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking celebreren.
Waarom niet de beperking met een cacoabusje afgehandeld? Klinkt deze
welgemeende raad als een fascistisch dictaat? Vergelijk dit fascistische
dictaat met een blauwe roomklopper. Mijn geheugen speelt een parmantig spel met
mij. Ik vergelijk mij graag met een krakende ceder.
5.16
Ja
smaken blijven harmoniëren. En berichten en richten. De toekomst van BT. BT is
een veenmens. Hoe ruiken bescheiden veenmensen? Waarom doen ze het? Waarom
vergroten ze toch? Prevelend in de grootstad. Waarom zoeken ze toch? De
bevende beringde wijsvinger. De vluchtigheid die ontploft. Omdat hun misvormde
verleden. Hen vertrouwd heeft gemaakt. Met vluchtige krakende
orginaliteit. En vluchtige krakende orginaliteit. De uitzinnige eigenschap
heeft. Alsmaar verder te harmoniëren. O bescheiden losse vrouw. Kiezend
vanuit het middelpunt. Waarom ben je bescheiden?
6.16
De
middelpunten waren vruchtbaar, lang voordat wij deze tijdens dat zestiende
bezoek onze bevende aandacht gaven. Op mijn bijachtige vragen kregen wij een
chrysantachtig antwoord, verwoord met een bescheidenheid die BT schokte. Maar
waarom zou het mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het dierenrijk
of het plantenrijk? De zelfgenoegzame vluchtigheid kan gerelativeerd worden
door kennis te nemen van de onleesbaarheid van een ander. Dusdanig dat een
naamsaanpassing nodig is om opnieuw de potenties van de eigen
oorspronkelijkheid te waarderen.
7.16
Middelpunten
roepen een beeld op van rijkdommen die renderend zijn. De dramatiek is de
vertrouwde dramatiek van parmantig prevelende herten. Gezien door een
paranormale bril is toekomst gespeend van toekomst. Bekeken vanuit de positie
van bekendmakenden is toekomst ongedoseerd lawaai. Het teken te volgen en
niet de maat te zoeken. Dat is de schijn wekken ieders buitenissige bestaan te
beamen. Het verbannen van capsulegetallen 50% te stimuleren 50% te
saboteren. Dat is de schijn wekken een 100% veenmens te zijn.
8.16
Maar
zo zonder aanleiding een snurk te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door een onvertrouwd eigen geluid. Parmantig prevelend
het parmantig prevelende hert volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds
actueel te beademen heeft een heilzame werking. Steeds opnieuw zien of
de vrouw wel zo los is. Ja ik kan het bescheiden turflied van de veenmensen
meezingen. 'Wij in de venen zoeken prevelend naar bescheiden inzinnige
eigenschappen'. Maar o, zonder aanleiding!, een snurk te kunnen laten
ontsnappen.
9.16
Terwijl
ik slaap–de vijfentwintigste minuut van de zesenzeventigste periode–waakt de
bij over de ceder. Terwijl ik slaap–de vierentwintigste minuut van de
zevenenzeventigste periode–waakt de ceder over de wijsheid. Terwijl ik slaap–de
drieëntwintigste minuut van de achtenzeventigste periode–waakt de wijsheid over
de vergrotenden. Terwijl ik slaap–de tweeëntwintigste minuut van de
negenenzeventigste periode–waken de vergrotenden over de bekendmakenden.
Terwijl ik slaap–de eenentwintigste minuut van de tachtigste periode–waakt de
veenmens BT over mij.
10.16
Te
vertekenen. Te vergroten. 3% strak. Te verlichten. Te verzinnen. Te
verstellen. Te vervolgen. Te verlossen. Te verspreken. Te vergroeien. Te
verbreden. Te verkennen. Te vergelijken. 14% vijandig. Te
verzilveren. Te verhandelen. Te vertrouwen. 18% actueel. Te
verwerken. Te verbannen. Te verlangen. Te verspelen. Te verheugen. 24% welgemeend.
Te verbrokkelen. Te vervullen. Te vervagen. Te verzoeken. Te verkiezen. Te
verblijven. Te verhuizen. 32% heilzaam. Te verbeelden. 34% secuur.
Te versieren. Te vermaken. Te verrijken. Te vernietigen. Te verweren. Te
verschijnen.
11.16
Het
efficiënte plan bracht mij via paranormale luchten naar het einde van de
smaak en via het dier weer thuis. Het uur waarin ik door zou
sijpelen zou het afgehandelde uur zijn waarin ik expressief bevend de toekomst
zou richten. Vervolgens zou ik strak blazend uitademen, waarna ik zou overgaan
tot het innen van de duizend kaarsen die ik verdiende. Ik zou mijn buitenissige
nis binnengaan en vullen met die dokumenten die ik tijdens onze geplande
verkenningstochten van BT kreeg.
12.16
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwde getallen. Dramatiek van vertrouwde eindes.
Ontploffende vluchtigheid het resultaat. In mijn vluchtigste hoek. Ruik ik naar
waarheid. Vergroeid zijn met data. Vergroeid zijn met posities. Beelden
van vertrouwde rijkdommen. Beelden van lugubere wederkeer. Hoge kaarsen het
resultaat. In mijn bevendste hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid zijn met
tekens. Vergroeid zijn met grootstadmensen. Vervagende beelden van
veenturf. Verzilverde herinneringen het resultaat. In mijn actueelste
hoek. Ben ik een grootstadmens. Ik mag neutraliteit afhandelen.
13.16
De
smaak harmonieert en harmonieert. De lasten berichten en berichten. Op de
capsule onleesbare getallen. Volharding efficiënt vanuit het middelpunt. De
vrouwen kiezen en kiezen. De vruchtbare luchten alsmaar vruchtbaarder. Steeds
hoger en steeds vluchtiger. Zonder bezinning werden chrysanten verbannen. O
ja het is tragisch. Hoe weerloos het geheugen was. Verzilverd in de spiegelende
plas. Hoe krakend stond de boom. Zingend gaat hert haar route. Langs
de reddingsbrigade naar zee. De maat graai ik mee. Na beslissing zullen wij
bekendmaken.
17 ___________________________ BALLADE-20
1.17
De
harmonie zal sterk verbinden. Verbrokkelen zal verlichting de kennis. Tussen de
getallen reflecterende splinters. Middelpunten vermalen volgens het recept.
Verse rijst heeft buik geblust. De vruchtbare luchten zwevende geheimen.
Vertrouwd heet en vertrouwd venijnig. Bezinning verpulverd zonder veel rebellie.
O ja het is tragisch. Hoe weerloos een geheugen is. Vergroeid met de vliegende
vis. Hoe gespleten staat de boom. Secuur stippelt hert haar route.
Langs de parasols naar zee. Mee looiend de maat mee. Na bekendmaking moeten wij
wachten.
2.17
De
harmonie verbindt sterk, verbrokkelend, parfumerend de urine. Opgeloste kennis
slaat genietend om in reflecterende metaforen. Ik hoor koele terpmensen brullen
aan de kust. Vruchtbare psychologische hitte doet het fluwelen oppervlak
huiveren. En voorafgegaan door hevige dorst verschijnt het teken. Nu versta ik
de taal van gespleten kikkers. Waarin urine gespleten is als looien aan kusten.
Ik beaam waar hun looiende lied over zingt. Was niet ieders bed ooit bevlekt
met urine? O wat is het bestaan buitenissig, verbindend uitzinnig!
3.17
Ik
spreek hier uitsluitend over die metaforen die het resultaat zijn van
de verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten. Ik
weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit gespleten
massa in een vijandig energieveld te zijn. Waar wat in
de taal van de gespleten kikker geldt als sussend gebed, gesteld in
schrijftaal geboekstaafd staat als waarheid. Daarom heb ik voor de parasols
kussensloopblauw gebruikt, wat dan weer verklaart waarom in de
linker benedenhoek een woldot opduikt.
4.17
Sussende
gebeden mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek de
parasols, doe het strompelend, blijf parfumeren. Laat alles wat fluweel is
ontsnappen, geniet expressief. Beaam de hitte en streel de
spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking celebreren.
Waarom niet de beperking op een kussensloop geborduurd? Klinkt deze welgemeende
raad als een sussend gebed? Vergelijk dit sussende gebed met een blauwe woldot.
Mijn geheugen speelt een hunkerend spel met mij. Ik vergelijk mij graag met een
gespleten den.
5.17
Ja
harmoniën blijven verbinden. En verbrokkelen en parfumeren. De urine van KH. KH
is een terpmens. Hoe ruiken koele terpmensen? Waarom doen ze het? Waarom
brullen ze toch? Hinkelend aan de kust. Waarom zoeken ze toch? Het
huiverende fluwelen oppervlak. Het venijn dat ontlokt. Omdat hun bevlekte
bedden. Hen vertrouwd hebben gemaakt. Met venijnige gespleten bezinning.
En venijnige gespleten bezinning. De uitzinnige eigenschap heeft.
Alsmaar verder te verbinden. O koele verse rijst. Blussend volgens het recept.
Waarom ben je koel?
6.17
De
recepten waren zwevend, lang voordat wij deze tijdens dat zeventiende bezoek
onze gespleten aandacht gaven. Op mijn kikkerachtige vragen kregen wij een
amaryllisachtig antwoord, verwoord met een koelheid die KH schokte. Maar
waarom zou het mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het dierenrijk
of het plantenrijk? Het zelfgenoegzame venijn kan gerelativeerd worden door
kennis te nemen van de reflectie van een ander. Dusdanig dat een
naamsaanpassing nodig is om opnieuw de potenties van de eigen
bezinning te waarderen.
7.17
Recepten
roepen een beeld op van luchten die vruchtbaar zijn. De dramatiek is de
vertrouwde dramatiek van hunkerend hinkelende herten. Gezien door een
psychologische bril is urine gespeend van urine. Bekeken vanuit de positie van
wachtenden is urine ongedoseerd lawaai. Het teken te volgen en niet de maat
te zoeken. Dat is de schijn wekken ieders buitenissige bestaan te beamen.
Het verpulveren van getallensplinters 50% te stimuleren 50% te saboteren. Dat
is de schijn wekken een 100% terpmens te zijn.
8.17
Maar
zo zonder aanleiding een 'help!' te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door een onvertrouwd eigen geluid. Hunkerend hinkelend
het hunkerend hinkelende hert volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds
actueel te beademen heeft een heilzame werking. Steeds opnieuw zien of
de rijst wel zo vers is. Ja ik kan het koele humuslied van de terpmensen
meezingen. 'Wij op de terpen zoeken hinkelend naar koele inzinnige
eigenschappen'. Maar o, zonder aanleiding!, een 'help!' te kunnen laten
ontsnappen.
9.17
Terwijl
ik slaap–de twintigste minuut van de eenentachtigste periode–waakt de kikker
over de den. Terwijl ik slaap–de negentiende minuut van de tweeëntachtigste
periode–waakt de den over de wijsheid. Terwijl ik slaap–de achttiende minuut
van de drieëntachtigste periode–waakt de wijsheid over de brullenden. Terwijl
ik slaap–de zeventiende minuut van de vierentachtigste periode–waken de
brullenden over de wachtenden. Terwijl ik slaap–de zestiende minuut van de vijfentachtigste
periode–waakt de terpmens KH over mij.
10.17
Te
vervolgen. Te verlichten. Te vertekenen. Te vergroeien. Te vermalen. Te
verbrokkelen. Te versplinteren. Te vergeten. Te verbruiken. Te vernieuwen. Te
verrassen. 12% welgemeend. Te verheugen. Te versterken. Te
verwerken. Te vernietigen. Te verbeelden. 18% secuur. Te vergelden.
20% fysiek. Te verhuizen. 22% heilzaam. Te verhitten.
Te verwachten. Te vervullen. 26% strak. Te verzamelen. Te
verbinden. Te vervliegen. Te verzilveren. Te verklaren. Te verpulveren. Te
vervagen. Te verlokken. Te verkoelen. Te verkennen. Te verblijven. Te verlaten.
Te verleiden. Te vermaken.
11.17
Het
vermalen plan bracht mij via psychologische geheimen naar het einde van de harmonie en via het dier weer thuis. Het uur waarin ik om
zou slaan zou het geborduurde uur zijn waarin ik expressief huiverend de urine
zou parfumeren. Vervolgens zou ik strak blazend uitademen, waarna ik zou
overgaan tot het innen van de duizend pardons die ik verdiende. Ik zou mijn
buitenissige nis binnengaan en vullen met die metaforen die ik tijdens onze
geplande verkenningstochten van KH kreeg.
12.17
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwde splinters. Dramatiek van vertrouwde eindes.
Ontlokkend venijn het resultaat. In mijn venijnigste hoek. Ruik ik naar
waarheid. Vergroeid zijn met data. Vergroeid zijn met posities. Beelden
van vertrouwde luchten. Beelden van lugubere dorst. Hete pardons het resultaat.
In mijn huiverendste hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid zijn met tekens.
Vergroeid zijn met kustmensen. Vervagende beelden van terphumus. Verzilverde
herinneringen het resultaat. In mijn actueelste hoek. Ben ik een kustmens.
Ik mag bezinning borduren.
13.17
De
harmonie verbindt en verbindt. De verlichting verbrokkelt en verbrokkelt.
Tussen de getallen reflecterende splinters. Middelpunten vermalen volgens het
recept. De rijst blust en blust. De zwevende geheimen alsmaar zwevender. Steeds
heter en steeds venijniger. Zonder rebellie werden amaryllissen verpulverd. O
ja het is tragisch. Hoe weerloos het geheugen was. Verzilverd in de spiegelende
plas. Hoe gespleten stond de boom. Zingend gaat hert haar route.
Langs de parasols naar zee. De maat looi ik mee. Na bekendmaking zullen wij
wachten.
18 ___________________________ BALLADE-20
1.18
Het
verbond zal achterwaarts ontdooien. Oplossen zal kennis in troost. In de
splinters schommelende schaduwen. Recepten doorgegeven via de genen. Magere
buik heeft taak verzaakt. De zwevende geheimen broeierige irritaties. Vertrouwd
tergend en vertrouwd demonstratief. Rebellie uitgeroeid zonder veel beschaving.
O ja het is tragisch. Hoe weerloos een geheugen is. Vergroeid met de vliegende
vis. Hoe passief staat de boom. Secuur stippelt hert haar route.
Langs de snackkar naar zee. Mee gloeiend de maat mee. Na wachten moeten wij
buigen.
2.18
Het
verbond ontdooit achterwaarts, oplossend, verhelderend de duisternis.
Ontvangende troost werkt genietend samen met schommelende ontwikkelingen. Ik
zie vrolijke bosmensen vervellen op de helling. Zwevende meteorologische
getergdheid doet mijn hijgende enthousiasme struikelen. En op de geoogste akker
verschijnt het teken. Nu versta ik de taal van passieve wormen. Waarin
duisternis passief is als gloeien op hellingen. Ik beaam waar hun gloeiende
lied over zingt. Was niet ieders woning ooit verstikkend door duisternis? O
wat is het bestaan buitenissig, ontdooiend uitzinnig!
3.18
Ik
spreek hier uitsluitend over die ontwikkelingen die het resultaat zijn
van de verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten.
Ik weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit passieve
massa in een vijandig energieveld te zijn. Waar wat in
de taal van de passieve worm geldt als provocerende perversiteit, gesteld
in schrijftaal geboekstaafd staat als waarheid. Daarom heb ik voor de snackkar
popperokjeblauw gebruikt, wat dan weer verklaart waarom in de
linker benedenhoek een lippenstift opduikt.
4.18
Provocerende
perversiteiten mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek de snackkar,
doe het strompelend, blijf verhelderen. Laat alles wat hijgend is
ontsnappen, geniet expressief. Beaam de getergdheid en
streel de spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking
celebreren. Waarom niet de beperking in een popperokje gesmoord? Klinkt
deze welgemeende raad als een provocerende perversiteit? Vergelijk deze
provocerende perversiteit met een blauwe lippenstift. Mijn geheugen speelt een
stram spel met mij. Ik vergelijk mij graag met een passieve populier.
5.18
Ja
verbonden blijven ontdooien. En oplossen en verhelderen. De duisternis van VZ.
VZ is een bosmens. Hoe ruiken vrolijke bosmensen? Waarom doen ze het? Waarom
vervellen ze toch? Stuiterend op de helling. Waarom zoeken ze toch? Het
struikelende hijgende enthousiasme. De demonstrativiteit die ontwijkt. Omdat
hun verstikkende woningen. Hen vertrouwd hebben gemaakt. Met
demonstratieve passieve rebellie. En demonstratieve passieve rebellie. De
uitzinnige eigenschap heeft. Alsmaar verder te ontdooien. O vrolijke magere
buik. Verzakend in de genen. Waarom ben je vrolijk?
6.18
De
genen waren broeierig, lang voordat wij deze tijdens dat achttiende bezoek onze
passieve aandacht gaven. Op mijn wormachtige vragen kregen wij een
hortensiaächtig antwoord, verwoord met een vrolijkheid die VZ schokte. Maar
waarom zou het mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het dierenrijk
of het plantenrijk? De zelfgenoegzame demonstrativiteit kan gerelativeerd
worden door kennis te nemen van het geschommel van een ander. Dusdanig dat
een naamsaanpassing nodig is om opnieuw de potenties van de eigen
rebellie te waarderen.
7.18
Genen
roepen een beeld op van geheimen die zwevend zijn. De dramatiek is de
vertrouwde dramatiek van stram stuiterende herten. Gezien door een
meteorologische bril is duisternis gespeend van duisternis. Bekeken vanuit de
positie van buigenden is duisternis ongedoseerd lawaai. Het teken te volgen
en niet de maat te zoeken. Dat is de schijn wekken ieders buitenissige bestaan
te beamen. Het uitroeien van splinterschaduwen 50% te stimuleren 50% te
saboteren. Dat is de schijn wekken een 100% bosmens te zijn.
8.18
Maar
zo zonder aanleiding een oprisping te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door een onvertrouwd eigen geluid. Stram stuiterend het
stram stuiterende hert volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds actueel
te beademen heeft een heilzame werking. Steeds opnieuw zien of de buik
wel zo mager is. Ja ik kan het vrolijke zwamlied van de bosmensen meezingen.
'Wij in de bossen zoeken stuiterend naar vrolijke inzinnige eigenschappen'. Maar
o, zonder aanleiding!, een oprisping te kunnen laten ontsnappen.
9.18
Terwijl
ik slaap–de vijftiende minuut van de zesentachtigste periode–waakt de worm over
de populier. Terwijl ik slaap–de veertiende minuut van de zevenentachtigste
periode–waakt de populier over de wijsheid. Terwijl ik slaap–de dertiende
minuut van de achtentachtigste periode–waakt de wijsheid over de vervellenden.
Terwijl ik slaap–de twaalfde minuut van de negenentachtigste periode–waken de
vervellenden over de buigenden. Terwijl ik slaap–de elfde minuut van de
negentigste periode–waakt de bosmens VZ over mij.
10.18
Te
verheugen. Te verzilveren. Te vertekenen. Te verhelderen. Te verstikken. Te
verduisteren. Te verkeren. Te verleiden. Te vervellen. Te verstaan. Te
verlossen. Te verdragen. Te verbinden. Te vergeten. Te vergroeien. Te
verhuizen. 17% heilzaam. Te verweren. Te verspelen. Te verzaken. Te
verbuigen. Te verklaren. Te verbeelden. 24% secuur. Te vermaken. Te
vernietigen. Te vervagen. Te verkijken. Te vervangen. Te verblijven. 31% welgemeend.
Te vernieuwen. Te verwijzen. Te verbruiken. Te verzoeken. 36% strak.
Te vergelden. 38% fysiek. Te verwekken. Te verschijnen.
11.18
Het
doorgegeven plan bracht mij via meteorologische irritaties naar het einde van
het verbond en via het dier weer thuis. Het uur waarin ik samen
zou werken zou het gesmoorde uur zijn waarin ik expressief struikelend de
duisternis zou verhelderen. Vervolgens zou ik strak blazend uitademen, waarna
ik zou overgaan tot het innen van de duizend ochtendstonden die ik verdiende.
Ik zou mijn buitenissige nis binnengaan en vullen met die ontwikkelingen die ik
tijdens onze geplande verkenningstochten van VZ kreeg.
12.18
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwde schaduwen. Dramatiek van vertrouwde eindes.
Ontwijkende demonstrativiteit het resultaat. In mijn demonstratiefste hoek.
Ruik ik naar waarheid. Vergroeid zijn met data. Vergroeid zijn met posities.
Geluiden van vertrouwde geheimen. Beelden van lugubere akkers. Tergende
ochtendstonden het resultaat. In mijn struikelendste hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid
zijn met tekens. Vergroeid zijn met hellingmensen. Vervagende beelden van
boszwammen. Verzilverde herinneringen het resultaat. In mijn actueelste
hoek. Ben ik een hellingmens. Ik mag rebellie smoren.
13.18
Het
verbond ontdooit en ontdooit. Kennis lost op en op. In de splinters
schommelende schaduwen.Recepten doorgegeven via de genen. De buiken verzaken en
verzaken. De broeierige irritaties alsmaar broeieriger. Steeds tergender en
steeds demonstratiever. Zonder beschaving werden hortensias uitgeroeid. O ja
het is tragisch. Hoe weerloos het geheugen was. Verzilverd in de spiegelende
plas. Hoe passief stond de boom. Zingend gaat hert haar route. Langs
de snackkar naar zee. De maat gloei ik mee. Na wachten zullen wij buigen.
19 ___________________________ BALLADE-20
1.19
De
dooi zal liefde voeden. Ontvangen zal troost de dauw. Om de schaduw
microscopische portretten. Genen gemanipuleerd in de lente. Ijdele taak heeft
man verdikt. De broeierige irritaties verwenste wensen. Vertrouwd sluipend en
vertrouwd menselijk. Beschaving overgeleverd zonder veel saamhorigheid. O ja
het is tragisch. Hoe weerloos een geheugen is. Vergroeid met de vliegende vis.
Hoe wit staat de boom. Secuur stippelt hert haar route. Langs het
zandkasteel naar zee. Mee vrijend de maat mee. Na buiging moeten wij afmeren.
2.19
De
dooi voedt liefde, ontvangend, opslorpend de argwaan. Omhullende dauw trekt
genietend op in microscopische betekenissen. Ik zie zuivere prairiemensen
zoenen op de rivieroever. Broeierige esoterische sluiperigheid doet de koude
gasbel sissen. En hangend aan een ballon verschijnt het teken. Nu versta ik de
taal van witte beren. Waarin argwaan wit is als vrijen op rivieroevers. Ik
beaam waar hun vrijende lied over zingt. Werd niet ieders geliefde ooit
benadeeld door argwaan? O wat is het bestaan buitenissig, voedend
uitzinnig!
3.19
Ik
spreek hier uitsluitend over die betekenissen die het resultaat zijn
van de verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten.
Ik weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit witte
massa in een vijandig energieveld te
zijn. Waar wat in de taal van de witte beer geldt als elitair
onderonsje, gesteld in schrijftaal geboekstaafd staat als waarheid. Daarom
heb ik voor het zandkasteel brocheblauw gebruikt, wat dan weer
verklaart waarom in de linker benedenhoek een kraag opduikt.
4.19
Elitaire
onderonsjes mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek het
zandkasteel, doe het strompelend, blijf opslorpen. Laat alles wat koud is
ontsnappen, geniet expressief. Beaam de sluiperigheid en
streel de spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking
celebreren. Waarom niet de beperking in een broche omgesmolten. Klinkt deze
welgemeende raad als een elitair onderonsje? Vergelijk dit elitaire onderonsje
met een blauwe kraag. Mijn geheugen speelt een slavig spel met mij. Ik
vergelijk mij graag met een witte moerbei.
5.19
Ja
dooi blijft voeden. En ontvangen en opslorpen. De argwaan van ZR. ZR is een
prairiemens. Hoe ruiken zuivere prairiemensen? Waarom doen ze het? Waarom
zoenen ze toch? Slissend op de rivieroever. Waarom zoeken ze toch? De
sissende koude gasbel. De menselijkheid die onthutst. Omdat hun benadeelde
geliefden. Hen vertrouwd hebben gemaakt. Met menselijke witte
beschaving. En menselijke witte beschaving. De uitzinnige eigenschap heeft.
Alsmaar verder te voeden. O zuivere ijdele taak. Verdikkend in de lente. Waarom
ben je zuiver?
6.19
De
lentes waren verwenst, lang voordat wij deze tijdens dat negentiende bezoek
onze argwanende
aandacht gaven. Op mijn beerachtige vragen kregen wij een begoniaächtig
antwoord, verwoord met een zuiverheid die ZR schokte. Maar waarom zou het
mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het dierenrijk of het
plantenrijk? De zelfgenoegzame menselijkheid kan gerelativeerd worden door
kennis te nemen van het microscopische van een ander. Dusdanig dat een
naamsaanpassing nodig is om opnieuw de potenties van de eigen
beschaving te waarderen.
7.19
Lentes
roepen een beeld op van irritaties die broeierig zijn. De dramatiek is de
vertrouwde dramatiek van slavig slissende herten. Gezien door een
esoterisch bril is argwaan gespeend van argwaan. Bekeken vanuit de positie van
afmerenden is argwaan ongedoseerd lawaai. Het teken te volgen en niet de
maat te zoeken. Dat is de schijn wekken ieders buitenissige bestaan te beamen.
Het overleveren van schaduwportretten 50% te stimuleren 50% te saboteren. Dat
is de schijn wekken een 100% prairiemens te zijn.
8.19
Maar
zo zonder aanleiding een 'nee!' te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door een onvertrouwd eigen geluid. Slavig slissend het
slavig slissende hert volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds actueel
te beademen heeft een heilzame werking. Steeds opnieuw zien of de taak
wel zo ijdel is. Ja ik kan het zuivere regenlied van de prairiemensen
meezingen. 'Wij op de prairies zoeken slissend naar zuivere inzinnige
eigenschappen'. Maar o, zonder aanleiding!, een 'nee!' te kunnen laten
ontsnappen.
9.19
Terwijl
ik slaap–de tiende minuut van de eenennegentigste periode–waakt de beer over de
moerbei. Terwijl ik slaap–de negende minuut van de tweeënnegentigste periode–waakt
de moerbei over de wijsheid. Terwijl ik slaap–de achtste minuut van de
drieënnegentigste periode–waakt de wijsheid over de zoenenden. Terwijl ik slaap–de
zevende minuut van de vierennegentigste periode–waken de zoenenden over de afmerenden.
Terwijl ik slaap–de zesde minuut van de vijfennegentigste periode–waakt de
prairiemens ZR over mij.
10.19
Te
verhangen. Te verlaten. Te verzoenen. 4% welgemeend. Te verdikken.
Te verijdelen. Te verzoeken. Te verweren. Te verstellen. Te vertrouwen.
11% actueel. Te verbuigen. Te vervliegen. Te vernietigen. 15% strak.
Te verwensen. Te verblijven. Te vergroeien. Te verstaan. Te vergelijken.
21% vijandig. Te verwerken. Te verslaven. Te verraden. Te
verwijzen. Te verzanden. Te verdelen. Te vergeten. Te verleiden. Te vervullen.
Te verschijnen. Te vervolgen. Te verrassen. Te verhullen. Te vernieuwen. Te
vervagen. Te verbeelden. 38% secuur. Te verklaren. Te verworden.
11.19
Het
gemanipuleerde plan bracht mij via esoterische wensen naar het einde van de
dooi en via het dier weer thuis. Het uur waarin ik op zou trekken
zou het omgesmolten uur zijn waarin ik expressief sissend de argwaan zou
opslorpen. Vervolgens zou ik strak blazend uitademen, waarna ik zou overgaan
tot het innen van de duizend gewoontes die ik verdiende. Ik zou mijn
buitenissige nis binnengaan en vullen met die betekenissen die ik tijdens onze
geplande verkenningstochten van ZR kreeg.
12.19
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwde portretten. Dramatiek van vertrouwde eindes.
Onthutsenden menselijkheid het resultaat. In mijn menselijkste hoek. Ruik ik
naar waarheid. Vergroeid zijn met data. Vergroeid zijn met posities.
Beelden van vertrouwde irritaties. Beelden van lugubere balonnen. Sluipende
gewoontes het resultaat. In mijn sissendste hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid
zijn met tekens. Vergroeid zijn met rivieroevermensen. Vervagende beelden
van prairieregens. Verzilverde herinneringen het resultaat. In mijn
actueelste hoek. Ben ik een rivieroevermens. Ik mag beschaving omsmelten.
13.19
De
dooi voedt en voedt. De troost ontvangt en ontvangt. Om de schaduw
microscopische portretten. Genen gemanipuleerd in de lente. De taken verdikken
en verdikken. De verwenste wensen alsmaar verwenster. Steeds sluipender en
steeds menselijker. Zonder saamhorigheid werden begonias overgeleverd. O ja
het is tragisch. Hoe weerloos het geheugen was. Verzilverd in de spiegelende
plas. Hoe wit stond de boom. Zingend gaat hert haar route. Langs het
zandkasteel naar zee. De maat vrij ik mee. Na buiging zullen wij afmeren.
20 ___________________________ BALLADE-20
1.20
Het
voedsel zal liefhebbers verrukken. Omhullen zal dauw de geboorte. In het
portret herkenbare trekken. Lentes nagebootst in het laboratorium. Luie man
heeft strijd verruild. De verwenste wensen explosieve mengsels. Vertrouwd
verlokkend en vertrouwd versperrend. Saamhorigheid gedefinieerd zonder veel
geheugen. O ja het is tragisch. Hoe weerloos een geheugen is. Vergroeid met
de vliegende vis. Hoe overwoekerd staat de boom. Secuur stippelt hert
haar route. Langs de westenwind naar zee. Mee aaiend de maat mee. Zonder
lawaai zullen wij aankomen.
2.20
Het
voedsel verrukt liefhebbers, omhullend, creërend de poep. Onthullende geboortes
verzetten genietend bergen in herkenbare perspectieven. Ik zie tevreden
terrasmensen vlijen op de heide. Verwenste artistieke verlokkingen doen mijn
zwoegende klier zwellen. En vlak achter de elleboog verschijnt het teken. Nu
versta ik de taal van overwoekerde kameleons. Waarin poep overwoekerd is als
aaien op heides. Ik beaam waar hun aaiende lied over zingt. Was niet ieders
moeder na baring ook uitgepoept? O wat is het bestaan buitenissig,
verrukkelijk uitzinnig!
3.20
Ik
spreek hier uitsluitend over die perspectieven die het resultaat zijn
van de verwerking van data verzameld tijdens ongeplande verkenningstochten.
Ik weet uit ervaring hoe het is om als louter fysieke entiteit overwoekerde
massa in een vijandig energieveld te zijn. Waar wat in
de taal van de overwoekerde kameleon geldt als onvervulbare
belofte, gesteld in schrijftaal geboekstaafd staat als waarheid. Daarom
heb ik voor de westenwind botervlootblauw gebruikt, wat dan weer
verklaart waarom in de linker benedenhoek een maiskolf opduikt.
4.20
Onvervulbare
beloftes mogen zonder veel omwegen afgewezen worden. Zoek de
westenwind, doe het strompelend, blijf creëren. Laat alles wat zwoegend is
ontsnappen, geniet expressief. Beaam de verlokkingen en
streel de spartelende vis. Louter bij ervaring zweren is de beperking
celebreren. Waarom niet de beperking met een botervloot vernietigd? Klinkt
deze welgemeende raad als een onvervulbare belofte? Vergelijk deze onvervulbare
belofte met een blauwe maiskolf. Mijn geheugen speelt een peuterig spel met
mij. Ik vergelijk mij graag met een overwoekerde spar.
5.20
Ja
voedsel blijft verrukken. En omhullen en creëren. De poep van TD. TD is een
terrasmens. Hoe ruiken tevreden terrasmensen? Waarom doen ze het? Waarom vlijen
ze toch? Pellend op de heide. Waarom zoeken ze toch? De zwellende
zwoegende klier. De versperring die ontzegt. Omdat hun uitgepoepte moeders. Hen
vertrouwd hebben gemaakt. Met versperrende overwoekerde saamhorigheid. En
versperrende overwoekerde saamhorigheid. De uitzinnige eigenschap heeft.
Alsmaar verder te verrukken. O tevreden luie man. Verruilend in het
laboratorium. Waarom ben je tevreden?
6.20
De
laboratoria waren explosief, lang voordat wij deze tijdens dat twintigste
bezoek onze verrukte aandacht gaven. Op mijn kameleonachtige vragen kregen wij
een papaverachtig antwoord, verwoord met een tevredenheid die TD schokte. Maar
waarom zou het mensenrijk niet minstens zo veelsoortig zijn als het dierenrijk
of het plantenrijk? De zelfgenoegzame versperdheid kan gerelativeerd worden
door kennis te nemen van de herkenbaarheid van een ander. Dusdanig dat een
naamsaanpassing nodig is om opnieuw de potenties van de eigen
saamhorigheid te waarderen.
7.20
Laboratoria
roepen een beeld op van wensen die verwenst zijn. De dramatiek is de
vertrouwde dramatiek van peuterig pellende herten. Gezien door een
artistieke bril is poep gespeend van poep. Bekeken vanuit de positie van
aankomenden is poep ongedoseerd lawaai. Het teken te volgen en niet de maat
te zoeken. Dat is de schijn wekken ieders buitenissige bestaan te beamen.
Het definiëren van portrettrekken 50% te stimuleren 50% te saboteren. Dat is
de schijn wekken een 100% terrasmens te zijn.
8.20
Maar
zo zonder aanleiding een deuntje te kunnen laten ontsnappen. Een keertje
verrast te worden door een onvertrouwd eigen geluid. Peuterig pellend het
peuterig pellende hert volgen, doet mij vergeten. Wijze taal steeds actueel
te beademen heeft een heilzame werking. Steeds opnieuw zien of de man wel
zo lui is. Ja ik kan het tevreden damlied van de terrasmensen meezingen. 'Wij
op de terrassen zoeken pellend naar tevreden inzinnige eigenschappen'. Maar
o, zonder aanleiding!, een deuntje te kunnen laten ontsnappen.
9.20
Terwijl
ik slaap–de vijfde minuut van de zesennegentigste periode–waakt de kameleon
over de spar. Terwijl ik slaap–de vierde minuut van de zevenennegentigste
periode–waakt de spar over de wijsheid. Terwijl ik slaap–de derde minuut van de
achtennegentigste periode–waakt de wijsheid over de vlijenden. Terwijl ik slaap–de
tweede minuut van de negenennegentigste periode–waken de vlijenden over de
aankomenden. Terwijl ik slaap–de eerste minuut van de honderdste periode–waakt
de terrasmens TD over mij.
10.20
Te
vernieuwen. Te verhullen. Te vergoeden. Te vergelden. 5% fysiek. Te
verhuizen. 7% heilzaam. Te verdramaticeren. Te vervliegen. Te
verspelen. Te verruilen. Te verwensen. Te verspreken. Te verklaren. Te
verbergen. Te vertrekken. Te vergeten. 18% welgemeend. Te
vervolgen. Te vervullen. Te verstellen. Te verwerken. Te vernietigen. Te
vertrouwen. 25% actueel. Te verkennen. Te verwekken. Te
verschijnen. Te vervagen. Te verlokken. Te verweren. Te vergroeien. Te
vertekenen. Te versperren. Te verblijven. Te verstaan. Te verleiden. Te
verbeelden. 39% secuur. Te verraden.
11.20
Het
nagebootse plan bracht mij via artistieke mengsels naar het einde van het
voedsel en via het dier weer thuis. Het uur waarin ik bergen zou
verzetten zou het vernietigde uur zijn waarin ik expressief zwellend de poep
zou creëren. Vervolgens zou ik strak blazend uitademen, waarna ik zou overgaan
tot het innen van de duizend vergoedingen die ik verdiende. Ik zou mijn
buitenissige nis binnengaan en vullen met die perspectieven die ik tijdens onze
geplande verkenningstochten van TD kreeg.
12.20
Vergroeid
zijn met weerloosheid.
Beelden van vertrouwde trekken. Dramatiek van vertrouwde eindes.
Ontzeggende versperringen het resultaat. In mijn versperrendste hoek. Ruik ik
naar waarheid. Vergroeid zijn met data. Vergroeid zijn met posities.
Geluiden van vertrouwde wensen. Beelden van lugubere ellebogen. Verlokkende
vergoedingen het resultaat. In mijn zwellendste hoek. Weet ik mij wijs. Vergroeid
zijn met tekens. Vergroeid zijn met heidemensen. Vervagende beelden van
terrasdammen. Verzilverde herinneringen het resultaat. In mijn
actueelste hoek. Ben ik een heidemens. Ik mag saamhorigheid vernietigen.
13.20
Het
voedsel verrukt en verrukt. De dauw omhult en omhult. In het portret herkenbare
trekken. Lentes nagebootst in het laboratorium. De mannen verruilen en
verruilen. De explosieve mengsels alsmaar explosiever. Steeds verlokkender en
steeds versperrender. Zonder geheugen werden papavers gedefinieerd. O ja het
is tragisch. Hoe weerloos het geheugen was. Verzilverd in de spiegelende plas.
Hoe overwoekerd stond de boom. Zingend gaat hert haar route. Langs de
westenwind naar zee. De maat aai ik mee. Zonder lawaai zijn wij aangekomen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten