Een toneelstuk voor 5 spelers: KINDJE (49 jarige nederlandse vrouw),
SHIRL (39 jarige nederlandse
vrouw), ROCKO (33 jarige nederlandse man), JANNI (59 jarige nederlandse
man), BEER (stem, 70 jarige nederlandse man). KINDJE, SHIRL, ROCKO en JANNI wonen in Hongarije en
BEER
woont in Nederland.
De handeling vindt plaats in KAMER KINDJE, KAMER SHIRL, KAMER ROCKO of KAMER JANNI.
SHIRL: Tommi nee. Nee die is niet bij mij.
SHIRL: Jee! Nee ik weet niet waar ze is. Ik heb haar gewoon de laatste keer voor het laatst gezien. Eens even denken. Ja Rocko had toch Walli hier laten staan, daar is ze de volgende ochtend mee weggegaan. Ik heb eigenlijk gewoon aangenomen dat ze die terug is gaan brengen. Nee wacht even. Het was heel lekker weer. Nu herinner ik het me. Ze heeft het erover gehad dat ze naar de rivier zou gaan.
SHIRL: Ja dat weet ik eigenlijk niet. Dat heb ik aangenomen ja.
KINDJE: Heb jij Rocko nog gesproken?
SHIRL: Nee. Ook niet sinds de laatste keer.
KINDJE: Maar hij is wel in communicado?
SHIRL: Ik denk het. Zeker weten doe je het natuurlijk nooit.
KINDJE: Nou ik bel hem. Met jou verder alles goed hè?
SHIRL: Helemaal alles.
KINDJE: Fijn. Dan zie ik je volgende week. Zal ik nog bellen of Tommi meekomt?
SHIRL: Aah, dat is niet nodig. Er is altijd genoeg.
KINDJE: Nou Poes, geniet van het lekkere weer en ik zie je.
SHIRL: Ja Kindje jij ook. O wacht even. Jij gaat dus niet naar het afscheid?
KINDJE: Nee dat lijkt me geen goed idee.
SHIRL:Nee gelijk heb je. Nou doe Rocko de groetjes van me als je hem te pakken krijgt. En ik heb iets heel lekkers voor de 21ste.
KINDJE: Ik laat me verrassen.
SHIRL: Weet je waar hier nou net mijn oog op valt? Op het mobieltje van Tommi.
SHIRL: Doei doei.
KINDJE: Doei Poes. Szia.
(Einde telefoongesprek.)
ROCKO: Ja Kindje zeg het.
KINDJE: Rocko is Tommi bij jou?
ROCKO: Moet die bij mij zijn?
KINDJE: Ik weet het niet. Shirl zegt mij net dat zij Walli naar jou terug zou rijden.
ROCKO: Je bedoelt verleden maand. Maar daarna heeft ze hem toch weer meegenomen?
KINDJE: Dat weet ik niet, dat probeer ik juist uit te vinden.
ROCKO: Ze zijn 's avonds bij mij gekomen. En ze had het over een huis wat ze tegengekomen was. Aan de rivier.
KINDJE: Moet ik dat kennen?
ROCKO: Ik heb het ook nooit gezien. Maar zoals zij het vertelde was het een prachtig huis op een schitterende plaats.
ROCKO: Dat staat me niet echt bij wat ze daarvan verteld heeft. In ieder geval heeft ze Walli weer meegenomen omdat ze daar een tijdje wilde bivakkeren.
KINDJE: Het lukt je om met deze boodschap bij Tommi te komen?
ROCKO: Dat moet lukken.
KINDJE: Ik denk dat Tommi. Natuurlijk omdat ze Tommi is. Maar ook omdat ze de uitstapjes van haar moeder van jongs af aan op een bepaalde manier meegemaakt heeft. Dat ze daardoor deze grote uitstap aan heeft voelen komen. En dat ze het aankan zonder door het lint te gaan. Dat hoop ik.
ROCKO: Dat zou wel eens heel goed kunnen.
KINDJE: Je begrijpt wat ik bedoel.
ROCKO: Helemaal.
KINDJE: Hartstikke fijn. Dus ik hoor van je vanavond.
ROCKO: Een uur of acht. Of misschien kom ik even naar je toe.
KINDJE: Oké Lieverd. Groetjes ook van Shirl.
ROCKO: Yo.
(Einde telefoongesprek.)
KINDJE: (Van buiten.) Oehoe Janni. Hallo.
JANNI: (Opent de deur.) Ja de poort is open. (Zet de computer uit.)
KINDJE: Hai.
JANNI: Hai Schoonheid.
(Kus, kus.) (Deur dicht.)
KINDJE: Hmmm. Lekker koel hier.
JANNI: Thee? limo? wijntje?
KINDJE: Wat voor wijn heb je?
JANNI: Nog steeds die van de buurman. Beetje zoet, beetje winter, maar wel lekker heb ik me laten vertellen.
KINDJE: Doe me eerst een limo en dan zo'n wijntje erachteraan. Waren dat ooievaars die ik net hoorde?
JANNI: Ja ik heb vanochtend een paar mooie opnamen kunnen maken. Na al deze jaren hier weet ik er nog steeds niet echt veel van, maar mijn observatie is dat als ze nog niet zo lang hier terug zijn en allemaal nog zo bezig met die nesten, dat ze zich dan een beetje luidruchtiger gedragen dan als ze eenmaal aan het broeden en het voeden zijn.
KINDJE: Ik zal er eens op letten.
JANNI: Je hoort toch wel dat het een mooi geluid is?
KINDJE: Heel mooi. Weet je al wat je ermee gaat doen?
JANNI: O mijn gewone recept maar dan even iets anders. Dat verveelt me nog steeds niet. En er zijn nog steeds genoeg klanten die het ook lekker blijven vinden.
KINDJE: Niet zo bescheiden Schat, het is hartstikke goed wat je doet.
JANNI: Dank je Schoonheid, dat wilde ik maar even horen. Zal ik het hier neerzetten?
KINDJE: Waar wou je het anders neerzetten?
JANNI: O ik dacht dat je misschien buiten wilde zitten.
KINDJE: Nee hier is prima.
(KINDJE gaat zitten, drinkt in éen teug de limo op en JANNI brengt het glas meteen weg.)
KINDJE: Heel lekker.
JANNI: De basis is lindebloesem.
KINDJE: Dat dacht ik te proeven ja. Voor mij heeft lindebloesem altijd iets de smaak van peer.
JANNI: Ja lekker hè?
KINDJE: Heel lekker.
JANNI: Ik heb net een mailtje naar Shirl gestuurd dat ik Tommi en Walli vanuit de trein heb zien lopen.
KINDJE: O ze heeft jou gemaild?
KINDJE: Toen ik geboren werd waren mijn broers twintig en eenentwintig. Die van eenentwintig was het huis al uit en voor die van twintig, dat is Beer, was ik het kindje. Zo kom ik aan mijn naam, want eigenlijk heet ik Edith.
JANNI: Dat wist ik helemaal niet. Ik heb het me ook nooit echt afgevraagd.
3.
KINDJE: Wanneer heb je Tommi en Walli gezien, weet je dat nog?
4.
KINDJE: Het heeft mij ergens wel verrast dat zij het hier zo naar haar zin heeft. Toen zij belde dat ze wilde komen dacht ik dat ze het nog geen maand uit zou houden.
5.
JANNI: Ik vind het niet zo verrassend dat ze hier haar draai heeft.
6.
JANNI: Die tekstloze dingen wil ze wel doen, maar leg ik haar een tekst voor dan haakt ze af.
KINDJE: Jouw teksten zijn ook niet helemaal denderend Schat.
7.
JANNI: Nog een wijntje?
3.
KINDJE: En wat Tommi betreft. Als er ontwikkelingen waren geweest had ik je gebeld.
JANNI: Dat jouw taarten grote kunst zijn.
SHIRL: Luister Kindje. Hij heeft het over een familieaangelegenheid.
KINDJE: Dan heeft hij het over dat krediet wat hij nu bij mij opvraagt.
SHIRL: Dat is wat hij denkt, maar in dezelfde adem gebruikt hij het woord buitenstaander.
5.
SHIRL: Ben jij blij Janni, dat ze dat in ieder geval gedaan heeft, jou het leven geschonken?
3.
4.
ROCKO: Bij deze site?
ROCKO: Ik vind zo stil wel sterk. Niets ten nadele van jouw muziek Janni, maar die geile gregoriaanse geluiden van jou.
6.
2.
Scene 1
2006, een dag of tien voor 21 mei, KAMER KINDJE
KINDJE, SHIRL stem, ROCKO stem
1.
(KINDJE telefoneert met SHIRL.)
SHIRL: Tessék?
KINDJE: Hai Shirl met Kindje. Ik bel je om te horen of Tommi bij jou is.
SHIRL: Tommi nee. Nee die is niet bij mij.
KINDJE: Je weet ook niet waar ze wel is? Ik krijg net een telefoontje uit
Nederland dat Stiertje dood is.
SHIRL: Jee! Nee ik weet niet waar ze is. Ik heb haar gewoon de laatste keer voor het laatst gezien. Eens even denken. Ja Rocko had toch Walli hier laten staan, daar is ze de volgende ochtend mee weggegaan. Ik heb eigenlijk gewoon aangenomen dat ze die terug is gaan brengen. Nee wacht even. Het was heel lekker weer. Nu herinner ik het me. Ze heeft het erover gehad dat ze naar de rivier zou gaan.
KINDJE: En dan daarna naar Újfalu?
SHIRL: Ja dat weet ik eigenlijk niet. Dat heb ik aangenomen ja.
KINDJE: Heb jij Rocko nog gesproken?
SHIRL: Nee. Ook niet sinds de laatste keer.
KINDJE: Maar hij is wel in communicado?
SHIRL: Ik denk het. Zeker weten doe je het natuurlijk nooit.
KINDJE: Nou ik bel hem. Met jou verder alles goed hè?
SHIRL: Helemaal alles.
KINDJE: Fijn. Dan zie ik je volgende week. Zal ik nog bellen of Tommi meekomt?
SHIRL: Aah, dat is niet nodig. Er is altijd genoeg.
KINDJE: Nou Poes, geniet van het lekkere weer en ik zie je.
SHIRL: Ja Kindje jij ook. O wacht even. Jij gaat dus niet naar het afscheid?
KINDJE: Nee dat lijkt me geen goed idee.
SHIRL:Nee gelijk heb je. Nou doe Rocko de groetjes van me als je hem te pakken krijgt. En ik heb iets heel lekkers voor de 21ste.
KINDJE: Ik laat me verrassen.
SHIRL: Weet je waar hier nou net mijn oog op valt? Op het mobieltje van Tommi.
KINDJE: Ach Poes, daar heb ik niet eens het nummer van. Ik vind haar wel.
SHIRL: Nou sterkte ermee.
KINDJE: Oké. Doei.
SHIRL: Doei doei.
KINDJE: Doei Poes. Szia.
(Einde telefoongesprek.)
2.
(KINDJE telefoneert met ROCKO)
KINDJE: Rocko?
ROCKO: Ja Kindje zeg het.
KINDJE: Rocko is Tommi bij jou?
ROCKO: Moet die bij mij zijn?
KINDJE: Ik weet het niet. Shirl zegt mij net dat zij Walli naar jou terug zou rijden.
ROCKO: Je bedoelt verleden maand. Maar daarna heeft ze hem toch weer meegenomen?
KINDJE: Dat weet ik niet, dat probeer ik juist uit te vinden.
ROCKO: Ze zijn 's avonds bij mij gekomen. En ze had het over een huis wat ze tegengekomen was. Aan de rivier.
KINDJE: Moet ik dat kennen?
ROCKO: Ik heb het ook nooit gezien. Maar zoals zij het vertelde was het een prachtig huis op een schitterende plaats.
KINDJE: Bewoond?
ROCKO: Dat staat me niet echt bij wat ze daarvan verteld heeft. In ieder geval heeft ze Walli weer meegenomen omdat ze daar een tijdje wilde bivakkeren.
KINDJE: Een tijdje?
ROCKO: Dat is wat ze vroeg. Of ik Walli een tijdje kon missen. Je begrijpt
dat dit voor de vorm was want het was duidelijk dat die twee dat al met elkaar besloten
hadden.
KINDJE: Ik begrijp het. Dus jij denkt dat ze daar zijn?
ROCKO: Bij mij zijn ze in ieder geval niet. Gigi en Stella en ik zijn zelf
eergisteren pas teruggekomen. En toen ik ze op stal zette was die leeg.
KINDJE: Nou dan zal ze daar nog in de driehoek zijn. Of misschien zijn ze
naar Janni, maar dan zou ik denken dat ze hier even gestopt waren.
ROCKO: Of ze zijn binnendoor gegaan en dan langs de spoorlijn. Wil je dat
ik ga kijken?
KINDJE: Bij Janni?
ROCKO: Nee bij de rivier.
KINDJE: Die rivier is toch niet meer dan een sloot, of wat?
ROCKO: Meestal staat er zelfs helemaal geen water in, maar het hoeft maar
een paar dagen flink te regenen en het is een hele behoorlijke stroom hoor. En die
regen hoef je dan hier niet eens gemerkt te hebben. Maak je je zorgen of zo?
KINDJE: Nee. Maar ik kreeg vanochtend vanuit Nederland te horen
dat haar moeder overleden is.
ROCKO: O. Hoe?
KINDJE: Volgens mijn broer volgens de dokter haar hart, maar als ik mijn
zusje een beetje ken denk ik dat ze zich oversnoept heeft.
ROCKO: Pillen?
KINDJE: Ik zou niet zonder meer durven zeggen pillen, want Stiertje had
op een heleboel avontuurlijke markten haar boodschappertjes lopen.
ROCKO: Ik had altijd op de een of andere manier de indruk dat jouw zus
een. Ja wat? Stil water, ondiepe grond.
KINDJE: Waar je het net over had, een droge sloot die een paar keer per
jaar buiten haar oevers gaat, komt heel dicht in de buurt. Ik vertel je nog wel
eens over mijn zusje. Ik hoop dat 'rustig in haar slaap'. Of nee 'rustig ingeslapen'
zei mijn broer. Dat dit in haar geval betekent dat ze in extatische verrukking vertrokken
is naar de hoogste regionen.
ROCKO: Klinkt goed. Maar evengoed toch een emotionele toestand. Voor jou.
En voor Tommi natuurlijk helemaal.
KINDJE: Ik hoop dat ze daar met Walli aan die rivier zit. Dat lijkt me voor
nu een prima plaats om in deze invloedssfeer te zijn. En ik ben hier waar ik ben
helemaal prima.
ROCKO: Dan blijf jij lekker waar je bent. En ik ga kijken of ik dat huis
kan vinden en wat ik daar tegenkom.
KINDJE: Dat zou ik dan fijn vinden. Maar ik kleed me toch even aan en fiets
naar Janni om te horen of hij wat weet.
ROCKO: En vanavond bel ik je hoe en wat.
KINDJE: Het lukt je om met deze boodschap bij Tommi te komen?
ROCKO: Dat moet lukken.
KINDJE: Ik denk dat Tommi. Natuurlijk omdat ze Tommi is. Maar ook omdat ze de uitstapjes van haar moeder van jongs af aan op een bepaalde manier meegemaakt heeft. Dat ze daardoor deze grote uitstap aan heeft voelen komen. En dat ze het aankan zonder door het lint te gaan. Dat hoop ik.
ROCKO: Dat zou wel eens heel goed kunnen.
KINDJE: Je begrijpt wat ik bedoel.
ROCKO: Helemaal.
KINDJE: Hartstikke fijn. Dus ik hoor van je vanavond.
ROCKO: Een uur of acht. Of misschien kom ik even naar je toe.
KINDJE: Oké Lieverd. Groetjes ook van Shirl.
ROCKO: Yo.
(Einde telefoongesprek.)
Scene 2
later dezelfde dag, KAMER JANNI
JANNI, KINDJE
1.
(JANNI bezig met geluid op de computer; ooievaarsgeluiden.)
KINDJE: (Van buiten.) Oehoe Janni. Hallo.
JANNI: (Opent de deur.) Ja de poort is open. (Zet de computer uit.)
KINDJE: Hai.
JANNI: Hai Schoonheid.
(Kus, kus.) (Deur dicht.)
KINDJE: Hmmm. Lekker koel hier.
JANNI: Thee? limo? wijntje?
KINDJE: Wat voor wijn heb je?
JANNI: Nog steeds die van de buurman. Beetje zoet, beetje winter, maar wel lekker heb ik me laten vertellen.
KINDJE: Doe me eerst een limo en dan zo'n wijntje erachteraan. Waren dat ooievaars die ik net hoorde?
JANNI: Ja ik heb vanochtend een paar mooie opnamen kunnen maken. Na al deze jaren hier weet ik er nog steeds niet echt veel van, maar mijn observatie is dat als ze nog niet zo lang hier terug zijn en allemaal nog zo bezig met die nesten, dat ze zich dan een beetje luidruchtiger gedragen dan als ze eenmaal aan het broeden en het voeden zijn.
KINDJE: Ik zal er eens op letten.
JANNI: Je hoort toch wel dat het een mooi geluid is?
KINDJE: Heel mooi. Weet je al wat je ermee gaat doen?
JANNI: O mijn gewone recept maar dan even iets anders. Dat verveelt me nog steeds niet. En er zijn nog steeds genoeg klanten die het ook lekker blijven vinden.
KINDJE: Niet zo bescheiden Schat, het is hartstikke goed wat je doet.
JANNI: Dank je Schoonheid, dat wilde ik maar even horen. Zal ik het hier neerzetten?
KINDJE: Waar wou je het anders neerzetten?
JANNI: O ik dacht dat je misschien buiten wilde zitten.
KINDJE: Nee hier is prima.
(KINDJE gaat zitten, drinkt in éen teug de limo op en JANNI brengt het glas meteen weg.)
2.
JANNI: Lekker?
JANNI: Lekker?
KINDJE: Heel lekker.
JANNI: De basis is lindebloesem.
KINDJE: Dat dacht ik te proeven ja. Voor mij heeft lindebloesem altijd iets de smaak van peer.
JANNI: Ja lekker hè?
KINDJE: Heel lekker.
JANNI: Ik heb net een mailtje naar Shirl gestuurd dat ik Tommi en Walli vanuit de trein heb zien lopen.
KINDJE: O ze heeft jou gemaild?
JANNI: Ja, van je zus en dat je Tommi zocht. Ik heb het de laatste keer
bij Shirl wel aan haar gevoeld dat ze zich in de nabijheid van de dood bevond. De
maand daarvoor eigenlijk ook al. En aan jou heb ik het ook gevoeld. Ik heb even
gedacht in de richting van je broer. Niet dat het daar nou per se mee te maken heeft
maar was die niet behoorlijk wat ouder dan jij?
KINDJE: Toen ik geboren werd waren mijn broers twintig en eenentwintig. Die van eenentwintig was het huis al uit en voor die van twintig, dat is Beer, was ik het kindje. Zo kom ik aan mijn naam, want eigenlijk heet ik Edith.
JANNI: Edith Piaf.
KINDJE: Nee dat is echt waar. Als je mijn moeder Marie Trottoir hoorde meegalmen
zou je denken dat ze zelf een verleden had. Een enorme fan. En ik ben op dezelfde
dag geboren als Edith Piaf.
JANNI: Dat wist ik helemaal niet. Ik heb het me ook nooit echt afgevraagd.
KINDJE: Zo zit dat dus. Toen ik kwam was mijn moeder veertig en mijn vader
twee-enveertig. En dan die oudere broers en ik was een pop uit
de hemel.
JANNI: Daar kan ik me iets bij voorstellen.
KINDJE: Maar toen kwam Stiertje er ook nog achteraan en dat was een beetje
te veel van het goede. Nog geen jaar later.
JANNI: Hallo.
KINDJE: Wij schelen net geen jaar. Maar zij nam niet mijn plaats in, zij
werd een soort aanhangsel van mij.
JANNI: Dat is niet fijn.
KINDJE: Nee. Voor haar niet natuurlijk. Maar voor mij ook niet.
JANNI: Nee voor jou ook niet.
KINDJE: Ik weet niet, er zat een soort ontkenning in of zo. Ze had geen
eigen wieg, geen eigen kleertjes. Ze werd gewoon bij mij gelegd en ik moet van alles
zo veel gehad hebben dat het genoeg was voor twee.
JANNI: Tja.
KINDJE: En vanaf toen heb ik tot mijn twaalfde met haar in éen bed geslapen
en tot mijn zeventiende op éen kamer. Later heb ik kunnen zien dat zij echt een
hele sterke mentale aanleg had.
JANNI: Je bedoelt dat jouw eigen signalen weggedrukt werden?
KINDJE: Ja. Ja zo'n boom die altijd de wind van éen kant krijgt en dan scheef
groeit.
JANNI: Ik heb jou nooit als scheef ervaren.
KINDJE: Ik weet ook wel dat jij mij eigengereid vindt, maar jij kent mij
ook pas sinds ik al een hele tijd een heel eind bij haar uit de buurt ben. De laatste
jaren kon ik het regelen. Als ik opving dat zij aan het overlopen was kon ik beslissen
of ik een deel overnam. En dit deed ik alleen als ik zelf zo was dat ik het meteen
weer weg kon laten vloeien.
JANNI: Dat is prettig als je dat kunt.
KINDJE: Ik heb er ook normaliter niet zo'n moeite mee om bij mezelf te blijven.
Maar als het om haar gaat, dat staat op zichzelf.
3.
KINDJE: Wanneer heb je Tommi en Walli gezien, weet je dat nog?
JANNI: Vanuit het treintje dus. Dus dat zal begin vorige week geweest zijn.
KINDJE: Dat doe je nog steeds, de eerste maandag van de maand boodschappen?
JANNI: Ja toen was het, op de terugweg. Daar waar ze verleden jaar die
jonge bomen gekapt hebben. Waar nu die koeien staan.
KINDJE: Dus dat is een dag of tien geleden. En wat was je indruk?
JANNI: Ze maakten op mij de indruk dat ze het helemaal prima hadden. Helemaal
gemakkelijk. Ik vond er een inspirerende sfeer vanuit gaan van die twee. Ik vind
sowieso dat stukje daar vanaf net dat je de bocht door bent tot
waar het oude bos begint, dat dat een hele aantrekkelijke mysterieuze sfeer heeft.
Alsof er altijd een soort nevel hangt al is het nog zo'n helder weer.
KINDJE: Ik heb maar éen keer in het treintje gezeten, maar wat je zegt is
helemaal wat ik daar ook had.
JANNI: Als ik zou kunnen schilderen dan zou dat beeld van Tommi en Walli
daar op die plek eigenlijk een perfecte hoes zijn voor de cd die ik nu aan het maken
ben.
KINDJE: Ja Tommi kan wel uitstraling hebben hè?
JANNI: En Walli ook. Het was heel mooi hoe zij. Op Walli. Op die plek.
4.
KINDJE: Het heeft mij ergens wel verrast dat zij het hier zo naar haar zin heeft. Toen zij belde dat ze wilde komen dacht ik dat ze het nog geen maand uit zou houden.
JANNI: Het is al bijna een jaar hè?
KINDJE: Eens kijken. Ja je hebt gelijk. Ze is verleden jaar net voor haar
verjaardag gekomen. Een over een paar weken wordt ze alweer dertig. Ik kan nog helemaal
voelen dat ze een baby was. Maar als je dertig bent heb je als het goed is toch
al een paar levens achter je.
JANNI: Jij bent tien jaar jonger dan ik?
KINDJE: Ja ik word eind van het jaar vijftig en jij toch in september zestig?
JANNI: Zie je het aan me af?
KINDJE: Ik vind wel dat je het afgelopen jaar ouder bent geworden, maar
toen ik je voor het eerst zag dacht ik dat je zeker niet ouder was dan ik, dus je
hebt nog wat speling.
JANNI: Maar je zus was dus eigenlijk jong toen Tommi geboren werd?
KINDJE: Achttien.
JANNI: Hier is dat de leeftijd.
KINDJE: Maar door mijn ouders werd er een drama van gemaakt. Stiertje stond
hier en mijn ouders stonden daar. En als de éen zus zei zei de ander zo. Dus toen
zij vonden dat ze het weg moest laten halen zei Stiertje definitief nee, terwijl
ze met mij er zelf over gehad had. Ik vond het al lang goed.
JANNI: Jullie gingen toen veel met elkaar om?
KINDJE: Ik wist dat ik nooit kinderen zou krijgen. Dat deze baby voor mij
wel eens het dichtste bij kon zijn. En dat is ook gebleken. Mijn ouders hebben toen
denk ik hun hand overspeeld, want ze hadden niet ingecalculeerd dat ik met Stiertje
mee zou gaan toen ze haar de deur uitzetten.
JANNI: Rigoureus.
KINDJE: Hoe meer ik erover gedacht heb, hoe onbegrijpelijker het is geworden.
Hoe zij zich tegenover haar gedragen hebben.
JANNI: Hoe is het met jullie verdergegaan?
KINDJE: Met ons is het helemaal goed gegaan. Ik ben nooit meer iemand tegengekomen
die zo diplomatiek om kon gaan met verschillende aanbidders die naar haar gunsten
dongen als Stiertje toendertijd. Die jongens hadden alles voor haar over en Beer
was ook heel goed in die tijd. En toen Tommi er eenmaal was, dat is van het begin
af aan een feest geweest. Iiedereen was absoluut dol op haar.
JANNI: En nog.
KINDJE: En nog.
5.
JANNI: Ik vind het niet zo verrassend dat ze hier haar draai heeft.
KINDJE: Het is hier natuurlijk ook fantastisch, maar ik zou niet gedacht
hebben dat ze haar publiek zo makkelijk opgegeven zou hebben.
JANNI: Maar ze heeft nog steeds een enorm publiek lieve Kind, dat gaat
tegenwoordig via internet. Weet jij hoeveel mail zij per week krijgt?
KINDJE: Geen idee.
JANNI: Meer dan vijftig per dag.
KINDJE: En jij dan?
JANNI: O dat is geen vergelijk, zo tegen de dertig per week. En dat vind
ik al behoorlijk.
KINDJE: Heel behoorlijk.
JANNI: Maar dan moet je weten dat er van die dertig vijf tot tien over
de nummers gaan waarin ik met de stem van Tommi gewerkt heb.
KINDJE: Dus ze heeft haar carrière helemaal niet stopgezet.
JANNI: Ik zou best een hele cd met haar willen maken en die zou ook verkopen
zoals de mijne het niet halen, maar zij vindt het goed zo voor nu.
KINDJE: Tommi en ik hebben het met elkaar daar nooit over, maar een wonder
hè wat ze met die stem kan. Ik zou zweren vanaf het allereerste geluid wat ze maakte.
6.
JANNI: Die tekstloze dingen wil ze wel doen, maar leg ik haar een tekst voor dan haakt ze af.
JANNI: Daar maak ik mij ook geen illusies over, maar ik heb haar evengoed
schitterende poëzie laten lezen.
KINDJE: Zoals?
JANNI: Je weet dat als het over de snik gaat niet Edith maar Timi bij mij
de lijst aanvoert. Mijn terrein is nooit het trottoir geweest. Als Timi zingt rijmt
op caress tenderness. Al dat oude repertoire heb ik haar trouwens ook laten horen.
Dusty en Dinah en Peggy en Kitty.
KINDJE: Kitty?
JANNI: The Original Honky Tonk Angel.
KINDJE: Ik had het kunnen raden.
JANNI: Nee behalve mijn favorieten heb ik daar twee kisten vol, boeken,
boekjes en flink wat prints. Van dingen die ik van internet heb. En ze kan makkelijk
een paar uur helemaal in dit of dat verdiept zijn. En zolang ze hier komt heeft
ze ook altijd bundels geleend. Maar ze trekt er gewoon niet aan als ik haar vraag
welke ze op muziek zou willen hebben.
KINDJE: Ik zou niet weten of ze zelf misschien wat schrijft. Stiertje was
heel goed met woorden op papier, dat weet ik wel.
JANNI: Ik noteer het.
7.
JANNI: Nog een wijntje?
KINDJE: Nee Schat, ik stap op, ik moet thuis zijn voor Rocko. Die is de
driehoek in om te kijken of hij haar daar kan vinden.
JANNI: Voor mij klopt het wel. Dat wat er nu met haar moeder gebeurd is.
Dat zij zich even helemaal teruggetrokken heeft.
KINDJE: Dat voel ik ook zo. En ik denk dat Stiertje het ook helemaal prima
vindt. Trots op haar is. Maar Beer zit iets anders in elkaar en dat wil ik niet
helemaal naast me neerleggen. Mag ik van jou die cello-cd van Shjos meenemen?
Daar heb ik misschien straks zin in.
JANNI: Tuurlijk Schoonheid, ik zoek hem voor je op.
KINDJE: Ik ben alvast buiten. Kijk ik nog even hoe je oleanders er bij staan.
JANNI: Die doen het heel goed. Kijk ook naar de gele roos. Ben zó bij je.
Ook een Liszt Ferenc?
KINDJE: Wie speelt?
JANNI: Wie zou er spelen? (Maakt een kus-kus-kusbeweging.)
KINDJE: Ja doe er maar bij.
Scene 3
later dezelfde dag, KAMER KINDJE
KINDJE, ROCKO stem
1.
(KINDJE telefoneert met ROCKO.)
KINDJE: Rocko?
ROCKO: Ja Kindje zeg het.
KINDJE: Lieverd ik weet niet of je nog van plan was deze kant op te komen,
maar ik heb het even niet hoor. Als je nu door de telefoon de korte versie zou willen
geven dan zou ik dat heel fijn vinden. En later komt de lange versie dan wel een
keer.
ROCKO: Heel kort dan: ik heb het huis gevonden, maar het lag aan de overkant
van de rivier, die heel hoog stond. Ik heb bij het huis geen beweging gezien, geen
Tommi geen Walli en ook niemand anders.
KINDJE: Maar het leek bewoond?
ROCKO: Het leek inderdaad bewoond.
KINDJE: Lieverd je moet me vergeven, maar ik was vanmiddag bij Janni en
er is vanalles boven komen drijven.
ROCKO: Kom nou Kindje, wat valt er nou te vergeven? Janni had verder ook
niets?
KINDJE: Hij heeft ze een dikke week geleden vanuit het treintje gezien en
verder niets.
ROCKO: Nou, neem jij de tijd voor je verdriet en ik hoor van je als je
het weer een beetje hebt.
KINDJE: Dank je Lieverd. Tot dan.
ROCKO: Yo.
(Einde telefoongesprek.)
Scene 4
een week later, KAMER KINDJE
KINDJE, BEER stem
1.
(KINDJE ligt op de divan – de telefoon gaat; het is
BEER.)
KINDJE:
(Neemt de telefoon op.) Kindje.
BEER: Hallo.
KINDJE: Beer.
BEER: Kindje ik heb je de hele week geprobeerd.
KINDJE: Eén van de redenen waarom ik hem er uit had.
BEER: Als ik nog een auto had gehad was ik er in gestapt.
KINDJE: In je functie als broer of in je functie als oom?
BEER: Als broer.
KINDJE: Van Stiertje of van mij?
BEER: Kindje maak het niet zo ingewikkeld. Je zus is dood en jij maakt
je onbereikbaar.
KINDJE: Daar vergis je je Beer. Een andere reden waarom ik hem er uit had
was om bereikbaar te zijn.
BEER: Die laat ik passeren. Het gaat nu om Tommi.
KINDJE: Dus toch de oom.
BEER: Als hoofd van de familie, wat dacht je daarvan? Alle neven en nichten
waren er voor Stiertje. En ik heb me verschrikkelijk opgelaten gevoeld met alle
vragen naar Tommi.
KINDJE: Arme Beer.
BEER: Je vindt het verkeerd dat ik mij verantwoordelijk voel?
KINDJE: Helemaal niet, ik voel mij ook verantwoordelijk.
BEER: Die laat ik ook passeren.
KINDJE: En als je er nog een laat passeren hang ik op.
BEER: Ik hoor je.
KINDJE: Goed.
2.
2.
KINDJE: Goed. Beer, heb je het op Tommi na allemaal kunnen regelen zoals
je het wilde regelen?
BEER: Ik heb je verleden week al laten weten dat we in Stiertje haar papieren
een volledig scenario hebben gevonden. En dit heb ik ook volledig naar haar wensen
uit kunnen laten voeren. Op wat onbelangrijke details na.
KINDJE: Fijn. En bedankt dat jij dit op je genomen hebt.
BEER: Dat vind ik niet meer dan normaal.
KINDJE: En ik vind het niet meer dan normaal dat ik je daarvoor bedank.
BEER: Goed dan. Dank je.
3.
KINDJE: En wat Tommi betreft. Als er ontwikkelingen waren geweest had ik je gebeld.
BEER: Je wil zeggen dat je nu al vier weken niets van haar gehoord hebt?
KINDJE: Vandaag vier weken ja.
BEER: Vier weken! Kindje, dat kan toch niet.
KINDJE: Wat bedoel je precies Beer?
BEER: Wat bedoel ik precies. Dat je nichtje in het niets opgelost is en
dat jij eraan vasthoudt dat ze vanuit een hele zuivere intuïtie op rouwretraite
is. Heb ik dat goed onthouden?
KINDJE: Woordelijk. Waarom heb je dit niet
aan de neven en nichten geantwoord?
BEER: Kindje.
KINDJE: Eerlijk Beer, wie weet wat dat voor fascinerende gesprekken opgeleverd
had?
BEER: Ik kan geen gesprekken hebben over een stelling waar ik de strekking
niet van kan bevatten. Aan mijn standpunt van verleden week is niets veranderd,
behalve dat er nog een week extra bijgekomen is.
KINDJE: Vergeet je dat mijn vriend Janni haar nog gezien heeft?
BEER: Ik weet niet wat ik moet denken van iemand die dat soort 'muziek'
maakt. Voordat je reageert, ik heb ernaar geluisterd omdat Tommi er op meedeed.
KINDJE: Kun je van mij aannemen dat het een hele serieuze man is?
BEER: Ook al heeft hij haar gezien. Om te beginnen zou dat nu al weer
meer dan twee weken geleden zijn. En wat doet ze daar in haar eentje?
Hoe eet ze? Waarom kan ze niet een klein teken van leven geven? Ze kan er toch van
verzekerd zijn dat niemand haar zal dwingen iets te moeten doen wat tegen haar overtuiging
ingaat. Ik vind het een hele verontrustende situatie. En als ik jou er niet van
kan doordringen dat er stappen ondernomen moeten worden dan blijft mij weinig andere
keuze dan van hieruit aan de alarmbel te trekken.
KINDJE: Dat klinkt erg dreigend Beer en je kent me toch goed genoeg om te
weten dat dat de bulldog in mij wakker maakt.
BEER: Dus dan kun je concluderen hoe hoog mij dit zit. Ik heb echt geprobeerd,
dat moet je van mij aannemen, om mijn gezonde verstand uit te schakelen en het door
jouw ogen te bekijken, maar het enige resultaat is dat ik mijn dosis slaappillen
heb moeten verdubbelen om nog aan een beetje nachtrust toe te komen.
KINDJE: -
BEER: Ben je er nog?
KINDJE: Jawel. Ik was even bezig het middelste deel van wat je zonet zei
te laten passeren.
4.
KINDJE: Hoe kan ik je tegemoetkomen Beer?
BEER: Ik besef wat dit je kost. Dus nu is het mijn beurt om jou te bedanken.
KINDJE: Dank je.
BEER: Ik wil je een grote gunst vragen. Te groot om dit zo maar gratis
van je te verlangen. En ik mag hopen dat je het niet als chantage ervaart als ik
ter sprake breng da ik nog iets van je te goed heb. Want ik wil het je niet afdwingen,
dat is het laatste wat ik wil, maar.
KINDJE: Je hebt alle recht en wat het ook is, het zal altijd minder zijn
dan.
BEER: Dat moet je niet zeggen Kindje. Als jij mij nu toestaat iemand die
ik vertrouw naar jou toe te sturen om Tommi te zoeken. Iemand met ervaring. En als
jij je medewerking wil toezeggen aan zijn onderzoek. Dan staan wij wat mij betreft
quitte.
KINDJE: Geloof me, ik ben blij dat je het noemt. Het leek al deze jaren
wel of je het vergeten was.
BEER: Ik dacht inderdaad dat ik het vergeten was, maar nu in deze situatie
diende het zich aan als een pionnetje waarmee ik eventueel de koningin kon pakken.
KINDJE: En wie is het die je deze kant op stuurt?
BEER: De zoon van Betty.
KINDJE: Nooit geweten dat die een zoon had.
BEER: Toen mama in verwachting was van jou was zij ook zwanger.
KINDJE: O.
BEER: Zijn naam is Reggie. Hij is bij de recherche. ik heb het hier al
met hem over gehad en als jij geen bezwaar hebt, is hij bereid voor een week die
kant op te komen.
KINDJE: Bedoel je dat je officieel aangifte gaat doen?
BEER: Nee nee nee. Hij neemt vrije dagen op. Het is voor hem een manier
van vakantie.
KINDJE: Hij komt wel alleen?
BEER: Jawel jawel. Sinds
hij bij het korps zit woont hij weer bij Betty. Om open kaart met je te spelen Kindje
moet ik je enigszins waarschuwen voor Reggie. Het is een goeie kerel daar niet van,
maar je moet wel met hem oppassen. Als hij iets verdachts tegenkomt rapporteert
hij het onherroepelijk. Ik wil zeggen hij gedraagt zich als een vlotte vent maar
daarachter verschuilt zich een fanatieke dienstklopper.
KINDJE: En dit uit jouw mond.
BEER: Hij heeft zelf in verschillende milieus gezeten voor hij bij het
korps ging. Ik veronderstel dat het daarmee van doen heeft.
KINDJE: Nou ik heb hier helemaal niets te verbergen.
BEER: En je nederlandse vrienden?
KINDJE: Gaat hij die ook ondervragen?
BEER: Ik veronderstel dat hij daar een gesprekje mee wil ja.
KINDJE: Dat kan ik niet beloven hè Beer, dat begrijp je toch?
BEER: Begrijp ik.
5.
BEER: Dat het om Tommi gaat zal ook wel een factor zijn waarom hij zich
hiervoor in wil zetten. Ik heb soms het vermoeden dat ik er beter van op de hoogte
ben hoe populair Tommi is dan jij.
KINDJE: Beer als je het goed vindt ga ik nu ophangen.
BEER: Nee dat is goed Kindje, dat is goed.
KINDJE: Ik laat de telefoon er verder in maar het kan wel eens zijn dat
ik niet thuis ben.
BEER: Ik bel je enkel als het hoognodig is.
KINDJE: Ik hoop dat ik je niet teleur zal stellen.
BEER: Ik vraag je om je medewerking. Dat is alles. Ik vraag je niet om
iemand anders te zijn dan je bent.
KINDJE: Tot horens Beer.
BEER: Tot horens.
(Einde
telefoongesprek.)
Scene 5
21 mei, KAMER SHIRL
SHIRL, ROCKO, JANNI
1.
(SHIRL is bezig met bloemen en vazen als ROCKO binnenkomt.)
ROCKO: Hallo Shirl.
SHIRL: Hai Rocko. (Droogt haar handen.)
(Kus, kus.)
ROCKO:
(Geeft haar een tijdschrift.) Ik heb dit voor je meegebracht. Als je hem inkijkt zul je
wel snappen waarom.
SHIRL: Ik heb een vermoeden. Heel fijn Lieverd. Hartstikke bedankt.
ROCKO: Kan ik je ergens mee helpen?
SHIRL: Eens kijken. Ja als je wil mag je met die bak walnoten beginnen.
De kraker ligt. Waar ligt de kraker? Er bovenop misschien. En de pot die ernaast
staat kun je gebruiken om ze in te doen.
ROCKO: Mooie grote.
SHIRL: O er waren er zo veel afgelopen jaar en bijna allemaal groot en
lekker. Ik zal een zak voor je klaarzetten. Alles goed gegaan met het nest van Yoyo?
ROCKO: Puur plezier. Maar ik vermoed dat dit het laatste is geweest.
SHIRL: O?
ROCKO: Het is een beetje uit de hand gelopen.
SHIRL: Hoeveel zijn er nu?
ROCKO: Twaalf.
SHIRL: Is nog te overzien.
ROCKO: Ik heb me in de siamezen gestort omdat het met de
orchideeën mislukte. Dit is wat ik afgelopen week besefte hè. Dus ik moet dit reorganiseren,
dat ik dit opnieuw plaats. Ergens had ik ook in mijn achterhoofd dat ik aan het
investeren was. Om als topfokker ooit misschien mijn eigen geld op te kunnen brengen.
Niet omdat geld op enige manier een probleem is. Maar toch voor iets in mij wel
een beetje moet ik concluderen. Ik weet dat jij ook van geld komt Shirl. En dat
voor jou geven en delen ook heel normaal is. Maar al is de band nog zo intiem. Altijd
krijgen is niet altijd. Ja wat? Niet altijd gezond of zo
SHIRL: Dat kan ik voor jou niet beoordelen. Wat ik wel kan zien is dat
jij ook geeft
ROCKO: Gegeven heb. Dat kan ik beamen. Maar nu nog?
SHIRL: Vraag je dit aan mij?
ROCKO: Ja.
SHIRL: Dan is ja mijn antwoord.
ROCKO: Yo. Dat laat ik dan op me inwerken.
2.
SHIRL: Is Walli Luigi Bob al terug?
2.
SHIRL: Is Walli Luigi Bob al terug?
ROCKO: Nee. Weet je dat ik Tommi voorgesteld heb om haar manager te worden?
Misschien vanuit dat zelfde iets, denk ik nu, van zelf geld te genereren. Of anders
misschien om het geefgegeven te versterken? Hoe dan ook, vind jij dat dàt iets voor
mij is?
SHIRL: Niet een beetje te veel profiel? Daar komen heel wat contracten
en handtekeningen bij kijken. Mooi wel hè?
ROCKO: Ik vond het net mooier toen hij nog niet zo vol was.
SHIRL: Ja vind je? Ik vind het zo goed. Wat vond Tommi van je voorstel?
ROCKO: Ze zei dat ze erover zou denken, maar dat nu haar hoofd er niet
naar stond. Dat ik het over een paar maanden nog maar eens moest vragen. Ik kon
het niet helemaal peilen. Ik bedoel ook eigenlijk niet buitencontacten. Meer personal
manager, een klankbord, maar structureel, niet vrijblijvend.
SHIRL: Als ik zo meteen deze ook klaar hebt zul je zien dat zo vol goed
is.
ROCKO: Pop trek je van mij niets aan. Als het met bloemen te maken heeft.
Moet ik nog een keer het debacle met de orchideeën?
SHIRL: Nee Lieverd, laat die wond maar zo rustig mogelijk helen. Heb jij
dat zelf ook niet ervaren? Dat in de tijd voordat hij stierf. Dat er een hoop dingen
waren die je moest regelen, zoals er altijd een hoop dingen zijn die je moet regelen.
Waar je aan moet denken, en je hoofd staat er helemaal niet naar.
ROCKO: Uiteindelijk is dat een hele vage periode geweest. Meer een sfeer.
Maar achteraf is die sfeer wel éen van de helderste herinneringen die ik heb aan
mijn leven met hem.
SHIRL: Daarvoor woon je toch met de poezen. Dat die je helpen die sfeer
bij je houden.
ROCKO: Ja dat werkt zo. En ook de paarden. En ik heb een
nestelplaats voor hem, gekregen van een vriendin van me.
SHIRL: Ken ik haar?
3.
3.
SHIRL: Ik voel mij niet verbonden met een dode met een naam. Het fundament
van mijn vermogen is oud geld, dat weet je. Zeventiende eeuws, voc-geld, als dat
je wat zegt. Ik schaam mij er niet meer voor. Ook al had ik het geld niet, van de
erfenis had ik toch het schuldige deel. Dat is met geld niet af te kopen. Daar besteed
ik mijn leven aan. Ik betaal met mijn leven en daardoor heb ik een leven. Bij alles
wat ik doe is er de achterliggende gedachte dat het troostend kan zijn voor de de
anonieme doden die ik geërfd heb. Gestorven na een leven waarin ze slecht behandeld
zijn door slechte mensen. Hun geldhonger was voor mijn voorouders de enige maat
die ze hadden. Tweehonderd jaar hebben ze er over gedaan om zich suf te vreten en
toen heeft de nederlandse staat de failliete inboedel overgenomen en er een verse
zweep overheen gelegd. Dat waren smeerlappen, top vijf aller tijden. Die hollanders.
Misschien wel erger dan onze naziebuurtjes deze afgelopen eeuw. Die waren ziek de
weg kwijt, daar niet van, maar je kunt niet zeggen dat ze toen ze begonnen geen
ideaal hadden dat uitsteeg boven alleen maar hebzucht. Janni!
4.
JANNI:
(Binnenkomend.) Ik hang aan je lippen. Ga door.
SHIRL: Ach nee. Fijne wandeling?
JANNI: Als altijd.
(Kus, kus.)
SHIRL: Hai vriend.
JANNI: Hallo Vriendin van me. Rocko wat zie je er goed uit.
(Kus, kus.)
ROCKO: Janni, hallo.
SHIRL: O Rocko, ik ben helemaal vergeten je iets te drinken in te schenken.
ROCKO: Maakt niet uit Pop, ik weet waar het staat. Wat willen jullie?
JANNI: Voor mij alleen een glas, ik heb nog wat in mijn wandelfles.
SHIRL: Ik heb wel zin in een thee.
ROCKO: Dan doe ik met je mee.
JANNI: Ja en ik ook voor zo meteen.
SHIRL: Jij ziet er ook goed uit.
JANNI: Vind je deze kleur wat?
SHIRL: Ja staat je goed.
JANNI: Tünde was ermee bezig toen ik voor eieren ging. Ik kwam er gewoon
niet onderuit.
ROCKO: Smoesje.
5.
SHIRL:: Je wilde er gewoon niet onderuit.
SHIRL:: Je wilde er gewoon niet onderuit.
JANNI: Kindje is er nog niet?
SHIRL: Nee Tibor is nog niet zo lang weg.
JANNI: En? Komt Tommi mee?
SHIRL: Ik dacht het niet.
ROCKO: Nee voor zover ik weet ook niet.
JANNI: Hebben jullie er een gealarmeerd gevoel over?
SHIRL: Het is een maand hè. Ja dat is eigenlijk best lang. Ik had Tibor
willen vragen of ze met hem iets afgesproken had over eten maar dat ontschiet me
steeds. Nee. Nee ik heb er toch wel een rustig gevoel over.
ROCKO: Ik denk dat als er met haar iets aan de hand was. Dan was Walli
al lang bij mij terug geweest.
JANNI: Ja daar zit wat in. Ik moet bekennen dat er af en toe wel een ongeruste
flits door mij heen gaat afgelopen week. Jij was toch de driehoek ingegaan om haar
te lokaliseren?
ROCKO: Dat is een dag of tien geleden.
SHIRL: Mannen, ik ben even in de zomerkeuken.
JANNI: Hulp nodig?
SHIRL: Alles is klaar, ik hoef het alleen nog maar in de
oven te zetten. (Neemt éen van de vazen mee en gaat naar buiten.)
JANNI: Mooi die vazen zo vol.
ROCKO: Een vriend met smaak.
JANNI: Oh?
SHIRL: Ik ben er ook tevreden over.
6.
JANNI: Maar je hebt verder niets gevonden?
ROCKO: Heb je gehoord over het huis?
JANNI: Ik dacht het niet.
ROCKO: Een huis aan de rivier.
JANNI: Nee daar staat me niets van bij.
ROCKO: Je kent het dus ook niet?
JANNI: Nee. Nee ik heb daar nooit een huis gezien.
ROCKO: Tommi had het erover, de laatste keer dat ik haar zag. Maar ik stel
me voor dat het zuidelijker ligt dan waar jij je looppad hebt. Jij pakt toch eerst
een stuk langs het spoorlijntje voordat je insteekt?
JANNI: Ja. Zo'n anderhalve kilometer voordat ik afsla. Ook als de rivier
hoog staat heb ik daar een waterwilg die me naar de overkant helpt. Een fabelachtige
boom. Indrukwekkend. Eén van mijn lievelingsbomen.
ROCKO: Ik weet welke je bedoelt, een kraakwilg. Dan is het zeker twee kilometer
zuidelijker. Met Gigi en Stella rij ik met periodes nogal eens rond in de driehoek.
Stella speciaal vindt het daar heel fijn. Maar hoe zuidelijker hoe meer insekten.
Ik was vergeten dat ik daarom altijd meer aan de noordkant blijf. Daar kan een paard
gruwelijk veel last van hebben. Dan vergaat je ieder plezier.
JANNI: Daar heb ik nooit echt bij stilgestaan.
ROCKO: Echt. Enorme horzels. En een paard heeft natuurlijk een groot lichaam,
veel steekoppervlakte. Voor Gigi is het een ramp, voor Stella irritant en Walli
blijken ze niet zo te lusten, die laten ze redelijk met rust. Ja als Tommi inderdaad
in dat huis getrokken is heeft ze wat dat betreft aan Walli de beste.
7.
JANNI: Wat is het voor huis?
JANNI: Wat is het voor huis?
ROCKO: Tommi had het over een schitterend huis. Ik vond het wel wat hebben.
JANNI: Wat voor staat?
ROCKO: Behoorlijk onderhouden. Ik heb het van deze kant van de rivier gezien.
Het water stond hoog, ik kon niet dichter bij komen.
JANNI: Nu viel het mee met het water. Maar het staat dus aan mijn kant.
Misschien loop ik er van de week wel een keer naar toe.
ROCKO: Wel bijzonder daar hoor. Leeg. Echt leeg.
JANNI: Ik heb mij laten vertellen dat je daar kuddes herten van meer dan
honderd tegen kunt komen.
ROCKO: Dat is ook zo, dat heb ik met eigen ogen gezien, maar ik bedoel
leeg. Mooi ook als het om geluid gaat.
JANNI: Stiller dan bij jou?
ROCKO: Anders stil.
JANNI: Ik vind het bij jou een aantrekkelijke stilte. Bij mij ook, maar
bij jou ook. Shirl houdt erg van de vogels hier, maar om in te wonen hou ik van
een paar minder.
ROCKO: Ik heb niet zo'n oor voor geluid maar terwijl ik naar het huis stond
te kijken werd ik er echt door getroffen.
JANNI: Ja misschien doe ik dat wel.
8.
JANNI: Mooi paard Walli, uitstraling.
ROCKO: Ik vertel net aan Shirl dat ik er over denk dat idee van het fokken
te laten varen.
JANNI: Door hoe jij het daar over had kon ik er voor het eerst de schoonheid
juist van vatten. We hebben het nu toch over de paarden?
ROCKO: Ja, maar het geldt evengoed voor de spoesjes. Het zijn meer de economische
bijgedachten die ik had. Niet het fokken zelf, want dat heeft een hoop mooie kanten.
JANNI: Als je import bent ontkom je er bijna niet aan dat de geldeconomie
een factor blijft. Want zo'n uitruileconomie zoals hier gaat via verbindingen met
een hele eigen gevoeligheid, daar draai je niet zomaar in mee.
ROCKO: Shirl met al haar geld zit volgens mij nog het meest in het geven-krijgen-circuit.
JANNI: Dat is heel bijzonder wat Shirl voor elkaar heeft, grote kunst.
9.
SHIRL: (Binnenkomend.) Waar ging het over?
SHIRL: Zullen we voordat we aan tafel gaan gewoon een stukje doen?
ROCKO: Ja ja ja.
JANNI: Ja ja ja.
ROCKO: De thee zal ook wel getrokken zijn.
SHIRL: Snij voor Kindje ook vast een stuk, dan kan ze meteen aanschuiven.
ROCKO: Hij is heel mooi.
SHIRL: Zij. Voor mij is een taart zij. Sinds jij vertelde dat jouw moeder
een zoetzure augurk was heb ik erbij stilgestaan. Dat vond ik een hele goeie. En
mijn moeder is een taart. Zo'n sentimentele suikertaart, éen en al glacé.
JANNI: Bak jij ze daarom zonder suiker?
SHIRL: Stout.
ROCKO: Eet jij augurken?
JANNI: Nee ik maak ze in en geef ze weg.
ROCKO: Ik heb er nog nooit van je gehad.
JANNI: Dan ben je niet op het juiste moment in de buurt geweest.
SHIRL: En ze zijn verrukkelijk ook.
ROCKO: Je hoort wie het zegt Janni, dat zijn twee sterren voor jou.
SHIRL: Hier in het dorp kunnen ze er ook wat van maar zelfs door onze gekroonde
keukenkeizerin. Dat is Rósza, ken je haar? Ze woont net als je het dorp inkomt in
het turquoise huis.
JANNI: Waar ze drie dalmatiërs hebben rondlopen?
SHIRL: Ja. Het zijn er vier.
JANNI: O vier. Nee die vrouw heb ik nooit ontmoet.
SHIRL: Nou die komt zelfs hier van jouw augurken snoepen.
JANNI: Zo zie je maar dat ik mijn moeder eer aan doe. Ik denk dat ik een
auto hoor.
ROCKO: Ik kijk even. (Gaat naar buiten.)
10.
JANNI: Ik ging er van uit dat jij inmiddels de erkende positie van keukenkeizerin
had.
SHIRL: Nee fijne Vriend, daar komt meer bij kijken dan ik ooit zal kunnen
bieden.
JANNI: Een opmerking de kampioene van het fijnmazige intermenselijke weefwerk
waardig.
SHIRL: Kijk dat is een compliment waarmee je mij aan het blozen kunt krijgen.
JANNI: Het is de waarheid.
SHIRL: Dank je dat je me zo ziet.
JANNI: Zullen wij ook alvast naar buiten gaan?
SHIRL: Ja laten we de taart en de thee buiten doen. Dan hoeven we zo meteen
niet meer te verhuizen. Ga, ik zet het allemaal op een dienblad.
JANNI: Je wilt natuurlijk op tijd voor de muggen binnen zijn.
SHIRL: Als het even kan.
JANNI: Bij mij zitten er dit jaar helemaal niet veel.
SHIRL: Hier valt het ook mee, maar als het muggenuur is zijn het er altijd
nog meer dan genoeg.
JANNI: Tegen die tijd hebben wij lang
en breed en lekker gegeten.
SHIRL: Ja ik heb iets heel lekkers.
JANNI: Daar twijfel ik geen moment aan.
Scene 6
22 mei, KAMER KINDJE
KINDJE, SHIRL, JANNI stem, BEER stem
1.
(KINDJE ligt op de divan en schrikt als SHIRL binnenkomt.)
KINDJE: Shirl! Ik geloof mijn ogen niet. Hoe kom jij hier?
SHIRL: Met de auto.
KINDJE: Ik dacht dat jij nooit reed.
SHIRL: Maar ik kan wel rijden.
(Kus, kus.)
KINDJE: Hai.
SHIRL: Hai.
KINDJE: Ik moet er even aan wennen om jou hier te zien.
SHIRL: Nou wen er dan aan terwijl je wat voor me inschenkt en dan kijk
ik hier binnen even rond. Buiten heb je het in ieder geval heel aantrekkelijk.
KINDJE: Hier Poes. Kijk rustig verder, dan kleed ik me even aan. Ben je
alleen?
SHIRL: Hoe bedoel je? O jij denkt dat Tommi bij mij is. Nee. Nee het heeft
wel met Tommi te maken op een bepaalde manier. En nou schiet me ook te binnen dat
ik het weer vergeten ben om Tibor er naar te vragen. Ik hoop dat ik hem deze week
nog zie. Nee Schat, wat ik met je wil bespreken, wat ik absoluut niet door de telefoon
wilde doen, heeft toch vooral met jou te maken. En het moet ook nu. Je bent met
je broer nog niet tot definitieve afspraken gekomen?
KINDJE: Gaat het daarover?
SHIRL: Daar gaat het over. Ik wilde er in de sfeer van gisterenavond waar
de mannen bij zaten niet te intens op ingaan, maar het riep wel éen en ander bij
me op.
KINDJE: Ik verwacht dat hij ieder moment kan bellen. Als het rinkelt, laat
maar rinkelen.
SHIRL: Je verkleed je toch niet voor mij hè? Je ziet er prima uit.
KINDJE: Ik ben zo terug.
(De telefoon gaat; het is JANNI.)
SHIRL: Mag ik hem opnemen, dat ik zijn stem kan horen?
KINDJE: Zeg maar dat ik naar de stad ben en pas tegen de avond weer terug.
2.
SHIRL:: (Neemt de telefoon op.) Tessék?
2.
SHIRL:: (Neemt de telefoon op.) Tessék?
JANNI: Hallo?
SHIRL: Ja met het huis van Kindje.
JANNI: Shirl? Jij daar?
SHIRL: Janni wat doe jij aan de telefoon?
JANNI: Ik bel vanaf Tünde.
KINDJE: Is dat Janni die belt?
SHIRL: Hier is ze.
KINDJE: Ik weet niet wat me overkomt, jij aan de telefoon.
JANNI: Ja ik moest je spreken Schoonheid, na wat ik gisterenavond van je
hoorde. Dat je rekening wil houden met de wensen van je broer dat staat je netjes.
Maar als hij niet kan bevatten dat voor jou, om je medewerking toe te zeggen aan
wat hij voorstelt hetzelfde is als dat hij van jou verlangt dat je iemand anders
bent dan je bent. Als iemand dat niet kan bevatten dan is mijn visie dat er andere
regels in werking gaan. Wat hij in het grijze verleden voor jou gedaan heeft is
gewoon iets wat hij gedaan heeft wat voor jou gunstig uitgepakt heeft. Maar het
heeft hem niets gekost, helemaal niets. Het heeft hem opgeleverd dat hij op een
grandioze manier zijn zelfbeeld bevestigd heeft kunnen zien. Kortom Schoonheid,
volgens mij sta je helemaal niet bij hem in het krijt.
KINDJE: Phoe. Iik hoor wat je zegt en ik heb hem op de handsfree staan dus
Shirl hoort het ook. Die staat enthousiast ja te knikken, maar ik moet het even
op me in laten werken wat je hier aandraagt.
JANNI: Ik heb het er echt met Shirl niet over gehad.
KINDJE: Dat is niet wat in me opkomt.
JANNI: Ik zeg het voor alle duidelijkheid. Maar als Shirl daar is en die
is het met me eens dan stelt me dat helemaal gerust.
SHIRL: Ik vind het ook fijn om te horen dat ik niet de enige ben die vindt
dat hier nog wat over gezegd kan worden.
JANNI: Wat zegt Shirl?
KINDJE: Dat zij het fijn vindt dat jij je er ook gedachten over gemaakt
hebt.
JANNI: Je begrijpt dat het een diepe snaar is die bij mij trilt als ik
ervoor naar de telefoon grijp.
KINDJE: Ja dat moet ik wel aannemen.
JANNI: En als Shirl ervoor van huis gaat.
KINDJE: Ja ik ben helemaal overdonderd.
JANNI: Dit maakt me weer helemaal rustig en ik weet zeker dat jullie er
uit zullen komen. Ja?
KINDJE: We gaan het erover hebben.
JANNI: Kan Shirl mij vanavond een mailtje sturen?
KINDJE: Ze knikt ja.
JANNI: We zien elkaar weer. Dag Kindje, dag Shirl.
KINDJE: Dag Schat.
SHIRL: Doei Janni.
JANNI: Dag dag.
(Einde telefoongesprek.)
3.
KINDJE: Nou ik doe nog wat aan mijn voeten en dan gaan we ervoor zitten.
3.
KINDJE: Nou ik doe nog wat aan mijn voeten en dan gaan we ervoor zitten.
(De telefoon gaat; het is BEER.)
SHIRL: (Neemt de telefoon op.) Tessék?
BEER: Hallo Kindje.
SHIRL: Dit is Kindje niet. Ik ben Shirl in het huis van Kindje. Kindje
is voor inkopen naar de stad.
BEER: Aha. Weet u ook wanneer ze terug zal zijn?
SHIRL: Dat zal tegen de avond zijn. Eind van de middag.
BEER: Zo laat pas. Hm.
SHIRL: Kan ik misschien een boodschap aannemen?
BEER: Is de stad zo ver weg?
SHIRL: Dat valt mee, tegen de zeventig kilometer.
BEER: Heen en terug?
SHIRL: Zeventig heen en zeventig terug.
BEER: Dat is niet naast de deur. U heeft gehoord over de verdwijning van
Tommi? U spreekt met de broer van Kindje, Peter of eventueel zegt de naam Beer u
wat.
SHIRL: Die naam is wel eens gevallen.
BEER: En dan bent u er eventueel ook mee bekend dat ons zusje jongstleden
overleden is?
SHIRL: De moeder van Tommi.
BEER: Ja, dus dat is u bekend. Mag ik u vragen naar uw gedachten over
de vermissing van mijn nichtje?
SHIRL: Hoe ik erover denk Peter? Ik denk dat Tommi optimaal gebruik aan
het maken is van wat dit gebied te bieden heeft.
BEER: Hoe kunt u daar zo zeker van zijn?
SHIRL: Zeker vind ik een beetje een griezelig woord.
BEER: U klinkt anders heel overtuigd van uw gelijk.
SHIRL: Mijn gelijk, nog zo'n griezelig woord.
BEER: U heeft gelijk, ik vraag u tenslotte om uw mening. Ik ben enigszins
gespannen door de situatie, als dit als excuus mag gelden.
SHIRL: Ja voor iemand die hier nooit geweest is lijkt het me moeilijk de
situatie in al zijn nuances in te kunnen schatten.
BEER: Dat is de reden waarom ik een kennis van me gevraagd heb een kijkje
te gaan nemen.
SHIRL: Is dat niet een beetje beledigend voor Kindje?
BEER: U begrijpt me misschien verkeerd, deze man is een professional in
dit soort aangelegenheden.
SHIRL: En u denkt dat het welzijn van Tommi hem meer aan
het hart gaat dan Kindje?
BEER: Ik geloof niet dat ik u helemaal kan volgen.
SHIRL: Laat ik dan zo'n griezelig woord gebruiken: ik weet zeker dat Kindje
alleen maar het allerbeste voor haar nichtje wil.
BEER: Waarschijnlijk kent u Kindje niet zoals ik haar ken.
SHIRL: Ik ken Kindje zoals ik haar ken, maar daar gaat het hier niet over.
Waar het hier over gaat is of Kindje haar nichtje kent. Of Kindje contact heeft
met wat haar nichtje op dit moment in haar leven nodig heeft. En mijn overtuigde
mening is dat Tommi het fortuinlijk getroffen heeft met een tante als Kindje.
BEER: Als u het zo stelt, haalt u enigszins de wind uit mijn zeilen.
SHIRL: Dan zou het een idee kunnen zijn om uw koers te verleggen.
BEER: U zei dat ze aan het einde van de middag weer thuis was?
SHIRL: Dat verwacht ik ja, eind van de middag begin van de avond.
BEER: Ik moet even stevig over uw woorden nadenken. Ik dank u dat u zich
tegenover mij heeft willen uitspreken.
SHIRL: Graag gedaan Peter. Ik zal aan Kindje doorgeven dat ze een telefoontje
kan verwachten.
BEER: Dank u en ik wens u verder een goede dag.
SHIRL: U ook nog een prettige dag.
(Einde telefoongesprek.)
4.
KINDJE: Phoe phoe phoe.
4.
KINDJE: Phoe phoe phoe.
SHIRL: Feit is toch dat Tommi ervoor gekozen heeft in jouw omgeving te
zijn en niet in die van je broer. In een periode dat er zo iets indingends aan het
gebeuren was met haar moeder. Ik denk dat hem dat dwars zit.
KINDJE: Ja denk je?
SHIRL: Was hij niet een stuk ouder dan jij?
KINDJE: Twintig jaar. Hij is meer een opa van Tommi dan een oom. Maar op
zijn manier is hij wel echt heel dol op haar.
SHIRL: Als Tommi zo moedig is om dit te doen wat zij aan het doen is, vind
ik dat wij op zijn minst kunnen proberen de vibraties van deze omstandigheid zo
zuiver mogelijk te houden. Het is misschien wel een beetje extreem wat ze doet,
maar met een leven als dat van haar achter zich waarin van alle kanten aan haar
getrokken wordt kan ik het me voorstellen. Zij heeft toch een grote onafhankelijkheidsfactor.
Kijk Kindje, ik twijfel er niet aan dat hij ook het beste met haar voor heeft, maar
jij weet net zo goed als ik dat je wel met elkaar moet kloppen, wil het beste wat
je voor iemand wil ook als beste voor iemand uitpakken. Je moet er toch niet aan
denken dat zo'n politieagent hier doorheen gaat lopen baggeren. Bij mij komt hij
er niet in, dat moet ik
je gewoon zeggen. Ik zie het nut er niet van en ik trek
dat ook niet om mij vrij te moeten gaan pleiten. Ik denk niet dat hij Tommi zal
vinden als die nog niet gevonden wil worden. En is zij volgende week nog niet terug.
En hoe wij hiermee omgegaan zijn, maakt ons allemaal verdacht in het denken van
zo'n op feiten afgesteld brein. Dat moet je reëel inschatten Kindje.
KINDJE: O Poes, het tolt me allemaal een beetje.
SHIRL: Maar je zult het vóor vanavond toch op een rijtje moeten hebben.
Wat ik van Janni hoor denk ik ook niet dat hij er op zit te wachten deze man met
deze opdracht in zijn sfeer toe te laten. Nog maar gezwegen over wat het voor Rocko
voor gevolgen kan hebben. En dan nog iets, iets heel anders. Deze man zal behalve
ons heus ook wel andere nederlanders proberen te spreken te krijgen.
KINDJE: Je bedoelt de schoteltjes?
SHIRL: En waarom heten de schoteltjes de schoteltjes Schat?
KINDJE: Vanwege hun schoteltjes.
SHIRL: En iedere nederlander hier met een schotel heeft een gesmokkeld
kastje en een gefraudeerd abonnement. En als het inderdaad objectieve informatie
is dat we met een dienstklopper te maken hebben, kan dat voor al die schoteltjes
een hele vervelende toestand worden. En niet dat je nu heel veel met ze te maken
hebt, maar het is toch fijner als ze niet vanwege zoiets de vinger naar je wijzen.
KINDJE: Je hebt helemaal gelijk, waar je allemaal niet bij stil moet staan.
Ik denk wat belangrijk is voor mij, is wat Janni formuleerde. Dat ik helemaal niet
bij Beer in het krijt sta.
SHIRL: Daar ben ik het helemaal mee eens. Als er sprake is van schuld,
is hij jou eerder iets schuldig. Om al deze jaren dat hij je met dat idee opgescheept
heeft laten zitten.
KINDJE: Phoe phoe phoe. Ik schenk nog wat in.
5.
KINDJE: Kijk, Beer kent mij niet veel anders dan jij mij kent. Maar het verschil is dat jij mijn trekjes herkent of zelfs waardeert. Terwijl hij ze alleen maar onacceptabel vindt.
KINDJE: Kijk, Beer kent mij niet veel anders dan jij mij kent. Maar het verschil is dat jij mijn trekjes herkent of zelfs waardeert. Terwijl hij ze alleen maar onacceptabel vindt.
SHIRL: Zoals dat je asociaal bent.
KINDJE: Bijvoorbeeld ja. Ik neem te veel tijd voor mezelf.
SHIRL: Dat heb je hier ook nodig. Als je het niet goed met jezelf kunt
vinden, red je het hier niet.
KINDJE: Daarom is het voor ons hier ook fantastisch. Maar hij denkt vanuit
daar.
SHIRL: Ja daar maakt het ons ongeschikt als institutenvoer.
KINDJE: Wauw Shirl, wat een concept!
SHIRL: Goed hè?
KINDJE: Heel goed.
SHIRL: Dat je niet in staat bent tot compromissen zal ook
wel onacceptabel voor hem zijn.
KINDJE: En dat ik serieus ben, diep op de dingen inga. Ruimte geef aan een
depressie af en toe. De ene dag niet de energie heb die ik de andere dag heb.
SHIRL: Je hebt het ook over mij. Ach wij zijn gewoon als een zee met een
beetje een onregelmatig getijde. Een beetje onvoorspelbaar wanneer het eb is en
wanneer vloed. Maar wel altijd in beweging.
KINDJE: De mensen van hier waar ik mee te maken heb gekregen hebben er helemaal
geen moeite mee. Nu met Stiertje ben ik een maand amper de poort uit geweest. En
ook al duurt dit nog een maand, als ik daarna naar de winkel ga valt die tijd helemaal
weg. De mensen waar ik goed mee ben zijn gewoon blij om me te zien. En met de anderen
groet ik, of ook niet.
SHIRL: Je hebt het ook over mij. Toen ik hier naar toe ging, had ik me
helemaal neergelegd bij een geïsoleerd bestaan. Maar ik dacht als het mijn lot is
om als een kluizenaar te leven dan doe ik dat liever in een fijn huis in een fijn
klimaat en met genoeg ruimte voor mijn project. De afmetingen van het terrein is
hier geen probleem natuurlijk, maar ik heb vooral lang gezocht naar of het helder
was. Of er liefde in de lucht was. Dat de lucht een goede geleider van liefde was.
En toen meteen vanaf het begin dat ik er ben ingetrokken, heb ik mij van mijn leven
nog niet zo weinig geïsoleerd gevoeld. Je weet dat ik ook heel veel tijd alleen
doorbreng, maar wat je zegt er wordt begrepen dat ik dat nodig heb. En dan jij en
Janni en Rocko en Tommi, dat had ik ook helemaal van mij afgezet. Het idee dat ik
hier met andere import
iets zou kunnen krijgen wat me echt goed doet.
KINDJE: Niemand in het dorp heeft er ook verbaasd op gereageerd dat ik hier
wil wonen, want ze vinden het hier zelf ook fantastisch. Dus het is vanzelfsprekend
dat ik ook graag hier ben.
(De telefoon gaat; het is BEER.)
KINDJE: Nou ja. Als dat Rocko is dan is het vandaag compleet.
SHIRL: Jij moet hem niet nemen, want het kan Beer weer zijn.
KINDJE: Die weet toch dat ik er niet ben.
SHIRL: Misschien om te kijken of ik er nog ben.
KINDJE: O. Zou kunnen.
6.
SHIRL: (Neemt de telefoon op.) Tessék?
BEER: Hallo. U spreekt nog een keer met de broer van Kindje. Als het niet
te lastig voor u is zou ik u graag nog een vraag willen stellen.
SHIRL: En wat is die vraag.
BEER: Ik heb zojuist begrepen dat u er net zo min als Kindje van uit gaat
dat Tommi vermist is. Nu wilde ik u vragen tot hoe lang een dergelijke rouwretraite
uit kan lopen.
SHIRL: Rouwretraite?
BEER: O neem me niet kwalijk, dat is het woord dat Kindje
gebruikte. Ik nam aan dat.
SHIRL: Dat is een prima woord. Heel goed. Ja hoe lang Peter. Ik denk dat
als het de twee maanden gaat overschrijden dat ik het dan wel lang zou vinden. Maar
van de andere kant heeft tijd er weinig mee te maken. Ik kan morgen wakker worden
met een gealarmeerd gevoel. Dat kan ik niet voorspellen.
BEER: Juist ja. Juist.
SHIRL: Als het over voorspellen gaat is, hoe ik haar ken, Kindje de persoon
die ik om raad zou vragen.
BEER: Dat u dat nu moet noemen. Het is net bij mij teruggekomen hoe zij
in haar jeugd dingen eerder leek te weten dan zij ze kon weten. Ik ben nogal wat
ouder dan mijn zusjes ziet u. En dit herinner ik mij net. Ja je zou dat met recht
enigszins voorspellende gave kunnen noemen waar ik als jongeman verschillende keren
getuige van ben geweest.
SHIRL: Ja?
BEER: Ja dat is het eigenlijk.
SHIRL: U kunt daar geen consequenties aan verbinden?
BEER: Ik geloof niet dat ik helemaal kan volgen waar u op aanstuurt.
SHIRL: Dat u op Kindje vertrouwt en die akelige snuffelactie afblaast nu
het nog kan.
BEER: Ik waardeer het dat u uw positie zo onomwonden duidelijk maakt,
maar dat is een beslissing die ik niet éen twee drie nemen kan. Ik neem aan dat
u dat begrijpt.
SHIRL: In alle eerlijkheid begrijp ik daar helemaal niets van.
BEER: Ik heb afspraken gemaakt. Deze man waar ik over sprak heeft hier
zijn vakantie voor opgenomen.
SHIRL: O dat is uw gedachtengang.
Dat u de integriteit van uw zus compromitteert is van geen belang. Nog maar gezwegen
over de respectloze manier waarop u met de keuze van Tommi zelf omgaat.
BEER: Mij lijkt dat
wij dit gesprek beter af kunnen breken. Dit is een familieaangelegenheid en ik geloof
niet dat u als buitenstaander hier alle details van kunt overzien.
SHIRL: Dat zou ik jammer vinden.
BEER: Ik moet nog een keer stevig over uw woorden nadenken. Dank u voor
uw openhartigheid. Kindje mag zich gelukkig prijzen met een vriendin als u.
SHIRL: Dat is aardig van je Peter om dat te zeggen. Sterkte met de beslissing.
BEER: Dank u. Goededag.
(Einde telefoongesprek.)
7.
SHIRL: Zo, het zweet staat in mijn handen. Dat is hard werken. Maar het
moet wel nu gebeuren.
KINDJE: Daar kun je je handen wassen Poes. De rode handdoek is de schone.
SHIRL: Wat denk je?
KINDJE: Ik denk dat hij wel bij zal draaien.
SHIRL: Heeft hij zelf kinderen?
KINDJE: Beer? Nee. Ja zoals Tommi toch ook veel mijn kind is, zo zijn Stiertje
en ik zijn kinderen. Zo kun je dat toch wel zien.
SHIRL: En jij?
KINDJE: Wat bedoel je?
SHIRL: Wat hij voor jou is.
KINDJE: Als het niet mijn broer was zou ik hem classificeren als een overblijfsel
uit mijn verleden dat zich niet bij het afval laat zetten. Het is helemaal niet
dat hij geen aardige man is, maar wij kloppen dus niet zo met elkaar nee. Dus dan
probeer je binnen een afgebakend gebiedje fatsoenlijk met elkaar om te gaan. Maar
nu op de een of andere manier probeert hij dit met Stiertje en met Tommi aan te
grijpen om zich opnieuw in mijn leven te wurmen.
SHIRL: Luister Kindje. Hij heeft het over een familieaangelegenheid.
KINDJE: Dan heeft hij het over dat krediet wat hij nu bij mij opvraagt.
SHIRL: Dat is wat hij denkt, maar in dezelfde adem gebruikt hij het woord buitenstaander.
KINDJE: Dat ben jij. Hij kent mij niet dat ik iemand in vertrouwen neem.
SHIRL: Nou ik heb een andere interpretatie.
Hij heeft het over familie. En wat hier gebeurt. Tommi die doet wat ze doet. En
jij, hoe jij daarmee omgaat. Dat je daardoor erkent dat er een direct communicatiekanaal
is tussen haar en haar moeder. Iets wat buiten de algemene waarneming valt, ja?
KINDJE: Ik luister.
SHIRL: En dan sluit de buitenstaander op hem zelf. Voor hem is Stiertje
zijn dochter, maar haar dood betekent voor hem niet veel meer dan wat praktische
drukte. Daar wordt dood uitgedrukt in algemene sentimentele waardes. Als een zus
doodgaat heeft dit een bepaalde sentimentele waarde. En voor als je je dochter overleeft
is er een andere sentimentele waarde. En die sentimenten trekt hij naar zich toe,
maar wat hij er werkelijk bij ervaart, stelt niet zo veel voor. Zeker niet vergeleken
bij wat hij vermoedt wat het hier teweegbrengt. Hoe het hier ervaren wordt. Door
jou als zus. Maar vooral door Tommi als dochter.
KINDJE: Je zegt dat hij zich buitengesloten voelt en daarom probeert zich
hier naar binnen te wurmen.
SHIRL: Dat het daarom begonnen is ja. Waarom heeft hij niet op eigen houtje
al twee weken geleden de autoriteit ingeschakeld?
KINDJE: Dat kan toevallig uit respect voor mij zijn. Dat dit hier mij terratorium
is.
SHIRL: Dat is flauwekul Schat en dat weet je.
KINDJE: Ach alle speculaasjes zijn flauwekul. Wat jij ervan bakt kan wat
inzitten. Of ook niet. Wat maakt het uit. Deze hele toestand is alleen maar energieverslindende
afleiding die mij behoorlijk uitholt. Moet ik een beetje grof gaan
lopen doen op een manier die ik al een hele tijd geleden achter me gelaten heb.
SHIRL: Je hebt helemaal gelijk, maar stel
dat dit wel het ballonnetje is wat hij voor zichzelf op aan het blazen is, dan kun
je dat met een paar opmerkingen die heel nietszeggend lijken doorprikken. En als
dit het niet is, nou jammer. Ik ben het met je eens dat het best zou kunnen dat
hij voor vanavond bijgedraaid is. Maar je moet er op bedacht zijn dat dit niet zo
is. Dat hij als een spin in een web blijft zitten als hij het idee heeft dat hij
met dit lekkere vliegje nog wel even vooruit kan.
KINDJE: Jouw opmerking over zijn respectloze manier als het gaat om wat
Tommi zelf wil. Ik denk dat die wel aangekomen is. Ik moet me sterk vergissen als
hij het risico wil lopen dat zij zich hierdoor van hem afkeert. Want dat besef,
denk ik wel, dat hij dat heeft. Dat ze dat zonder meer zou kunnen doen.
8.
SHIRL: Wat mij deze toestand in ieder geval opgeleverd heeft is dat ik
eindelijk eens gezien heb hoe je hier woont. Laat je me ook nog het dorp zien?
KINDJE: O Poes is het daar nu niet veel te heet voor?
SHIRL: Klein stukje. Alleen hier de directe buren.
KINDJE: Na wat jij vandaag voor me gedaan hebt kan ik bijna niet weigeren.
SHIRL: Dat kun je gerust.
KINDJE: Nee we doen het gewoon, er is nu toch niemand buiten. Laat ik even
zien waar Margitka woont en waar Ági en Csaba wonen.
SHIRL: Leuk.
KINDJE: Maar dan doe ik toch eerst even wat meer aan.
SHIRL: En dan doe ik even een plas.
Scene 7
later dezelfde dag, KAMER JANNI
JANNI, SHIRL
1.
(De
deur staat op een kier, van buiten de stemmen van JANNI
en SHIRL, dichterbij en verderweg en weer dichterbij,
voordat zij binnenkomen.)
JANNI: Je bent dus op wereldreis.
SHIRL: Ik ben vandaag niet te stoppen.
JANNI: Als je er maar geen gewoonte van maakt, pas op.
SHIRL: Pas jij op, ik heb nu helemaal de smaak te pakken.
JANNI: Ga zitten. Dat is een lekkere stoel. Het zijn allemaal lekkere stoelen.
SHIRL: Ik blijf nog staan. Eventjes binnenkomen.
JANNI: Neem je tijd. Wat drink je, thee limo wijntje?
SHIRL: Ik ben aan een borreltje toe. Maar dan zit je wel
met me opgescheept totdat dat genoeg gezakt is dat ik weer in de auto kan stappen.
JANNI: Door dit met Kindje ben ik toch uit mijn gewone doen.
SHIRL: Ik denk dat het verder wel goed zal gaan.
JANNI: Ik ben er wel getuige van geweest hoe dit soort familiegedoe heel
klitterig kan zijn.
SHIRL: Dit komt goed, dat denk ik echt.
2.
SHIRL: Heb jij nog familie in Nederland. Of misschien ergens anders?
2.
SHIRL: Heb jij nog familie in Nederland. Of misschien ergens anders?
JANNI: Bloed?
SHIRL: Ja dat bedoel ik.
JANNI: Nee helemaal niet. Of secuurder is: niet dat ik weet. Als je een
vader hebt die onbekend is dan kan die er hier of daar nog wel een paar op de wereld
gezet hebben natuurlijk.
SHIRL: Dat kan. Dat kan zelfs als je een vader hebt die bekend is.
JANNI: En wat dacht je van een vader uit een buisje?
SHIRL: Ja van die kinderen zijn er inmiddels ook heel wat.
JANNI: Ik zou er niet mee willen ruilen, maar ik denk ook niet dat er veel
te vinden zijn die met mij zouden willen ruilen.
SHIRL: Ik denk dat er sowieso niet veel te vinden zijn die met een ander
zouden willen ruilen.
JANNI: Daar zou je wel eens helemaal gelijk in kunnen hebben.
3.
3.
SHIRL: Ik realiseer me dat ik eigenlijk heel weinig van jou weet. Ik weet
dat je een hele fijne vriend bent en ik ken een beetje je voorkeuren en je nakeuren.
En hoe je over het éen en ander denkt. En je muziek natuurlijk. Maar alles bij elkaar
is het meer een abstract schilderij dan een figuratief schilderij. Fijn hoor, ik
kan niet goed tegen mensen die weinig anders bieden dan hun verhaal.
JANNI: Als je de taal zo slecht spreekt als ik hè, is dat éen van de voordelen.
Dat de verhalen je bespaard blijven en dat de communicatie heel erg dicht bij het
heden blijft. Zoals dat met dieren ook is.
SHIRL: Ja bij het heden blijven, dat is een grote kunst. O ja, over grote
kunst gesproken, ik weet dat je moeder een zoetzure augurk is.
JANNI: Lieve Vriendin, jij zit gewoon naar mijn verhaal te vissen.
SHIRL: Ja dat doe ik hè? Misschien omdat dat verhaal hier hangt. Of misschien
omdat ik net bij Kindje zoveel gepraat heb dat ik het lekker vind hier bij jou alleen
maar te luisteren.
JANNI: Als ik mijn verhaal doe zijn er wel twee borreltjes gezakt voordat
ik uitverteld ben.
SHIRL: Helemaal geen moeite mee.
JANNI: Ik waarschuw je maar. Dus wat heb je liever, de eerste tien jaar
in detail of de complete zestig jaar in hink stap sprong?
SHIRL: Doe me maar wat van dat laatste.
JANNI: Dat moet een lekker borreltje zijn. Hier in het dorp geldt het als
geheim medicijn voor van alles en nog wat. Jij kent het hier verder niet maar als
je het dorp naar het oosten uitgaat staat er een schuurtje wat je amper opvalt,
maar dat is een destilleerderij waar ze zo'n beetje van alle vruchten die hier groeien
alcohol stoken. En daar voegen ze dan het éen en ander aan toe wat jaren en jaren
terug gaat. En er zijn nog steeds een hoop mensen die er bij zweren.
SHIRL: Ik heb dit soort spul alleen maar in huis om bij het koken te gebruiken.
Ik bedoel zo sterk, niet deze speciale samenstelling.
JANNI: Nou sla hem achterover.
SHIRL: Proost!
4.
SHIRL: Als ik knock-out ga dan mag je me in een koud bad leggen.
JANNI: Dan leg ik je in een lauw bad met vers gedroogde kersenbloesems.
SHIRL: Mmm. Vertel.
JANNI: Het begin. Het begin heb ik van horen zeggen. Nee opnieuw: het begin
heb ik uit mijn dossier. Van zien getypt dus.
SHIRL: Het hoeft niet hè Janni.
JANNI: Wil je nu proberen er onderuit te komen?
SHIRL: Helemaal niet.
JANNI: Ik ben opgegroeid. Nee ook opnieuw: in mijn jeugd heb ik in een
weeshuis gezeten. Van mijn vierde tot mijn vijftiende.
SHIRL: Dat is een binnenkomer. Ik ben éen en al aandacht.
JANNI: Ik dacht dat het melodrama aan jou niet meer besteed was?
SHIRL: Om jou tegemoet te komen geef ik mij even over aan deze regressie.
JANNI: Mijn vader dus onbekend. Als ik op mijn eigen uiterlijk afga zou
het best kunnen dat hij uit deze streken kwam. En niet alleen mijn uiterlijk, ook
een soort thuisgevoel dat ik hier heb wat ik nooit ergens anders gehad heb. En de
manier waarop de mensen hier op mij reageren wat ik ook nergens anders ooit meegemaakt
heb. Ik lijk helemaal niet op de paar foto's die ik van mijn moeder heb, maar ook
wat ik op die foto's zie, is een gezicht dat hier heel vertrouwd is, maar wat je
in Nederland amper rond ziet lopen. Ja eigenlijk heeft Tünde ook wel iets van dat
gezicht.
SHIRL: Was jij hier vaak geweest voordat je hier ging wonen?
JANNI: Nooit. Het enige hongaarse in mijn wereld was Ligeti.
SHIRL: Dat is een hongaarse?
JANNI: Componist.
SHIRL: Moet ik gehoord hebben?
JANNI: Misschien vind je het wat. Ik zal je straks een paar cd's meegeven.
SHIRL: Je moeder, voordat we de draad kwijt zijn.
JANNI: Mijn moeder woonde op de wallen in Amsterdam, wat ze daar deed laat
zich raden. Ik ben van 1946 en ik weet niet of ze doordat ze mij als bastaard had
in het vak is gekomen. Of dat ik een bedrijfsongelukje ben of nog wat anders. Toen
ik vier was is ze gestorven. Mensen van het Leger des Heils hebben haar begraven
en mij hebben ze in het weeshuis ondergebracht. Een katholiek weeshuis was het,
ik denk omdat in de papieren van mijn moeder dat als religie aangegeven stond. Haar
geboorteplaats was een klein dorp in Limburg. Altijd nog zeker vijftien keer zo
groot als dit, maar voor nederlandse begrippen klein.
SHIRL: Hoeveel mensen wonen in Félfalu?
JANNI: Tussen de negentig en de honderd. Janni-janni was een jaar of vijf
toen wij er een keer geweest zijn, daar in Limburg dus. Maar nu het erover gaat,
het is toen helemaal niet in me opgekomen dat ik via mijn moeder daar nog familie
zou kunnen hebben. Kan natuurlijk wel. Dat er broers of zussen van haar zijn en
dat die kinderen hebben. Het was een toeristendorp, helemaal geconserveerd als een soort openluchtmuseum,
dus je kon je goed voorstellen hoe het daar vijftig jaar eerder was. Wanneer zij daar weggegaan is en waarom dat weet
ik allemaal niet. Of dit tijdens de oorlog was of pas na de bevrijding. Ik weet
dus bijvoorbeeld niet of ze tijdens de hongerwinter in Amsterdam was.
SHIRL: En toen ze stierf, was ze hoe oud?
JANNI: Jong natuurlijk, maar niet piep. Ze was vierentwintig toen ze mij
kreeg en met achtentwintig was ze dood. Aan die vier jaar heb ik geen herinnering.
Mijn eerste herinnering is van toen ik net op de lagere school zat en toen zal ik
zes geweest zijn. De school was binnen de muren. Maar het weeshuis was ook een internaat,
dus er waren wel jongens van buiten.
SHIRL: Alleen jongens?
JANNI: Alleen jongens en alleen broeders. Geloof het of niet maar ik herinner
me niet dat ik tot mijn vijftiende daar ooit een vrouw gezien heb.
SHIRL: Waarom zou ik je niet geloven?
JANNI: Wat bedoel je?
SHIRL: Je zegt 'geloof het of niet'.
JANNI: Misschien omdat ik vanuit de tijd dat ik dit nog wel eens aan iemand
vertelde in me opgeslagen heb dat het niet geloofd werd. Of misschien discrimineer
ik je op je leeftijd, dat ik inbouw dat jij met jouw leeftijd je dit niet voor kunt
stellen.
SHIRL: Geloof mij dan maar dat als ik jou ooit op verzinsels had kunnen
betrappen ik niet met jou zou jijen en jouen. En geloof me ook maar dat ik een hele
goede antenne voor verzinsels heb. En als ik me iets niet voor kan stellen dan vraag
ik ernaar.
JANNI: Sorry Twiets, zoiets gebeurt gewoon als je een verhaal vertelt waar
je zo weinig meer mee hebt.
SHIRL: Is dat zo? Ik heb vaak gemerkt dat als een verhaal zelf zijn woorden
kiest, dat er nog wat te spitten valt.
JANNI: Jij bent een gevaarlijke luisteraarster.
SHIRL: Ik zal je zeggen dat doordat jij
aan het begin van je verhaal het woord secuur gebruikte ik daarom ook in een secure
aandacht gezet werd.
JANNI: Ik zei secuur?
SHIRL: Ik vroeg je of je familie had en jij antwoordde 'nee helemaal niet,
of secuurder is: niet dat ik weet'.
JANNI: Ja dat is wat ik zei. Hm.
SHIRL: Als ik eens een keer met een levend wezen praat komen de woorden
ook goed aan.
JANNI: Ja Twiets, het is alleen dat je me even lekker op mezelf teruggooit.
SHIRL: Geef me dan die tweede borrel. Of is het nu beter als ik ga?
JANNI: Blijf. Er gebeurt wat.
SHIRL: Dus jouw naam heb je van je moeder?
JANNI: Ja mijn moeder heette Bongerd. Dat is limburgs voor boomgaard heb
ik me laten vertellen. Vind ik prima, zeker nu ik hierachter zo'n fabelachtige boomgaard
heb liggen.
SHIRL: En waarom Janni?
JANNI: Bij mijn geboorte kreeg ik de naam Rien. Waarom weet ik niet.
SHIRL: Dus als jongetje heb je in het weeshuis rondgelopen als Rien?
JANNI: Meer in een hoekje gezeten. Die naam heb ik echt jaren niet meer
gehoord. Bongerd trouwens ook al lang niet meer.
SHIRL: Ik heb ook lang aangenomen dat Janni Perro jouw echte naam was.
JANNI: Perro is spaans voor hond. Perro
is mijn artiestennaam. In mijn paspoort staat de naam Janni Bongerd, want de naam
Janni heb ik wel officieel laten registreren.
SHIRL: Daar zal je je reden voor hebben.
JANNI: Daar heb ik mijn redenen voor.
SHIRL: Maar al bij al begrijp ik dat jouw moeder voor jou ook meer een
abstract schilderij is dan een figuratief.
JANNI: Augurk.
SHIRL: Nu ik dit eerste hoofdstuk van je gehoord heb vind ik het niet meer
zo'n goeie.
JANNI: Dan elimineer ik het bij deze.
5.
SHIRL: Ben jij blij Janni, dat ze dat in ieder geval gedaan heeft, jou het leven geschonken?
JANNI: Twiets je loopt steeds helemaal op mijn verhaal vooruit. Janni-janni
heeft mij het leven gegeven. Maar op deze manier komen we daar nooit aan toe.
SHIRL: Ik luister.
JANNI: Eigenlijk zou ik het als het over mij gaat nergens anders over hoeven
hebben dan over Janni-janni. De rest is. De rest ja.
SHIRL: Dat zie jij zo?
JANNI: Weet je wat ik doe. Ik draai even de poort op slot zodat er zeker
niemand anders binnen komt lopen. En dan kan ik buiten een paar keer heel diep ademhalen.
En als ik dan terugben ga ik hier een diep antwoord op geven. Want ik voel in mij
het éen en ander borrelen ja.
SHIRL: Proost.
JANNI: Dat hij goed mag vallen. Ben zo terug. (Gaat naar buiten.)
6.
6.
JANNI: (Komt weer binnen.) Ik kan van mijn leven tot mijn veertigste
een heel kleurrijk verhaal maken, maar hoe ik het ervaren heb is alleen maar als
grijs. Toen Janni-janni bij mij introk, vanaf de eerste dag, brak de zon door. Ook
letterlijk. Daarvoor had ik altijd in het nachtleven gezeten. Eerst als business
boy, toen als barkeeper-travestieartiest en de laatste vijf jaar als clubpianist.
Daar heb ik toen van de ene op de andere nacht een punt achter gezet. 2 juli 1986
is de dag. Een sterretje in de club had tijdens een wild weekend op Mallorca zijn
grillen gezet op dat verrukkelijke cocainedure speeltje, maar terug in Amsterdam
wilde hij er zo snel mogelijk weer van af. Wij waren voor elkaar bestemd. Echt en
helemaal. Tien jaar puur geluk. Dat is hoe lang hij geleefd heeft en daarna ook
iedere dag tot op de dag van vandaag. Laat iedereen maar lullen in de meest ingewikkelde
krullen alleen maar om te verhullen dat ze niet zoals jij en ik van elkaar kunnen
smullen. Zo is dat hè Oreman.
SHIRL: En hoe zag Janni-janni er uit?
JANNI: Een clumber spaniël, wit met gouden oren. Je weet toch dat een favorietje
alleen genoegen neemt met het allerduurste? Kampioenouders en de meest veelbelovende
uit het nest. Met papieren. Acht weken was hij toen ik hem voor het eerst in mijn
armen had. 2 juli 1986. Dat is mijn geboortedag.
SHIRL: Dit noem je toch geen melodrama hè Janni?
JANNI: Ik niet.
SHIRL: Ik ook niet.
7.
7.
JANNI: Je moet begrijpen Shirl dat dat nachtleven mijn familie was voordat
Janni-janni in mijn leven kwam. En dat die familie midden jaren zeventig helemaal
uit elkaar lag. Dat heb ik zien gebeuren. En vanwege de gewoonte en omdat ik niets
anders had ben ik nog dik tien jaar aan boord gebleven. Maar het was kapot. Helemaal
voorbij.
SHIRL: Je bedoelt aids?
JANNI: Dat was toch iets later? Ik bedoel het bevrijdingsleger. De infiltratie
van de botte burgerkinderen die kwamen kicken in éen van de weinige vrijhavens die
er nog waren. Dat bedoel ik. De afbraak door de botte gefrustreerde burgerjongens
die zichzelf als helemaal scherp zagen en die in besloten kring de meest verknipte
fantasieën kwamen uitfreaken. Dat waren de types die achter de goedbedoelende emancipatiesoldaatjes
aan naar binnen kwamen. We hadden ze er meteen uit moeten meppen, maar op die botte
inbeslagname waren we buiten wel bedacht, want wat doen die burgers anders dan zich
de hele wereld met alles erop en eraan toeëigenen.
SHIRL: Goeie nazaten van die smeerlap
uit Hoorn waarvan ik de naam niet over mijn lippen krijg.
JANNI: Ja. Ja. Maar achter onze gesloten deuren waren we daar niet op bedacht.
SHIRL: Zij daar op hun eilanden ook niet.
JANNI: Nee. Ik zie de overeenkomst.
SHIRL: Dat zou ik denken.
JANNI: En wij hebben ons ook laten misleiden. Het voordeel voor de oude
garde leek namelijk dat er ineens een hele lading nieuwe partners beschikbaar was.
Maar met die lui wilde je helemaal niets te maken hebben. Die brachten helemaal
niets mee behalve hun gefrustreerde pik en hun gefrustreerde kont. En als ze verder
iets te bieden hadden investeerden ze dat in hun burgelijke carrière. Dat was voor
de oude garde niet zo. En tussen haakjes, mijn bekenden uit die oude doos zijn bijna
allemaal gestorven, maar geen enkele aan aids. Niet dat het daar nou per se mee
te maken heeft maar zoiets als darkrooms bijvoorbeeld was voor ons ondenkbaar. Er
waren genoeg wisselende contacten, maar in het circuit waarin ik zat was er amper
anonieme seks. Van mijn vijftiende tot mijn vijfentwintigste heb ik een heleboel
klanten gehad, maar die kende ik allemaal. En ook is er voor minstens iedere vinger
van allebei mijn handen éen geweest die voor mij een studie wilde betalen. Of een
bedrijfje voor mij op wilde starten. Die mannen kwamen overal vandaan en waren allemaal
heel verschillend. Maar kwa beroep, hoe ze aan hun geld kwamen, liep niet zo ver
uit elkaar; altijd zo onafhankelijk mogelijk. Een vrij beroep of een eigen bedrijf
waar ze als eenling konden functioneren. Ik ben nooit op zo'n aanbod ingegaan maar
een heleboel jongens als ik zijn zo op de rails gezet. Daar waren hele lekkere jongetjes
bij en ik was zelf ook heel lang een lekker jongetje, want met je vijfentwintig
ben je oud voor dat werk. Je hoort mij dus niet zeggen dat er geen seks bijkwam,
maar het sociale en het zorgende, dat waren de grootste kurken waar onze familie
op dreef. Ik heb het nu even niet over de grote liefdesverhalen hè, of over de grote
smachtverhalen. In ieder geval, die adressen zijn éen voor éen opgeblazen. De club
waar ik piano speelde, dat was dan inmiddels al 1981, was dan ook heel erg besloten.
Een van de laatste bolwerken van de goeie oude tijd toen iedere nicht die een beetje
geld te besteden had ieder jaar Amsterdam wel een keer aandeed. Onze portier had
een geheugen dat twintig jaar terugging en iemand die hij niet kende kwam er niet
in, als er niet twee naast stonden die hij heel goed kende. En ik heb het nu steeds
over de mannen maar in die oude wereld was er helemaal niet die maffe scheiding
tussen mannen- en vrouwenbars. Er waren een paar van die obscure tentjes waar vrouwen
gewoon niet naar binnen gingen. Of andersom, waar mannen niet naar binnen gingen.
Maar als ze het gedaan zouden hebben, zou niemand ze gestopt hebben. Wel waren vrouwen
natuurlijk ver in de minderheid, vèr in de minderheid, maar er waren er altijd.
En er waren ook een heleboel vriendschappen tussen vrouwen en mannen. En dan bedoel
ik echte vriendschappen, voor het leven. En die vriendschappen hadden ook in de
clubs gewoon een plaats. Je moet niet vergeten dat ik en de andere jongens ook voor
de wet toen zwaar minderjarig waren en dat daar zware straffen op stonden. Dus dat
had allemaal heel veel met vertrouwen te maken. En dan zijn die wetten nu wel aangepast
min of meer, maar het vertrouwen is ook verdwenen. Ik zal je nog wat vertellen.
Nee, ik laat het hierbij.
8.
SHIRL: Toch een kleurrijk verhaal, Vriend van me.
JANNI: Vertel ik je iets nieuws?
SHIRL: Jawel. Dit is jouw particuliere echo uit het verleden.
Ik ben meer uit de tijd dat het botvieren van verknipte fantasieën het gewone weekendamusement
was. En dat om homo's een soort ere-aura hing van pioniers die als lichtende boegbeelden
gevolgd werden tot voorbij iedere denkbare grens. En ja homo's, dat waren natuurlijk
alleen maar mannen.
JANNI: Waar jij het over hebt is de op
hol geslagen pisbakromantiek. Daar wil je toch ook helemaal niets mee te maken hebben.
SHIRL: Daarom ben ik ook een jaar in een kibboets gaan werken.
JANNI: Nah! Ik weet ook heel weinig van jou Shirl.
SHIRL: Het was een vergissing. Maar ik moest toch ergens naar toe met mijn idealisme. Een hoofdtuk apart.
JANNI: En toen heb je een swing gemaakt en bent de kunsthandel ingedoken.
SHIRL: Niet meteen, maar dat heb ik daarna inderdaad ook een periode gedaan.
Maar laten we jouw verhaal afmaken, dat is meer dan genoeg voor éen bezoekje.
JANNI: Van de oude garde zoals ik die ken had niemand behoefte een voorbeeld
te zijn. De burgerwereld was een verre planeet waar wij allemaal vandaan kwamen
en waar wij genoeg weet van hadden om er zo weinig mogelijk mee te maken te willen
hebben.
9.
SHIRL: Je vertelt me nog wat over je moeder.
SHIRL: Je vertelt me nog wat over je moeder.
JANNI: Ja daar ging het over. Iik denk dat het hele diepe antwoord is dat
ik altijd ergens geweten heb, dat zij dood beter voor mij zorgde dan dat zij gekund
zou hebben als zij geleefd had. Ik denk dat dit het echte antwoord is. Van al mij
cd's van vóor dat Janni-janni dood is gegaan. Dat zijn er. In 1988 het debuut en
daarna iedere twee jaar éen, dus dat zijn er vier. Ja die van 96 was al klaar maar
die wijkt af, die was al helemaal Janni-janni, zoals allemaal van daarna. Maar op
die vier van voor 96 zijn alle openingspassages en alle eindnummers stukken die
staan voor wat ik in mij heb als herinnering aan mijn moeder. Dit wordt me nu pas
duidelijk hoor. Dat al die stukken een bepaalde sfeer hebben, een bepaalde trilling,
een bepaalde gestalte. Als ik erbij stil sta is het pas sinds Janni-janni dat ik
contact heb met die gestalte die ik nu herken. Waarvan ik weet dat die heel diep
in mij opgeslagen lag en steeds geactiveerd werd. En van buitenaf kwam. Maar helemaal
woordloos, wat natuurlijk overeenkomt met een baby-ervaring. Je kent het vast wel,
dat je een droom hebt gehad en wanneer je je die droom dan herinneren kunt, dat
je dan beseft dat je in die droom in een omgeving was of in een situatie. Waar je
al in een heleboel eerdere dromen ook al geweest bent? Dat heb ik nu, nu ik het
over deze gestalte heb. Dat ik besef dat dit een gestalte is die altijd ergens in
mijn omgeving is. En met Janni-janni bij mij, kon ik die helemaal door laten komen.
En op de momenten dat dit gebeurde, is die muziek ontstaan. Ik weet niet goed hoe
ik het het duidelijkst formuleren kan. Die muziek is een neerslag van mijn ervaring
met die gestalte. Dat zijn de openingsfragmenten. En de eindnummers van die vier
cd's zijn een neerslag van de gestalte zelf. Wauw dit is rigoureus. Twiets, ik vind
dat we even moeten dansen.
(JANNI en SHIRL dansen.)
Scene 8
een paar dagen later, KAMER ROCKO
ROCKO, KINDJE
1.
(ROCKO leest, KINDJE
klopt en komt binnen.)
KINDJE: Lig je lekker te lezen?
ROCKO: Hallo Kindje. Je bent er snel.
KINDJE: Nee hoor, het is zeker een uur geleden dat ik belde. Ik heb me door
alles af laten leiden, het was overal zo mooi.
ROCKO: Dus je hebt nu dorst?
(Kus, kus.)
KINDJE: Valt wel mee. Maar ik lust wel wat.
ROCKO: Thee?
KINDJE: Lekker. Maar Tommi wist het dus?
ROCKO: We hebben gereconstrueerd dat zij op de ochtend dat haar moeder
gestorven is, vanaf het stationnetje naar Nederland gebeld heeft. De vriendin die
ze toen sprak wist van niets, maar die is er achteraan gegaan. En 's middags heeft
ze weer gebeld en toen wist ze het zeker. Dit is wat ze achtergelaten heeft. Je
vindt het toch niet erg dat ik het al gelezen heb?
KINDJE: Als het exclusief voor mij bedoeld was geweest dan had ze het bij
mij afgeleverd. Of op zijn minst dichtgevouwen met mijn naam erop.
ROCKO: Dat is ook zo, maar je begrijpt wat ik bedoel.
KINDJE: Rockeman ik begrijp het, maak je niet druk.
ROCKO: Ik maak thee.
KINDJE: En ik lees.
2.
KINDJE: Nou, maar goed dat ik Beer nog niet gebeld heb.
ROCKO: Ja als je dit voorleest maakt dat een hoop woorden overbodig.
KINDJE: Dat is een idee, een heel goed idee.
ROCKO: Daar was je zelf ook opgekomen.
KINDJE: Dat is nog maar de vraag. Als iets me tegenstaat, gaat het hierboven
heel snel op slot. En met Beer ben ik voorlopig wel weer even uitgepraat.
ROCKO: Niet om dit of dat Kindje, maar als je meteen nee gezegd had.
KINDJE: Dat is zo. Maar ik heb nu wel Shirl een keer op bezoek gehad en
dat vond ik hartstikke leuk.
ROCKO: O. Een bijzonder wonder.
KINDJE: En een telefoontje van Janni.
ROCKO: Nah!
KINDJE: Ja dat was ook heel hartverwarmend natuurlijk.
ROCKO: Zeker.
KINDJE: En jij hebt me ook niet teleurgesteld.
ROCKO: Fijn.
KINDJE: Ik voelde me de afgelopen weken net even helemaal
Stiertje. Zo sociaal. Die kon dat goed hoor.
ROCKO: Herken jij haar in wat Tommi daar schrijft?
KINDJE: De stem van Stiertje? Rocko wat speelt er door jouw hoofd?
ROCKO: Ik weet het niet. Vind jij het klinken als Tommi?
KINDJE: Die laat ik even op me inwerken.
3.
KINDJE: Jullie allemaal gelukkig dat Walli terug is?
ROCKO: Heb je hem gezien? Ziet er goed
uit hè? Hij heeft het naar zijn zin gehad. Ja dat was hevig kussen toen hij weer
in de wei stond.
KINDJE: Ik blijf het een mysterieus paard vinden. Zo groot. En die speciale
geur van hem. Zo zoet.
ROCKO: Je moet gewoon een keer dichter naar hem toe gaan. Hem aanraken.
Hij is echt volledig te vertrouwen.
KINDJE: Het is niet dat ik hém niet vertrouw. Of dat ik jou niet geloof.
Het is dat mysterieuze. Die kracht. Zo sterk.
ROCKO: Vuur. Gigi is lucht, Stella is aarde, Walli Luigi Bob is vuur. De
duistere krachten die ook smachten naar begrip en erkenning.
KINDJE: Heel waar. En daardoor dan de ruimte krijgen.
ROCKO: Het heeft alles met ruimte te maken.
KINDJE: Wat zijn eigenlijk de volle namen van Gigi en Stella?
ROCKO: Stella Maressa en Gigi Greetje.
KINDJE: En de spoesjes, hebben die ook?
ROCKO: Tuurlijk. Yoyo Fluor, om bij de laatste moeder te blijven.
KINDJE: Mooi. Waar zijn ze?
ROCKO: Op de achterveranda. Daar hebben ze zon als ze willen en schaduw
als ze willen.
KINDJE: Jij werkt toch met letterwaarden als je namen zoekt?
ROCKO: Ja.
KINDJE: En bij het fokken astrologie.
ROCKO: Ook bloedlijnen natuurlijk, maar daarbinnen voornamelijk met astrologie
ja. Tibetaanse bruiloften die hun belofte altijd waar maken. De namen hebben ook
met astrologie te maken.
4.
KINDJE: Bardo.
ROCKO: Bardo.
KINDJE: Ja doordat je zegt tibetaanse bruiloften.
ROCKO: Bardo.
KINDJE: Waar het in het tibetaanse dodenboek over gaat.
ROCKO: Ik weet waar je het over hebt.
KINDJE: Dat is wat ik geassocieerd heb met waarom Tommi weggegaan is. En
dit wordt bevestigd in wat ik net lees. Zij laat zich hier toch kennen als een mystica.
Of niet?
ROCKO: Ja.
KINDJE: Misschien valt de klank van de eigen stem wel weg als het over dit
soort ervaringen gaat. Misschien valt zelfs wel de scheidslijn tussen de ene persoon
en de andere weg. Of tussen de persoon en de omgeving. Misschien is dit wel de stem
van Walli. Of de stem van het binnenste van de driehoek.
ROCKO: Maar het lijkt mij het bericht van iemand die dood is.
KINDJE: Ja. En dan is het het meest voor de hand liggend dat dit Stiertje
zou zijn. Het lijkt er op dat Tommi echt een stuk met haar moeder meegereisd is.
Met behulp anders van Walli en de driehoek. Dat ze Walli daarbij nodig heeft gehad
en dat het echt nodig was dat ze was waar ze waren. Dus dat ze er nu op uit is om
uit te vinden of dat huis te koop is vind ik helemaal niet gek.
ROCKO: Ze klonk heel beslist.
KINDJE: Ik hoop voor haar dat het lukt. Ik zou het ook leuk vinden.
ROCKO: Ik ook.
5.
KINDJE: Ik zie daar dat je een object van Shirl hebt hangen.
KINDJE: Ik zie daar dat je een object van Shirl hebt hangen.
ROCKO: Dat hangt er al anderhalf jaar.
KINDJE: : Het valt me nu pas op.
ROCKO: Zij heeft mij dat gegeven als nestelplaats
voor je weet wel wie. Ik voor mij had dat die in mij zat, voorgoed. Maar het is
waar, ik weet niet waar het hem in zit. Hij is in mij en hij is ook daarin. Shirl
is ook met getallen hè dat weet je. Ze heeft hem nooit ontmoet, levend. Ze heeft
me alleen naar zijn geboortedatum en sterfdatum gevraagd. Maar het is hem, hoe stom
dit misschien ook klinkt. Je ziet dat ik hier geen foto's heb.
KINDJE: Dat is me ook nooit eerder opgevallen.
ROCKO: Ik heb er ergens wel een paar, maar daar kijk ik nooit naar. Sinds
hij dood is nooit een foto gezien. Daar word ik echt griezelig van als ik daar aan
denk. Maar dat is hij. En daar praat ik ook mee als ik hier ben. En als jij zo meteen
weg bent neem ik met hem door wat hier zo voorbij is gekomen. Dit is intiem hoor.
Alsof hij er niet bij is. Want je bent er wel bij.
KINDJE: Heel mooi Rocko. Heel inspirerend. Ik zie ook echt een energie als
ik met je meekijk. Een vitale energie.
6.
ROCKO: Wat schreef Tommi precies?
6.
ROCKO: Wat schreef Tommi precies?
KINDJE: 'Als je je hier bevindt ben je als energie deel van de vitale materie'
bedoel je dat?
ROCKO: Ja is wat zij daar bedoelt, is dat niet wat jij voelt? Wat jij ziet?
KINDJE: 'Geen twee energieën zijn kwam vorm en kwa inhoud hetzelfde'. Ja
ik zie echt een individu. En ik snap nu nog beter waar Shirl zich mee bezig houdt.
ROCKO: Je bedoelt met haar anonieme doden?
KINDJE: Ja.
ROCKO: Ja daar vertelde ze me laatst iets van.
KINDJE: Jij hebt hier geen internet hè?
ROCKO: Nee.
KINDJE: Anders moet je een keer bij Janni gaan kijken, die heeft kabel.
Mooi hoor en met wat ik nu begin te begrijpen nog mooier. Ja deze afgelopen maand
is voor mij verrassend rijk geweest. Natuurlijk altijd een paar dagen waarvan ik
niet weet hoe ik ze doorgekomen ben. Maar jouw telefoontje vanochtend bracht de
juiste berichten. En de helderheid die ik nu heb is heel fijn.
ROCKO: Fijn.
7.
KINDJE: Wat vind je ervan om met mij terug te fietsen. En dan zou jij door kunnen gaan naar Janni. Die zal ook wel willen horen dat Tommi hier geweest is. En ik zou dat nu eerlijk gezegd een beetje veel vinden.
7.
KINDJE: Wat vind je ervan om met mij terug te fietsen. En dan zou jij door kunnen gaan naar Janni. Die zal ook wel willen horen dat Tommi hier geweest is. En ik zou dat nu eerlijk gezegd een beetje veel vinden.
ROCKO: Wat vind je ervan als ik jouw fiets achter in de auto gooi?
KINDJE: Het is wel lekker weer om te fietsen nu, helemaal niet zo warm.
Nee doe maar. We gaan met de auto. Ik vind het ook wel lekker om snel thuis te zijn.
ROCKO: Je hebt Beer ook nog.
KINDJE: Ik denk dat dat morgen wordt.
ROCKO: Dus met de auto?
KINDJE: Met de auto.
ROCKO: Ik zou daar best een kopie van willen hebben.
KINDJE: Ga je door naar Janni?
ROCKO: Dat wil ik wel doen.
KINDJE: Die kan hier vast een kopie van printen. Misschien wil hij er ook
éen. En op de terugweg lever je het bij mij even af. Hoe lijkt je dat?
ROCKO: Doen we. Kom op.
KINDJE: Dag Yv.
ROCKO: Hij gaat mee.
KINDJE: Tuurlijk!
ROCKO: Altijd en overal.
Scene 9
later dezelfde dag, KAMER JANNI
JANNI, ROCKO, KINDJE
1.
(De deur staat open, van buiten de stemmen van JANNI,
ROCKO en KINDJE, voordat ze binnenkomen, JANNI
met de brief van Tommi in zijn hand.)
JANNI: Nee jullie hadden helemaal gelijk.
Wat hier staat is een duidelijk bewijs. Maar ik heb mijn onrust toch verder voor
mij kunnen houden?
KINDJE: Ik heb er niets van opgevangen. Nou, als je die print even maakt
dan ben ik weer weg.
JANNI: Ik wil dit nog een paar keer lezen.
ROCKO: Dat heb ik ook.
JANNI: 'hier vertoef ik waar geen middelpunt is, éen allesomvattende vibratie'.
Mooi hè? Iets in die richting heb ik heel soms als ik met mijn muziek bezig ben.
KINDJE: En dan kun je daar heel lang op vooruit.
JANNI: Zo is dat.
ROCKO: Wat ze schrijft over dood en geboorte.
JANNI: 'herconnectie met de naakste vitaliteit'.
ROCKO: Ja. Dat heb ik ervaren. En ik heb het nooit zo letterlijk met elkaar
in verband gebracht, maar als ik bij mij een spoesjesbevalling heb. Dat is zo, dat heeft echt met elkaar te
maken.
JANNI: Leven jouw ouders nog Rocko?
ROCKO: Mijn ouders. Hmm. Niet een onderwerp wat ik even tussen de deur
en de sofa af wil doen.
KINDJE: Normaal complex. En dan twee scheppen erbovenop.
JANNI: Dan bewaren we het nog even. Hier Schoonheid je brief. Blijf je
niet voor éen drankje?
KINDJE: Nee ik ga meteen door.
JANNI: Dan zet ik hem even op de site
van Shirl, dan kan Rocko alvast kijken en dan laat ik je even uit.
KINDJE: Lieverd geniet en bedankt dat je zo lief bent.
(Kus, kus.)
ROCKO: Ontspan je lekker vanavond.
JANNI: Zal ik László vragen of hij bij je langs wil komen?
KINDJE: Nee als het niet lukt zoek ik mijn tai chi schoentjes op.
ROCKO: Wie is László?
KINDJE: Dat is de masseur die Janni iedere week laat komen.
JANNI: Hij is heel goed. Zes keer in de maand is het tegenwoordig Kindje.
Rocko dit is hem.
KINDJE: Dag Lieverd.
ROCKO: Zwart! Yo Kindje, szia.
(KINDJE en JANNI
naar buiten.)
2.
JANNI: (Binnenkomend.) En? Zit je er in?
ROCKO: Dat zwart was echt zwart zwart en het duurde eventjes voordat ik
de lichtpuntjes zag en toen duurde het eventjes voordat tot me doordrong dat een
lichtje aanraken het enige was wat ik kon doen. Dat er verder geen doorgang was.
En dan wauw, de kleuren waar je dan inkomt.
JANNI: Geraffineerd hè?
ROCKO: Als ik echt helemaal niets ervan geweten had zou ik denk ik alleen
maar dat zwarte zwarte vlak gezien hebben. Het wordt nu fletser.
JANNI: Zolang jij actief blijft, blijft
het helder. Val jij stil dan verbleken de kleuren en het vlak wordt langzaam wit
dan grijs grijzer zwart.
ROCKO: Het wordt nu niet weer helderder.
JANNI: Nee als dat proces zich eenmaal ingezet heeft, dan zet dat proces
zich door. Je kunt wel een print maken of een particuliere compositie downloaden.
Het idee van Shirl is dat iedere compositie.
ROCKO: Een nestelplaats is.
JANNI: Ja zo noemt zij dat.
ROCKO: Ik vermoedde het. Voor mij heeft ze er een gemaakt voor een dierbare
dode van mij. Ook deze felle kleuren, van vilt.
JANNI: Deze zijn van wat zij anonieme doden noemt. Die wil zij laten weten
dat ze niet vergeten zijn door een nazaat van voorouders voor wie ze zelfs nooit
bestonden als individu. Achter ieder lichtje zit een andere. Het zijn er iets van
vijfduizend geloof ik.
ROCKO: Ze heeft me er laatst iets van verteld.
JANNI: O je wist dit al?
ROCKO: Nee de laatste keer is ze erover begonnen. Net voor jij binnenkwam.
JANNI: O daar hadden jullie het over.
ROCKO: Maar toen brak het af.
JANNI: Haar achterliggende gedachte is dat dwalende doden een compositie
kunnen kiezen waarin ze zich herkennen. En dat bezoekers van de site ook de een
of andere compositie kiezen die ze mooi vinden. En dat ze dan door de aandacht die
ze ervoor hebben de dode die zich erin genesteld heeft aandacht geven. En deze daardoor
bevestigen en daardoor rustig maken. Ik hoop dat ik het een beetje juist formuleer.
Je moet er haar maar naar vragen.
ROCKO: Doe ik zeker.
JANNI: Shirl is echt radicaal. Ze heeft jou verteld over haar voc-erfenis?
ROCKO: Ja.
JANNI: Nou als het aan haar ligt wordt
alles in Nederland wat met voc-geld is gebouwd met de grond gelijk gemaakt. Alle
welvaart die uit voc-geld is voortgekomen met terugwerkende kracht vernietigd. Het
liefst in een grootse ceremonie waarin respect tot uitdrukking komt voor die ontelbare
anonieme doden.
ROCKO: Van mij mogen de fundamenten nog wel wat dieper uitgegraven worden.
Maar zou zij haar zin krijgen, dat zou al wat zijn. Er zouden in ieder geval niet
veel toeristentrekkertjes overblijven.
JANNI: Daar noem je éen van die dingen die zij te schandalig vindt voor
woorden. Ik vind Shirl heel gematigd maar als ze het hier over heeft kan ze witheet
worden. Hoe op dat exploiterende verleden nog eens een lekkere schep exploitatie
bovenop komt. Dat daar trots over gedaan wordt, daar kan zij wel op doorschieten
ja. Zij zegt dat er doden zijn die haar laten weten dat ze verdrietig zijn. En andere
die laten weten dat ze woedend zijn en nog allerlei andere emoties ook. En dat het
die emoties van de doden zijn waardoor zij doorschiet. Zij is ervan overtuigd dat
als je erfenis niet onder ogen ziet dat je er dan door gepakt wordt. Rocko! Thee?
limo? wijntje?
ROCKO: Je hebt Drava-water?
JANNI: Zes verse flessen.
ROCKO: Doe me dan zo'n sinasranja. Heb je dat?
JANNI: Ik doe met je mee.
ROCKO: Ik zie nu ook dat de lichtjes niet de hele tijd op dezelfde plaatsen
staan.
JANNI: Echt geraffineerd.
ROCKO: (Klikt met de muis.) Deze is ook mooi. Maar die van mij is de mooiste.
JANNI: Om daar nog even op door te gaan, want het fascineert mij ergens
wel. Dat is ook hoe Shirl Nederland ziet. Dat het onder andere in de tang zit van
die krachten. Van dat verleden. En dat zo'n ceremonie alleen al voor de gezondheid
van het land en de inwoners absoluut noodzakelijk is. Dat er anders weinig redden
aan is.
3.
ROCKO: Ik vind het niet gek. Ik ken het van mijzelf. En ik merk aan de
spoezen en de paarden ook dat ze stemmingen kunnen hebben die nergens vandaan lijken
te komen. Trouwens, ik denk wel dat dit iets anders is, maar ook dat ze dingen weten
die ouder zijn dan ze zelf zijn. Geen instincten, echt ervaringen.
JANNI: Dat had Janni-janni ook heel sterk. Dat hij toegang had tot een
geheugen dat ouder was dan hij. Spaniëls zijn van oudsher jachthonden voor de eendenjacht.
Dat weet je misschien.
ROCKO: Nee dat wist ik niet.
JANNI: Dan weet je het nu.
ROCKO: Proost. Wat had je over Janni-janni? Ja het wordt meteen weer fletser.
JANNI: Gezondheid. Ja, ik wilde zeggen dat Janni-janni in het park in Amsterdam
wel eens een spurt naar de eenden maakte, maar dat ik het altijd zo gezien heb dat
dat spel was. Hij keek naar mij en als ik mijn hoofd schudde
van nou schiet op dan, dan ging hij ervandoor, maar zo dat de eenden alle tijd hadden
om in het water te springen. En die eenden vonden het volgens mij ook enig. En toen
wij eenmaal hier woonden. In de driehoek is toch dat meertje met wilde eenden? Nou
ik hoefde hem echt niet in te tomen als wij daar langs kwamen want hij was al lang
blij dat hij niet meer echt hoefde. Hè Orenman?
4.
JANNI: Shirl heeft mij trouwens gevraagd voor muziek.
ROCKO: Bij deze site?
JANNI: Ja. Wat vind jij?
ROCKO: Ik vind zo stil wel sterk. Niets ten nadele van jouw muziek Janni, maar die geile gregoriaanse geluiden van jou.
JANNI: O dat ben je niet vergeten. Die kritische bespreking heb je gelezen.
Dan weet je ook hoe ik het zelf liever.
ROCKO: Sensuele spirituele klankstromen.
JANNI: Juist. Maar ik vind ook, voor de anonieme doden stilte eigenlijk
het indringendst. Het beste geluid.
ROCKO: Schiet je op met je nieuwe werk?
JANNI: Ik wil graag meer met Tommi doen
en wie weet nu ze zelf hier ook een plaats zoekt.
ROCKO: Ik denk niet dat ze hier ook een plaats zoekt. Het
gaat haar echt om dat huis. En als ze dat niet kan krijgen is het nog maar de vraag.
JANNI: Ik zie niet dat het een huis is om het hele jaar in te wonen. Jij?
ROCKO: Ik weet ook verder niet wat ze zich erbij voorstelt. Maar er is
ooit in gewoond. En als zij daar nu haar zinnen op zet. Door de contacten die zij
via jullie heeft kan ze dingen voor elkaar krijgen die een ander nooit zal lukken.
Al brengt die tien keer zo veel geld mee als zij te besteden heeft.
JANNI: Nou Tommi hoeft niet op een forint te kijken, maar ik begrijp wat
je bedoelt. Misschien is twintig keer zoveel nog niet genoeg als je hier de binnenwegen
niet kent. Dan loopt het weg als water.
ROCKO: Dat spreekt mij dus heel erg aan.
JANNI: Helemaal mee eens.
ROCKO: Je zei dat je meer met haar wilde doen.
JANNI: Jij hebt niet zo'n oor voor muziek, maar het gemak waarmee haar
stem vier octaven pakt is echt heel bijzonder. En daar bovenop dat iedere noot haar
stemtekening meekrijgt. Ja ik zou het wel een voorrecht vinden.
ROCKO: Ik herken haar stem ook uit duizenden hoor.
JANNI: Dat is toch bijzonder?
ROCKO: Zeker. Nou ik wens het je toe.
5.
ROCKO: En misschien krijgen wij in de toekomst dan ook meer met elkaar te maken.
5.
ROCKO: En misschien krijgen wij in de toekomst dan ook meer met elkaar te maken.
JANNI: Hoezo dat?
ROCKO: Ik heb haar gevraagd of ze erover wil denken dat ik haar manager
zou worden. Niet voor de contacten en de contracten maar meer een personal manager.
In de betekenis van klankbord. Maar niet zomaar wat praten, echt in een bepaalde
richting.
JANNI: Nu je haar net gezien hebt?
ROCKO: Nee, voor dit allemaal aan de hand was.
JANNI: Zou kunnen werken.
ROCKO: Ja denk je?
JANNI: Juist omdat het zo duidelijk is dat jij zelf geen muzikale ambities
hebt.
ROCKO: Vitaal is een woord wat vandaag al paar keer om mij heen gevallen
is. En dat is precies van toepassing op wat ik bij mij in het dorp ervaar. Dat het
allemaal zo vitaal is. En ook dat er een gemeenschap is zonder dat mensen er hun
persoonlijkheid voor hoeven in te leveren. Er groeit wat er natuurlijkerwijs
groeit. En dat dit dan niet een monocultuur is. Ik heb het ook over de mensen hè.
Dat die veel een kwaliteit hebben die in al zijn immaterialiteit toch heel tastbaar
is. En dit herken ik bij Tommie. Iets waar ze het eigenlijk zelf over heeft in wat
ze schrijft
JANNI: 'Als je je hier bevindt ben je als energie deel van de vitale materie'
ROCKO: Ja, maar dit voel ik sowieso bij
haar. Dat zij sowieso een open kanaal heeft met dat hier, waar zij het daar over
heeft. En een optreden van haar zoals ik me dat voorstel heeft dit ook. Doordat
Tommi is wie ze is en kan wat ze kan. Dat ze niet alleen als zangeres de impact
heeft die ze heeft maar ook als performer. Dat ze voor mensen die op zo'n optreden
afkomen dan via meer ingangen een mogelijkheid schept om zich op te kunnen laden.
JANNI: Ik volg je, je hebt het over wat je het pranagebeuren zou kunnen
noemen. En dan niet per se van het muzikale gedeelte.
ROCKO: Ja. Dat bedoel ik.
JANNI: En dit heb je met Tommi doorgesproken?
ROCKO: Aangestipt. Door wat er de afgelopen maanden gebeurd is, is het
mezelf veel duidelijker geworden.
JANNI: Zou ook kunnen werken. Juist omdat Tommi zo'n heldere contouren
heeft.
ROCKO: Dat bedoel ik.
JANNI: En jouw bedoening hier? Met de spoezen en de paarden en alles?
ROCKO: Dit hier blijft gewoon mijn permanente basis. Hier is waar ik ben.
Mijn functie zou gewoon puur achter de schermen zijn. Maar wel dat het niet vrijblijvend
is.
JANNI: Het fokken wil je dus echt niet doorzetten?
ROCKO: Daar ben ik denk ik helemaal van af ja, van dat idee.
JANNI: Ja wat Tommi betreft is het afwachten.
ROCKO: Ze zou er in ieder geval over denken.
6.
JANNI: Heb jij mijn site wel eens bezocht?
ROCKO: Nee.
JANNI: En die van Tommi?
ROCKO: Ook niet. Zet hem even op.
JANNI: Op die van haar zit een link naar die van mij en op die van mij
zit een link naar die van haar. Welke zal ik eerst doen?
ROCKO: Die van jou.
JANNI: Rocko, ik vind het gezellig als je zo meteen een hapje met mij mee
eet.
ROCKO: Doen we.
JANNI: Nou dit is de site van Janni Perro. Kijk hier linkt hij naar die
van Tommi. Duik erin, dan ga ik even wat extra eitjes halen. Ben zo terug.
ROCKO: Yo, tot zo.
(JANNI gaat naar buiten.)
Scene
10
een dag later, KAMER
KINDJE, BEER stem
1.
(KINDJE telefoneert met BEER.)
BEER: Goedenmiddag, u spreekt met Peter de Looi.
KINDJE: Hallo Beer.
BEER: Kindje, hallo. Ik hoopte dat jij het was.
KINDJE: Tommi heeft zich gemeld.
BEER: O dat is heerlijk nieuws.
KINDJE: Ik heb haar niet gesproken, maar zij heeft het paard bij mijn vriend
afgeleverd en daar ook een soort brief achtergelaten. Ik zal hem voorlezen als je
dit op prijs stelt.
BEER: Natuurlijk, heel graag.
2.
KINDJE: Het is een hele andere toon, denk ik, dan die je van haar gewend
bent. Nogal een lang stuk, maar ik zal het voor je lezen:
Er zijn hier natuurverschijnselen.
Er zijn stofstormen met buitenmetelijke
snelheid,
resulterend in een kolk.
Er zijn geluidsontladingen,
abrupt beginnend abrupt eindigend,
met een wisselend volume aanzwellend, wegebbend, rondzingend
resulterend in een kolk.
Er zijn geluidsontladingen,
abrupt beginnend abrupt eindigend,
met een wisselend volume aanzwellend, wegebbend, rondzingend
en oneindig
veelklankig,
sommige kortstondig sommige langdurig.
Er zijn geurgolven, die plantig zijn.
En er zijn lichtontvlammingen,
ook abrupt beginnend abrupt eindigend,
ook sommige kortstondig sommige langdurig,
en van ongeëvenaarde felheid.
Het is hier nooit donker en hier bestaat
kleur los van licht.
Het is hier een horizontaal plateau.
De ondergrens is een vlies waar doorheen
gebroken moet worden
en dit kan van beide kanten worden gedaan;
er is aankomen en er is vertrekken.
Het vlies is flexibel en herstelt na een
doorbraak snel.
De bovenafsluiting heeft een golvend profiel,
onzichtbaar,
waarbuiten het niets.
Het plateau zelf is grenzeloos in lengte
en breedte
en over het hele plateau zijn de condities
dezelfde.
Er is permanente beweging.
Hier vertoef ik waar geen middelpunt is,
éen allesomvattende vibratie, steeds wisselend.
Er is geen acclimatisatie; kom je aan dan
ben je binnen.
En binnen betekent: het wat
het is.
Als je je hier bevindt, ben je energie
die deel uitmaakt van de vitale materie.
Er is louter zuivere materie.
Doordat er hier geen lineaire tijd is,
is er geen vooruitgang en geen achteruitgang.
Alle energie is energie en als zodanig
gelijk.
Geen twee energieën zijn kwa vorm en kwa
inhoud hetzelfde,
maar er is geen rangorde.
Door het vlies naar deze sfeer komen is louter een organisch gebeuren,
zoals ook de omgekeerde richting, het vertrek,
een organisch gebeuren is.
Het aardse bestaan is het domein van het
leven
en het leven bestaat bij gratie van deze
sfeer.
Deze sfeer is het ware domein van de vitale
materie.
Een leven is een uitje, een diversement,
een excursie, een avontuurtje.
En de ene energie maakt een uitje als roos,
en de andere energie maakt een uitje als
mens,
en de andere energie maakt een uitje als
koe,
en de andere energie maakt een uitje als
paling,
en de andere energie maakt een uitje als
schildpad.
En de ene roos staat in een kas en de andere
in een tuin en de andere in een woestijn.
En de ene mens slaapt op de aarde en de
andere tussen lakens en de andere in een hangmat.
Aanwezig zijn bij een geboorte of een dood
trekt de geciviliseerde
mens enerzijds aan, maar stoot ook af.
Dit, omdat deze passages door het vlies voor wie er getuige van is
Dit, omdat deze passages door het vlies voor wie er getuige van is
een moment bewerkstelligen
van herconnektie met de naakste vitaliteit.
Het is een sfeer waartegen geen verweer
is.
In deze sfeer verkeren, is verkeren in
een sfeer die verkeert en verkeert.
De transformaties hier zijn als een natuurverschijnsel,
zonder afval,
een continue transformatie van iedere energie,
van eenvoudige constructie naar complexe
constructie
naar eenvoudige constructie naar complexe
constructie
naar eenvoudige constructie, enzoverder.
Geen twee constructies zijn ooit hetzelfde,
niet in vorm en niet in kleur.
Het is hier nooit donker en hier bestaat
kleur los van licht.
Het zijn de constructies die kwa vorm voldoen
aan de passagevoorwaarden,
die door het vlies deze sfeer verlaten
en in welke aardse gestalte dan ook hun
aardse uitje hebben.
Pas tijdens het aardse uitje
ontstaat de identificatie met het fenomeen
differentiatie.
En des te verstrikter in het fenomeen differentiatie
des te verstrikter in het leven.
Geen enkel concept dat zijn oorsprong vindt
in het fenomeen differentiatie
krijgt hier natuurlijke ondersteuning.
Het plateau bevindt zich aan de uiterste
rand van de verschijnselen.
Het is een werkelijkheid die geen schijn
is.
Fijn dus, voor wie niet van schijn houdt.
Dat is het Beer. O wacht even, ik vergeet de slotopmerking.
Gewoon dolen in het doolhof,
luidt mijn devies;
bezeten zoeken is immers verspilde moeite
aangezien de zekerheid er
is, dat het doel bereikt wordt.
3.
BEER: Dat weet ik niet, wat ik hier mee aanmoet.
KINDJE: Misschien doet zich ooit de gelegenheid voor dat je het er met Tommi
zelf een keer over hebt. Ik weet niet wanneer het zal zijn, want ze is direct weer
vertrokken, maar als ik haar zie zal ik haar zeggen dat je nogal overstuur bent
geweest.
BEER: Kindje, het is
niet nodig dat je haar daar nu mee lastig valt, met de zenuwen van een oude man.
Ik ben in de wolken dat ze terecht is en de toekomst moet ik gewoon op zijn beloop
laten.
KINDJE: Laten we dat doen Beer.
BEER: Bedankt voor je telefoontje.
KINDJE: Jij ook bedankt Beer.
BEER: Tot horens.
KINDJE: Tot horens.
(Einde telefoongesprek.)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten